Fietsend gestorven

Door Luukwijmans gepubliceerd in Persoonlijke ervaringen

FIETSEND GESTORVEN

Toen ik Kelderman in de Giro zag zwoegen merkte ik dat ik mee zat te trappen. Dat deed mijn opa ook als ik als kleine jongen naast hem zat in het Olympisch Stadion. Tijdens de baankampioenschappen en als de Nederlandse Tour de France ploeg gehuldigd werd. Gebruind in hun kleurige wielerkleding stonden ze in grote witte auto’s bossen bloemen zwaaiend naar het juichende publiek.

Mijn opa was gek op wielrennen. Opgegroeid in Bosschenhoofd, tegenwoordig deels behorend tot de gemeente Rucphen, tegen Sint Willebrord aan. Een Brabantse grensgemeente  waar Geert Wilders in later tijden bij elke verkiezing percentueel de meeste stemmen in Nederland zou halen.

Mijn grootvader ontvluchtte zijn geboorteplaats uit een familie waar de meeste geborenen “een kindeke voor onzen Lieve Heer waren”, waar Vincent van Gogh de armoegezichten van de Aardappeleters vastlegde, waar degenen die werkloos achter bleven boter smokkelden naar België of wielrenden. Fameuze wielrenners kwamen uit deze streek. Als ze na de etappe voor de radio geïnterviewd werden, zoals Wim van Est en Woutje Wagtmans verstond een buitenstaander er niets van.  Alle andere blijvers duidde opa aan als klootzakken, die op de kermis om de “waiven vochten op het mes”. Hij vertrok. Hij migreerde naar  Duitsland en woonde daarna steeds tijdelijk in veel Nederlandse plaatsen, waar hij bij gasfabrieken werkte, zoals in het Groningse Oude Pekela, waar mijn moeder geboren werd en als klein meisje aangeduid werd als Indiaantje vanwege haar afwijkende getinte zuidelijke kleur. Uiteindelijk  kwam opa in Amsterdam Oost in de Indische Buurt terecht. Hij mislukte als groenteman in de Eerste Atjehstraat, omdat hij in die crisisjaren een van de tevele ZZP’ers was. (Zelfstandige Zonder Poen en Pensioen). Na zijn failliet werkte hij tot zijn pensioen als monteur bij de wapenfabriek Hembrug. Ik logeerde vaak in het kleine huis waar nog een alkoof was en in het tuintje een ren voor de kippen en eentje voor de haan. Een ei met een beetje poep in de vroege ochtend uit het hok halen: groter genot bestond er niet.

 

Zijn Brabantse wielerwortels bleef hij trouw, elke uitzending, elke etappe aan de radio gekluisterd. Een uitgedoofde stomp sigaar tussen de lippen. Licht deed hij nooit aan. De radio verspreidde genoeg (groen) licht. Televisie heeft hij nooit gehad. Reclameblad de Echo hing aan een spijker in de wc. Toen ik hem bezocht in het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis had hij naar de tijdrit geluisterd waarin Jan Janssen van “dien Belg” Van  Springel net won. “Goddomme” wat had ie genoten. Zoveel plezier had hij in de negentig jaren van zijn leven niet gehad. Hij vertelde mij zijn verhaal, heftig zijn benen trappend in ronde beweging . Het zweet gutste van zijn voorhoofd. Toen ik hem bij het afscheid op zijn stoppelige wang kuste en hij “dag Lucasje” zei besefte ik niet dat het zijn laatste rit was geweest.

 

Luuk Wijmans

Amsterdam 27-10-20

29/10/2020 10:47

Reacties (1) 

1
03/11/2020 13:18
Leuk verhaal. Uit het (vroegere) leven gegrepen...
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert