1901 Er gaat niets boven

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Po√ęzie

Groningen, dat is een mooie stad. En je kunt er zo naar toe. Met de trein en de fiets en lopen, als je maar dichtbij genoeg woont, zeg Sappemeer of Marum. Wij gaan met de Volvo, want wij komen van verre, dat is waar wij wonen, in een streek hier ver vandaan, achter de grote zee, waar we langs rijden door de polder en dan nog een stuk over het oude land, Joure, Heerenveen, langs de afslag Marum, Kornhorn, Grootegast, waar mijn moeder geboren is.

Ik kan het bijna niet geloven dat het nog bestaat en dat de ANWB en een bord heeft neergezet, voor het geval ik zou willen terugkeren naar het verleden. Hoe lang geleden was ik hier, dat die foto gemaakt werd met opoe en opa, moeder, Wobbe, Elsje en ik? Bijna zestig jaar. Alleen Els en ik leven nog, van dat groepje. Zo neemt de tijd ons allemaal weer mee.

Maar eerst nog naar Groningen. We gaan naar Lente en haar familie. Sofieke en Lente hebben elkaar van de zomer leren kennen op de Lemeler Esch. Ze zien elkaar en een vriendschap is geboren. Ze zijn vanaf het begin onafscheidelijk, en als Lente verder gaat en wij weer naar huis, zwaaien en appen ze tot ze elkaar weer zien. Ze wonen in Eelde, van die vliegtuigen, dat is net zo ver van Groningen als Monnickendam van Amsterdam.

Het is een hartelijk weerzien en we pakken de draad weer op alsof tijd niet bestaat, wat wel zo is. Piep gaat met Lente naar de kittens kijken even verderop en Lief en ik gaan de stad in. We parkeren bij de Rademarkt en lopen langs het Schuitendiep naar het Forum. Ik had er al iets over gehoord, een nieuw controversieel gebouw in Groningen waar iedereen het over heeft. Er staat een lange rij voor de ingang. Een jongen vraag vriendelijk maar verveeld of we ons gezond voelen, we desinfecteren onze handen en dan mogen we naar binnen. Allemachtig, wat een imposante entree. De roltrappen vliegen als engelenbanen naar boven zover het oog rijkt en vanuit links worden we aangegrijnsd door een meer dan levensgrote Shaun het schaap. Er is een Groningen-winkel waar we een T-shirt en wat souvenirs komen en er is een hele grote bibliotheek en een bioscoop. Er zijn eindeloos veel hippe zitjes en werkplekken en nog een leuke winkel en nog veel meer en we gaan alle roltrappen op naar duizelingwekkende hoogte en dan staan we in de regen op het dak. Het is gelukt. We zijn boven Groningen. Pal naast de Martinitoren.

Ate Vegter, 13 september 2020

www.atevegter.wordpress.com

13/09/2020 08:19

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert