Ik ben Enim 27

Door San Daniel gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

                                      cdfcd7a79a4837205c056669e083372c.jpg

'Meester,' sprak de man die kennelijk Petrus heette, 'u stuurde mij naar het meer, want u weet dat ik visserman ben.' De Masjiach knikte instemmend. 'En u zei dat ik moest vissen,' vervolgde de grote man naast Jesjoea, 'en dat ik de eerste vis die ik ving, naar deze tempel moest brengen en dat heb ik gedaan.'  De man die Petrus heette hield een vis omhoog,' dit is hem Heer, vers uit het meer.' 'Goed werk mijn vriend,' sprak de Masjiach, en hij richtte zich tot de menigte. 'Ziet u allen deze vis die door mijn vader gezonden is,' zei hij met nadruk, 'mijn hemelse vader?

Ik betrapte mij er op dat ik onbewust knikte. 'Vriend Petrus open de bek van je gevangen vis en toon ons wat je vindt.' De gezalfde wees met zijn hand naar zijn  vriend en het had veel weg van een aankondiging van een voorstelling, zoals je dat vroeger wel in een circus zag als de stalmeester, het publiek de ogen deed richten op wat er stond te gebeuren. Met de wijsvinger van zijn rechterhand opende de volgeling van Jesjoea de lippen van zijn vis.

'Op zijn kop houden en schudden,' gelastte de gezalfde. Gehoorzaam hield de grote man de vis op zijn kop en rinkelend vielen enkele geldstukken uit zijn mond. Hij bukte zich om hen op te rapen, 'het zijn vier drachma heer,' sprak hij.

'Een wonder,' schreeuwde iemand in de menigte!

                                    images?q=tbn:ANd9GcRd8bASeJUK3TypjTjbuPw

'Mooi,' sprak de Masjiach, anders had ik niet verwacht, geef ze aan de priester die je aansprak over de belastingen, samen met de vis, dat is ons zoenoffer, beter nog,' vervolgde hij met een glimlach, 'roep hem aan dat hij naar voren komt zodat allen aanwezig kunnen zien dat wij aan onze belastingen hebben voldaan.'

'Laat de didrachmae naar voren komen,' riep Petrus de menigte in, ' mijn meester wil onze belasting betalen.'

'Allemachtig,' dacht mijn wapenbroeder, 'heb je dat gezien, die vis spuwde geld uit en genoeg om de tempel belasting te betalen.' Ik keek hem meewarrig aan, 'zalig zijn de simpelen van geest,' dacht ik plagend. 'Ten eerste was de vis dood,' zei ik, 'die spuwde niets uit, er zat wel geld in zijn bek maar Joost mag weten hoe dat er in gekomen is, even kijken een vis heeft geen handen, waarom zou er geld in het meer liggen dat net voldoende is voor de belasting en waarom zou dat precies in de bek van die ene vis eindigen.'

'je gelooft niet in wonderen,' dacht mijn luitenant op vragende toon? 'Niet dit soort wonderen,' antwoordde ik. 'Het is knap, zo knap, Jesoea zegt niet dat het een wonder is, maar iemand in de menigte roept dat. Jesoea vindt de munten niet maar zijn volgeling, de gezalfde is slechts aanwezig maar wel terdege de persoon die gezien als de wonder verrichter.'

                                         images?q=tbn:ANd9GcSI4eT0URIOCG1A1cq77uJ

'Zo worden mythes geboren,' vervolgde ik,' heb je wel eens een illusionist gezien, daar had dit veel van weg.'

Ondertussen baanden twee in donkere gewaden gekleedde mannen zich naar voren. 'Petrus,' gelastte de Masjiach, 'betaal hen die de belastingen zoeken, het geld dat mijn vader mij zond, zodat wij aan onze verplichtingen hebben voldaan.' 'Hierheen,' riep de grote man met de vis nog in zijn ene hand en toen de mannen bij hem stonden gaf hij aan de oudste de vier drachma. 'Laat niemand nog ooit twijfelen of mijn meester wel of niet belasting betaalt,' zei hij met luide stem. Hij strekte de hand met de vis uit naar de tweede van de didrachmae, 'pak aan,' zei Petrus, 'dit is ons offer.'  Maar de man schuwde weg en ik begreep dat wel want wie wil nou een slijmerig natte dode vis aanpakken.

'Lel hem af,' riep iemand, weer uit de menigte, 'lel hem af met je vis.' Onbewust moest ik grinniken, ik zag het beeld al voor mij van een belasting innende priester die afgeleld werd met een natte dode vis. 'Brengt u het maar naar de tafel van de offerandes,' stelde de oudere priester voor, wij hebben elk zo onze taken.

'En uw taak is geld innen,' sprak Jesoea met luide stem,' en niet de offergave van onze hemelse vader aannemen, zowaar zeg ik u, uw daden zullen gewogen worden en zij die rein van hart zijn zullen niets te vrezen hebben.'

'Zo die zit,' klonk de innerlijke stem van mijn wapenbroeder. 'Heb je gemerkt, dat Jesjoea weer buiten zicht gebleven is,' vroeg ik,' hij laat Petrus het geld betalen en de vis die niemand zou willen aanraken, aanbieden. Daarna treedt hij op met wat rhetorische wijsheden, die alleen maar een negatieve ondertoon hebben voor de priesters, maar dat is maar zijn reflectie op wat er heeft plaatsgevonden.'

'je bent inderdaad analytisch en observerend,' klonk mijn wapenbroeder, 'maar het is zoals je zegt.'

                                                    cdfcd7a79a4837205c056669e083372c.jpg

'Meester,' zei een man die naast Petrus stond en duidelijk bij het groepje vertrouwelingen hoorde, en de gezalfde draaide zich naar hem om. 'Wie is dat,' vroeg een kleine jongetje aan zijn vader die naast mij stond. 'Ook een volgeling van Jesjoea,' antwoordde zijn vader, 'hij beheert de penningen en giften en zo die mensen aan de gezalfde brengen, om onder de armen te verdelen.'

'Spreek Judas, mijn vriend,' klonk de stem van de Masjiach. 'Heer,' sprak Judas, 'waarom stuurt u allen niet naar het meer, wij uw volgelingen, op mij na, zijn allen vissermannen.' 'Wat zouden mijn discipelen daar moeten doen, volgens jou,' vroeg Jesjoea.

'Vissen Heer,' riep Judas haast uit, 'en de vis onder de armen verdelen en het geld uit hun bekken zou dienen om goede werken te bekostigen. De hongerigen zouden eten en de armen zouden middelen hebben om hun lot te verbeteren.'

De gezalfde keerde zich af van Judas zijn penningmeester en sprak , 'ieder heeft zijn lot, en zijn weg wordt bepaalt door het lot dat hem treft. Vertel niet mijn vader wat hij zou moeten of kunnen doen, God werkt op mysterieuse wijze om zijn wonderen tot uiting te bengen en daar is jouw taak ondergeschikt aan. Meng je niet in zaken die mijn vader aangaan.'

Het was stil geworden om de twee mannen heen en ik meende dat iedereen het idee van Judas wel redelijk vond. Als men zo makkelijk hongerigen zou kunnen voeden en de ellende van de armen ledigen, waarom zou dat niet plaatsvinden. De masjiach draaide zich verder om en liep met Petrus weg uit de kring.

Judas wendde zijn aangezicht tot de hemel en riep ,'Heer, het had toch gekund, het kan toch, waarom zoveel pijn in deze wereld als het kan verdwijnen.'

'Dat is de man die we moeten bewerken, 'dacht ik,' hij is de sleutel, er is onenigheid in de tent, daar kunnen wij wat mee.' 'Dat is overduidelijk,' dacht mijn wapenbroeder, 'hij wordt de wig in de groep en met wat medeleven en begrip, pakken wij hem in.'

lees ook 28

San Daniel 2020

landingspage-san-daniel

for more info concerning San Daniel press the following link/ voor meer info betreffende San Daniel druk op de link a.u.b.:landingspage-san-daniel

en 

Nederlandse auteurs page van San Daniel in Hebban

and the page of Dutch authors in Hebban

Author's pages:

Amazon author’s page San Daniel

 

13/12/2020 07:41

Reacties (2) 

1
13/12/2020 11:59
Straks lopen de enims ook nog achter de Messias aan...
1
13/12/2020 18:36
misschien is de Masjiach wel een Enim.. zou zo maar kunnen
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert