Geliefd monster

Door Luukwijmans gepubliceerd in Persoonlijke ervaringen

GELIEFD MONSTER

Hij stond te midden van druk pratende buurtbewoners en twee politieagenten. De agenten waren opgeroepen, omdat hij al weken bedelend voor de snackbar verbleef. Hij was uit huis gezet door mensen die dachten een pupje op de kop te hebben getikt. Maar hij groeide uit tot een reus die in dat woninkje in de Willem Schoutenstraat niet paste. Hij leefde van gulle giften met een voorkeur voor Patatje Oorlog. De agenten wisten niet wat ze met hem aan moesten. Ze sjorden aan hem zonder overtuiging richting hun volkswagentje om hem naar het asiel te brengen. Ze trokken wat aan het touw om zijn nek. Geen centimeter beweging. Hij had wel belangstelling voor mijn Belgische herderin. Hij liep met ons mee, trad binnen en bleef bij ons tot zijn dood ons scheidde. We noemden hem Bas.

 

Er werd  vaak gebeld door buurkinderen. Eerst waren ze angstig geweest, daarna gek op het zwarte monster. Mag ik Bassemannetje uitlaten? vroegen de kinderen van de Nederturkse buren, die dan trots met de Hellehond aan de lijn liepen. Hij groeide uit tot een monster, waar ze onder door konden lopen. Af en toe ontsnapte hij en kwam niet thuis, want hij burgerde nooit helemaal in. Dan werd hij teruggevonden bij een horecagelegenheid in de buurt. Maar Bas was er altijd als de meisjes kwamen logeren . Hij week niet van hun bed en in de ochtend bleek hij zich tussen nichtjes Jutta en Liz te hebben gefrommeld. Zij met armpjes om hem heen. 

 

In zijn element was hij als we na een lange looptocht bij het café aan de rand van de Haarlemmermeer Polder aanlegden. Overal werden we in de horeca met Bas geweigerd, maar hier werd hij hartelijk welkom geheten en op leverworst getrakteerd. Het café had geen vloerbedekking en toen ik een biertje vroeg, kon de barvrouw niet zo gauw een glas vinden.

 

De mannen lurkten aan hun fles en aan de bar zaten te bellen. Ze konden nu niet komen, omdat een klus was uitgelopen. “ Zo Sjaantje, lekker geneukt vannacht?” zei een van de mannen tegen de vrouw die binnen kwam. “Nou beter dan met jou, slappe lul” was haar antwoord. Bewonderend gelach was haar deel van de mannen, die niet op de reguliere arbeidsmarkt functioneerden. Scharrelaars. Slopers. Handelaartjes. Of ik nog een knap autootje nodig had. Of een gouwe kettinkje. Dan moest ik maar effe langskomen bij “ het kamp” aan de andere kant van de Ringvaart.

Toen ging me een licht op. Dit waren afstammelingen van polderwerkers. Losarbeiders, ploegwerkers bij het aanleggen van dijken en kanalen. Gravers. In de Bouw van  Badhoevendorp. Nooit teruggegaan naar de provincie. Een woonwagenkamp dat permanent werd, waar “we knapper wonen als in Amsterdam Zuid”.

 

Sjon de Sloper bestelde nog een happie leverworst voor Bas, die met zijn enorme kop op zijn voeten lag. Sjon vroeg wat ik voor Bas wilde hebben. “Noem maar een bedrag”. Hij haalde een dik pak biljetten uit zijn kontzak. “Als ik die hond op mijn landje heb, heb ik nooit van niemand meer last”. Iedereen lachte en wist dat  op zijn landje geen viooltjes groeiden.

Toen we de kroeg uitgingen was er nog een heftige discussie onder de mannen. Tot welk bedrag zou Sjon gegaan zijn?         

 

Luuk Wijmans Amsterdam 10-2-2019 (12-11-2020) 

        

14/11/2020 18:39

Reacties (4) 

1
15/11/2020 12:01
Bas was een kind van een Ierse Wolf en een Hollandse Herder Zevenblad
16/11/2020 14:02
Dan zat ik voor de helft goed...
Met het oog op het character van het dier zou ik zeggen dat Bas van beide rassen het beste meegekregen heeft. En dat ondanks zijn problematische jeugd.
1
15/11/2020 00:10
Heerlijk verhaal.
Zo'n hond had ik ook wel gewild...
Wat was het? Een kruising tussen een Newfoundlander en een Ierse wolfshond?
14/11/2020 23:51
Amsterdamse humor in een leuk verhaaltje.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert