1853 Een mooie vangst

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Het is geen gemakkelijk dag voor Tommy. Gisteren is hij al de hele dag op stap geweest om pas om half vier ’s middags weer thuis te komen, als een puber na een feestje, onschuldig uit zijn kleine kattenogen glurend, snel doorsluipend naar de bakjes met eten. Vandaag is hij om onverklaarbare redenen de hele dag thuis, een beetje rommelend in de tuin, werkend aan zijn zwemlessen, hij oefent droog met een grote zwemband op het gras, maar het zal mij toch wel benieuwen of hij doorzet wanneer we de band in het water gooien.

Hij maakt noodgedwongen steeds meer ruimte voor Lilly, al is hij nog steeds boos op ons dat wij zijn territorium aan een kleine kitten hebben weggegeven en we vinden het nu lastig om hem het gevoel te geven dat hij nog steeds de eerste, echte, oorspronkelijk poes met de oudste rechten is. Zo moet hij het voor zijn gevoel allemaal zelf oplossen en tijdens de terug-van-vakantieborrel met de buren gaat hij tot onze grote schrik rücksichtslos het gevecht aan met de kleine Lilly, die fors van zich af mept. We zien het maar als spel, zoals hij dat ook speelt met Bob, de buurpoes die altijd gezellig met Jens meekomt. Bob loopt achteloos over de schutting en smikkelt graag van de worst waar Tommy zijn neus voor optrekt.

Later trekken de wolken wat weg en schikt hij zich in het lot van woningdeler. Hij is voor het eerst in lange tijd de hele avond thuis zonder verder noemenswaardige schermutselingen. Wanneer wij naar bed gaan is het voor hem echter wel genoeg geweest en bij de deur miauwt hij of hij nog naar buiten mag. Hij weet wel dat het kattenluikje voor hem altijd open staat maar gedraagt zich graag als de kleine Prins voor wie je met liefde even de deur opendoet.

Met dat hij naar buiten schiet slaat de regen met een forse windvlaag naar binnen en ik heb onmiddellijk spijt dat ik hem zo in dit hondenweer naar buiten heb gelaten. Ik loop naar de deur van de werkkamer om hem terug te roepen. Hij zit inmiddels onder de nieuwe tuintafel, maar komt nog niet direct.

Dan schiet hij plotseling naar de schutting en even snel weer terug onder de tafel. Hij heeft iets in zijn bek en loert met vlammende panterogen om zich heen. Ik open de deur nog wat verder en spreek hem liefkozend toe, door het geraas van de regen heen. Dan schiet hij naar binnen, met muis en al, wat die heeft hij zojuist gevangen. Hij nestelt zich als een echte schrijverspoes onder het tafeltje met de printer en begint het spel op leven en dood met de muis. Ik laat hem verder met rust. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om hem na zo’n moeilijke dag deze trofee te ontfutselen, afgezien van de vraag hoe je dat dan zou moeten aanpakken. De volgende dag is de muis met huid en haar verslonden. Ik begrijp nu waarom hij zijn neus optrekt voor een stukje worst..

Ate Vegter, 27 juli 2020

www.atevegter.wordpress.com

 

27/07/2020 07:56

Reacties (1) 

1
27/07/2020 11:47
Katten...het blijven bijzondere beesten. Die van mij bracht altijd vogeltjes thuis. En dan keek ze je echt aan met zo'n blik van "heb ik toch maar mooi even voor je gevangen".
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert