1988 Het tankstation

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Aan het begin van de singel, wat vanuit ons huis eigenlijk het einde is, ligt de Uitweg, die leidt naar de Kleiweg. Zo was het vroeger bedoeld, de uitweg naar de polder heet ook zo. Nu is het een korte verbindingsweg geworden tussen het oude Kleiwegkwartier en het nieuwe Schiebroek met aan de ene kant winkels en aan de andere kant het tankstation.

Ik kom er vaak. Het is in die tijd nog geen zelftank en ik mag van de pompbediendes klanten helpen. Ik krijg er niks voor, maar mag de fooien houden. Soms levert dat niks op, maar er zijn ook dagen dat ik na mijn werk direct op de fiets stap om bij Radio Modern op de Straatweg de nieuwe Rolling Stones single te kopen.

Meestal zit ik gewoon tussen de mannen in overal te hangen in hun hokje, want het is nog een klein en bedompt hokje waar ze tussen het werk door zitten te kaarten en te ouwehoeren. Ik haal ook wel eens patat voor ze of chinees, maar meestal eten ze gewoon hun boterhammen uit papieren zakjes, die ze eerst openvouwen om te kijken wat hun vrouw ertussen heeft gedaan. Ik krijg ook wel eens een boterham aangeboden als het ze niet bevalt.

Er heerst altijd een grote, rustige vanzelfsprekendheid, een broederlijke intimiteit, een mannelijke saamhorigheid en het is dan ook een grote schok wanneer bekend wordt dat het tankstation gesloopt zal worden. Er zal een zelftankstation komen met een shop, want zo heet een winkel bij een benzinestation en er is voor al die gasten dan niet genoeg werk meer, zodat er een paar overgeplaatst zullen worden. De onrust is groot en de sfeer somber. Ik blijf komen, ook in de tijd dat het oude hok tegen de grond gaat, de mannen vanuit een keet werken en de materialen voor de nieuwbouw worden aangevoerd.

Op dat moment ziet een van de pompbedienden mij. Hij heet Manus Dubbelt en heeft als hobby fotografie. Hij vraagt mij plaats te nemen op een stapel houten planken en klikt een paar keer. Dat is het moment. Ik voel mij gezien en straal in de zon van zijn aandacht. Later gaat hij werken op een station aan de Schiekade tegenover het oude Sint Franciscus Gasthuis. Ik ziet hem daar nog een enkele keer en dan is hij verdwenen in de tijd. Hij zal nu al dik dood en begraven zijn, maar ik mis hem nog elke dag.

Ate Vegter, 2 december 2020

www.atevegter.wordpress.com

 

02/12/2020 09:46

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert