Koele wraak ( Vendetta ) 20

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 19: http://tallsay.com/page/4295002603/koele-wraak-vendetta-19

            2ff59c2de1cddeb9b5ccbc08833844c9_medium.

 

                                                                20.

 

Het terras van Les Pins Parasols was slechts matig bezet. Dat kwam vermoedelijk door de wat straffe wind uit zee die precies schuin over het terras stond, met het gevolg dat af en toe zand en stof in wolken werd meegevoerd, alles en iedereen als het ware zandstralend. Maar in de meest noordelijke hoek van het terras was het goed te aarden en was het terras ook aardig bevolkt met vakantiegangers en plaatselijke bewoners.  Door de wat hogere ligging van het etablissement, met het rondom gelegen terras, was Les Pins Parasols een populaire ontmoetingsplek voor veel inwoners van de Marseille en omgeving.  Men kon vanaf het terras over de vele fraaie pijnbomen heen kijken en zelfs het gebeuren op een der stranden enigszins in de gaten houden. De vier mannen, gekleed in nette kleding, zonder colbert en stropdas zaten onderuitgezakt op hun stoelen onder een mega grote zweefparasol aan een tafeltje, waarop een fles pastis en twee karaffen met water stonden.  De terraskelner, een jongeman van Noord-Afrikaanse origine met een litteken boven zijn linkeroog, melde zich aan het tafeltje bij Jean Pierre Brosschard met de vraag of alles naar wens was of dat men iets anders wilde drinken.

   ‘Een flinke karaf met ijsblokjes zou prettig zijn,’ gromde Jean Pierre. ‘En breng ons een paar kaasplankjes met gemengde Franse en Hollandse kaas zodat we af en toe een hapje kunnen nemen.’

   ‘Komt er gelijk aan, heren,’  De terraskelner verdween vervolgens haastig naar binnen.

De wind trok weer wat aan en liet de grote parasoldennen waaraan het etablissement zijn naam dankte buigen en knikken.  

   ‘Smerige rot Scirocco,’ zei een der mannen. ‘Die hete tering wind went nooit vind ik zelf.’

   De aanwezigen knikten even bevestigend.

   ‘Goed om verder te gaan; dus je weet zeker dat die vervloekte meid de boodschap heeft begrepen,’ vroeg Jean Pierre Brosschard, een lange magere man met donkergrijs haar van een jaar of zestig aan een jongere man die tegenover hem zat. De andere twee mannen, beiden vijftig plussers zeiden niets maar luisterden slechts aandachtig naar de zich verder ontwikkelende communicatie van de twee andere mannen.

   ‘Ja… daar ben ik van overtuigd. Ik heb zelf de boodschap ingesproken en deze vervolgens met een versluierd signaal via de satelliet op haar mobieltje doorgegeven.’  De man grijnsde na deze woorden. ‘Wat betreft de herkomst van dat bericht… daar komt ze nooit achter.’

   ‘Nou dan moeten we maar afwachten hoe ze hierop gaat reageren. Maar let op mijn woorden: Ik zeg jullie dat ze zich niet laat afschrikken, doch daarentegen gewoon verder gaat met wat ze van plan is te gaan doen.’

   ‘En wat denkt u dat ze van plan is te gaan doen,’ vroeg een der andere mannen met enig respect in zijn stem aan de oudste spreker.

   ‘Klets nou niet man. Wat denk je zelf… Uiteraard gaat ze zich kandidaat stellen om aan dat onderzoek mee te doen. En de pest is dat we dat ook nog eens heel moeilijk kunnen tegenhouden. Het is uiteindelijk een openbare inschrijving. En daarbij is ze uiteindelijk ook nog eens een kei op haar terrein. Komt bij dat ik van Missud heb begrepen dat er zich nog geen enkele andere kandidaat met het zelfde specialisme heeft gemeld.’

   ‘Met ander woorden: we kunnen niet om haar heen. En de tijd dringt…’

   ‘Ja, wat die tijd betreft, daar heb je absoluut gelijk in.

   ‘Wat ik zeggen wil, Jean Pierre. Weet je wel heel zeker dat de dood van die twee geitenfokkers aan deze meid is toe te schrijven,’ vroeg een der mannen die tot dan toe had gezwegen. Het was een patserig uitziende vijftigplusser met gouden kettinkjes om de hals en een peperduur goudenhorloge om de gebruinde linkerpols. ‘Hetgeen je suggereert, dat is me nogal wat. Ik vraag me dan ook af hoe je tot die conclusie bent gekomen.’

   ‘Luister nou eens goed, Pablo. Zo moeilijk is het toch niet om die conclusie te trekken. Van alle ondervraagde personen waren zij en haar oom de enige die een hard motief hadden. Die oom van haar had een stevig alibi zodat deze jongedame als enige echte verdachte overblijft.’

   ‘Ja… maar overtuigend bewijs ontbreekt natuurlijk wel.’

   ‘Dat is waar. Maar ik ga in deze kwestie toch maar liever op mijn eigen gevoelens af dan op dat gewauwel van de politie. Waarbij ik wil aantekenen dat commissaris Leon het ergens wel met mij eens is. Ook al ontbreekt hard bewijs nog altijd.’

   ‘Leon had gewoon beter zijn best moeten doen,’ grauwde Pablo Del Corte. ‘Uiteindelijk betalen we die klootzak genoeg om een paar stappen harder dan gebruikelijk te lopen.’

   Die opmerking kreeg bijval. Er werd wat gegrinnikt alvorens Pablo weer het woord nam. ‘Als ik het goed heb begrepen is die meid thans nog enige overlevende van die familie waarvan ik de naam hier liever niet uitspreek. Maar er is iets dat jullie goed moeten onthouden. Die juffrouw is niet voor de poes. Via mijn kanalen heb ik begrepen dat ze een absolute topschutter is. Zowel met pistool als met het geweer. Daarom sluit ik mij, voor wat betreft de mening van mijn compagnon Jean Pierre, aan bij zijn getrokken conclusies met betrekking tot die meid.’  

   ‘Juist. Mijn dank voor je mening, Pablo. Maar laten we nu even het kardinale punt aanhalen waarom we hier met elkaar vergaderen en dat niet zoals gebruikelijk, op het kantoor doen. We zitten ook met het probleem van Oscar. Onze dierbare neef en dronkenlap die – nondesju – ook nog eens als klap op de vuurpijl, de moeder van die meid moest doodrijen. En pas op; dat zal vast en zeker gevolgen gaan krijgen, ook al probeert commissaris Leon dat proces van onderzoek op alle mogelijke toegestane wijze te vertragen. Maar eens komt het uit. En hoe zal die meid, die Claudia dan reageren vraag ik mij af.’

   Pablo wond er geen doekjes om. ‘Ze zal precies zo reageren als dat ze – zoals wij vermoeden – ook in de zaak van die twee Sciara broers heeft gereageerd.’

   ‘Met andere woorden; we raken verwikkeld in een bloedige vendetta. Is dat wat je bedoeld,’ vroeg een der andere mannen.  

   Pablo zweeg even en nam een slokje van zijn pastis. Het leunde achterover, sloot even zijn ogen en mompelde:  ‘Ik vrees dat we daar ernstig rekening mee moeten houden. Ze heeft in mijn beleving reeds de eerste klap uitgedeeld door die Sciara zakkenwassers te doden. En laten we blij wezen dat ze het daar bij heeft gelaten. Want uiteindelijk zijn Jean Pierre en onze Francesco eveneens doelwit in deze ontstane situatie.’ 

   ‘Daarom moeten we koste wat kost die meid van ons bouwproject weghouden,’ vond Jean Pierre. ‘Ik zal met Missud overleggen hoe we dat gaan oplossen.’

   ‘Heb je daaromtrent al een idee over.’

   ‘Nog niet. Maar ik bedenk wel wat creatiefs. Laat dat maar aan mij over. Ik heb contacten genoeg die dat heel subtiel kunnen organiseren…'

   'Misschien moeten we het nog iets directer aanpakken, Jean Pierre,' vond Pablo. 'Ik heb wel een contact die dat heel subtiel, definitief kan afhandelen.'

   'Heel definitief bedoel je.'

   'Ja...' 

   'Prima... dat doen we. Maar regel het zo dat er absoluut geen link naar ons is.'

Uiteraard had Claudia geen idee wat er op dat Marseillaans terras werd besproken. Ze zat enkele dagen na het gesprek van die Del Corte mannen op het terras van Les Pines Parasols, uiteindelijk ver van het Franse vasteland in de door haar gehuurde zomerbungalow achter de computer haar bankoverzichten te bekijken. Het saldo op haar rekeningcourant bedroeg zo’n honderdveertigduizend euro. Op de spaarrekening stond ook een kleine driehonderdduizend euro terwijl de rest van haar vermogen dat ze uit erfenis had verkregen op een nummerrekening  bij een bank op de Caymaneilanden stond. Met een glimlach om haar mond zag ze dat er in totaal reeds een kleine drieduizend euro aan rente op de verschillende rekening was bijgeschreven. ‘Niet slecht in een tijd dat de bankrente zowat tot op twee procent is teruggezakt,’ mompelde ze terwijl ze de computer afsloot. Ze liep opgewekt naar buiten om een blik te werpen in de postbox. Op de slingerweg die naar de bungalow leidde was geen kip te zien. Ze veegde even met een wit doekje over haar voorhoofd terwijl ze naar de postbox aan de weg toeliep. Het was een snikhete dag. De hitte drukte als een zware warme deken over het landschap. Toen Claudia bij de postbox aankwam kwam er een verbaasde trek op haar gelaat. Ze keek met verwondering naar de kleine gele postbox  waar een soort pakje uitstak. Een klein pakketje leek het. Een smal langwerpig dun pakketje gewikkeld in bruin pakpapier. Het paste kennelijk niet helemaal in het postboxje, vandaar dat de klep iets omhoog stak.

   ‘Wat is dat - chi hè què,’ mompelde ze verbaasd. Ze wilde juist de klep van de postbox oplichten om het pakketje er uit te halen toen haar mobieltje zich liet horen.

   ‘Er zit iets voor u in de postbox,’ vertelde een onbekende mannenstem haar in het Frans met een zwaar Occitaans accent.

   ‘Wie bent u eigenlijk. Waar heeft u het over?’ 

   Er kwam geen reactie meer.

   De verbinding was direct na de woorden van de man verbroken. Omdat de postbox op een goede twintig meter van haar woning stond kon ze vanuit het huis niet zien of er inderdaad iets in de postbus was gedaan. Terwijl ze ook geen auto van La Poste voor had zien rijden.

   Claudia liep, gedreven door nieuwsgierigheid, naar de postbox toe en bleef even vervolgens even in gedachten verzonken naar het gele metalen postboxje staan kijken.

   ‘Verdomd… er zit een pakketje in,’ mompelde ze. Ze stak haar hand uit om de klep te openen om het in het boxje gefrommelde pakketje er uit te halen. Maar een plotseling opkomend onbestendig gevoel in haar lijf waarschuwde haar om met haar handen van die klep af te blijven. Daarbij klopte er gewoon iets niet realiseerde ze zich met een schok.  Ze kreeg uiteindelijk op dit tijdelijke schuiladres vrijwel nooit post en al helemaal geen postpakketjes. Terwijl postpakketten altijd aan de deur werden afgeleverd terwijl er voor ontvangst moet worden getekend. 

   Ze luisterde even voorzichtig aan de klep van het bekende Franse postboxje maar kon geen ander geluid waarnemen dan het krijsen van een vogel in een eikenboom boven haar.

   Nondesju wat nu te doen…

   Eigenlijk wist ze wel haast zeker dat dit foute boel was. Dat er een of ander explosief in dat pakketje kon zitten. Of misschien wel een gevaarlijk giftig reptiel, of wie weet wat criminelen nog meer in hun hoofd halen om een tegenstander op subtiele wijze te elimineren. En dan dat vreemde telefoontje. Misschien gingen de criminelen er van uit dat ik anders misschien die postbus pas over een week of twee zou openen, dacht ze. Gelijktijdig schoot het door haar gedachten dat er eigenlijk maar een mogelijkheid was om zekerheid te krijgen omtrent de inhoud van dat geheimzinnige pakketje. Al was die oplossing wel heel rigoureus qua aanpak.

   ‘Dit is vast en zeker een poging van de Del Corte clan om van mij af te komen,’ zei Claudia terwijl woede zich van haar meester maakte. ‘Nou mannen, hopelijk kijken jullie van een afstand mee hoe ik het brandend Aardse ontstijg. Nou… vuurwerk krijgen jullie. Wacht maar even af.’

Uiteindelijk nam ze de beslissing om het pakketje gewoon uit de postbox te schieten. Niet met de Lupo, al zou dat het meest eenvoudig, maar ook het meest gevaarlijk zijn. Maar in plaats daarvan zou ze haar Remminton geweer gebruiken. Dat leek haar een betere oplossing omdat ze dan van grotere afstand van de postbox kon blijven.

   Nadat ze in huis het geweer in elkaar had gezet, het vizier had gemonteerd en ingesteld en een vol magazijn in de houder had geschoven, ging ze achter een terrasmuurtje staan en richtte het geweer op het midden van het postboxje. Ze zette het vizier op scherp, richtte nauwkeurig en drukte af.

   Het resultaat mocht er wezen…

   De explosie die het gevolg was van haar actie vaagde niet alleen de postbox weg, doch liet eveneens vrijwel alle ruiten van de woning sneuvelen terwijl een wolk van steen en metaalsplinters door de lucht schoot en steenfragmenten haar wangen beschadigden. Claudia viel door de luchtdrukverplaatsing achterover tegen een zonnescherm aan. Even bleef ze volkomen versuft liggen. Het geweer was uit haar handen verdwenen en lag enkele meters achter haar tussen de heesters. Toen ze na een paar seconden wat versuft opstond haalde ze een hand over haar gelaat. Er liep er bloed van haar gelaat over haar kleding. In de verte hoorde ze stemmen opklinken. Iemand schreeuwde dat er een gasexplosie was geweest. Beneden haar nabij het dorp waren de sireneklanken van een gendarmerieauto waarneembaar. Claudia pakte haar geweer en strompelde over het in de hal op de grond liggende glas naar binnen  

   ‘Nu is het verdomme echt oorlog,’ was het eerste wat ze voorzichtig mompelde.  ‘Ik zal jullie krijgen, smerige moordenaars,’ Ze borg het geweer rap in een kast op en liep naar de badkamer om zich iets op te frissen en de schrammen op haar gelaat te behandelen. Buiten waren reeds de stemmen van enkele buren te horen. De gendarmes zouden ook wel direct arriveren. Weinig tijd om een goed verhaal in elkaar te zetten, dacht ze. Maar goed; ze had wel voor hetere vuren gestaan. 

Vervolg kunt u lezen in deel 21; http://tallsay.com/page/4295002673/koele-wraak-vendetta-21

© Leonardo

31/05/2020 23:35

Reacties (4) 

01/06/2020 20:51
Allemachtig ..dat was geen k.ttepis
01/06/2020 19:46
oei, dat was even heftig.
1
01/06/2020 12:41
Hoe komt de tegenpartij eigenlijk aan haar mobiele telefoonnummer en aan haar adres?
Door haar sollicitatie?
Dan hebben de boeven inderdaad een goede inlichtingendienst.
Eens zien wat de politie ervan zegt.
1
01/06/2020 14:03
Precies, daar zit het zwakke punt en het lek...
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert