De zegenschaal en de angst XXXII

Door San Daniel gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

                                                170px-PazuzuDemonAssyria1stMil_2.jpg

'Weet je,' zei mijn vrouw, 'het maakt mij niets zoveel uit, ik vond het een akelige schaal en of die nu uit het Midden-Oosten kwam of niet, ik ben blij dat die uit mijn huis is.' Ik dacht aan mij ingewanden. De stem uit de kraan had mij beloofd dat die er uitgerukt zouden worden als ik de schaal niet te pakken zou krijgen en ik had zomaar het idee dat het niet een loos dreigement was. Zonder het te willen was ik spil geworden in een demonisch spel. Ik was eigenaar geworden samen met mijn vrouw van een huis dat een kelder had die bijzonder te noemen was.

'Dat was maar een droom,' hield ik mijzelf voor. 'Dat haalt je de koekoek,' klonk een rauwe stem tussen mijn oren, begeleid door een trommelslag. En ik wist dat het geen zin had om mijzelf voor de gek te houden. De eerste droom was er één geweest over een vlakte waarover ik liep en een grot in de verte en de enorme eenzaamheid die ik ervaarde. Daarna was alles in sneltreinvaart gegaan, geluiden uit de kelder, geroffel op trommels, stemmen die mij vanuit objecten toespraken. Af en toe werd mij hand bestuurd tegen mijn wil en ik had tegen mijn wil mijn koffie leeggegoten. Zonder dat ik dat wilde, sterker nog ik had weerstand willen bieden, werd mijn pols omgedraaid.

Het verhaal van de overleden vorige eigenaren was nog maar net verteld door mijn buurman of die vond zijn einde door van een ladder te storten. Of dat nog niet genoeg was waren twee indianen die hoogstwaarschijnlijk de schaal uit mijn vuilnisbak gehaald hadden omgekomen en de aardige eigenaar van de Thrift store, waar de schaal terecht gekomen was, had een beroerte gekregen. Mijn innerlijke stem veranderde bij tijd en wijle of werd begeleid door een rauwe grindstem en als ik niet beter wist dan zou ik als buitenstaander denken dat ik gek aan het worden was.

Mijn 'case' zou hele symposia van psychiaters vullen als men maar half wist wat er met mij aan het gebeuren was. Het geroffel had zich met mij verplaatst naar mijn zusters huis toen ik daar een kop thee ging drinken en ik had haar toegeroepen om het luik van haar kelder niet te openen omdat er iets onheiligs in huiste. Het was duidelijk ik was de spil. De schaal was aan mij gegeven en ik was mede eigenaar van het het huis. Alles wat er om heen mee te maken had volgde mij en kennelijk drong de tijd.

                                              170px-PazuzuDemonAssyria1stMil_2.jpg

De demoon in mij had mij verteld dat hij een lichaam nodig had en was daarom in mijn hoofd gekomen. Er was mij ook verteld dat er snijpunten waren in de tijd en dat de tijd rijp was omdat ales in phase kwam. Ik, arme ik, ik wist niet wat ik doen moest of wat er van mij verwacht werd. Maar ik wist wel met diepe overtuiging dat als ik niet beantwoordde aan de verwachting van al het geen dat mij vervolgde ik de vierde overleden eigenaar zou zijn van dit huis.

Ik vroeg mij af of de vorige eigenaren óók niet aan hun 'verpilchtingen' hadden voldaan. Waarom was mijn buurman dan omgekomen? Ik had zomaar het idee dat hij te veel gezegd had, hij was diegene geweest die mij verteld had over de drie vorige eigenaren en de eigenaardige manieren waarop zij omgekomen waren. Hoe zouden mijn ingewanden er uitgerukt worden? Dat kon toch niet. Heel even duizelde het mij en ik zag mijzelf in een flits liggen op een verlaten vlakte, dicht bij een grotopening in een rotswand en ik schrok want er zaten raven op mij die aan mij vraten.

Ik schudde het van mij af en dacht aan mijn kelder waar de werkplaats blauw licht uitstraalde en waar de stem van mijn overleden buurman mij dingend had verzocht om de schaal op een 'snijpunt' te leggen. Ik meende dat hij de plek aanwees die verblindend licht uitstootte.

'Je bent mijlen weg,' zei mijn vrouw, 'dat heb je wel meer de laatste tijd, 'a penny for your thoughts.' 'Ach gewoon,' zei ik, 'ik was inderdaad ver weg, er is zoveel gebeurd en ik dacht aan de omgeving hier en ons huis en dat ik wat meer zou willen weten over de bevolking, de indianenstammen en zo.' 'Ik zat te bedenken,' zei mijn vrouw, 'dat als je de smoker op het betonnen platformpje kunt zetten, ik wat spareribs kan roken.' Dat was de laatste plek waar ik mijn lief wilde hebben, dat was de plek waar het schuurtje gestaan had waar de tweede eiegnaar krijsend was verbrand.

                                      170px-PazuzuDemonAssyria1stMil_2.jpg

'Ik zet hem wel bij de keukendeur, dicht bij de vuurkorf' zei ik, 'dan hoeven we niet te ver te lopen en waarom nodigen we de buren niet uit, dan zet ik wat stoelen neer en een tafeltje en later kunnen we een vuurtje maken in de vuurkorf met een drankje en even ontkoppelen van alle ellende die we zo hebben meegemaakt de laatste tijd.' 'Wat gezellig,' zei mijn vrouw, Ik ga de buurvrouw meteen bellen.'

'Dat mijn jonge vriend,' klonk de grindstem in mijn hoofd, 'heb je goed gedaan. 'Ik ben niet jong', protesteerde ik, 'en je bent niet mijn vriend.' 'Ach,' zei de grindstem, ' leeftijd is maar een getal, als je een paar duizend jaar oud bent dan vind je iedereen jong en wat de vriendschap betreft, je kunt niet altijd je vrienden uitzoeken en ik heb je uitgekozen, dat maakt jou tot één van mijn cirkel.'

San Daniel 2020

lees ook deel 33

25/02/2020 07:13

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert