Ik ben Enim 39

Door San Daniel gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

                                       images?q=tbn:ANd9GcSEQYSPqn_5u95pMEEstQz

'Dood, dood,' mompelde Judas,  'wat is dood,' hij wachtte even en zei toen, 'dood is niet in leven zijn, ik weet niet echt wat ik antwoorden moet, ik weet wat ik gezien heb, maar misschien is wat ik gezien heb niet de waarheid.' De kapitein en zijn wapenbroeder zagen de twijfel in de herinneringen van Judas. Hij wist echt niet meer wat waar was of niet.

Simeon de Enim, keek Judas aan en zei op vriendelijke toon, laten we dan eerst maar het zakelijke afhandelen. Hij wenkte het dienstertje en toen zij naast hem stond zei hij,' ik wil dat de eigenaar of de waard hier komt' . Het meisje knikte en verdween achter de gordijnen om even later terug te komen met een robuust uitziende man.

'U kent deze man,' vroeg de kapitein en hij wees op Judas. 'Jazeker,' antwoordde de waard, 'hij is hier zeer geliefd, dat is Judas die bij de Masjiach hoort.' 'Mooi dat is dan vastgesteld,' sprak de kapitein. 'Ik ben Simeon en dat is mijn buurman Matheus, ' vervolgde de Enim. 'Wij gaan onze boerderijen schenken aan onze vriend Iskariot.' 'Iskariot,' vroeg de waard? 'Dat is Judas,' legde de wapenbroeder uit. 'Onze boerderijen liggen in Batsha,' vervolgde de kapitein, 'en wij hebben een getuige nodig om te kunnen beaamen dat onze eigendommen aan Judas zijn geschonken, als dat nodig zou wezen.'

De waard knikte, ' vooruit dan maar,' zei hij, 'normaal houd ik niet van dit soort zaken, maar Judas is een goede vriend en klant van ons.' 'Ik zweer, 'zei de kapitein plechtig,' dat ik mijn bezit  overdraag aan Judas Iskariot.' 'Ik zweer dat eveneens,' zei de wapenbroeder' bij deze schenk ik mijn bezit vrij van lasten aan Judas Iskariot.'

'Geef elkaar de hand,' sprak de waard en hij legde zijn eigen hand over de handen van de drie mannen. 'MAZEL en Brucha,' zei hij  en de wapenbroeder voegde daar Mazzel tov aan toe.

 

                                              cdfcd7a79a4837205c056669e083372c.jpg

'Names Jesjoea en onze groep, bedankt,' zei Judas, maar de kapitein zag dat Judas aan het afwegen was, of hij de Jesjoea zou informeren over het bezit of dat hij het voor zichzelf zou houden.

'Ik heb nog het nodige te doen,' zei de waard, 'ik wens u een prettige dag verder,' en hij stond op en verliet het groepje. 'Terug naar Lazarus,' zei de kapitein. 'Judas vertel mij hoe het gegaan is. Wat heeft daar plaatsgevonden?'

'Wij waren in de buurt van Betaníe,' begon de penningmeester van de Masjiach.'De meester had daar al eens problemen gehad, na een preek moesten wij vluchten want de inwoners wilden ons stenigen.' 'Dat klinkt ernstig,' zei de wapenbroeder, 'hoe kwam dat zo, mensen willen je niet zomaar stenigen.'

'Tjah,' zei Judas, 'de meester begon daar te spreken over hoe hij de mensenzoon was. Hij zei dat God de vader was en dat hij de zoon van de vader was. Daar begon Jesjoea voor het eerst met uitspraken die steeds dubbele betekenissen hadden. Mensen die dat wilden, beluisterden in zijn woorden dat hij de zoon van God was en anderen dachten we hebben allemaal een vader en natuurlijk is de rabbi een zoon van een vader.'  

'Kijk,' dacht de kapitein, 'daar heb je het weer, Jesjoea zegt niet dat hij de zoon van God is maar de gedachte wordt geplant, net alles met de munten uit de bek van de vis.' 'Ik ben het helemaal met je eens,' dacht de wapenbroeder terug.

                                       cdfcd7a79a4837205c056669e083372c.jpg

Judas was even in gedachten en vervolgde toen, 'daarna zei de Masjiach dat hij door de Vader gezonden was: Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader,' waren zijn letterlijke woorden. De dorpelingen van Bethanïe luisterden en probeerden te begrijpen wat Jesjoea écht wilde zeggen. Maar het leek alsof Jesjoea zei dat hij een speciale band had met God, en dat God zelf hem van alles toevertrouwde, maar het kon ook zijn echte vader betekenen. Mensen vinden het nooit leuk als iemand zichzelf speciaal vindt en paar boeren begonnen te morren.'

'Dat is een wet van het leven,' dacht Simeon de Enim, 'als je je kop boven het maaiveld steekt dan wordt die afgemaaid.' Zijn luitenant knikte en dacht, 'voor een persoon die zo verlicht was, maakte Jesjoea toch wel wat inschattings fouten.'

'Jesjoea had de verandering bij menigte niet in de gaten,' zei Judas, 'hij was vervuld van zijn eigen woorden en op een bepaald moment vond hij het nodig om te beweren dat hij er altijd geweest was, dat hij al bestond voordat Abraham, onze aartsvader, geboren was.'

                                  images?q=tbn:ANd9GcQBf6PDsM-NTr_Fia2TBAk

'Dat viel niet in goede aarde,' vertelde Judas, 'hoe kon iemand er altijd al geweest zijn en bestaan hebben voor dat de grondlegger van het Joodse volk geboren werd.' 'Boeren zijn nogal pragmatisch,' zei de kapitein en hij begreep dat de menigte niet ten volste begrepen had wat de Jesjoea had willen zeggen.

'Na een tijdje werd het iedereen duidelijk,' vervolgde Judas, 'dat Jesjoea niet als Rabbi, uit de Thora aan het preken was, maar zichzelf aan het presenteren was. Het werd doodstil en iedereen luisterde gespannen. Een boer viel op zijn knieën en riep de redder is gekomen, de Masjiach.'

'Misschien was die wel geplant,' dacht de luitenant. 'Die kans is bijzonder groot,' dacht de kapitein terug.

Judas ordende zijn gedachten even en de Enims zagen dat hij zo eerlijk mogeljk probeerde te verhalen wat er plaatsgevonden had.

"Ik ben de ware wijnstok"en "Ik ben de deur" riep Jesjoea over de hoofden van de boeren,' vervolgde Judas,' hij raakte geëxalteerd en riep luidkeels, 'Ik ben de goede herder"; "Ik ben het licht voor de wereld"; "Ik ben het brood dat leven geeft".

'Dat zijn nogal krasse uitspraken,' vond de kapitein. 'Daar maak je geen vrienden mee,' meende zijn wapenbroeder.

                                                images?q=tbn:ANd9GcRiBr-o96t4AeoD-ZUtzya

'Een paar boeren bukten zich en raapten wat stenen op,' zei Judas, 'en anderen konden hun oren haast niet geloven en luisterden met open mond.'

"Ik ben het licht voor de wereld.' riep Jesjoea, 'wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft." Judas zuchtte diep, 'Jesjoea' zei hij,' legde toen uit dat hij een opdracht van de vader had ontvangen en hij riep haast over het geroezemoes dat begonnen was heen,' "Ik ben de weg, de waarheid en het leven, niemand komt tot de Vader dan door mij"

'De eerste steen vloog door de lucht,' verhaalde Judas, 'maar was slecht gegooid en miste de Masjiach bij een meter.'  'Een profeet wordt nooit in eigen land gehoord,' riep de Masjiach, 'nu isie ook  nog een profeet,' riep een boze boer die beter mikte dan de rest en een steen trof Jesjoea aan de zijkant van zij hoofd.'

'Zalig zijn de simpelen van geest,' riep Jesjoea nog, ' en nu regende het pas echt stenen, 'Petrus trok de Masjiach mee. 'Rennen dwaas,' brulde hij, 'of wij worden vermoord,' en wij renden onze hoofden beschermend terwijl het stenen regende.'

'Ik zou ook gerend hebben,' zei de kapitein, 'Goed dat stenigen is mij wel duidelijk maar hoe zit het met die Lazarus.'

lees ook deel 40

San Daniel 2021

landingspage-san-daniel

for more info concerning San Daniel press the following link/ voor meer info betreffende San Daniel druk op de link a.u.b.:landingspage-san-daniel

en 

Nederlandse auteurs page van San Daniel in Hebban

and the page of Dutch authors in Hebban

Author's pages:

Amazon author’s page San Daniel

 

 

 

23/01/2021 20:15

Reacties (1) 

1
24/01/2021 12:02
Die boeren hadden tenminste nog een restje verstand.
Doet mij denken aan de Moon-sekte, dat zijn ook van die gekkies die overhoop liggen met de plaatselijke (boeren)bevolking.
De mensheid verdient gewoon niet beter.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert