Mijn naam is Suliya:

Door Candice gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Herplaatst vanwege herstelwerkzaamheden.

Afkomstig uit Doortjes schrijfopdrachten.

Mijn naam is Suliay:


b1ac01bfb0ab290b697d1d04350624b8_medium.

Mijn naam is Suliay, ik ben 19 jaar en leef in Iran. Mijn leven is een hel geworden, een hel waar ik nooit om gevraagd heb. Ik ben maar een vrouw die een zware straf moet ondergaan voor een misdrijf mij aangedaan door mannen. En ik hoop dat dit schrijven van mij hopelijk de beschaafde, door mijn volk echter barbaars genoemde, Wereld zal weten te bereiken. Ik kan alleen maar hopen dat mijn mooie land ooit een deel van de beschaafde Wereld zal worden. Ik kan alleen maar hopen dat er een tijd komt dat een straf als waar ik toe veroordeeld ben … zal verdwijnen. Al zal het voor mij te laat zijn.

Donderdag 23 Augustus 2012 Mashhad Iran:

22b8a30a49434581ddcfbc0af1d2de3f_medium.

Mashad is na Teheran de grootste stad van Iran en ligt in het uiterste Noord-Oosten en is de hoofdstad van de provincie Razavi-Khorasan.

………….

Net 19 jaar geworden, maar nog wel ongetrouwd, liep ik aan het einde van de middag door het Mellatpark op weg naar huis. Het was een voor mij bekende route en tot die middag zag ik het ook altijd als een veilige route. Het zou voor mij mijn laatste keer zijn dat ik daar wandelde. Nog altijd staat mij bij hoe mijn vriend, bij wie ik op bezoek was geweest, aangeboden had om mee te lopen. Maar dat wilde ik dus niet, Ravi was een Armeense Jood die geboren en getogen was in Mashhad. Ravi zou nooit weten wat mij te wachten stond. Hij werd direct na mijn vertrek gearresteerd en nog geen dag later opgehangen als spion voor Israël. Ravi had een hekel aan dat land, hij voelde er niks voor en had zelfs een paar terroristen die taal geleerd zodat ze zich makkelijker verstaanbaar konden maken wanneer ze een aanslag aan het voorbereiden waren en potentiële doelwitten bezochten. Maar hij was een Jood. Iets wat iedereen allang wist, maar doordat Mashhad sinds kort een veel fanatiekere geestelijk leider had gekregen die Mashhad wilde zuiveren van een ieder die hem niet beviel, was ook zijn lot bezegeld.

36e43427dd1911674f491c2bada26b58_medium.

Ik zag ze niet eens aankomen, het leek wel alsof ze uit het niets verschenen. Twee mannen helemaal in het zwart gekleed en voor ik er erg in had werd ik neergeslagen en lag er eentje bovenop mij.

Door mijn ooghoeken zag ik hoe hij een grote dolk pakte, waardoor het angstzweet mij uitbrak. Je voelt je op dat moment zo machteloos, je wilt gillen, maar je stem durft niet te klinken. Je kan alleen maar hopen dat het mee zal vallen, maar dat deed het niet. Het werd een hel en voor mij het begin van mijn leven in een hel. Pijn, snijdende pijn ging door mij heen toen de dolk hard op mijn keel werd gedrukt. Maar dat was maar een snijdende pijn en stond in geen vergelijk met de pijn van schaamte en machteloosheid die ik voelde toen handen al mijn kleren van mijn lijf trokken. Zelfs mijn ondergoed moest eraan geloven, alles werd uitgetrokken en kapot gesneden.

Eindelijk begon mijn lichaam zich te verweren, maar een paar rake vuistslagen in mijn gezicht waren genoeg om dat verweer te stoppen. Tranen vloeiden over mijn wangen toen ik voelde hoe één van de mannen met bruut geweld binnendrong in mijn lichaam. Kwijl droop uit zijn mond en viel op mijn gezicht, kon het niet eens afvegen. Door mijn ooghoeken zag ik iets waardoor mijn hoop op hulp met een mokerslag te niet werd gedaan. Ik zag steeds meer mensen die een kring vormden om dit wrede schouwspel met mij als slachtoffer goed te kunnen zien. Ze vormden een kring en lachten, juichten en genoten van wat ze zagen. Genoten van een naakte vrouw die voor hun ogen werd verkracht.

Nummer twee nam mij nog harder dan de eerste. Het was geen pijn meer wat ik voelde, het was horror wat ik voelde en de omstanders keken en genoten ervan. Er leek geen einde te komen aan deze onmenselijke vernedering en verwoesting van mijn waardigheid.

Langzaam begon ik het bewustzijn te verliezen, waardoor ik voorlopig geen pijn meer voelde.

Toen ik weer bij kennis kwam lag ik – nog altijd naakt – in een politiecel.

Verkracht, mishandeld, vernederd en van mijn maagdelijkheid beroofd lag ik nu als gevangene in een cel. Maar ik was toch het slachtoffer? Ik was toch verkracht? Ik had dringend behoefte aan medische hulp, maar die kwam niet.

Ik zag een bewaker mijn cel naderen met een zwarte chador die hij mij door de tralies toewierp en me beval het aan te trekken.

Een uur later kwam er een ernstig kijkende geestelijke in gezelschap met twee man van de Iraanse religieuze politie en werd mij verteld dat ik vanwege het in het openbaar tonen van mijn lichaam en het verleiden van onschuldige mannen veroordeeld werd tot steniging.

Compleet van slag stortte ik in elkaar en liet mijn tranen de vrije loop. Dit kon toch niet waar zijn? Waarom werd mij zo'n straf opgelegd terwijl ik enkel onschuldig door het park wandelde?

Maar dit is mijn geliefde Iran, mijn land waar ik van hou en mijn land waar een vrouw niets te zeggen heeft en moet boeten met haar leven voor misdrijven die haar zijn aangedaan.

Suf geslagen door het vonnis lag ik urenlang roerloos op de grond van mijn cel naar boven te kijken en voor het eerst begon er bij mij twijfels te groeien omtrent het bestaan van Allah. Het kon toch niet zo zijn dat Allah dit goed kon keuren, maar ik wist ook dat ik niet de eerste vrouw in dit land was dat die wrede straf zou moeten ondergaan. Maar dit kon Allah nooit zijn die dit oordeel over mij had geveld. Dit oordeel kwam van mensen, van landgenoten, die hun geloof opleggen aan het geloof. Die zeggen dat zij de Sharia wetgeving mogen toepassen, omdat zij dat zo bepaald hebben. Ik vroeg de bewaker om een stukje houtskool om gewoon wat te kunnen tekenen of te schrijven en zowaar werd me dat toegestaan. Ik moest wel bukken om te voorkomen dat het mijn hoofd zou raken toen hij het wreed lachend naar me smeet.

'Nu kon je het nog ontwijken, maar binnenkort niet meer en dan is het geen houtskool, maar zijn het stenen. Stenen die jou walgelijke leven ten einde zullen brengen.'

Ik keurde hem verder geen blik waardig en begon zomaar wat weg te schrijven op de muur.

'Stenig mij maar, stenig maar weer een vrouw. Een nieuw bewijs van mannelijke zwakte, want zijn het niet wij … vrouwen … die ervoor moeten zorgen dat jullie geslacht in stand blijft? Zijn wij het niet die jullie groot moeten brengen? Die jullie moeten verzorgen als jullie ziek zijn en die ervoor jullie moeten zijn wanneer jullie seks willen hebben. Wij vrouwen moeten in alle gevallen klaar staan om aan alles te voldoen. Zijn wij jullie slavinnen of zijn jullie geestelijk gewoon te zwak om zelf tot iets in staat te zijn. En is het daarom dat jullie door gebruik van geweld en onderdrukking ons proberen onder controle te houden. Uit angst. Uit angst voor onze kracht en uit jaloezie om onze kwaliteiten.'

Na drie dagen werd ik overgebracht naar een stinkende, natte kelder, met enkel een getralied raampje op ongeveer drie meter hoogte. Verder lieten ze mij aan mijn lot over om na te kunnen denken over mijn niet gepleegde zonden. Toch wisten mensen dat ik daar zat, want zo'n beetje de hele dag en nacht door werden met grote regelmaat kleine kiezelsteentjes naar binnen gegooid die niet te ontwijken vielen. Mijn kelderruimte was amper vier m2 en er stond een kapotte houten emmer waar ik mijn behoeften in kon doen.

Gedurende mijn gevangenschap was ik blijven geloven dat het recht zou zegevieren en dat ik weldra weer vrij zou zijn, maar stilaan drong tot me door dat ik daadwerkelijk zou worden gestenigd en dat mijn leven op die wrede wijze zou worden beëindigd. Maar dat kon toch niet? Ik had niks gedaan. Ik was aangevallen, mishandeld, ontkleedt en verkracht. Ik was een slachtoffer en geen dader. En slachtoffers worden toch niet bestraft om het zijn van een slachtoffer? Slachtoffers krijgen toch geen doodstraf? Maar mij was die wel opgelegd. Ik zou gestenigd worden tot de dood erop zou volgen.

96b9df50f947b01dbb96a0844989cb5e_medium.

Het ergste van alles was de onzekerheid en op het moment dat ik dit schrijf is die onzekerheid er nog altijd. Ik weet dat ze het niet terug zullen draaien, hoop daarop heb ik niet meer, maar wanneer zou het gaan gebeuren? Hoelang zouden ze mij hier nog laten zitten? Ik zit hier, afgaand op het licht en donker worden, nu meer dan dertig dagen en in al die tijd is nog niet één keer de inmiddels overvolle emmer geleegd en moet ik noodgedwongen mijn behoeften in een hoekje doen, zonder ook maar iets om me te verschonen. Ik ben 19 jaar jong en een jonge vrouw en jonge vrouwen hebben een maandelijks probleem. Ik dus ook, maar ik moet het gewoon laten vloeien. Heb me sinds de ochtend van die vreselijke dag, nu iets van 33 dagen geleden niet meer kunnen wassen. Niet meer kunnen verschonen en ben ook nog niet één keer onderzocht door een arts. Ik krijg wat eten en wat water en verder helemaal niks. In afwachting van de 'grote' dag. Een dag waar ik zo bang voor ben, zo bang voor de menigte, voor de stenen, voor de pijn, voor het niet langer mogen blijven leven. Ik ben er zo bang voor, maar aan de andere kant is het de dag van mijn verlossing. Verlost van deze ontberingen die zo erg zijn en waardoor ik gewoon alleen nog maar wil sterven.

…..

Toen ik vanochtend wakker werd bekroop mij een heel eng gevoel, eng maar een tegelijkertijd bevrijdend gevoel. Ik voel het, vandaag gaat het gebeuren. Vandaag eindigt mijn nog zo jonge leven. Ik ben nog niet eens klaar met wat ik allemaal had willen opschrijven en vraag me af of ik er wel een soort van einde aan zal kunnen maken. Kan ook zomaar zijn dat ze me ineens komen halen en dan blijft dit schrijven onvoltooid. Ik kan dit schrijven dankzij Ahmed, een bewaker. En de enige bewaker die het schijnbaar oneerlijk vind dat ik hier zit. Maar Ahmed is er niet elke dag. Ik heb met hem afgesproken dat hij nadat ik opgehaald ben en zodra hij de kans heeft, zal proberen te zorgen dat mijn schrijven de internationale pers haalt. Hij weet waar ik het altijd verstop als ik ga slapen. Ahmed is een goede man en durft het risico te nemen, want dat doet hij ermee. Hij neemt er een heel groot risico mee, maar hij vind dat de Wereld dit moet lezen. Dat ze moeten weten wat hier gebeurd met mij. Al zal dat mij niet redden, het kan misschien een klein beetje helpen in de strijd tegen dit onrecht.

En nu ik voor mezelf het gevoel heb dat dit mijn laatste dag is, weet ik ineens niets meer te schrijven. Ik sla gewoon dicht nu. Mijn leven gaat mogelijk vandaag stoppen. Stenen zullen er een einde aan maken. Stenen die ik niet verdien.

Zou nog zoveel willen schrijven, maar dan niet alleen meer over mijn wrede lot. Zou over mijn land en de schoonheid die het ook kent willen schrijven. Over de bergen, het landschap en over de gewone mensen die ook slachtoffers zijn van een regime dat nooit de macht had mogen krijgen. Wetend dat de beschaafde Wereld mijn land ziet als een onbeschaafd land doet mij pijn. Mijn land met een geschiedenis zo vreselijk oud en zo waardevol, maar hoe mooi en indrukwekkend dat ook is … dit regime dat nu al bijna 35 jaar mijn land onderdrukt en zich schuldig maakt aan alles wat ze de Sjah kwalijk namen, maar dan zelfs nog vele malen erger, heeft mijn land kapot gemaakt en al de mensen tot wezenloze volgers.

Hoor ik nu wat?

156d9e5ed7e6a8c451fd78d3536dc77c_medium.=

*Candice*

14/05/2020 11:40

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert