1979 Studeren in Leiden

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Van 1977 tot 1979 studeerde ik psychologie in Leiden. Ik heb het niet afgemaakt want ik was te eenzaam en een studentenbestaan heeft voor mij te weinig structuur. Ik heb deadlines nodig, boodschappen die gedaan moeten worden en ik moet op tijd thuis zijn. Dat doe ik allemaal graag, maar als het niet hoeft, dan hoeft het voor mij niet meer. Ik werd depressief en mijn moeder maakte zich zorgen. Ze vroeg mij op een zondagmorgen of ik misschien homo was, want dat dat niet erg was. Nou had ik in die tijd wel eens met jongens gerommeld en later ook nog wel, maar daar werd ik juist vrolijk van en niet depressief, maar nog nooit heb ik mijn moeder zo moedig en liefdevol ervaren als juist op dat moment. Dat wil ik graag gezegd hebben. Dat zij rust in vrede.

Ik heb talloze goede herinneringen aan mijn studietijd. Ik woonde eerst op de Lage Rijndijk en later op de Hooigracht, waar ik op drie oktober in een paarse overal haring en wittebrood aanbood aan de langsrijdende burgemeester, om dat hij en zijn voorgangers daarmee de bevolking van Leiden gevoed had.

Ik herinner mij de colleges Statistiek in het psychologiegebouw aan de Hooigracht van de Belgische Sjef nog goed. Mijn hoofd knarste als een ik paar hoofdstukken gelezen had in Statistics van William L. Hays, een zwaarlijvig boek dat iedereen verfoeide, maar als Sjef het dan op college uitlegde snapte ik het helemaal en vond ik het ook leuk. Er was in die tijd niets ergers dan een college statistiek missen, dat begrijp je.

Verder vond ik ook de colleges Methoden en Technieken interessant, die werden gegeven in een saai, maar daardoor dromerig gebouw aan het Stationsplein, een gebied dat nu helemaal verkracht is door de moderniteit.

Dan kregen we ook gewoon psychologie, in werkgroepen van Piet Vroon, die ooit in drie jaar afgestudeerd was omdat hij als student net zo hard werkte als daarvoor als accountant. Hij kon prachtig vertellen en schreef leuke en leesbare boeken zoals Weg met de Psychologie. Hij poneerde dat remlichten bij auto’s aan de buitenkant moeten zitten en niet de richtingaanwijzers, omdat wanneer de remlichten gaan branden de auto dan breder wordt en dichterbij lijkt, wat voor de clignoteurs niks uitmaakt. Ook leerde ik van hem dat je een zonnebril niet steeds op moet houden maar af en moet afzetten, dat dat beter is voor je ogen. Je lichaam houdt erg van afwisseling, zei hij. Het is maar dat je het weet.

Maar het liefst ging ik toch naar de enorme collegezalen van het Gorlaeus Lab, een colere-end fietsen vanuit de binnenstad, maar de tijd dat ik op mijn Tomos naar de Pedagogische Academie scheurde met 60 km per uur was nu natuurlijk voorbij. Daar, in die enorme zaal kregen we de wonderen van het bestaan uitgelegd door professor Willem A. Wagenaar, die ook prachtige boeken schreef zoals De beste Stuurlui dempen de Put, en die ons haarfijn kon uitleggen hoe ons geheugen werkt en hoe onbetrouwbaar dat is. Hij is later nog bekend geworden met zijn getuige-deskundige verklaringen in het proces van Demjanjuk. Wij hingen aan zijn lippen, want het was een aimabele man, met altijd een keurig strikje en een razend interessant verhaal en het is doodzonde dat zowel Piet Vroon als Willem Wagenaar inmiddels al zijn overleden, maar ja, zo is het leven.

Ate Vegter, 24 november 2020

Kiezen voor het Galgeriet:
www.atevegter.wordpress.com/979

24/11/2020 08:50

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert