Koele wraak ( Vendetta )12.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 11:  http://tallsay.com/page/4295002421/koele-wraak-vendetta-11

             2ff59c2de1cddeb9b5ccbc08833844c9_medium.

 

                                                              12.

 

Jeanne Bramati liep moeizaam over de lange smalle klimmende weg terug naar haar aan de bosrand gelegen boerderijtje. Na elke vijftien stappen stopte ze even om adem te halen. ‘Wat is dit toch een nare oplopende weg,’ mompelde ze hijgend.  Ze had een paar boodschappen gedaan in de kleine épicerie die op niet al te grote afstand van haar huis lag. Maar de tocht naar de bakkerswinkel en vooral de tocht naar het dorp viel haar de laatste dagen steeds zwaarder. Vooral haar knieën weigerden soms dienst. Af en toe had ze zelfs het gevoel er doorheen te zullen zakken als ze weer heuvelopwaarts liep met in haar linkerhand een zware tas met boodschappen en in haar rechterhand de wandelstok. Ze zag de laatste tijd gruwelijk tegen dat omhoog en omlaag lopen op. ‘De dood loert reeds om de toppen van de bergen,’ mompelde ze vaak als ze steunend en zuchtend vanaf het dorpje over de stijgende weg terug naar haar huis terugliep.  De jaren gingen thans overduidelijk bij haar tellen. Dat voelde ze aan haar botten en aan haar steeds moeizamer ademhaling. En op zich was het een loopje van niets dat ze vrijwel dagelijks deed. Op een goede tien minuten lopen van haar woning zat de kleine bakkerij annex épicerie waar ze de meeste hoogstnoodzakelijke levensbehoeften kon kopen. Maar voor al de overige inkopen was ze op de grote supermarkt in de stad aangewezen. En dat was een tocht die zeker een goede drie kwartier langer duurde. Halverwege de weg stond een klein kapelletje met een verwaarloosde stenen bank er voor. Ze stopte even om op adem te komen, en liep toen naar binnen om te bidden en een kaarsje aan te steken. Knielen kon ze niet meer, maar ze ging er van uit dat - gezien haar ouderdom – de heilige maagd haar dat niet kwalijk zou nemen.

   Nadat ze had gebeden, schuifelde ze naar de ingang terug. Nam een lange dunne kaars uit de metalen standaard, stak hem aan en zette de kaars in een houder nabij het beeld van de heilige maagd. Vervolgens sloeg ze weer een kruisje, stopte een muntje in het geldbakje en verliet voorzichtig achteruitlopend het kapelletje. Ze kreunde van inspanning en zeeg even neer op de stenen bank terwijl de adem met kracht uit haar keel ontsnapte.    

   Voorheen deed Claudia de boodschappen voor haar in de stad, maar nu Claudia bij Henry en Annabelle logeerde en straks weer naar Montpellier terug ging om te studeren, was oma Jeanne op haar oude dag volledig op zichzelf aangewezen. Ze had geen auto, kon niet fietsen en was voor boodschappen doen in de zestien kilometer verder gelegen stad, aangewezen op de hulp van buren of kennissen. Met haar boodschappentas in haar linkerhand en een grote dikke wandelstok in de rechterhand liep ze soms wel elke ochtend of middag naar de épicerie om brood, koffie en melk te halen. Ach…, ze had uiteindelijk niet meer zoveel nodig op haar leeftijd. Haar jaren zaten er inmiddels wel op. Het was slechts een kwestie van aftellen realiseerde ze zich soms in gedachten als ze op de veranda van haar oude boerderijtje op de tuinbank zat weg te dromen.

   Overdag kreeg ze nog wel eens aanloop van haar eveneens al zeer bejaarde vriendin Marita. De weduwe van een schapenboer. Een vrouw die een goede halve kilometer verder in het heuvelland woonde. Marita kende ze al jaren. Sinds haar echtgenoot, lang geleden was overleden, was Marita haar dikwijls wezen opzoeken en had ze vaak een luisterend oor gehad inzake problemen en vraagstukken waar Jeanne mee zat. Marita was eveneens al jaren alleen nadat haar echtgenoot het leven had gelaten na een slepende ziekte. Ze Had jarenlang samen met een zoon met een geestelijke beperking en haar twee herdershonden, de schapen door de heuvels gedreven. Uiteindelijk moest ze wel. Want een uitkering had ze niet en haar lijfrente die als pensioen moest dienen zou pas bij haar zestigste jaar uitkeren. Marita was een telg uit een kleine Corsicaanse familie van heuvelbewoners. Zonder uitzondering waren het allemaal kleine boeren. Mensen die soms maar een paar hectare grond bezaten om te bewerken of, zoals het bij haar man was vergaan, met geiten of schapen door het heuvelland trokken.

   Op zichzelf niets bijzonders op dit in de zon bakkende eiland. Maar er kleefde aan de familie van Marina een klein smetje. Ze was namelijk, zij het via de familie van haar overleden echtgenoot, eveneens familie van de Sciara familie. Die mensen waren, net als de familie van haar overleden echtgenoot, eveneens een oud Corsicaans geslacht van schapen en geitenhoeders. Over het algemeen waren het nogal wereldvreemde mensen die vaak zeer op hun eigen, ver van de bewoonde wereld in het centrale bergland leefden. Over het algemeen waren het eenvoudige, meestal zeer conservatieve, door het leven geharde mensen. Mensen bezield met een vaak extreme vrijheidszin die moeite hadden met de bemoeienis van het centraal gezag in Parijs. Tevens mensen die  vaak onder armoedige omstandigheden in leven probeerden te blijven en een sterke antipathie hadden tegen de toenemende invloed van de op het eiland steeds talrijker wordende immigranten uit Noord-Afrika. De vaak op blote voeten lopende, in tot op de grond rijkende kleding gestoken Sahara bewoners, die met een scheldwoord, 'pied noirs’ ( blote voeten lopers ) werden genoemd.'

   Toen haar zoon Antoine, zo’n tien jaar geleden met zijn gezin was   verongelukt, gonsde het direct tussen de heuvels van de suggesties en intriges. Verhalen en vingerwijzingen die in kleine kring, vaak bij een knappend haardvuur op zachte toon werden verteld. Soms werden er onder streng voorbehoud zelfs namen genoemd en werd er naar mannen gewezen die in het verleden ook eens bij de aanvraag van een geldlening de deur op de neus hadden gekregen. Doch Marita was anders. Zij ging niet mee in het verspreiden van die gevaarlijke insinuaties die er slechts op gericht waren andere mensen, al dan niet ten voordele van de verteller van die insinuaties, in een kwaad daglicht te zetten en te beschadigen. Keer op keer was Marita bij Jeanne langs geweest om haar te troosten en bij te staan in het verlies van haar zoon.

   Marita was een goed mens, maar tevens nogal naïef. Het was dan ook nooit bij haar opgekomen hoe het mogelijk was dat twee van haar verre achterneven, mannen die tot aan dat ongeluk met die Ciroen XM waarbij Antoine Bramati en diens echtgenote Marie-Louise omkwamen in een kleine zeer primitieve stenen bèrgerie in de bergen leefden, plotseling over geld bleken te beschikken. En dat terwijl die twee nogal wereldvreemde ongetrouwde mannen, zich tot voor dat ongeluk zich dagelijks onder primitieve omstandigheden in leven moesten zien te houden.  Terwijl ze  enkele maanden na dat ongeval plotseling geld genoeg bleken te hebben om hun oude kot te verlaten. Om vervolgens een meer moderner optrekje aan de rand van Asco te betrekken…  

   Goed alles was mogelijk in het leven op deze planeet. Misschien hadden ze al die jaren gewoon geld gespaard en in hun eigen huisje bewaard. Dat deden nog altijd veel boerenmensen uit het binnenland van Corsica wist ze. Daarbij kende ze de twee knapen nauwelijks. Natuurlijk…, het was familie van haar. Maar dan wel heel ver van haar zelf afstaande familie vond ze zelf. Eenmaal per jaar hield men een soort van familiereünie in de stad, om het contact met elkaar te onderhouden en de overledenen te eren. Maar daar ging Marita al jarenlang niet meer naartoe. Dat soort dagen waren uitsluitend interessant voor de mannen vond ze. Maar ook al was ze net als haar vriendin Jeanne al oud, haar hersenen werkten nog altijd goed.

   Op een namiddag in juni had ze Jeanne bezocht.  Ze had een potje met zoete vijgen van haar eigen vijgenboom meegebracht. Nadat ze samen met Jeanne op diens veranda een paar glazen - eau de vie - had gedronken en er flink over de wederzijdse families en plaatselijke nieuwtjes was gekletst en geroddeld, vertelde ze opeens dat twee van haar achterneven tien jaar geleden zomaar - al was het een Gods wonder - opeens de armoede waren ontstegen. Ze hadden hun primitieve bèrgerie verlaten en zelfs een meer moderne woning met garage gekocht. En dat terwijl ze toch maar gewoon geiten bleven hoeden en van hun geiten, geitenkaasjes, en geitenmelk moesten leven. ‘Ik begrijp niet hoe ze daar opeens zoveel geld aan kunnen overhouden,’ had Marita gezegd. ‘Si… un miraculu micca veru – het is een mirakel, niet waar…’

   ‘In effetti – inderdaad, dat is wel heel merkwaardig,’ had Jeanne geantwoord. ‘Wanneer vond dat voorval eigenlijk plaats, kun je dat nog herinneren.’

   Daar moest Marita even over nadenken. ‘Volgens mij ongeveer in de tijd dat jij dat drama in de familie te verwerken kreeg. Zo ongeveer een maand of drie of misschien iets langer, na dat fatale ongeluk van Antoine en Marie-Louise denk ik.’

   Jeanne had, toen Marita het vertelde, in eerste instantie verder geen bijzondere aandacht aan de opmerking besteed en was na enkele dagen deze gebeurtenis al weer vergeten. Maar nu ze alleen op die tuinbank zat te breien en na te denken, schoten de woorden van haar vriendin opeens weer glashelder in haar gedachten. ‘Eigenlijk heel erg vreemd en ook wel heel erg toevallig dat mensen zomaar van de ene dag op de ander van bittere armoede, plotseling welgesteld zijn geworden,’ mompelde ze terwijl ze van de tuinbank opstond om de luid blaffende en springende  Basso wat eten te geven. Ze strompelde naar de keuken, pakte de grote zak met hondenbrokken en deed er een handvol in de metalen voerbak. Ze vulde de drinkbak met schoonwater en zette beide bakken bij de verheugd opspringende Basso neer.

   Toen ze weer op de bank neerzakte, haar breiwerkje pakte en voorzichtig een paar steken maakte, schoten opnieuw die woorden van haar vriendin Marita als een soort van heftige bliksemschichten door haar gedachten.

   ‘Porce Madonna…,’ zuchtte ze. ‘Waarom komen deze vreemde gedachten nu steeds zomaar bij mij op. En is dit nu toeval of niet. Of houden deze plotseling opkomende gedachten soms een of ander boodschap in.’  Ze legde haar breiwerk neer en keek maar Basso die zijn bak uit stond te likken.    

   Nadat ze een tien minuten lang over de woorden en de eventuele relevante betekenis had nagedacht, stapte ze op en liep ze naar de telefoon die in de gang aan de muur hing. Ze zou Henry bellen en hem van de steeds weer in haar gedachten opwellende woorden van haar vriendin Marita op de hoogte te brengen.  En tevens zou ze Henry van de inmiddels in haar eigen hoofd gevormde hypothese op de hoogte brengen.

   Terwijl ze naar de telefoon schuifelde kwam er een wolk voor de zon zodat er schaduw over haar erf viel. ‘Juist nu ik ga bellen wordt het wat donker. Wel heel erg symbolisch voor de informatie die ik aan Henry ga doorgeven.’   

   Henry reageerde nogal rustig op haar woorden. ‘Weet je het heel zeker, moeder. Weet je zeker dat je vriendin dit ooit - precies zo - heeft gezegd. Dus in de woorden zoals je het mij nu verteld.’

   ‘Ja absoluut, jongen.  Deze woorden dringen zich de laatste dagen steeds op de vreemdste ogenblikken in mijn gedachten op. Vooral als ik buiten op de bank zit te breien of als ik 's avonds een paar minuten op bed lig. Het is allemaal wat té toevallig vind ik. Het is net alsof ik van boven een teken krijg om dit aan je te vertellen.’

   ‘Ja merkwaardig is het zeker. Vooral omdat je er nu pas, na al die jaren mee komt aanzetten.’

   ‘Dat is precies wat ik me ook steeds afvraag. Hoe kan het toch zijn dat ik deze uitspraak al die jaren ben vergeten, terwijl het nu opeens weer bij me opkomt.’

   ‘Daar zou ik verder niet wakker van liggen. Maar hetgeen je me vertelde is me natuurlijk nogal wat, maar dat begrijp je uiteraard zelf ook heel goed. Daarbij hoop ik wel dat je kunt voorstellen wat deze woorden indirect impliceren.’

   ‘Uiteraard, jongen. Ik wil geen vinger wijzen in een zaak als deze. En misschien is het wel gewoon onbelangrijk.  Maar ik kan dit niet langer voor me houden. Ik moest het je vertellen. Al is het alleen maar om weer een nacht zonder door deze gedachten te worden gekweld te kunnen slapen.’

   ‘Dat begrijp ik, moeder. Ik ben heel blij dat je me dit hebt verteld. We hebben nu misschien een aanknopingspunt om eens wat verder te onderzoeken. Maar wat ik verder nog wil zeggen; tegen iedereen die je spreekt, mondje dicht over wat je mij hebt verteld. En haal ook geen oude koeien uit de sloot als je vriendin Marita weer op bezoek komt. Wees van nu af aan heel erg voorzichtig met wie je praat en vooral, waarover je praat. Laat het verleden verder rusten.’ 

   ‘Natuurlijk, dat doe ik, jongen.  Maar wat ga jij nu met deze informatie doen.’

   ‘Uiteraard ga ik dit gebruiken, moeder.  Maar hoe weet ik nog niet. Daar moet ik eerst eens heel goed over nadenken. Wel ga ik morgen via mijn contacten op het eiland eerst eens heel voorzichtig wat informatie inwinnen over die twee Sciara knapen die plotseling in een zekere mate van welstand kunnen leven. Wie weet is het een spoor dat naar de daders van de aanslag kan leiden. Maar voor het zelfde hebben die twee knapen gewoon een pot met goud gevonden, bij wijze van spreken…’

   ‘Nou dat laatste lijkt mij heel erg onwaarschijnlijk, Henry. Maar misschien dragen deze woorden wat bij in je zoektocht naar de waarheid omtrent de vermeende moordaanslag op je broer en je schoonzuster.’

   ‘Laten we het hopen, moeder. Want vergeten doen wij het niet.’  Met die woorden sloten ze hun telefoongesprek af. Terwijl Jeanne ietwat opgelucht naar buiten slofte en zich weer op haar tuinbank neerzette, bleef Henry enige tijd met de telefoon in de hand staan nadenken. ‘Het zal verdomme toch niet waar zijn,’ mompelde hij, alvorens naar zijn primitieve werkkamer te lopen en achter het oude houtenbureau plaats te nemen. Daar bleef hij enige tijd zitten nadenken met zijn hoofd in zijn handen, steunend met zijn ellenbogen op het bureaublad.

Vervolg kunt u lezen in deel 13: http://tallsay.com/page/4295002447/koele-wraak-vendetta-13

©  Leonardo

 

28/04/2020 13:44

Reacties (3) 

1
09/05/2020 22:33
mooie beschrijvingen ..uit de pen van de meester
1
28/04/2020 20:42
weer graag gelezen
1
28/04/2020 19:17
De spanning stijgt weer - benieuwd naar het vervolg.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert