Een bijzondere ontmoeting

Door Sanne blogt van zich af gepubliceerd in Sanne blogt van zich af

a9d8e84c5dcebb32b8b5de78218eb7ee_medium.

Een bijzondere ontmoeting

Op een mooie lentedag was ik op bezoek in mijn geboortedorp en had mijn auto geparkeerd voor mijn voormalig ouderlijk huis. Zoals elke keer wanneer ik weer “back home” was, deed ik een rondje langs de oude buurtjes, even horen hoe het met ze gaat. De meeste van hen zijn inmiddels behoorlijk op leeftijd en kennen mij al sinds mijn geboorte.

Ik was goed gemutst en het lentezonnetje scheen vrolijk. Ik besloot naar het winkelcentrum van de wijk te wandelen. Op mijn gemakje slenterde ik langs de winkels, groette de winkeliers die ik nog kende en bekeek de etalages. Voor de dierenwinkel stond een knappe man nonchalant tegen de muur geleund. Ik naderde hem en groette hem, hij groette terug.

“Lekker hè, die lentezon?”

Hij knikte. Ik ging naast hem staan, leunde ook tegen de muur en voelde hoe de zon mijn gezicht verwarmde.

“Heerlijk zo!”

We raakten aan de praat. Eerst over het weer, daarna al gauw over de actualiteit van de dag. Ineens besefte ik dat ik me niet eens had voorgesteld. Ik draaide me naar hem toe, stak mijn hand uit.

“Sorry, vergeten, ik ben Sanne”, lachte ik naar hem.

Hij pakte mijn hand.

“Aangenaam, ik ben Ruben.”

We keken elkaar aan, onze gezichten waren dicht bij elkaar. We zwegen en we keken, onze handen nog in elkaar. Opeens, ik weet niet wie er begon en wie er antwoordde, kusten we elkaar. Een voorzichtige nieuwsgierige kus op de mond. Daarna trok hij zijn hoofd iets terug en keek me opnieuw aan.

“Sanne, aangenaam kennis te maken” en opnieuw kuste hij me. Langer, intenser. Hij liet mijn hand los, en ik voelde hoe hij mij bij mijn schouder pakte en me dichter tegen zich aantrok. En we zoenden nog eens, nu met de tong erbij. Het duizelde me, hij overdonderde me, maar het was fijn, heel fijn.

We keken elkaar aan en ik voelde hoe zijn handen zich verplaatsten van mijn schouder naar mijn onderrug waarna ze daar in elkaar haakten. We stonden tegen elkaar aan, hij hield me vast en ik realiseerde me dat hij niet van plan was me los te laten. En eigenlijk voelde het wel comfortabel zo.

“En Sanne, hoe kom jij hier zo verzeild geraakt?” bracht hij het gesprek weer op gang. Ik draaide me half van hem weg, zwaaide met mijn arm naar de richting waarvan ik vandaan was komen wandelen en vertelde ham dat ik hier vroeger gewoond had.

“Ik ken deze buurt dus goed”, terwijl ik me in zijn armen terugdraaide naar hem. Hij keek me aan en we zoenden opnieuw. Daarna was ik degene die vragen stelde, waar hij dan vandaan kwam, ik had hem immers nooit eerder hier gezien?

“Ik woon hierachter”, antwoordde hij, “niet verder vertellen hoor”, en hij knipoogde naar me.

“Hierachter?’ echode ik verbaasd, “achter de winkel? Is daar een huis dan?”

“Zeg, Sanne, jij bent hier toch zo bekend, en dit weet je niet?”

Plaagde hij me nou, of was hij serieus? Ik wist het niet, maar toen begon hij te lachen.

“Sanne toch, niet zo schrikken, ik plaag je maar. Maar serieus, ik woon hierachter. Het huis staat er nog niet zo lang, het was lange tijd een lege kavel. Ik vond het, kocht het en maakte er mijn paleisje van. Wacht!”

Hij keek even op zijn telefoon, daarna weer terug naar mij, nog steeds een arm om me heen geslagen.

“Kom, dan laat ik het je zien”, en hij deed een stap opzij en hield zijn hand uitnodigend voor zich uit. Ik pakte zijn hand en liep met hem mee. We liepen om het winkelpand heen, een nauw steegje in, waarna hij een smalle schuttingdeur opende.

“Wow, dit is mooi!” riep ik verbaasd.

Voor me zag ik een lange achtertuin, vol in de zon. Een groot grasveld met daarop aan de linkerkant een grote schommel en rechts een trampoline. Twee kinderfietsen lagen op het terras. Langs de zijkanten zag ik allerlei struiken en planten, sommigen in de knop en anderen al vol in bloei. De lente kwam hier vol tot uiting. Aan de achterkant zag ik het huis opgebouwd met witte bakstenen en een dak met donkerrode dakpannen. De grote openslaande deuren stonden open en ik zag silhouetten van mensen binnen.

“Ja hè,” hij keek me enthousiast aan.

Hij liep het gras op richting het huis en ik liep hem schaapachtig achterna. Toen ik bij het terras aankwam kon ik wat beter het huis binnenkijken. Ruben keek om, pakte mijn hand en nam me resoluut mee naar binnen.

“Hoi, ik heb Sanne meegenomen”, zei hij in het algemeen tegen iedereen, en tegen mij: “Koffie?”

Ik knikte en keek om me heen. Ik stond in een ruime, lichte living. In een hoek wat verder zaten een twee meisjes aan een speeltafel te spelen. Er lagen tekenspullen op tafel en om hen heen op de grond lagen wat barbiepoppen. Kinderen in huis, glimlachte ik bij mezelf, gezellig. Aan de linkerkant naast me zag ik een ruime zithoek. Op een lange bank zat een oudere dame, en in twee lichte fauteuils daar tegenover zaten nog twee vrouwen, met er tussenin een lange lage salontafel. Zij waren met elkaar in gesprek en het zag er ongedwongen gezellig uit. Ik liep naar hen toe, terwijl Ruben naar de andere kant liep. Ik vermoedde dat zich daar de keuken bevond waar hij koffie voor me ging maken. Ik stelde me voor aan de dames en ging naast de oudere dame op de bank zitten. Zij stelde zich voor Rubens moeder, en een van de andere vrouwen bleek zijn zus te zijn. De derde stelde zich enkel voor als Helene.

De dames kwebbelde rustig door en betrokken mij bij het gesprek alsof ik hen al jaren kende. Ik voelde me direct geaccepteerd en op m’n gemak. Ruben kwam terug met koffie, ging naast me zitten en sloeg zijn arm om me heen. In dezelfde beweging plantte hij een kus op mijn wang, alsof het volkomen normaal was. Ook de vrouwen leken het heel gewoon te vinden dat wij zo innig bij elkaar zaten, terwijl we elkaar misschien net een uurtje kenden.

Ruben, ik en de dames hadden een aangenaam gesprek waarin er interesse was voor iedereen. Zo werden er vragen aan mij gesteld, zoals of ik ook kinderen had.

“Ja twee”, antwoordde ik, “een zoon en een dochter, allebei al volwassen”, met een blik op de jonge meisjes aan de speeltafel.

Ruben ging iets verzitten, richtte zich naar mij. “En de vader van jouw kinderen?”

“Nou, laten we het daar maar niet over hebben”,  ontweek ik zijn vraag.

“Ja wel eigenlijk, daar wil ik het wel over hebben. Vertel, ben je getrouwd?”

Het was tussen ons twee, de vrouwen waren alweer weer in een ander gespreksonderwerp beland.

“Alsof ik met je zou zoenen als ik gelukkig getrouwd zou zijn”, ik fluisterde het bijna.

"Dus je bent gescheiden? Of is hij overleden?”

Hij schrok van zijn eigen vraag. Sinds Corona is niet meer vanzelfsprekend. Ik schrok ook, voor het eerst dacht ik aan de nieuwe anderhalve-meter-maatregel, en sloeg mijn hand voor mijn mond.

“Nooit aan gedacht, we zitten in elkaars veilige zone Ruben.”

Hij boog zich naar me toe en zoende me overtuigend.

“Te laat, Sanne. Als ik Corona heb, heb ik je nu besmet. En jij mij”, en hij kuste me nog eens.

“Gescheiden, gelukkig gescheiden, en dat is alles wat ik erover wil zeggen”, en ik zoende hem terug.

Niemand in het huis leek het vreemd of raar te vinden dat Ruben en ik zoenden. Het leek alsof we al tijden een setje waren, en eerlijk gezegd voelde het ook zo. Ik voelde me volledig vertrouwd met de situatie en in Rubens armen. Het huis en de mensen gaven mij een geborgen gevoel waarin ik volkomen mezelf kon zijn en iedereen accepteerde en respecteerde mij.

Na een poosje stond ik op en gaf aan dat het tijd was dat ik ging. Nadat ik iedereen gedag had gezegd, liepen we samen terug naar de plek waar het een paar uur eerder begon.

“Mijn auto staat een paar straten verderop, bij mijn ouderlijk huis. Zin om nog even mee te lopen?”

Innig gearmd en druk pratend liepen we door de straten. Ik voelde me verliefd, geborgen, geliefd en gezien, ik voelde me gewoonweg gelukkig met de half-vreemde man aan mijn zijde.

“Kijk, hier heb ik mijn jeugd doorgebracht”.

We bewonderden het huis en ik vertelde wat eraan was veranderd sinds de nieuwe bewoners er wonen. Hij was een en al oor, al leidde hij me af met kusjes, knuffeltjes en aaitjes. We draalden lang, wilden geen afscheid nemen. Wat nu?

“Ik woon nu wel een eindje weg, het is ongeveer een uur rijden vanaf hier.”

“Ik ben wel nieuwsgierig hoe je woont. Je hebt mijn huis al een beetje gezien”, vragend keek hij mij aan.

“Wil je met me mee? Dan ben je wel een poosje weg, moet je dat thuis niet melden dan”, maar hij appte al. Nog een intense kus volgde. Dat we belachelijk snel van totale onbekenden via een eerste date met mama op de bank naar binnenkomen in elkaars privédomein gingen, leek volstrekt normaal en volkomen logisch.

“Stap je bij mij in de auto, of rij je achter me aan?”

“Natuurlijk ga ik met jou mee, dan kunnen we onderweg tenminste verder praten. Ik wil echt alles van je weten Sanne, alles. Ik vind je geweldig!”

We liepen naar mijn kleine blauwe Suzuki en stapten in. Ik draaide de autosleutel om en direct kwam de muziek knetterhard door de speakers.

“Oh sorry”, lachte ik en Ruben lachte net zo hard mee.

De muziek ging niet zachter, en werd zelfs alleen maar luider. Tot ik mijn ogen opende het ik het geluid van de wekkerradio hoorde.

Fuk!

6a21c3991e5ccc75ddbc503569e3f263_medium.

© Sanne 2020

17/04/2020 23:25

Reacties (2) 

1
18/04/2020 19:55
Dit was dus; liefde op het eerste gezicht...
1
18/04/2020 03:47
Ach meis .... hoe heet dat liedje ook al weer? ;-)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert