1910 Een nieuwe Volvo

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

5ea8c30588c8643e05acba4cd033a932_medium.

Morgen is de grote dag. Dan ga ik de beslissing nemen. Zullen we in de mooie, rooie Volvo 240 blijven rijden, mijn apengatje, mijn gouden koets, onze trouwe metgezel in de afgelopen negen jaren, of zal de bijl vallen en een prijs afgesproken en zal ik hem inruilenen en laten staan bij Blue Car Sales, als er tenminste niemand reageert op mijn aanbieding op Marktplaats, want daar staat hij echt te geef en niemand die reageert, zelfs geen ruim bemiddelde plaatsgenoot die het rode monster zo graag voor het plaatselijke stadsbeeld wil bewaren. Het is nog in de toekomst verborgen wat het zal worden. En reken je niet te vroeg rijk, want het kan nog alle kanten op.

Ik herinner mij dat ik ooit met mijn vader een auto ga kopen. We hebben in die tijd een Renault Dauphine, een heerlijk, lief autootje, in onderhoud op de Molzerstraat, welke garagist mijn vader bij een reparatie of beurt altijd komt halen en brengen, zo gaat dat in die tijd. Maar die Dauphinetjes hebben ook niet het eeuwige leven, al zie je ze af en toe nog wel eens staan, je ziet ze toch het vaakst in oude films van Parijs.

Anyway, wij gaan samen een andere auto kopen. Dat vind ik al een heel avontuur, dat ik samen met mijn vader iets belangrijks ga doen en we rijden naar een sloperij aan de rafelranden van Rotterdam. Ik weet ook niet waarom mijn vader niet gewoon even op Marktplaats kijkt, maar we beginnen te zoeken op een sloperij. Daar staat een prachtige crèmekleurige DKW, met zo’n bolle neus en die fraaie, schuine achterkant die je verder nergens ziet. We stappen in en mijn vader start de auto. Het meest kenmerkende van een DKW, later opgenomen als een van de vier cirkels van Audi, is het geluid. Dat hakkelende, tokkelende motorgeluid, pok, pok, pok, pok, pok, dat doet-ie voortdurend. Daarom is het ook zo’n rustgevende auto. We rijden een rondje en mijn vader besluit de auto niet te nemen. Ik vind het verschrikkelijk. We rijden terug in de Dauphine en ik kan mijn teleurstelling nauwelijks onderdrukken, maar mijn vader kijkt rond alsof hij een hele verstandige beslissing heeft genomen. Hij geeft richting aan, remt voor de bocht en geeft gas in de bocht en rijdt als een heer in het verkeer naar huis.

‘En?’ vraagt mijn moeder. ‘Het was niks,’ zegt mijn vader. Ik hoor enige berusting in zijn stem, hetgeen mij troost, omdat ik nu kan denken dat hij het liever wel had gedaan.

Ate Vegter, 21 september 2020

www.atevegter.wordpress.com

 

 

21/09/2020 09:55

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert