Koele wraak ( Vendetta )14.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 13: http://tallsay.com/page/4295002447/koele-wraak-vendetta-13

             2ff59c2de1cddeb9b5ccbc08833844c9_medium.

 

                                                                  14.

 

Het huis waarin de twee vermoedelijke moordenaars van haar ouders woonden had Claudia enkele weken later al rap gevonden. Het was een klein vrijstaand jaren vijftig huisje dat aan de rand van Asco, aan de rustige doorgaande straatweg was gelegen. Ze reed er met de auto voorbij richting Haut-Asco en plaatste een goede zeshonderd meter voorbij de woning de auto achter de struiken op een smal bergpad. Ze pakte de grote tas, trok tussen de struiken haar militaire kleding aan en smeerde zichzelf goed in met camouflage crème. Vervolgens pakte ze haar wapen, in dit geval de Remmington M24 met korte loop, en stopte overige attributen die ze nodig had in haar rugtas. Daarna ging via de landerijen en door het struikgewas op pad.

   De bewuste woning was vanaf de overkant van de weg een eenvoudig te benaderen doelwit. Het een verdieping huis was omgeven door een flinke tuin die voornamelijk uit wilde planten en enkele oude vruchtbomen bestond. Voor de woning stond een roestige metalen steigerconstructie van het soort dat schilders gebruiken. Kennelijk werd de woning eerdaags geschilderd. Naast de woning was ooit een stenen garage gebouwd, afgedekt met een roestig metalen schuin aflopend dak. Gezien de constructie dateerde dat garagebouwwerk uit recentere tijden dan de eigenlijke woning.  De voorkant van de woning keek uit op een langzaam oplopende heuvelrand welke met gras en vooral struikgewas, bestaande uit maquisstruiken was begroeid. Daarachter was een schuin omhoog lopend weiland gelegen waarin enkele bruine koeien liepen.

   Claudia had al snel haar juiste plek gevonden. Vanaf de met veel maquisstruiken en hoog pijlgras begroeide heuvelrand hield ze de woning inmiddels al enkele uren in de gaten. Ondanks de weinige lichamelijke inspanning, een vrij vermoeiende klus. Vooral door het vele op de ellenbogen liggen turen door de verrekijker.

Maar ze mopperde niet.

Terwijl ze middels haar door haat gedreven wens om eindelijk wraak te nemen, niet afliet haar aandacht op de woning te blijven vestigen.

   Een der bewoners, een wat magere vent gekleed in een goor jeansjack en dito jeanspantalon, een man die een stuk jonger was dan die Marco die ze op het terras in de stad had gezien, was anderhalf uur geleden naar buiten gekomen. Hij had de garagedeur geopend en vervolgens een grijze Citroen Berlingo naar buiten gereden. Helaas was ze niet instaat geweest de man onder schot te krijgen.  Nadat hij weer even haastig de woning binnen was gegaan, was hij even later met een tweetal supermarkttassen naar buiten gekomen. Daarna was hij ingestapt, en nogal gehaast weggereden richting Bastia.

   ‘Vuil hoerenjong,’ mompelde ze zacht tegen de wegrijdende chauffeur terwijl ze haar hoofd iets oplichtte en het hoge gras voor haar gezicht iets wegduwde om een beter zicht op de woning te hebben. ‘Jouw krijg ik straks nog wel als je terugkomt.’ Er was nog iemand thuis. Ze kon een gelaat van een man tot tweemaal toe via het vensterglas waarnemen. Natuurlijk had ze hem met een welgericht schot door de ruit direct kunnen doden, maar dan had ze in wezen toch haar doel gemist. Want ze had uiteindelijk eerst informatie nodig. Doden van de moordenaar kwam later wel nadat hij gesproken had.

En praten zouden ze verdomme.    

Claudia kreeg pijn in haar benen en knieën. Dat kwam natuurlijk van de lange tijd onbeweeglijk op haar buik liggen. Ze bewoog even heel voorzichtig met haar voeten. Vervolgens schoof ze wat meer naar een maquisstruik toe omdat ze ook hinder kreeg van de zon en vooral omdat de scherpe stenen onder haar lijf, haar hevig gingen irriteren. Daarbij speelde er tevens het risico dat de zon in de lens van haar verrekijker of vizier kon gaan schitteren als ze op haar bestaande plek bleef liggen. Ze trok haar benen iets in en duwde zich wat opzij. Haar plotselinge beweging leverde een wat verschrikte reactie van enkele koeien op die haar al enige tijd vanachter de maquisstruiken in de gaten hielden.

   ‘Donder toch op,’ siste ze tegen de koeien. Maar de nieuwsgierige runderen bleven zo’n tien meter achter haar gewoon staan kauwen terwijl ze het in hun ogen kennelijk vreemde dier dat voor hen tussen de struiken lag, met hun grote ogen in de gaten houden.  

   Haar linker pols jeukte geweldig. Vermoedelijk als gevolg van aanraking met een brandnetel. Ze moest zich beheersen om er niet aan te krabben, want dat zou misschien tot bloeden leiden. Iets wat ze vanwege infecties, kost wat kost moest zien te vermijden.  ‘Klote gevoel,’ mopperde ze.

    Voor haar actie was ze overigens goed uitgerust in haar wat versleten semimilitaire kleding, compleet met koppel, veldfles, K-Mar mes, patroongordel met zes gevulde patroonhouders en een reeds geladen reserve magazijn voor het M24 Remmington geweer. Ze was er klaar voor. Zowel fysiek als mentaal. Dat had ze afgelopen dagen ook overtuigend aan haar oom Henry duidelijk gemaakt, die daar omrent nogal wat twijfels had.

   Maar dit zou een ander soort missie gaan worden als dat ze met Henry had afgesproken. Want ondanks alle training brandde de haat en woede in haar lijf als nooit te voren. Vooral nu ze het onderkomen van het doelwit voor zich zag. Ze was daarbij ook absoluut niet van plan - zeker niet na de informatie die haar oma hen had verstrekt - om eerst als een lief beleefd meisje met die twee stukken geboefte in gesprek te gaan. Ze keek verdomme wel lekker uit… Hoe verzon haar oom het…

   Ze schrok even op uit haar gepeins. Er ging met veel herrie een helikopter boven haar door de lucht. Een grijsgekleurde cabine met een rode streep over de neus. ‘Die vliegt natuurlijk met toeristen naar de bergen in het binnenland,’ mompelde ze zacht terwijl ze de helikopter even nakeek.

   Oom Henry was naar haar idee de laatste weken om onbegrijpelijke reden veel te week geworden vond ze. Vooral nu het er op aankwam. Goed… ze snapte zijn wat afgezwakte houding ten opzichte van de wraak op die Sciara broers natuurlijk best wel. Henry was gewoon bang dat ze het zou verknallen, met gevolg dat er een tegenactie zou kunnen ontstaan. Een tegenactie die zijn hoogbejaarde moeder als eerste zou kunnen treffen. Op zich zelf natuurlijk best wel een reële veronderstelling, maar daar ga ik niet van uit dacht Claudia, terwijl ze even met haar hand langs haar voorhoofd streek om transpiratiedruppels weg te vegen. ‘Ik ben nu verdomme het verantwoordelijke hoofd van de familie en niet oom Henry,’ mompelde ze zacht. ‘Hij heeft daar uiteindelijk vanwege zijn leeftijd en gezondheid zelf afstand van gedaan ten voordele van mij. En het zijn uiteindelijk wel mijn ouders die vermoord zijn…’  Ze moest zich beheersen om in haar opkomende woede niet opeens te luid te gaan schreeuwen.

Ze zuchtte even.

Goed… natuurlijk had Henry haar alles wat ze moest weten over wapens en gevechtstechniek bijgebracht. Daar was ze hem zeker dankbaar voor. Hij had haar mentaal getraind en ze was zelfs haar eigen gevoel ontstegen zodra ze op de primitieve schietbaan tussen de druivenstokken aankwam en het pistool of het geweer in handen kreeg. Daarbij was het uiteraard logisch dat Henry ook aan zijn eigen veiligheid en die van zijn echtgenote en moeder dacht. Maar hij moest haar niet betuttelen…

   Er was nog steeds geen teken van leven rond de woning die ze in de gaten hield. Het enige leven om haar heen werd veroorzaakt door die uiterst nieuwsgierige koeien die af en toe bij de maquisstruiken achter haar een luidruchtige vergadering leken te houden. In de haveloze militaire plunje met die zwarte baret op het hoofd waaronder haar lange donkere haren krulden, leek ze wel wat op de vroegere Cubaanse communistische rebel Che Quevara dacht ze Alleen de baard ontbrak nog…

    ‘Godverdomme, waar blijven jullie, stelletje rotschoften,’ mompelde Claudia terwijl ze het geweer iets van haar lichaam wegdrukte. Ze voelde inmiddels een sterke krampachtige aandrang van haar blaas. Verdomd vervelend om juist nu, uitgerekend tijdens deze actie, opeens te moeten plassen. Ze draaide zich heel voorzichtig op haar rug.  Maakte de sluiting van de koppel los en drukte met haar handen en voeten de militaire pantalon naar haar enkels toe. Nog even wat schuiven en duwen, en ze lag weer op haar buik. Niemand had naar haar idee de bewegingen in het hoge gras bij de maquisstruiken opgemerkt. Na het op een niet voor herhaling vatbare wijze haar blaas in het gras te hebben geledigd was ze nog zeker tien minuten bezig om, al liggende, haar kleding weer in orde te maken. Terwijl ze onderwijl haar ogen niet van het huis afhield. 

   ‘Verdomme… dat lucht op,’ zuchtte ze terwijl ze het geweer naar zich toe trok en het vizier opnieuw op de voordeur van de voor haar opdoemende woning instelde.

    ‘Verdomme wat is het heet,’

    Ze dronk even een slokje water uit de veldfles die aan haar gordel hing. Al snel viel ze vervolgens terug in een staat van geduldig afwachten, terwijl haar gedachten als vanzelf teruggingen naar de besprekingen met Henry. Natuurlijk meende haar oom het goed. Maar hij was vreemd genoeg opeens veel te behoudend geworden vond Claudia. Zijn adviezen waren overigens correct, dat natuurlijk wel.  ‘Maar in deze vergeldingsactie bepaal ik verdomme zelf wel hoe ik moet handelen,’ mompelde ze voor de zoveelste keer toen ze voorgenomen actie nogmaals overdacht.

   Ze schoot inmiddels perfect met het pistool op bewegende doelen die op een goede twaalf meter afstand een mens voorstelden. Drie schoten, snel achter elkaar. Twee in het hoofd, met een tussenruimte van twee centimeter, en een in de keel van het doelwit… Ze zou op een schietwedstrijd absoluut tot de top behoren realiseerde ze zich inmiddels terdege. Maar het pistool zou vandaag niet worden gebruikt, tenzij…

   Met wekenlang te hebben moeten zeuren en wachten, hadden ze eindelijk de twee gewenste geweren ontvangen. Een met een lange en een met een korte loop. Met die uiterst effectieve moderne sluipschuttersgeweren, was ze nog beter instaat om een tegenstander uit te schakelen. Zelfs op heel grote afstand. Met de gemonteerde attributen die voor het geweer waren aangeschaft, zoals het optisch vizier, de lazer, de windsnelheidsmeter, de afstandmeter en de bewegingsmeter, kon ze de baan van de kogel vlekkeloos uitrekenen en vrijwel elk doel op een afstand van vijfhonderd meter probleemloos uitschakelen. Ze had de twee geweren reeds enkele malen uitgeprobeerd. Ze was dan wel een gewoon burgermeisje, maar wist van zich zelf dat ze er als een professionele sluipschutter mee om kon gaan.

   Het was die dag dat ze daar onder dekking van de maquisstruik tussen de stenen en het gras lag alleen wel heel erg warm. Dat was een beetje een nadeel. Er was voor deze dag een bewolkte lucht verwacht. Maar de wolken waren allang opgelost en de zon had weer vrij spel. De haren die onder de baret uitkwamen kriebelden af en toe in haar nek. Een irritant rotgevoel was het vond ze. Ook de vieze groenbruine militaire camouflagecrème welke ze op alle zichtbare delen van haar lijf en gezicht had gesmeerd irriteerde haar. Vooral in haar gelaat bij haar voorhoofd, de plaats waar de meeste transpiratiedruppels langsliepen. Maar ze hield zich groot en ergerde zich er niet te veel aan. Geduld was immers een schone zaak. Dat had ze in de afgelopen maanden wel geleerd.

   Vanaf de kant van de bergen, rechts van haar, hoorde ze opeens geluid naderen. Gelijk schoof ze wat verder naar achteren. Er reden een tweetal tractoren onder haar langs. De smalle straatweg lag een kleine vijf meter onder haar. Vanaf haar plek onder de struiken kon ze honderden meters ver rondkijken en van verre een voertuig zien aankomen. Ze controleerde voor de zoveelste maal de afstand van haar geweer tot aan de woning. De afstand tot de voorkant van de woning was precies zeventien meter en tachtig centimeter gaf de afstandmeter aan.  Een afstand van niets. Het zal een makkie worden dacht ze… Maar dan moesten die knapen nu wel eerst eens een keer tevoorschijn komen.

Ze geeuwde.

De grootste moeilijkheid was thans om wakker te blijven in dit droge hete klimaat. Terwijl ze wat lag te peinzen en moeite had haar ogen open te houden, hoorde ze opeens een luide bevelende mannenstem achter de woning opklinken.

Vervolg kunt u lezen in deel 15: http://tallsay.com/page/4295002480/koele-wraak-vendetta-15

© Leonardo

 

 

03/05/2020 13:33

Reacties (4) 

1
09/05/2020 22:41
maak ze af
2
04/05/2020 00:40
Sluipschutters moeten geduld hebben en een ijzeren discipline - maar ze moeten er vooral voor zorgen dat ze hun rug vrij houden.
Bovendien zou ik het geweer desnoods ook met camouflagecrème ingesmeerd hebben (vooral als de zon er op staat) - of er tenminste enkele takken overheen gelegd hebben...
Nee, ik ben niet als scherpschutter opgeleid, maar ik heb ze wel gekend. Heel rustige types waren dat...
Heeft oom Henry haar trouwens geen geluiddemper meegegeven?
2
04/05/2020 11:55
Een dergelijk geweer insmeren met welk smeersel dan ook is niet verstandig. Geweer moet altijd vrij blijven voor acuut gebruik en in je vizierlijn kan je geen takken etc. gebruiken. Daarbij zijn dit soort moderne wapens reeds voorzien van een soort van metaalcoating die reflectie door licht onmogelijk maakt.
03/05/2020 19:43
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
o jee, maar mooi alert blijven
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert