Koele wraak ( Vendetta )15.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 14:http://tallsay.com/page/4295002467/koele-wraak-vendetta-14

             2ff59c2de1cddeb9b5ccbc08833844c9_medium.

 

                                                           15.

 

Claudia schrok op en pakte het geweer gelijk stevig vast. Een nieuw geluid trof haar oren.

Verdomme... het blaffen van een hond.

Een flinke hond dacht ze. Tenminste; aan het zware geblaf van dat beest te horen. Ze legde de verrekijker naast zich neer, trok de kolf van het geweer tegen haar rechterschouder en richtte haar vizier iets meer naar de linkerkant van de woning. Al snel kreeg ze een zwarte Dobermann Pincher in het oog die enthousiast door de rommelige tuin liep te springen.    

   ‘jeetje, dat is pech hebben,’ mompelde ze. ‘Die grote valse rot hond is een onverwachte tegenvaller. Als ik met zijn baas wil praten dan lukt dat nu niet. Ik zal daarom eerst stilletjes dat beest moeten elimineren. Anders komt die vent misschien niet naar buiten.’  Claudia trok meteen heel voorzichtig het geweer langs haar lichaam terug. Maakte de loopmonding even schoon en pakte vervolgens een merkwaardig langwerpig buisje met gaatjes uit haar rechter gordeltas. Ze bekeek het buisje even en schroefde het toen aan het einde van de loop vast, waarna ze het geweer voorzichtig terug schoof in de gewenste positie.

   De hond liep nog steeds enthousiast door de verwilderde tuin heen en weer. Lichtte hier en daar zijn poot op, en liep toen uiteindelijk met de kop omhoog naar het roestige tuinhek bij de straatweg om daar een partij te gaan staan blaffen, terwijl hij voortdurend in de richting van Claudia keek. Het beest had haar kennelijk geroken, of misschien zelfs wel gezien.

   ‘Goed zo jongen,’ mompelde Claudia terwijl ze de afstand tot de hond op haar vizier instelde. Ze laadde een kogel in de kamer, richtte even kort en schoot het beest vervolgens met één schot een kogel door zijn kop, waarna de hond met een plof naast het hek op de grond neerviel.

   Terwijl zijn baas op een goede vijftien meter van het hek met een ongelovige blik op zijn gelaat naar de plotseling levenloze hond toeliep, kwam Claudia snel in actie. De lazer was reeds gemonteerd en inmiddels op het kruis van de man gericht.

   ‘Hée, jij daar smeerlap. Probeer niet weg te lopen of je te bewegen, want dan schiet ik subiet de eikel van je pik af,’ riep ze op een luide toon die geen enkel misverstand omtrent haar bedoeling kon laten ontstaan. De man stond subiet stil en sloeg gelijk zijn linkerhand voor zijn kruis. Alsof hij met die hand zijn edele delen wilde beschermen.

   ‘Ben jij Marco Sciara,’ vroeg ze vervolgens opnieuw op luide toon.

   ‘Ja… dat ben ik. Maar wat is dit Godverdomme voor een gewelddadig gezeik,’ Zijn opgewonden stem verried zijn angst,  terwijl hij koortsachtig trachtte te ontdekken waar zijn onbekende tegenstander zich precies bevond. ‘Wie ben je nondesju, en waarom schiet je verdomme mijn hond dood?’

   ‘Ach lul toch niet man. Blijf staan waar je nu staat en leg de handen in je nek.’

   Dat bevel werd voorzichtig, met duidelijke tegenzin uitgevoerd.

   ‘Ik heb vernomen dat jij een huurmoordenaar bent, Marco.  Een man die voor geld mensen vermoord. Dat klopt toch, of niet soms.’

   ‘Ach… wie je ook bent, lazer toch helemaal op. Dat is absoluut gelul. Ik ben… wij zijn gewoon eerlijke geitenboeren.’  Transpiratiedruppels, die niet het gevolg waren van de warmte van de dag, begonnen inmiddels langs zijn wangen en voorhoofd te lopen. Voorzichtig keek hij om zich heen. Zijn redding lag in een naderend voertuig besefte hij. Maar helaas kwam er geen voertuig aan. Opeens meende hij aan de overkant van de weg het hoge gras iets te zien bewegen. Gelijktijdig zakte zijn rechterhand langzaam uit zijn nek naar beneden.

   ‘Hou je handen in je nek, stuk tuig.’

   ‘Ik vroeg je wie je bent. Antwoordt dan tenminste.’

   ‘Wie ik ben is thans niet aan de orde, Marco. 

Hij trilde nu een beetje. Wetende dat hij zich in een uiterst precaire situatie bevond. Gelijktijdig  schoot het beeld van de Citroen XM door zijn gedachten. Die nieuwe auto die ze op die parking bij Haut-Asco hadden opgekrikt om de handremkabels door te knippen en de remolieleiding bij de hoofdremcilinder los te draaien.  Jezus, Maria, daar gaat het natuurlijk om. Hoe is het verdomme mogelijk. Aan de stem te horen is het een vrouw die me onder schot houdt. Misschien zelfs wel die meid die het ongeluk had overleefd schoot het vervolgens als een bliksemflits door zijn gedachten. 

   ‘Ik had jou als eerste een vraag gesteld. Je moet niet tegen me liegen, Marco. Daarbij verkeer je thans niet in een positie om te liegen. Overigens weet ik reeds vrijwel alles van je.’

   ‘O ja,’ zijn mond trilde.

   ‘Ja reken maar.’

   Marco liet zijn rechterhand opnieuw heel langzaam weer iets naar beneden zakken. Aan de bobbel in de broekzak was te zien dat hij daar vermoedelijk een vuurwapen in had zitten. Vermoedelijk een pistool.

   ‘Hou verdomme je handen goed omhoog. Diep in je nek, Marco. Anders schiet ik dat kleine stukje mannelijkheid dat tussen je benen hangt subiet van je onderlijf af.’ 

De handen van Marco schoten weer snel omhoog.

Ongelooflijk, wat een effect het heeft om een crimineel te dreigen zijn testikels of penis van zijn lijf te schieten, schoot het tegelijkertijd door de gedachten van Claudia. Een laffe klootzak is het. Dat blijkt nu wel.

   ‘Wat wil je van me,’ De door angst gedreven woorden kwamen krassend en piepend, diep uit zijn keel.

   ‘Goeie vraag, Marco. Ik wil slechts weten wie de opdrachtgever was voor de moord op dat gezin met die Citroen XM van tien jaar geleden. Daarvoor ben ik hier. En daarvoor houd ik je nu onder schot.’

   ‘Ach flikker toch op, vuil tering wijf.  Denk je nu echt dat, als ik bij dat ongeluk of die moord zoals je het noemt betrokken zou zijn geweest, ik zoiets zou vertellen aan een of andere onbekende trut met een geweer die zich niet laat zien. Nou… dus echt niet.’

   ‘Verkeerde antwoord, Marco. Ik had je trouwens slimmer ingeschat. Zeker na dat pochen tegen je vrienden op een caféterras, een paar weken geleden.’

   ‘Hoe weet je dat.’

   ‘Ach ik weet dat gewoon. Ik heb je trouwens al meerdere malen gevolgd en geobserveerd.’

   ‘Je doet maar. Ik kan daar niet mee zitten.’

   ‘Weet je, Marco… Het is altijd heel onverstandig om liegend te communiceren, met een geladen geweer op je gericht. Ik hoop dat je dat goed beseft.’

   ‘Van mij zal je niets te weten komen. Geweer of niet. En ik weet niets af van wat jij wilt weten.’

   ‘Ach wat een onnozele opmerking, Marco.’

   ‘Ach flikker toch op.’

   ‘Kijk eens naar beneden. Zie je dat kleine rode vlekje dat op je kruis is gericht.’

   ‘Waar… O ja.’  Marco begon na deze woorden opeens te trillen als een rietje maar hield zich nog even groot.

   ‘Mooi zo. Wat je ziet is een lazerstraal. Via die lazerstraal kan ik op de millimeter nauwkeurig allemaal delen van je verachtelijke lijf afschieten. Hoe vind je dat. De techniek staat tegenwoordig voor niets. En begrijp me goed: Zonder dat puntje van je pik, of het gemis van twee ballen, doe je niet veel meer bij de meisjes, denk je ook niet?’

   Marco sidderde nu hevig. Het drong kennelijk eindelijk tot hem door dat hij zich in een absoluut dodelijk bedreigende positie bevond. Een positie die hem geen uitweg bood om te ontsnappen. ‘Wel verdomme, wie ben jij eigenlijk. Waarom schiet je eerst mijn hond dood en bedreig je mij met dat klote geweer.’

   ‘Ach, Marco. Wie ik ben is echt niet belangrijk. En het gaat je gewoon niet aan. Trouwens wat ik wil, dat heb je zelf inmiddels best al tot je door laten dringen. Jij bent uiteindelijk gewoon een stuk crimineel schorem dat op bestelling een moord uitvoert,’

   ‘Zal wel als jij dat zegt.’

   ‘Natuurlijk weet ik allang dat jij, samen met je broer, de moordenaars bent van de bankiersfamilie Bramati. Doch waar het mij thans om gaat is wie aan jullie de opdracht daartoe heeft gegeven. Dus met andere woorden: Ik wil weten wie de persoon, of de organisatie is, die jullie vijfendertigduizend de man heeft gegeven om die mensen te vermoorden.’

   ‘Val maar hartstikke dood,’ was het antwoord van Marco terwijl hij zich gelijktijdig razendsnel liet vallen en achter een hoopje stenen probeerde weg te duiken.

Het was zijn laatste actie.

Een erg domme actie bovendien.

Claudia had zich tot dan toe nog goed weten te beheersen, maar kon zich door de actie van Marco niet langer meer inhouden. Dat stuk schorem zou ze zich niet laten ontglippen. Ze drukte af en onmiddellijk klonk de luide gillende kreet van de op de grond rollende geitenhoeder, terwijl hij zijn rechterhand op een wond in zijn heup drukte. Zijn klagelijke gebrul weerkaatste tegen de rotswanden. Verdomme, dat geschreeuw moet wel onmiddellijk stoppen vond Claudia. Het risico bestond uiteindelijk dat iemand dat gegil en geschreeuw zou opvangen en kwam kijken wat er allemaal plaatsvond. Maar Marco stopte niet met schreeuwen. Zijn pantalon begon reeds te verkleuren van het opwellende bloed uit de wond die de 7.62 kogel had nagelaten.

   ‘Vuil kankerwijf,’ brulde hij opnieuw.

   ‘Ach… je leeft nog, Marco. En schelden heeft geen zin. Maar als je niet rap stopt met schreeuwen en me slechts verteld wat ik wil weten, dan schiet ik nog enkele kogels in je lijf, totdat je het uiteindelijk wel aan me hebt verteld. En denk niet dat ik te vermurwen ben om je, zonder die inlichtingen te hebben verkregen, te laten gaan. Want medelijden met lieden zoals jij ken ik niet.’

   ‘Je vermoord me dus toch, waarom zou ik dan praten,’ kreunde hij terwijl hij zijn hand op zijn heup drukte in de hoop het bloeden te stelpen.

   ‘Nee hoor. Niet als het niet nodig is. Ik ben nogal gesteld op mijn kostbare kogels, weet je.’

   ‘Dat… zal wel.’

   ‘Ja… maar nogmaals: als je blijft brullen en blijft zwijgen over wat ik heb gevraagd ga ik je misschien toch nog wat meer pijn doen. Gewoon omdat je kennelijk nog steeds niet begrijpt waar je plaats is.’ 

   Marco hief zijn hoofd een beetje omhoog terwijl hij probeerde zich iets op zijn buik te verplaatsen. Zijn mond ging open, er kwam een gesmoorde dreigende kreet uit terwijl zijn rechterhand in zijn broekzak schoof. Maar hij had geen tijd meer om zijn wapen te trekken, noch om te vloeken en te protesteren. Claudia was zijn houding en geschreeuw zat. Ze zou hem verdomme leren wat zijn plaats is. Op haar gemak richtte ze en vuurde. Het tweede en derde schot van haar waren absoluut meesterschoten. Met de precisie van een wiskundige, schoot ze eerst het linker en vervolgens het rechter oor van zijn hoofd af alvorens weer het woord tot hem te richten.     

   ‘Gaat het een beetje… Kun je me nog horen, Marco? Lastig hè zonder oren, vind je ook niet.’

    Maar Marco brulde het nu helemaal uit. Hij was inmiddels op zijn rug gerold. Bloed stroomde in golven uit de resten van zijn oren en uit de wond in zijn rechter heup.

    ‘Komt er nog wat van, Marco.  Of blijf je volharden in zwijgen. In dat laatste geval zijn er nog genoeg delen van je lichaam over waar ik met plezier een kogel in wil schieten.’

   ‘Je snapt het Godverdomme niet.’

   ‘Wat snap ik niet.’

   ‘Ze… ze zullen… mijn… gehele familie vermoorden… als ik zeg wie de opdrachtgever was,’ kreunde hij terwijl hij zich weer plat op zijn buik liet rollen met zijn geopende mond op het verdorde gras en steengruis.

   ‘Goed zo, Marco. Bravo… Dat wilde ik onder andere weten. Met deze woorden bewijs je mij alvast een ding. En dat is dat jij in elk geval een der moordenaars van die bankiersfamilie was. Je broer die nu weg is was ongetwijfeld de andere moordenaar.’

   ‘Val dood,’ rochelde hij terwijl hij een hoestbui kreeg die bijna niet leek te stoppen. 

   ‘Nou dood ga jij in elk geval zeker als je zo blijft volharden in niet mee te  werken. En pas op: Als je verder zwijgt over je opdrachtgevers, dan zal ik genoodzaakt zijn om zelf de komende week die moordzuchtige tering familie van jou uit te moorden. Totdat ik weet wat ik weten wil.’

   ‘Vuil… pest wijf...’  Het praten kostte hem steeds meer moeite. Bloed stroomde langs zijn gezicht in het gras. Slijm en vocht liepen uit zijn geopende mond.  Claudia vertrok geen spier van haar gezicht. Ze kende totaal geen gevoelens bij hetgeen ze thans deed. Ze verstond haar wijze van ondervragen. En… ze was keihard,

   ‘Schelden heeft geen zin, Marco. Dat weet je nu toch wel lijkt mij. Zoals ik al eerder tegen je zei; dat schelden doe je maar samen met je maten op een caféterras in Ajaccio.’

   ‘Auw…’

   ‘Ja leuk vindt je niet. Hoe weet ik dat hè.’

    Marco huilde en brulde nu in korte tussenpozen.

    ‘Maar laat ik daar nou ook hebben gezeten, Marco. Ik kon alles horen wat je tegen je maten zat te zwetsen.’

   ‘Wie ben jij eigenlijk,’ mompelde hij zo zacht dat Claudia het zowat niet meer kon horen.

   ‘Dat heb je, meen ik me te herinneren, al eerder gevraagd. Wie ik ben is niet belangrijk. Maar als je nog een heel klein beetje kunt nadenken zou je misschien zelf mijn identiteit kunnen achterhalen. Alhoewel ik me dat niet echt kan voorstellen. Want veel hersens schijn je niet te hebben. En uiteindelijk ben ik slechts hier om een opdracht te vervullen.’

   ‘O…ja…’

   ‘Ja, net als jij en je broer in der tijd. Dus kom op met je informatie, anders schiet ik een voor een je ogen uit je kop. En geloof me; dat doet pas echt pijn.’

   Marco reageerde niet op die woorden. Hij trachtte voorzichtig  zijn hoofd op te lichten en naar de richting van het dorp te kijken. Claudia had het door. Zijn broer kon natuurlijk elk moment terugkomen. Daarom keek de klootzak steeds naar links. Ze had nog twee kogels over alvorens een nieuw magazijn te laden.

   ‘Goed dan. Dus je wilt niet praten... Dan wachten we gewoon op je broer. Als die terug komt dan krijgt hij dezelfde les als jij nu hebt gehad. Maar wees gerust, Marco: Uiteraard pas nadat ik eerst de ogen uit jouw kop heb geschoten.’

   Heel in de verte hoorde ze een auto aankomen. Geluid van een terugschakelende auto die moeizaam de helling opkwam. Dat zou die broer van hem wel eens kunnen zijn dacht ze.

   ‘Ik geef je nog drie tellen stuk tuig dat je bent. Als ik dan geen namen heb gehoord, schiet ik zoals gezegd gelijk beide ogen uit die lelijke rotkop van je.’  Inmiddels zag ze in de verte de grijze Citroen Berlingo langzaam naderen. Prima, daar komt de andere klootzak aan. Met die moordenaar reken ik wel af zodra hij hier is gearriveerd, dacht ze terwijl ze haar geweer opnieuw in stelling bracht.

   ‘Nou, Marco. Mijn geduld raakt op. komt er nog wat van.’

   ‘Het was… was…, Jean… Pierre… Brosschard. De naam kwam vergezeld van vloeken over zijn lippen. Die heeft de opdracht gegeven… En ons geld... bij de schuur... in de bergen laten neerleggen,’ mompelde hij tenslotte.

   ‘Juist. En als ik het goed heb begrepen is dat familie van Francesco Del Corte, of niet soms.’

   ‘Ja… zijn... schoonbroer…’

   ‘Kijk eens aan... Ik hoop voor je dat je niet hebt gelogen, Marco,’ mompelde ze zacht na een kort moment nadenken terwijl ze gelijktijdig de trekker overhaalde en de moordenaar van haar ouders zowel een kogel in zijn hart als in zijn hoofd pompte waarna ze snel het lege magazijn uitnam.

De auto naderde met een kalm gangetje. Tot haar verbazing reed de grijze Citroen Berlingo enkele seconden later gewoon voorbij. Terwijl ze de auto met haar ogen volgde haalde ze met haar linkerhand voorzichtig een nieuw magazijn uit de patroonhouder aan de gordel. Ze zag, terwijl de auto voorbij reed, dat de twee achterdeuren openstonden. Er staken een lading houten planken en ander bouwmateriaal uit de laadruimte vandaan. De door het gewicht van de lading achterover hangende auto minderde vaart en reed vervolgens heel langzaam een hobbelig pad op dat kennelijk naar de achtertuin voerde. Daar stopte de bestuurder.

De man stapte uit, liep op de achterkant van de auto af en maakte de band los waarmee de bouwmateralen waren vastgemaakt. Vervolgens liep hij op de achterkant van de woning aan. Hij stak zijn rechterhand uit en wilde kennelijk de achterdeur openen. Die bleek echter op slot te zijn.  

   ‘Godverdomme, Marco klootzak,’ mopperde de man terwijl hij door het gras naar de voorkant van het huis liep.

   Inmiddels had Claudia een nieuw magazijn geladen, de grendel van het geweer naar haar toe getrokken en een kogel in de kamer gebracht. Ze schoof even iets naar voren en richtte haar geweer. De chauffeur van de Berlingo liep de tuin in en kreeg opeens de dode hond en het levenloze lichaam van zijn broer in de gaten. Hij schrok flink, maar reageerde eveneens razendsnel. Meteen na het waarnemen van de dode hond en het levenloze bebloede lichaam van zijn broer, schoot zijn rechterhand tussen zijn openstaande jeansjack, kennelijk met de bedoeling de Lupo te pakken die vermoedelijk in een holster aan zijn broekriem stak. Maar hij had pech… Want ondanks zijn snelle reactie had hij niet meer de kans om het wapen te gebruiken. Hij hoorde het schot zelfs niet eens, terwijl hij eveneens niemand kon waarnemen die op hem had geschoten.

   De eerste kogel boorde zich in de rechterhand die reeds de lupo omklemde. De hand werd door de kogel volledig aan flarden geschoten. De tweede kogel doorboorde een fractie van een seconde later zijn rechterknieschijf. Zijn harde gillende kreet van pijn leek, net als dat bij zijn broer het geval was, als het ware tegen de rotswanden van de achterliggen de bergen te weerkaatsen.

   ‘Fijn dat je er bent smerig stuk ellende. Jij bent dus moordenaar nummer twee,’ klonk een luide vrouwenstem vanaf de overkant van de weg. ‘Wat is trouwens jouw voornaam,’ meende hij nog te horen voordat hij in elkaar zakte, achterover sloeg, en keihard met zijn achterhoofd op een puntige metalen steigerpaal viel die nonchalant in het hoge verdorde gras was neergesmeten. De scherpe holle metalen pen boorde zich diep in de schedel van de man die nog even bewoog maar toen doodstil bleef liggen.

   Claudia richtte zich even iets op en zette de veiligheidspal van het geweer op safe. ‘Verdomme, dat is nog eens pech hebben,’ mompelde ze zacht. ‘Nu is die bron van informatie door die stomme val volledig afgesloten,’ mopperend stond ze op terwijl ze speurend om zich heen keek. Ze schudde even haar kleding schoon en deed een paar stappen op de plaats om de bloedomloop in de benen te stimuleren. Haar tenen tintelden in de zware militaire laarzen die ze aanhad. Dat alles was het gevolg van de extreemlange tijd in die ongemakkelijke houding te hebben gelegen. 

Plotseling liet ze zich weer in het gras zakken.    

Er klonk opnieuw geluid van een naderende auto. Ditmaal kwam er opeens een bestelauto met flinke vaart bergafwaarts langs het huis gereden. De chauffeur had niets in de gaten. Claudia keek de auto even na en zag hem in de verte afremmen voor de versmalling in de weg nabij het dorpje Asco.   

   ‘Verdomme,’ mompelde ze. ‘Dat was op het nippertje. Die rot auto had ik uiteraard veel eerder moeten waarnemen. Toch nog een klein foutje op het laatst.’

   Uiteindelijk pakte ze haar spullen bij elkaar. Zocht even nauwkeurig de grond af om de weggesprongen kogelhulzen op te zoeken die ze vervolgens in de zak van haar jack stopte.    Nadat ze de inmiddels afgekoelde geluidsdemper weer in het betreffende tasje aan de gordel had gedaan, het vizier en de lazer van het geweer had afgekoppeld en in de rugtas had opgeborgen, liep ze naar beneden, naar het huis toe.

   De val op dat stuk metaal was direct dodelijk geweest besefte ze toen ze het lijk van de tweede moordenaar van haar ouders zag. Het opstaande steigerdeel was zeker zeven centimeter in de schedel van het slachtoffer gedrongen. Ze voelde even voor de zekerheid met de vingers aan de hals van het slachtoffer en constateerde tevreden dat de man in elk geval niet meer leefde en dus niets aan de politie kon mededelen. ‘Prima,’ zei ze terwijl ze zich moeizaam oprichtte. ‘Vader en moeder zijn thans in elk geval reeds voor een deel gewroken. Deze smerige rotschoften zullen geen mensen meer voor geld vermoorden.’

   Ze bukte zich, pakte haar geweer  op en liep naar de weg terug. Goed zo… nu nog proberen om de rest van dat rattenhol ook te pakken te zien te krijgen om de klus helemaal af te maken. En dan verdwijn ik stilletjes naar een plek op deze aarde waar niemand me meer zal kunnen achterhalen. Claudia keek even om zich heen en constateerde dat er geen voertuigen noch voetgangers aankwamen.

Ze was hier helemaal alleen.

Met een wit krijtje schreef ze daarna vlug in het Frans op het macadam voor het tuinhek de volgende tekst:  On n'oublie pas - Wij vergeten niet. Waarna ze met haar tas en geweer rap de weg over te stak om zich via het struikgewas en de weilanden naar haar auto te begeven.

Vervolg van dit verhaal kunt u lezen in deel 16: http://tallsay.com/page/4295002512/koele-wraak-vedetta-16

©  Leonardo...    

05/05/2020 13:59

Reacties (11) 

1
10/05/2020 10:21
blijft spannend
10/05/2020 13:49
In het tweede boek gaat de strijd pas echt los. Dan verplaatst het toneel zich ook naar enkele ander wereldcentra...
1
09/05/2020 22:49
Wat een verhaal.. geweldig!! ik zag het gewoon gebeuren..
1
10/05/2020 13:43
Deel twee wordt nog wat heftiger, Daniel. Dan gaat de jacht op de bedenkers van die aanslag op de Citroen XM van de familie Bramati pas echt los. Niet alleen op het eiland Corsica, maar ook op andere delen van deze aardkloot.
1
10/05/2020 20:28
Ik zie er naar uit
1
07/05/2020 11:54
Ik lees trouw mee, en hoop natuurlijk op een voortzetting van het verhaal.
Hoe zit het eigenlijk met Jan en het oude graf op het kerkhof?
1
07/05/2020 13:41
Het verhaal; het oude graf op het kerkhof ligt voorlopig stil. Ik ga een aantal delen van dat verhaal in de komende herfst herschrijven. Soms is dat nodig om het verhaal weer op het goede spoor te zetten.
1
10/05/2020 13:47
Die voortzetting komt er wel maar duurt nog wel even een paar weken.
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
1
06/05/2020 19:33
Ik hoop van wel, want al reageer ik zelden, ik lees het wel met veel genoegen.
1
07/05/2020 13:44
Ik wacht even af wat de bezoekers aantallen aangeven, Candice. Ik heb daarbij het idee dat dit misschien niet de goede tijd is om een verhaal op het platform te publiceren. Ook op andere platforms waar ik af en toe post is het de laatste vier weken opmerkelijk stiller dan normaal in deze tijd van het jaar...
1
07/05/2020 14:24
Het is hier inderdaad de laatste tijd bijna uitgestorven.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert