Koele wraak ( Vendetta ) 13.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 12: http://tallsay.com/page/429002438/koele-wraak-vendetta-12

              2ff59c2de1cddeb9b5ccbc08833844c9_medium.

 

                                                                  13.

 

Ruim een maand na het marktfeest in de omgeving van Bastia zat Henry met Claudia op de tuinbank op de binnenplaats van de boerderij. Er was een tijdspanne van naarstig, doch voorzichtig speuren naar de achtergronden van die twee Sciara broers afgesloten. Henry had zijn meest vertrouwde contacten ingeschakeld om informatie te verkrijgen met betrekking tot de vermeende daders van de moordaanslag op zijn broer en zijn schoonzuster. En met die informatie werden de bewijzen tegen die twee mannen die hij op het oog had steeds sterker. Naspeuringen hadden inmiddels aan het licht gebracht dat de twee Sciara broers inderdaad onmogelijk uit de opbrengst van hun geitenmelk, kaasjes, en verkoop van jonge dieren, zoveel geld konden overhouden om een woning te kopen van iets meer dan zeventig duizend euro. Goed…, het huis was nogal vervallen, moest van buiten nodig worden geschilderd, en van binnen eveneens worden opgeknapt en gemoderniseerd. Dat was ook reden voor de relatief lage verkoopprijs. Maar het was voor de twee mannen een enorme vooruitgang ten opzichte van het koude tochtige kot van natuurstenen in de bergen dat ze achter zich hadden gelaten.

   ‘Voor mij is het inmiddels wel duidelijk,’ zei Henry tegen Claudia. ‘Deze twee kleine criminelen zijn vast en zeker door iemand met veel geld ingehuurd om je ouders te elimineren. De opdrachtgever heeft hen zeer waarschijnlijk vijfendertigduizend euro de man contant betaald om je ouders op een subtiele wijze met de auto te laten verongelukken. Daar is maar één naam voor; moord…  Van dat moordgeld hebben die twee schavuiten dat huis gekocht, wat ik je brom.’

   ‘Ja het lijkt er wel op. Het is daarbij een heleboel geld wat ze plotseling konden uitgeven. Zeker voor Corsicaanse begrippen. Dat zullen ze inderdaad vast niet met de verkoop van kaas en geitenmelk hebben verdiend.’

   ‘Precies, en daarbij zijn er niet zo veel families meer op dit eiland die een vermogen hebben dat groot genoeg is om plotseling even zoveel geld – cash - beschikbaar te hebben om uit te geven voor een geheime klus.’

   ‘Nee, dat zal wel. Dat begrijp ik,’ antwoordde Claudia.

   ‘Hoe ze dat zwarte geld wit hebben gemaakt weet ik niet. Maar er zijn genoeg corrupte notarissen op dit eiland die er geen moeite mee hebben om dat contante geld aan te nemen en een rechtsgeldig koopcontract uit te schrijven.’

   ‘Daarbij kunnen ze dat natuurlijk ook gewoon op het vaste land hebben georganiseerd, toch.’

   ‘Uiteraard… ook dat is mogelijk. Er worden wel meer stukken onroerend goed op het eiland getransporteerd via een notaris uit Toulon, Marseille, of Nice. Het is maar net aan wie jij als verkoper de afhandeling geeft.’

   ‘Ja maar nu we nagenoeg zeker weten wie de moordenaars zijn, rijzen bij mij wel enkele vragen. Zoals: hoe krijgen we deze stukken geboefte te pakken. En de tweede vraag die bij mij opborrelt is: hoe krijgen we ze aan het praten.’

   ‘De eerste vraag is de moeilijkste vraag, schat. Daar moeten we een goed plan voor maken. Maar als we ze eenmaal te pakken hebben, kan ik je bij voorbaat garanderen dat wij ze zeker aan het praten krijgen.’

   ‘Mooi… maar hoe doen we dit. Ik bedoel…, hoe pakken we dit aan.’

   ‘Daar gaan we samen nog even goed over nadenken. Maar ik heb wel een idee.’

   ‘O ja.’

   ‘Ja zeker. Jij gaat in eerste instantie op onderzoek en benadert die gasten met een smoes. Een vrouw kan meer dan een man in dit soort zaken. Maar je zult je wel heel goed moeten vermommen. Uiteindelijk kennen veel mensen jou op dat eiland.’

   ‘Vermommen, door bijvoorbeeld mijn haar te blonderen en andere kleding te dragen, bedoel je dat?’ 

   ‘Onder andere.’

   ‘Ik weet niet of ik daartoe in staat ben. Ik bedoel, om alleen met die lieden te gaan communiceren. Ook al kijkt het idee me wel grappig. Want het is natuurlijk ook wel  spannend om jezelf in een ander gedaante te veranderen en je vervolgens als engel der wrake bij dit soort lieden te melden.’

   ‘Goed zo, Claudia. jij snapt gelukkig waar ik heen wil. Vrouwen hebben met dat vermommen altijd wat minder moeite dan mannen. Daarom ben ik blij dat zo’n vermomming je niet tegenstaat.’

   ‘Nou ja, het ligt er natuurlijk aan hoe ik er uit moet zien.’

   ‘Natuurlijk, dat is waar. Maar je bent inmiddels sterk genoeg, en eveneens voldoende geraffineerd om zo’n kerel te kunnen versieren en met hem in gesprek te komen, al dan niet onder bedreiging van je pistool.’

   ‘Fijn dat ik me als een Mata Hari mag gaan gedragen,’ lachte ze. ‘Maar ze zijn wel met z’n tweeën. Beetje gevaarlijk om zomaar met ze te gaan praten, vind u ook niet. Een is misschien nog te doen, maar twee tegelijk daar pas ik voor.’

   Dat begrijp ik. Je zou ze wellicht allereerst goed moeten observeren en pas contact maken als een van de twee weg is. Ik denk dat je dat misschien het beste vanaf een plek rondom die woning zou kunnen proberen.

   ‘Oom, Henry luister eens naar mij. Ik wil dat allemaal wel proberen maar op het moment dat ik een van die kerels op de korrel heb, schiet ik eerst voordat we met elkaar verder gaan praten. Zo'n schoft krijgt van mij eerst een kogel in z’n knie.’

   ‘Als je maar heel goed oppast. Je moet ze niet meteen volledig uitschakelen. Dan schiet je het doel waar het omgaat voorbij. Het gaat er nu uiteindelijk om dat je minimaal een van die lieden aan het praten krijgt. Meer niet. We willen uiteindelijk weten wie hun opdrachtgever was, toch…’

   ‘Ja dat snap ik. Maar over schieten gesproken. Als ik alles uit hen heb gepeuterd, en het blijkt dat zij de moord op mijn ouders op hun geweten hebben, dan hoef ik hen toch zeker niet langer in leven te laten, toch...’

   ‘Als die twee kerels verantwoordelijk zijn voor de moord op je ouders is alles in de ongeschreven ritus van de vendetta toegestaan. Het is dan aan jou hoe verder te handelen. Uiteindelijk zijn er reeds twee leden van onze eigen familie te weten - je vader en moeder - gesneuveld door moorddadig toedoen. Dat zegt immers genoeg dunkt mij. Maar laten we wel oppassen dat er geen massale vendetta ontstaat.’

   ‘Juist… Ik snap het volkomen. Maar die vendetta is er al naar mijn idee. Die hebben zij uiteindelijk geschapen.’

   Henry zweeg even om die laatste woorden van zijn nichtje tot zich door te laten dringen. Want uiteindelijk had ze natuurlijk gelijk. Het was thans actie en reactie geworden. De ene partij doodde twee leden van hun familie, met het gevolg dat zij uit wraak twee leden van de tegenpartij zouden gaan doden. Jezus, Maria, dacht hij. De wereld verandert mischien inzake moord en doodslag, maar sommige mensen eranderen beslist niet... 

   ‘Maar luister goed, Claudia. Zorg er wel heel goed voor dat je werkelijke identiteit onder alle omstandigheden uit het zicht blijft. Want door de dood van een van hen, kan bij jouw herkenning door de andere persoon, het initiatief voor wraak en tegenacties, zomaar weer de andere kant oprollen.’

   ‘Ja dat begrijp ik uiteraard heel goed,’ antwoordde Claudia glimlachend. ‘Maar wees maar niet bezorgd dat ik me laat herkennen. En ik ga echt niet met beide kerels tegelijk praten. Ik kijk wel lekker uit.’

   ‘Dat is maar goed ook. Bescherm jezelf dan ook heel goed. Want die gasten zijn vast en zeker gewapend. En bedenk dat ze kennelijk ook heel machtige vrienden hebben. Vermoedelijk zelfs de politie incluis. En wie de opdrachtgevers van deze moordenaars zijn weten we nog niet zeker, al hebben we wel vage vermoedens. Daar moeten we uiteindelijk met deze eerste actie nog achter zien te komen. Daar gaat het thans om.’  Op zich allemaal wijze woorden van Henry, doch in het hoofd van Claudia ontwikkelde zich reeds voorzichtig een totaal ander plan. Goed… ze zou uiteraard met hen praten. Maar wel uitsluitend op de door haarzelf verkozen wijze van converseren. En dat zou een wijze van converseren worden die ze liever niet bij voorbaat tegen haar oom openbaarde. 

Het was een warme donderdagavond toen Claudia met haar vriendin Martha op het terras van - A Chjuche Capelle -, een trefpunt voor de jeugdige bevolking van Ajaccio vak bij een kerk, achter een tafeltje zaten te praten en een glaasje fris te drinken. Enkele tafeltjes voor hen zaten een vijftal boerenknapen luidruchtig te lallen en te drinken. Het waren mannen die vermoedelijk met vee naar de plaatselijke markt waren geweest en nu de opbrengst van hun handel zaten te verdrinken.

   ‘Ken jij die kerels,’ vroeg Claudia quasi nieuwsgierig aan Martha.

   ‘Nou nee, niet echt. Ik bemoei me niet met dat soort volk. Ze zijn mij te ruw en te gewelddadig.’

   ‘Ja… dat kan je wel aan hun wijze van communiceren afleiden.’

   ‘Alleen die lange vent met die schuin over de schouders geslagen riem ken ik wel. Tenminste… ik ken hem niet, maar ik weet wie dat is,’ zei Martha terwijl ze zich iets vooroverboog om niet te kunnen worden verstaan. ‘Hij heet Marco Sciara. Voor zover ik weet is het een geitenhoeder en een kleine crimineel. Hij is al eens met de politie in aanraking geweest wegens het verkopen van gestolen mobieltjes.’

   ‘O ja.’

   ‘Ja maar wegens het ontbreken van voldoende bewijs hebben ze hem toen weer laten gaan.’

   ‘Gevaarlijke jongen dus…’

   ‘Ja dat kan je wel zeggen. Het is daarbij ook een ruziezoeker en een vechtersbaas als hij drank op heeft, heb ik ooit gehoord.’

   ‘Is die vent van hier, ik bedoel van Ajaccio.’

   ‘Goh, nee hoor,’ lachte Martha. ‘Volgens mij komt hij uit het centrale binnenland. Ik meen te hebben begrepen ergens uit de omgeving van Asco.’

   De dames staakten hun gesprek toen een tweetal mannen waggelend als ganzen tussen de tafeltjes doorschoven naar het trottoir. Ze wierpen even een blik op de twee meiden terwijl een van de mannen een obsceen gebaar naar de dames maakte. Even later stonden de andere drie ook op. Er werd geld op het schoteltje gelegd waarna ze eveneens tussen de tafeltjes doorliepen om terug te keren naar de marktplaats.

   Claudia had inmiddels het gezicht van de lange man die dus kennelijk Marco Sciara heette goed in zich opgenomen.  Zijn tanige gezicht prentte ze in haar geheugen. Goed zo, lelijk stuk tuig. Mij kan je eerdaags bij je aan de deur verwachten, dacht ze. Maar dan wel gekleed in mijn recent aangeschafte oorlogstenue. Dan zullen we eens kijken of je inderdaad zo’n stoere revolverheld bent als dat je tegenover je vrienden wil laten doen voorkomen…    

Het viel een paar dagen later nog niet mee om een schipper te vinden die - overigens tegen een forse betaling - bereidt was om een jonge vrouw met een grote zware canvas zak mee te nemen naar Corsica. De vraag alleen al leidde tot achterdocht bij de zeelieden aan wie de vraag werd geteld. Maar dankzij de uitgebreide kennissenkring van Henry lukte het uiteindelijk toch een visser te pakken te krijgen die – tegen en zeer ruime beloning - Claudia vanuit de haven van het zuid Franse Menton naar Solenzara op Corsica wilde brengen. In de kleine haven van het pittoreske havenplaatsje op Corsica werd Claudia opgehaald door een slordig geklede man met lang grijs haar van een jaar of vijf en vijftig. Overigens een man die ze verder niet kende. De nogal norse en zwijgzame man bleek een vroegere collega van Henry te zijn die nog een schuld bij Henry te vereffenen had. De man stelde weinig vragen, hield gedurende de reis zijn mond gesloten maar reed haar met een zeer oude Citroen HF truck, die sterk naar mest stonk, op zijn gemak naar Ajaccio. Daar aangekomen zette hij haar af bij bouwmarkt. Naast de bouwmarkt was een garage die auto’s verhuurde wist Claudia. Het kostte haar niet de minste moeite om de amechtig, als een hond om haar heen hijgende werkplaats chef te overtuigen dat ze een geoefend bestuurder was, ook al had ze nog maar twee weken haar rijbewijs. De kleine vijf jaar oude Renault Clio werd de garage uitgereden, volgetankt en rijklaar voor haar neergezet. Claudia betaalde gewoon contant, hetgeen geen bezwaren opleverde. Nadat er een copy van haar nieuwe rijbewijs en haar paspoort waren gemaakt kon ze vertrekken. Zo opende de kofferklep en zette de zware canvas tas achterin de kofferbak. Met een zelfverzekerd gevoel stapte ze vervolgens in de auto. 'Goed zo,' zei ze toen ze wegreed. 'Ik ben er klaar voor. De afrekening kan beginnen…'      

Vervolg kunt u lezen in deel 14: http://tallsay.com/page/4295002467/koele-wraak-vendetta-14

© Leonardo

30/04/2020 00:28

Reacties (4) 

1
09/05/2020 22:38
let it roll...
1
30/04/2020 19:10
Stond haar echte naam niet op het rijbewijs en haar paspoort??
Maar ik wacht wel af...
1
02/05/2020 21:48
Uiteraard. Maar ze mag toch wel een auto huren... Daar is niets bijzonders mee aan de hand. Dat merk je wel in de laatste twee lange delen van dit boek 1.
03/05/2020 00:07
Ik kan het gewoon niet laten om vooruit te denken...
Dat krijg je zo met boeken in afleveringen. ;-)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert