Bijna noodlottige ijspret

Door Leonardo 1 gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

 

 

 

 

              

                                 

Het was een koude ochtend in februari. Het landschap oogde wit. Sneeuw bedekte de akkers en weilanden rond de trekvaart achter hun woning. Het ijs op de vaart lag er fraai doch onbetrouwbaar bij. De sneeuw had een laagje gevormd waardoor het aanvriezen van het ijs aanzienlijk was vertraagd.

   ‘Er is toch al op gereden. Kijk maar naar de sporen op het ijs,’ zei de veertienjarige Egbert tegen Hans, zijn even oude klasgenoot die samen met hem voorzichtig het ijs opstapte.

   ‘Ja… ik zie het.’

   Voorzichtig liepen de twee jongens wat verder het ijs op. De ijsmassa kraakt dat het een lust was, doch daar trokken de twee zich niets van aan.

   ‘Wat denk jij ervan, Hans. Zullen we straks na schooltijd eens proberen hoe het schaatst?’

   ‘Nou ik weet het niet,’ antwoorde Hans aarzelend.  ‘Het kraakt mij wat teveel. En ik vertrouw het daar in het midden van de vaart niet helemaal. Uiteindelijk lag dat deel twee dagen geleden nog open.’

   ‘Ja dat weet ik wel. Maar dat ligt nu wel stevig dicht. Het heeft vannacht 12 graden gevroren beweerde ons moeder vanmorgen tegen mij.’

   ‘Wel jammer dat die sneeuw er op ligt. Misschien kunnen we straks met de sneeuwschuiver een baan schoonmaken. Want om nu met de schoenen door de sneeuw te moeten schaatsen is waardeloos.’

Na schooltijd kwamen de twee knapen met nog enkele klasgenoten en een paar vrienden in de achtertuin van het ouderlijkhuis van Egbert bij elkaar.  Op een enkeling na hadden ze allemaal hun schaatsen meegenomen. Na wat opschepperig geschreeuw en gekakel waagde de eerste zich op het ijs dat opnieuw geweldig kraakte onder de plotselinge ontstane bovenwaartse druk. Een klein beetje water bewoog zich gelijk langs de oever van de vaart op het ijs.

   ‘Geef die metalen sneeuwschuiver eens aan,’ riep een jongen die Joop bleek te heten en zich doorgaans in de klas als een opschepper manifesteerde. ‘Ik schaats gewoon een ovale cirkel met die sneeuwschuiver voor me uit.’

   ‘Kijk maar uit, Joop, het volgens mij nog heel onbetrouwbaar. Er komt bij de kant al water op het ijs. Dat geeft aan dat de ijslaag niet stevig aan de oever vastzit.’ riep een al wat ouder buurmeisje dat op het geschreeuw en gepoch van de knapen in de nabijgelegen tuin was afgekomen.        

   ‘Maar Joop trok zich niets van haar waarschuwingen aan. Hij ploegde voort over de ondergesneeuwde ijslaag totdat hij een flinke ovale sneeuwvrije baan had aangelegd. Wat de waaghalzen zich niet realiseerden was dat de trekgracht ter plekke anderhalve meter diep was. Als je door het ijs zakte liep je niet alleen een nat pak op, maar de kas bestond dat je onder het ijs zou schieten als je er met flinke vaart doorheen zakte.

Intussen waren er nog een drietal enthousiasten op het ijs verschenen dat inmiddels kraakte dat het een lust was. Maar de waaghalzen lieten zich niet gek maken door het krakende ijs. Ze schaatsten achter elkaar hun rondjes, luid schreeuwend en joelend tegen de achterblijvers op de kant. Alles ging goed totdat Joop, de eerste rijder van de groep, met de schaats in een scheur terecht kwam en voorover op het ijs viel. De achterblijvers konden hem weliswaar nog net ontwijken, maar de ongelukkige Joop zakte door het ijs heen.

Ontzet van schrik verdwenen de overige schaatsers meteen naar de walkant, bevreesd dat zij een zelfde lot zouden ondergaan. De van angst schreeuwende Joop lieten ze in het midden van de vaart in het wak zitten.

De postbode die met zijn auto aankwam rijden zag van enige afstand wat er gaande was Al die schreeuwende pubers die in de achtertuin van het huis waarvoor de postbus stond trokken gellijk zijn aandacht. In een flits zag de ongeveer vijf en vijftig jarige man dat er iemand in het midden van de trekvaart door het ijs was gezakt. De postbode bedacht zich geen moment. Hij reed het pad van de woning op tot ver in de achtertuin. Toen opende hij de achterdeur van de bestelauto en haalde er een rol dun nylon koord uit. Tevens pakte hij een dikke boomtak die naast de woning op de grond lag. Gewapend met die attributen liep hij zo snel hij kon naar de oever van de vaart.

   ‘Hier, pak aan, jongen. Gooi die stok richting die jongen in dat wak,’ commandeerde hij Egbert die trillend als een rietje met de overige knapen aan de kant stond. ‘Verdomme, kom op jongen. Vlug het ijs op en ga dan plat op je buik liggen. Vooruit… niet angstig staan lummelen maar ga het ijs weer op en probeer al liggend, en naar voren kruipend, die stok met dat koord richting dat wak te gooien.’  

De inmiddels al een keer kopje onder gegane Joop, brulde als een varken in barensnood. Hij had al enkele pogingen ondernomen om op het ijs te komen, maar dat ijs brak bij de minste druk gelijk weer af.

   ‘Dat lukt me vast niet,’ kermde Egbert terwijl de tranen van emotie over zijn wagen liepen. Maar hij had na drie keer proberen geluk. Terwijl de postbode tegen Joop brulde dat hij zich moest omdraaien om de stok te pakken en de overige schaatsers met geschreeuw trachtten Joop te activeren, kreeg de ongelukkige schaatser eindelijk de stok te pakken.

   ‘In het midden bij het touw vastpakken,’ schreeuwde de postbode. ‘Hou goed vast. Probeer je plat op het ijs te drukken als het koord strak staat. Ik trek je er met de auto uit.’

Gelijk rende hij door de sneeuw naar de auto die al die tijd met draaiende motor naast de woning stond terwijl de overige schaatsers op de walkant het koord strak hielden. Het rrelatief dunne koord was vijf en twintig meter lang. In elk geval lang genoeg om aan het metalen trek oog onder de voorbumper vast te maken. De postbode liet zich met een plof op de stoel achter het stuur zakken en gaf voorzichtig wat gas. De auto reed met slippende banden iets naar achteren waarna het koord strak kwam te staan. Joop had zijn hoofd al zowat onder water. De jongen was werkelijk aan het eind van zijn krachten. Hij had de tak met één hand vast zag de postbode.

   ‘Jezus…, dat wordt op het nippertje. Als die tak nu maar niet afbreekt,’ zuchtte hij.

Gelijk gaf hij wat meer gas en jawel… Onder het afbrekende ijs kwam Joop opeens op zijn buik uit het water. Meteen gaf de postbode nog wat meer gas zodat Joop veilig op de kant kon worden getrokken. Daar werd de ongelukkige schaatser naar het ouderlijk huis van Egbert gebracht waar ze Joop uitkleden en hem onder de warme douche zetten.

Al met al had Joop geluk gehad dat die postbode er juist op het kritieke moment aankwam. En hij had helemaal geluk dat die man een rol verpakkingskoord in de auto had liggen. Met hem liep het daardoor nog goed af. Doch het had ook anders af kunnen lopen.

 

IJspret heeft soms twee kanten. Een vreugdevolle en een verdrietige kant. Helaas staan de jeugd en soms ook volwassen waaghalzen meestal niet bij die verdrietige kant stil als ze al na enkele nachten vriezen het ijs op gaan.                 

 

13/02/2021 14:49

Reacties (6) 

3
13/02/2021 22:20
Wij droegen altijd een lange das van een meter of 3. die we konden gebruiken als hulpkoord.
Maar ik vind dat als je op gevaarlijk ijs waagt je altijd hulpmiddelen in de buurt moet hebben.
Als ik met de auto ging lag er altijd een dik touw van een behoorlijke lengte in.
Gelukkig nooit nodig gehad.
3 dagen geleden waarschuwde ik kinderen die op het ijs gingen bij een diepe plas
dat het te zwak was , er waren nog meters grote gaten die niet dichtgevroren waren.
1
13/02/2021 23:52
Goed gewaarschuwd Josh!!
1
13/02/2021 15:58
Mooi geschreven, maar nu eens een klein puntje van kritiek op jou en dat heb ik maar heel erg zelden.
Je hebt het over de jeugd aan het einde, maar het was toch echt niet alleen jeugd wat het ijs op is gegaan. Heb beelden gezien van mensen op het ijs wier jeugd al decennia terug is geweest.
2
13/02/2021 16:55
Ja je hebt gelijk als ik dit als een artikel over de gevaren op het ijs had geschreven. Doch het is slechts een verhaaltje wat spontaan in mijn hoofd opkwam. Des al niet te min zal ik de laatste zinnen iets aanpassen.
13/02/2021 19:12
Daar heb je wel weer gelijk in, het verhaal gaat over jongeren.
3
13/02/2021 15:13
ja, dat klopt de bravoure van de jeugd
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert