1912 De reddende engel

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Het is een mooi ritje, zo even naar Alphen aan den Rijn. We hebben het vroeger tientallen keren gereden vanuit Rotterdam en één keer ben ik er op de fiets heen gegaan. Zeventig kilometer in totaal op mijn nieuwe bruine racefiets die jaren later op het Centraal Station Van Rotterdam gestolen werd. En altijd kwamen we langs Avifauna, de tuin van de vliegende dieren. Er is geen vogelpark waar ik zo vaak langs gereden ben.

Blue Car Sales ligt schuin tegenover Avifauna, een paar vleugelslagen voor een beetje vlieger. Ik parkeer de Volvo en zie de vlaggen wapperen. De mooie, groene Volvo staat uitnodigend te wachten. Kom maar, fluistert hij terwijl ik er langs loop, maar ik moet eerst nog even naar binnen: ‘Kopje koffie?’ nodigt de verkoper mij aan tafel, maar ik moet eerst even plassen en koffie wil ik graag na de proefrit, want daarvoor ben ik gekomen. 

Even later lopen we naar de auto, terwijl hij mij de sleutels overhandigt. Ik stap in en zet de stoel goed terwijl ik het uitzicht bewonder. Een zee van auto’s en een verkoper die de groene kentekenplaten bevestigt. Wanneer hij opstaat groet hij mij en ik rij weg. Eerst even langs Vondelstraat 9, dat is het enige adres dat ik hier ken. Dan naar de snelweg en dan toch maar weer terug. Het houten stuur past zo goed in mijn handen, dat ik het nooit meer loslaat. Dit is mijn auto.

Wanneer ik het terrein weer oprijdt, staat de verkoper zorgelijk te wachten met naast zich een engel. De kraakheldere vleugels reiken naar de hemel en passen goed bij zijn stonewashed spijkerbroek en witte T-shirt. De engel heeft een grote, grijze Duitse Dog aan de lijn. De verkoper loopt op mij af. Ik draai het raampje open: ‘Dat rijdt geweldig!’ ‘Ja, maar we hebben wel een probleempje.’ ‘Klopt,’ zeg ik, ‘de cruise control doet het niet.’ ‘Deze meneer hier,’ zegt hij terwijl hij op de engel wijst, ‘belde mij vanmorgen voor een afspraak en ik dacht dat u dat was.’ ‘Hij heeft de eerste rechten, bedoel je?’ ‘Ja, helaas wel.’ De engel kijkt belangstellend om zich heen en klappert wat met zijn vleugels, maar hij vermijdt elk oogcontact wanneer ik hem aankijk. De hond trekt aan de lijn. Ik voel een grote opluchting door mij heen slaan: ‘Dat scheelt mij een beslissing,’ zeg ik, terwijl ik uitstap en bedenk hoe goed het hondenrek nu van pas zal komen. Ik loop naar mijn eigen Volvo en hoop maar dat deze reddende engel zich niet te veel zal storen aan de versleten bekleding en de gaten in de vloermatten. Misschien hebben de mensen wel gelijk en moet ik in een iets duurder segment gaan zoeken.

Ate Vegter, 23 september 2020

www.atevegter.wordpress.com

 

 

23/09/2020 09:05

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert