Koele wraak ( vendetta) 11.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 10: http://tallsay.com/page/4295002396/koele-wraak-vendetta-10

 

             2ff59c2de1cddeb9b5ccbc08833844c9_medium.

 

                                                                 11.

 

 Terwijl Claudia met haar schietoefeningen bezig was op het Franse vasteland, was in een dorpje gelegen nabij Bastia, de meest noordelijke stad van het eiland Corsica, een feest aan de gang. Een feest dat gekenmerkt werd door veel in traditionele klederdracht gestoken dorpsbewoners die het zogenaamde schapenfeest, in het Corsicaans - u festival di pecuri – genoemd, uitbundig met zang, dans, en vooral drank vierden. In tegenstelling tot het vasteland van Frankrijk waar dikke wolkenvelden boven het land hingen, stond de zon op Corsica hoog aan de helder blauwe hemel en bescheen de grond met zijn prikkende warme zonnestralen. Het was inmiddels vier uur geworden en werkelijk snikheet. Zelfs voor Corsicaanse begrippen.

Op het dorpsplein waar de feestelijke markt plaatsvond waren op veel plaatsen metalen hekken op de straatstenen  geplaatst. Hekken waartussen groepjes schapen en geiten waren samengebracht die luidruchtig hun ongenoegen met betrekking tot die plek in de hitte kenbaar maakten.  Amechtig transpirerende boeren en handelaren, sommige met grote breed gerande zwarte hoeden op het hoofd, deden hun best de dieren te slijten aan de drommen inmiddels reeds half dronken boeren, die naar de dieren kwamen kijken. Het was een rommelige drukte rond de kralen waarin de dieren stonden. Alle talen kon je hier horen spreken. Temeer omdat dit kleine boerenfeest, hét evenement van het jaar was op dit deel van het eiland en derhalve buiten veel plaatselijke bewoners, ook veel toeristen trok.

   De twee caféterrasjes rond het dorpsplein, vanwege het feest door de uitbaters flink vergroot, zaten bomvol met bezoekers. Dat waren met name veel plaatselijke mannelijke dorpsbewoners alsmede enkele boeren met jeugdige aanhang uit de omgeving. Mannen die onder het genot van een glas met sterke spiritualiën, niet de dieren, maar vooral de voorbij schrijdende vrouwelijke toeristen met belangstelling opnamen. En wat dat betreft kwamen de bewonderaars van vrouwelijk schoons die dag beslist aan hun trekken. Want er was die middag buiten de vele fraai opgekamde geiten en schapen, ook genoeg ander vrouwelijk schoons waar te nemen.

   In de hoek van het terras, wat weggedrukt tegen de glazen achterwand en de muur van het etablissement, stond een gammel wit tafeltje met een gekleurde ronde parasol waaraan twee jongemannen zaten. De twee mannen namen met hun bewonderende nieuwsgierige ogen, vooral de dames op die langs kwamen lopen. Hun ogen vielen daarbij met name op de vele slanke jonge blonde vrouwen. Jongedames die doorgaans schaars gekleed waren en soms zelfs ongegeneerd, met alleen een piepklein tanga slipje en een mini topje aan, zich tussen de plaatselijke bevolking door wurmden om bij de kralen met de schapen en geiten te komen. 

   ‘Heel lekkere meiden lopen erbij,’ mompelde Richard, een boerenzoon uit de omgeving van Bastia tegen zijn vriend Pietro, een drie en twintig jarige automonteur uit Ajaccio.

   ‘Ja dat kan je wel zeggen. Er loopt genoeg fraai wild rond.’

   ‘En die meiden zijn, voor zover ik dat van hier af kan beoordelen, zo geil als een pakje boter wat te lang in de zon heeft gelegen.’

   ‘Zou je denken?’

   ‘Ja natuurlijk man… Want anders zouden ze zich toch wel wat netter kleden, denk je ook niet’

   ‘Ach ja, misschien wel. Maar wat dan nog. We leven uiteindelijk niet meer in de negentiende eeuw, toch…’

   ‘Nee dat is waar.’

   ‘En het heeft daarbij wel wat vind ik zelf. Ik zie liever een mooi door de zon  gekleurd kontje van een lekkere jonge meid, dan het brede achterwerk van een oude boerin dat met een partij onappetijtelijke, tot op de grond afhangende kleding, is afgedekt.’  

   ‘Ja…, lachte Piedro. ‘Daar zeg je me wat. Zulke typen kom je hier uiteindelijk ook nog genoeg tegen. Vooral in de bergen.’

   ‘Niet dan…’

   ‘Ja absoluut. Overigens ziet het er hier nog allemaal heel netjes uit in vergelijk met sommige plaatsen op het vasteland. Met name aan de Côte Vermeille en aan de Côte d'Azur. Maar dat zou je eigenlijk eens zelf moeten bekijken. Ik bedoel dan; hoe die meiden daar op het strand van Cap-d’Agde er bijvoorbeeld bijlopen. Dat geloof je niet als ik het je vertel.’

   ‘Is het daar dan zo erg.’

   ‘Ja man… Je weet daar niet wat je ziet. Daar lopen sommige meiden, en vooral van die getrouwde veertigers, helemaal in de blote kont. En soms tref je ze ook in dat door God geschapen tenue, zomaar op de boulevard aan. gewoon met een ijsje in de hand en hun blote witte lijf helemaal rood verschroeid door de zon.’

   ‘Meen je dat nou echt, of belazer je me nu.’  

   ‘Nee man… het is precies zoals ik het vertel. Ik ben er immers het afgelopen jaar met een stel medewerkers van de garage een lang weekeinde op verlof geweest. En ik heb het daarbij met eigen ogen kunnen waarnemen. Sterker nog… Ik heb er zelfs foto’s van gemaakt. Die zal ik je wel eens laten zien.’

   ‘Ben benieuwd. Maar dat zijn natuurlijk allemaal professionele snollen geweest waarover je het hebt.’

   ‘Welnee man. Hoe kom je dar nu bij. Het zijn gewoon van die geile blonde wijven uit de noord Europese landen. Gewoon toeristen. Meiden uit Scandinavië, Duitsland en Engeland, om maar een paar van die landen te noemen.’

   ‘Nou… buiten dat is het zondermeer waar dat ze daar mooie vrouwen hebben. Die blonde meiden zien er inderdaad heel lekker uit voor een paar avonden. Maar ik val niet echt voor zo’n blonde meid. Ja nogmaals, ze zijn lekker voor een nachtje sporten, dat is waar. Maar als levenspartner heb ik toch liever een vurige meid van ons eigen eiland, of desnoods eentje van de Italiaanse kuststrook of van Sardinië of Sicilië.’

   ‘Ja daar zeg je me wat. Maar vindt hier of op de andere eilanden maar eens een mooie slanke jonge meid die nog niet is gekoppeld aan een of andere klootzak met veel geld.’

   ‘Daar heb je absoluut gelijk in. Dat valt inderdaad nog niet mee. En wat er nog losloopt in de goede leeftijd, zijn meestal van die lelijke geiten…’

   Ondertussen reed er heel langzaam een flink door de zon gebruinde jonge vrouw met een nogal gebutste oude Citroen XM voor het terras langs. De dame had het portierraam omlaag gedraaid, een welgevormde arm op de portierrand gelegd en een zonnebril op haar voorhoofd getrokken. De lange donkere haren waren in een paardenstaart gebonden. Ze stuurde de auto tussen de bezoekers door naar de steeg die naast het café lag. Stapte daar vervolgens uit, en trok de achterklep van de auto open om de kratten met drank uit te laden die ze kennelijk in de stad had opgehaald. De kratten plaatste ze op een pallet welke even later door de caféhouder met een palletwagen werd meegenomen, waarna de vrouw weer in de auto stapte.

   ‘Verdomme… kijk nou eens. Wat een lekker ding is dat zeg... Is die meid trouwens zijn echtgenote of zijn vriendin,’ vroeg Pietro met een zuinig gezicht aan zijn vriend.

   ‘Ja,’ antwoordde die glimlachend. ‘Die Renée Tabourin heeft het goed geschoten. Ze heet trouwens Marie-Carmen heb ik gehoord. Ik meen dat ze een dochter is van een sardines visser uit Solenzara.’

   ‘Een wel heel lekker stuk zeg. Mooi slank en prachtige ranke benen. Daar zou ik wel eens een nacht mee willen stoeien.’

   ‘Dat kan ik mij voorstellen,’  lachte zijn vriend Richard. Al zal Renée dat vermoedelijk niet goedvinden.’

   ‘Ja dat begrijp ik… Maar dit bedoelde ik overigens daarstraks; met een lekkere slanke jonge meid van het eiland…’

   ‘Ja hoor… dat snapte ik heel goed,’ glimlachte Richard terwijl hij de weer wegrijdende auto even met zijn blik volgde. ‘Trouwens, nu ik die lelijke oude gebutste Citroen XM van haar zie, schiet er opeens wat door mijn gedachten.

   ‘O ja, wat dan.’

   ‘Ik vroeg me zojuist af hoe het eigenlijk met het politieonderzoek naar dat ongeluk van een kleine tien jaar geleden is afgelopen. Je weet wel, dat spectaculaire ongeluk waar die bankdirecteur en zijn echtgenote in zo’n zelfde auto bij om het leven kwamen.’

   Zijn vriend keek hem opeens met verbaasde ogen aan maar antwoordde niet direct.

   ‘Weet je niet waar ik het over heb. Ik bedoel uiteraard dat ongeluk waar weken lang, de berichten in media vol van hebben gestaan.’

   ‘Verrek, hoe kom je daar nu zo opeens op.’

   ‘Ja dat weet ik ook niet. Maar dat schoot opeens door mijn gedachten toen ik die meid in een zelfde soort auto zag voorbij komen.’

    Pietro was kennelijk nogal verrast door de opmerkingen van zijn vriend. Hij zweeg weer even en gaf toen - uiteindelijk nogal gemaakt onverschillig - als antwoord dat hij dat niet meer had gevolgd. ‘Ach weet je. Dat ongeluk interesseert mij eigenlijk niet meer. En daarbij is het alweer zo lang geleden dat het plaatsvond. En dood is dood, toch…,’ reageerde hij vervolgens nogal ontwijkend onverschillig op de gestelde vraag van zijn vriend.

   Maar met die woorden en vooral door de toon waarop hij antwoordde, lagen er genoeg kenmerken in de woorden opgeslagen die zijn vriend aan het denken zette. Zwijgend tuurden ze vervolgens enige tijd naar de voor hen langs bewegende mensenmassa bestaande uit boeren, burgers, veehandelaren en heel veel toeristen. Ruim een minuut zwegen ze. Ze leken beiden opeens even met de eigen gedachten bezig te zijn, totdat Richard opeens opkeek en een prangende vraag aan zijn vriend stelde.

   ‘Toch eigenlijk best wel merkwaardig dat jij je eigen niet meer voor die zaak interesseert. Want het was toch jouw oudste broer die in die garage werkte welke die auto had geleverd. Althans dat meen ik me te herinneren.’

   ‘Ja, maar wat dan nog,’ snauwde Pietro. ‘Trouwens Alain, mijn broer, had helemaal niet aan die auto gewerkt. Wij zijn ons toen, net als iedereen in die tijd, allemaal rot geschrokken van hetgeen er gebeurd was. En dan ook nog eens de stress die we kregen na al die verhoren door die politiemensen. Maar na het grote technische politieonderzoek, alsmede na al die vraaggesprekken met die rechercheurs, hebben wij die zaak uit onze gedachten gezet. Want het leven gaat uiteindelijk verder vonden wij. Temeer omdat wij er verder niets mee te maken hadden…’

  ‘Ach natuurlijk… vandaar…’    

Vervolg kunt u lezen in deel 12:http://tallsay.com/page/4295002438/koele-wraak-vendetta-12

©  Leonardo

25/04/2020 23:39

Reacties (1) 

26/04/2020 00:30
Mooie sfeerschets, zo vanaf een terras....
;-)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert