Ik ben Enim deel1

Door San Daniel gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

                                          cdfcd7a79a4837205c056669e083372c.jpg

Het was vroeg in  de ochtend toen ik de deur achter mij sloot en mijn schreden richting centrum richtte. Het was fris die ochtend en ik besefte dat de herfst op het punt stond aan te vangen. Ik genoot van de scherpte in de lucht die je neusgaten prikkelde en glimlachte voor mij uit. Het zou niet lang meer duren eer je warm gekleed naar buiten zou gaan en ik dacht aan de trekvogels die ik gisteren hoog in de lucht had gezien, zij beschreven grote cirkels en ik wist dat zij aan het groeperen waren om binnenkort onze streken te verlaten.

Het was de tijd van het jaar van transitie, net als vogels die hun wegen zochten naar andere streken, dwarrelden dan je gedachten. Ik had dat altijd sterk gehad, dat zoeken naar de nieuwe ik, in een nieuwe tijd. 'Opera,' dacht ik, of 'musea' die tijd van het jaar. Maar een boom die haar bladeren verloor veranderde ogenblikkelijk mijn gedachtenstroom en een strofe drong zich op van een Andalusische dichter. 'San,' dacht ik mij te herinneren.

'...En als bladeren, rottend in de goot liggen.

De banden verbrekend, wegdwarrelend, hard geworden en uitgedroogd,

hun weg toch vinden. Het leven blaast, blaast altijd weer

levens kapot.

het wordt herfst, herfst in mijn hart.'

Zo heette het, wist ik met zekerheid, 'herfst in mijn hart!'

Het is een vergelijking bedacht ik, maar wat werd met wat vergeleken? Iets of iemand of meerderen die alhoewel zij de eigen weg gezocht hebben kapot gemaakt worden. Maar wat maakt in de strofe die entiteit kapot?

Het leven, doet dat, besefte ik en ik glimlachte voor mij uit, ik had altijd al van tekstbegrip gehouden. Dat was het meest logische, leven doet ontwikkelen, je verbreekt oude banden en je vindt je weg, maar je onschuld verdwijnt gaanderweg en hetgeen waar je deel vanuit maakt, het leven, zuigt je leeg en laat je uitgedroogd achter.

De individu of een groep werd vergeleken met bladeren, die eerst pril en groen zijn maar uitgedroogd eindigen, wegrottend.

                                  2ef91a7e7e9036ddb0284d7aded162a5_1349850

Herfst is ook de één na de laatste fase van het jaar voor de winter haar zuiverend werking heeft en het nieuwe jaar zich aankondigt. Zou de dichter dat bedoeld hebben, was het een reflectie op zijn eigen leven geweest of een observatie van wat hij tijdens zijn levensweg had gade geslagen? Herfst doet dat met je. De blaadjes dwarrelen door de wereld voor zij hun rustplaats vinden en net als je gedachten, blazen zij door het doolhof van oneindig veel richtingen.

Daar komen wij nooit meer achter, bedacht Galiber, wij kunnen het de dichter niet meer vragen. De laatste jaren had de ziel van Andalusïe, zoals hij wel schertsend genoemd werd in artikelen, zich afgezonderd, teruggetrokken in een grot. Een buurboer was de laatste die hem gezien had, hij had gezwaaid toen hij hem uit zijn grot zag komen en geroepen, ' hola San donde vas' (he San waar ga je heen) en San had zich omgedraaid en hem met een scherpe blik aangekeken.

De herfst heeft mij ingehaald,' had hij met luide stem verkondigd, 'ik word geroepen..' en hij was de berg opgelopen en verdween uit het zicht en werd nooit meer gezien.

Bizar wel, dacht ik en ik schrok op door een luid getoeter, ik sprong opzij, een vrachtwagen miste mij op een haartje na. 'Beter opletten, Galiber', vermaande ik mijzelf. Was ik haast een rottend blad geweest.

Toen ik bij mijn favoriete terras kwam kon ik kiezen uit alle vrije tafeltjes. Het was nog vroeg en de meeste klanten zouden liever binnen zitten dan buiten. De tijd van twijfel en kiezen brak aan, zou ik zwarte koffie nemen of een beker warme thee. Daar zat ik, te mijmeren over één uit twee keuzen, terwijl de steeds drukker wordende mensenmassa op weg naar hun werk, mij passeerden. Ik voelde het voor ik het zag, ik werd gezocht. In de mensen massa was een man, een lange man die vorsend om zich heen keek en toen zijn ogen op mij vestigde. Ik wist dat hij naar mij toe zou komen en het leek of de tijd stil stond en dat wij verbonden waren door zijn blik.

Hij stopte voor mijn tafeltje, 'dat was een lange reis,' zei hij. 'Ik zou voor de koffie gaan, als ik u was.' Ik kon alleen maar luisteren en kijken. Hij schoof zijn stoel weg en wenkte de kelner, 'twee zwarte koffie,' gebood hij en toen lachte hij op een grimmige manier en voegde toe, 'zo zwart als je ziel'.

Ik hervond mijn evenwicht, 'en wie mag u wezen', vroeg ik? 'Ik ben Enim,' zei de man,' een naam die je niet meer zult vergeten.'

San Daniel 2020

 

lees ook deel 2

 

 

18/09/2020 16:12

Reacties (3) 

26/09/2020 18:55
Vraag me af hoe dit verhaal zich zal ontwikkelen. Ontdekte dat er reeds meerdere delen zijn. Dus snel op naar deel twee...
1
19/09/2020 01:41
Zo, daar begint weer iets...
Ik verheug mij al op het vervolg.
Een raadselachtige naam: een Latijns voegwoord dat 'namelijk' betekent. Klinkt behoorlijk eigenwijs!
19/09/2020 15:15
idd een voegwoord... dat omstandigheden uitdrukt tussen twee mogelijkheden
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert