Koele wraak ( Vendetta) 17

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 16:  http://tallsay.com/page/4295002512/koele-wraak-vendetta-16

             2ff59c2de1cddeb9b5ccbc08833844c9_medium.

 

                                   Boek 2.

                                                      

                                                        deel 17.        

 

Het was inmiddels zaterdag zes oktober van het jaar 2012.  Claudia stond te samen met Jean François Bournoul, een plaatselijke onroerendgoedmakelaar, voor de oude boerderij van haar oma te praten. Het woonhuis van haar oma werd in de verkoop gezet. Het leven van haar oma was inmiddels op een trieste wijze beëindigd. Er was trouwens veel gebeurd in de afgelopen jaren. Zelf had ze inmiddels zowel haar studie geologie als haar studie Engels aan de universiteit van Montpellier afgesloten. Ze had daar keihard voor gewerkt en was trots als een pauw dat ze voor haar Engels - summa cum laude - was geslaagd. ‘U heeft absoluut een gevoel voor vreemde talen,’ had de rector van de universiteit haar later tijdens een receptie gezegd. ‘Uw Engels is vrijwel accentloos. Heel knap…’

Op zichzelf een fijne felicitatie, maar in haar hart heerste droefheid.

De naaste familieleden waren haar inmiddels allemaal ontvallen. Eerst viel haar geliefde oom Henry weg als gevolg van een slepende ziekte. En een half jaar later overleed haar tante Annabelle als gevolg van hartfalen.

Het was een grote schok voor Claudia geweest. Niet alleen vanwege het overlijden van haar naaste familie op het Franse vasteland waarmee ze een hechte band had, maar als toppunt van alle ellende te samen was ook haar grootmoeder anderhalve maand geleden door een ongeluk overleden.

Drie naaste familieleden in een kleine twee jaar tijd.

Hoe was het mogelijk.

Afschuwelijk…

   Claudia had het vooral moeilijk met de dood van haar oma. Of eigenlijk, met de wijze waarop ze om het leven was gekomen. Het was een aanrijding geweest. Althans dat had de politie haar verteld. De aanrijding had plaatsgevonden tegenover het kleine kapelletje aan de rand van de weg. Het kapelletje dat haar oma altijd even bezocht op weg naar huis, na een bezoek aan de bakker. Het was haar vaste plek om even uit te rusten van de inspanningen. Om een kaars aan te steken en om even te bidden. Ze was al voorzichtig weer op weg naar huis en lip aan de linkerkant van de weg toen ze vanachter werd aangereden door een auto. Ze sloeg met het hoofd tegen de stenen muur van een waterloop naast de weg.  Die harde aanraking met de stenen was fataal. Gelukkig voor haar was ze wel gelijk na de klap overleden…

Wat ze uiteraard niet meer had meegemaakt was, dat de bestuurder van de auto - na de fatale aanrijding - gewoon was doorgereden…

Met name bezien vanuit dat specifieke gezichtspunt was Claudia enorm geschokt en bedroefd. Hoe kon je op klaarlichte dag iemand aanrijden met dodelijk gevolg en dan ook nog gewoon doorrijden… Het was dagenlang de woelende gedachte die haar gemoed beheerste. Maar helaas; politioneel onderzoek had nog niets opgeleverd. Er was geen spoor van de automobilist te vinden die deze noodlottige aanrijding op zijn geweten had.

De doodrijder liep of reed nog gewoon ergens vrij rond.

Schande… 

   Vanuit financieel oogpunt bezien was Claudia er wel goed uitgesprongen.  Oom Henry en tante Annabelle hadden een testament laten maken waarin Claudia als enige erfgenaam werd genoemd. En dat zelfde gold, nu haar zoon Henry reeds eerder als erfgenaam was weggevallen, ook voor haar oma Jeanne. Al was de erfenis van de kant van haar grootmoeder slechts van een meer symbolische aard. Gezien haar tragische ongeval en de slechte staat van onderhoud waarin de boerderij zich bevond. Maar hoe dan ook. Claudia kon na de verkoop van het domein van Henry en Annabelle, na aftrek van hypotheek, belastingen, en notariskosten, een kleine zevenhonderdduizend euro op haar bankrekening bij laten schrijven. En daar zou na de verkoop van de boerderij van haar oma, wellicht nog een kleine dertigduizend euro bijkomen. Al met al een aardig startkapitaal voor een net afgestudeerde Engels talige Corsicaanse geologe.

   Ze wist nog niet precies wat ze zou gaan doen. Haar mentor had haar geadviseerd verder te studeren en haar passie voor geofysica door te zetten in een verdere specialisatie. Het zou haar een dissertatie kunnen opleveren. Als dat zou lukken – en haar mentor – was daar heilig van overtuigd dat ze dat kon, dan lag de weg voor haar open om als wetenschappelijk medewerker en onderzoeker bij de faculteit betrokken te blijven. Terwijl er, als ze dat niet zou willen, natuurlijk allerlei interessante, zeer goed betaalde commerciële projecten lonkten voor een goede geoloog-geofysicus met analytische capaciteiten. Daarbij had Claudia haar studiekeuze goed uitgezocht. Want met haar kennis van de Engelse taal openden zich deuren die zonder die talenkennis zeer waarschijnlijk gesloten zouden blijven. 

   Het verleden had zelfs tot na het eerste studiejaar nogal eens vat op haar gehad. Natuurlijk had ze de afgelopen jaren alles op de voet gevolgd met betrekking tot de dood van die twee Sciara broers. De criminelen die verantwoordelijk waren geweest voor de dood van haar ouders, en voor de vreselijke verwondingen die zijzelf tijdens die aanslag op de auto van haar vader had opgelopen. Ze had geen traan gelaten toen ze de trekker van haar Remminton M24 geweer over had gehaald en de twee mannen van het leven had beroofd. Sterker nog; ze kende twee dagen lang zelfs een soort euforisch gevoel in haar lijf dat ze nooit eerder had ondervonden. De politie had uiteraard alles uit de kast getrokken om klaarheid in de zaak van de Sciara broers te brengen. Maar het onderzoek was uiteindelijk vastgelopen. Terwijl men tenslotte, gezien de criminele achtergrond van de twee omgebrachte mannen, uiteindelijk ernstig rekening hield met een afrekening in het criminele circuit…

Prachtig natuurlijk. Maar eigenlijk ben ik zelf nu ook verworden tot een genadeloze crimineel schoot het telkens door haar heen als ze aan die gebeurtenissen terug dacht. Zeker bezien vanuit een juridisch oogpunt. En de klus was nog niet af. Want op dit eiland leefde ergens een lid van de familie Del Corte die de uiteindelijke opdracht tot die aanslag op haar ouders had gegeven…

   De makelaar had het oude opstal van haar oma inmiddels goed bekeken en een verkoopprijs vastgesteld die hij haar buiten tijdens hun korte gesprek mededeelde. ‘Gezien de plek waarop de boerderij staat, de toegang tot de doorgaande weg en de relatief korte afstand tot het dorp, zal dit object zeker in de belangstelling van buitenlandse toeristen staan,’ vertelde hij. ‘Dat heb ik met andere - soortgelijke objecten - reeds ervaren. Dit soort woningen is populair bij buitenlandse  koopjesjagers en zal, gezien de verkoopprijs van tachtigduizend euro, redelijk snel verkocht worden denk ik zelf.’

   Claudia knikte alleen. Ze was er met haar gedachten niet helemaal bij. Ze bedankte de makelaar, die vervolgens in zijn fraaie blauw metallic kleurige Mercedes stapte en vertrok. Claudia nog enkele minuten in gedachten achterlatend…     

   Ze werd in haar gedachten opgeschrikt door overbuurman Rémy, een zestig jarige boer die met de enthousiast blaffende Basso kwam aanlopen.

   ‘Ha, die, Basso… Fijn dat je even op hem wilde passen, Rémy. Ik zat echt een beetje met hem overhoop vandaag. Er moest zoveel worden geregeld waar ik Basso niet bij kon gebruiken…’

   ‘Ach, ik ben blij dat ik even kon helpen, Claudia. Je mag het dier altijd bij me brengen als je hem even kwijt moet. Het is een schat van een dier.’

   ‘Nou ik ben jou en Paola heel dankbaar dat jullie af en toe even voor mijn schat willen zorgen. En Basso vindt het ook niet vervelend, nietwaar, Basso.’

De hond sprong enthousiast tegen haar op en blafte verheugd om de aandacht die hij kreeg.

Rémy stond even met gebogen hoofd naar de hond te kijken. Hij zei verder niets, maar Claudia voelde als het ware dat Rémy ergens mee zat. Dat hij haar iets wilde vertellen. Iets dat hij kennelijk moeilijk uiteen durfde te zetten.

   ‘Weet je… Er is iets dat me dwars zit. Iets dat ik eigenlijk niet durf te vertellen, maar waarvan Paola en ik vinden dat je het toch moet weten.’

Claudia verstijfde opeens na die woorden. ‘Wat bedoel je precies, Rémy.’ vroeg ze vervolgens glimlachend tegen de naar de grond kijkende man. ‘Wat voor zwaarwichtige boodschap heb je voor mij. Kom… vertel op. Ik ben nu gelijk hevig nieuwgierig.’

   ‘Ja… goed… Ik durf het zowat niet te vertellen.’

   ‘Wat niet te vertellen, Rémy.’

   ‘Er zweven geruchten door de heuvels. Eigenlijk zijn het niet meer dan valse insinuaties. Maar toch… er wordt naar geluisterd.’

    Na deze woorden spanden plotseling bij Claudia de spieren. Ze schrok van die woorden maar liet niet merken dat die woorden van Rémy haar raakten.

   ‘Nogmaals, Claudia, het zijn slechts geruchten. Maar die geruchten insinueren wel dat je oma misschien bewust is aangereden.’

   ‘Ach kom nou, Rémy. Dat meen je toch niet echt.’

   ‘Nou ja, wat is waar en wat is een leugen. Ik zou het niet weten. Er gaan zelfs stemmen op in bepaalde havenkroegen op het eiland, plaatsen waar men zich openlijk durft uit te spreken, dat het zelfs misschien wel een opzettelijke, bewuste aanrijding zou kunnen zijn geweest.’

   ‘Moeder Maria… dat meent u niet…’

   ‘Helaas wel. Zo wordt er hier en daar gesproken.’

  Claudia werd eerst helemaal bleek en vervolgens vuurrood van woede en opkomende haat.

Actie en reactie

Dat schoot  opeens als een bliksemflits doorhaar geest.

Hoe was het verdomme mogelijk… Zouden andere leden van die Sciara familie misschien een link naar haar familie hebben gelegd. Ze kon het amper geloven. Want die twee criminele familieleden waren gedood zonder met iemand te hebben kunnen communiceren. Dus waar zat die link dan, vroeg ze zich af.  ‘Wie zit of zitten hier - naar wat de wind fluistert - achter, Rémy?’

   ‘Gevaarlijke vraag… Daar durf ik niets over te zeggen. Maar een van mijn bronnen durfde onlangs openlijk te beweren – weliswaar na de nodige alcoholica te hebben genuttigd -  dat de dader van de aanrijding waarbij je oma om het leven kwam, misschien wel eens in de kring rond de familie Del Corte zou kunnen worden gezocht.’

   ‘Dat meen je niet. ’

   ‘Het spijt me… maar dat is wat ik heb gehoord.  Er schijnt overigens een getuige van dat ongeval te zijn, wist je dat.’

   ‘Nee…,’

   ‘Een man uit Bonifacio. En vent op een racefiets die het in de verte, voor hem uit, heeft zien gebeuren. De automobilist zou veel te veel naar links op die smalle weg hebben gereden. Het was een grote dure lichtgrijze auto. Vermoedelijk van Italiaanse makelij schijnt die man  aan de politie te hebben verteld. Daarbij moet in acht worden gehouden dat al die Del Corte mannen in dikke Italiaanse auto’s rijden.’

   ‘Ja dat zal wel. Maar het is wel een heel erg zwak argument. Zeker als de getuige het merk niet heeft herkend en slechts een vage beschrijving van het voertuig heeft kunnen geven.’

   ‘Dat is absoluut waar. De politie vermoedt trouwens volgens verschillende bronnen, dat de bestuurder waarschijnlijk heeft zitten bellen of appen in de auto toen de aanrijding plaatsvond.’

   ‘Ja… dat zou natuurlijk heel goed kunnen. Maar waarom is die bestuurder doorgereden. Dat is toch de hamvraag die bij mij speelt. En gezien het feit dat die persoon zich blijkbaar niet wenst te melden, is het voor mij gewoon een moordenaar.’

   ‘Zo zien wij het ook, Claudia. En met ons heel veel mensen die ik ken. Als het mijn moeder was geweest, en ik had jouw leeftijd, dan weet ik niet zeker of ik het recht niet in eigen hand zou nemen als de doodrijder bekend zou zijn.’

   Claudia liet deze laatste woorden even rustig tot haar doordringen. Het was nogal wat dat Rémy hier zomaar durfde te zeggen. Terwijl ze tevens een steek door haar lijf voelde gaan.  ‘Allemachtig,’ zei ze vervolgens zacht. ‘Op zich is het al heel erg vreemd dat ik daar nog niet eerder iets over heb gehoord. Niet van officiële zijde in elk geval. Terwijl ook de ongelovige geruchten die ik nu van jou verneem nog niet eerder tot mijn oren waren doorgedrongen.’

   ‘Ja het spijt me. Maar er is nog wat meer wat ik je wil vertellen. Voor zover ik het weet, heeft men de betreffende automobilist ook nog steeds niet opgespoord. Op zich is dat natuurlijk heel erg vreemd. Vooral omdat die bestuurder vermoedelijk zichtbare schade aan de auto moet hebben.’

   ‘Precies… dat lijkt mij ook.’

   ‘Maar nogmaals; het zijn natuurlijk slechts geruchten. Maar waar het rookt is ook vuur…, Claudia.  Daarbij vonden Paola en ik… dat je dit wel moet weten.’

   ‘Ik ben blij dat je het mij hebt verteld, Rémy. Ook al zijn deze geruchten nog zo verschrikkelijk en zijn het misschien gewoon gemene valse insinuaties. Want uiteindelijk zijn onze eilandbewoners erg goed in het insinueren van valse beschuldigingen. Maar nogmaals; ik ben blij dat ik dit nu weet.’ 

   ‘Mooi… Als er meer relevante feiten tot mijn oren doorsijpelen dan zal ik je dat laten weten.’ Vervolgens draaide Rémy zich om en schuifelde het pad af. Hij keek bij de straatweg even om zich heen en daalde toen de zandweg af naar zijn eigen boerderij.  

   Nadat Rémy was verdwenen liep Claudia de boerderij binnen. Ze trok de binnen zonwering naar beneden in de kamer en zette de verschillende kamerplanten op de keukentafel, nadat ze deze eerst van een flinke hoeveelheid water had voorzien.  Ze schakelde de stroom bij de meterkast uit en ging met Basso naar buiten.  Ze betwijfelde of ze hier binnenkort zou terugkomen. Er hingen hier te veel herinneringen die ze voor enige tijd uit haar gedachten wilde bannen.

Ze stapte in haar onopvallende donker grijze Renault Clio en reed bij de boerderij weg waar een flink deel van haar jeugd was gelegen. Haar ogen waren wat vochtig. Herinneringen aan haar jeugd drongen zich in haar gedachten op. Het waren net pagina’s van een boek die zich achter elkaar in haar gedachten openden toen ze achter het stuur zat en wegreed. Maar dit boek had ze reeds uit. Het zou vanaf nu gesloten blijven. Claudia reed voorzichtig de drukke N196 op richting Propriano. In deze fraaie streek rond Ajaccio zat het leven er voor haar voorlopig op. Ze had daar niets meer wat haar kon binden. Familie was er niet meer en de meeste van haar vriendinnen waren reeds naar het Franse vasteland vertrokken. Vaak gehuwd en woonachtig in een der grote Zuid-Franse bevolkingscentra.  Voorlopig ging ze naar een ander deel van het eiland en wel naar Conca.  Een klein romantisch dorpje aan de oostelijke kant van Corsica waar ze tijdelijk een moderne luxe vakantiewoning had gehuurd op een plek waar niemand haar kende. Hier zou ze verblijven totdat ze een interessante werkuitdaging had gevonden; waar ook ter wereld. Ze had hier alles wat ze nodig had. Een snelle internetverbinding, mobile telefoon en vooral rust…

Vanaf Conca zou ze haar verdere plannen met betrekking tot haar toekomst gaan overdenken en uitwerken…    

Vervolg kunt u lezen in deel 18: http://tallsay.com/page/4295002575/koele-wraak-vendetta-18

©  Leonardo

17/05/2020 22:05

Reacties (4) 

1
19/05/2020 07:18
Wat fijn .. de voortzetting wordt gekneed tot een volgende vergelding
19/05/2020 13:26
Dat zie je goed, Daniel!
1
18/05/2020 18:51
mooi vervolg
1
18/05/2020 00:30
Nog even een verrassing net voor bedtijd...bedankt!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert