De zegenschaal en de angst XVIII

Door San Daniel gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

                                        170px-PazuzuDemonAssyria1stMil_2.jpg

'Ik benader het wellicht allemaal te intellectueel,' bedacht ik, 'misschien is het leven wel een chaos en moet je gewoon accepteren wat erlangs komt, zonder te veel vragen te stellen, ik moet niet van alles willen begrijpen. Okay er waren een paar doden gevallen, een soldaat van het leger des heils had een beroerte gekregen, drie vorige eigenaren hadden de aankoop van ons huis niet overleefd. Op zich was dat allemaal nog in een normaal raamwerk, van de werkelijkheid zoals wij die accepteren, aanvaardbaar.' 

'Hallo ben je waanzinnig geworden', riep mijn innerlijke stem mij haast woedend toe! 'Je weet heus wel hoe het écht is. Je wordt benaderd, je bent uitverkoren door iets of wat dan ook, er wordt bezit genomen van je pols. straks is het misschien je hele lichaam, het dringt je dromen binnen en brengt kwaad toe aan mensen om je heen, hallo zijn we weer wakker!

Ik was wakker maar duwde mijn alter ego weg. Ik wilde het niet weten en niet overpeinsen. 'Je hebt weer één van je dagen,' zei mijn liefste, 'je bent erg stil, de laatste tijd.' 'Ik denk veel de laatste tijd,' beantwoordde ik naar waarheid. 'Over het leven in het algemeen en of onze maatschappij slechts een dun schilletje beschaving is met daaronder verborgen, in lagen, oerkrachten waar wij het bestaan van zijn vergeten.'

'Dat zijn diepe gedachen voor zo'n mooie heldere dag als vandaag,' lachte mijn liefste, ´misschien kun je voor het donker wordt de vuilnisbakken binnen halen. Het wordt hier zo snel donker.' Daar had zij gelijk in, de avond viel snel en het deed mij zomaar huiveren, hoe zou ik slapen, zou ik niet weer meegelokt donkere spelonken of grotten in?

'Natuurlijk haal ik die op,'  zei ik ,' je hebt gelijk voor je het weet gaat de jeugd klieren met die vuilnisbakken. Gewoon uit baldadigheid,' maar in werkelijkheid, mijn andere werkelijkheid dacht ik aan de twee indianen die de bak hadden doorgespit en hoogst waarschijnlijk tussen de lege plastic flessen, de schaal had gevonden, aangeraakt, meegedragen en die nu in met een kaartje aan hun teen in het mortuorium lagen. Voorzover de uitgesmeerde indiaan nog een teen had gehad.

                                               170px-PazuzuDemonAssyria1stMil_2.jpg

Ik zag aan de overkant van de 'alley', voorbij de vuilnisbakken, mijn buurman met een ladder slepen. Ik sloeg hem even gaande door het achterraam, hij zette behoedzaam de ladder schuin neer en klom er voorzichtig tegen op. Toe hij  boven was stak hij zijn linkerhand in de goot en haalde er een handvol bladeren uit. Ik zag dat zijn linkerhand licht geel was. 'Die heeft een afwas handschoen aangetrokken,' besefte ik. Hij daalde weer af en verschoof de ladder een meter en klom weer omhoog om het ritueel te herhalen. Hij daalde meteen weer af en zette de ladder iets schuiner. Daarna ging hij weer voorzichtig omhoog. 'Dat doet hij goed,' dacht ik, 'hij neemt geen risico's.'

Ik trok mijn jas aan en liep naar de achtertuin en bevroor midden in een pas, want bij de grote denneboom meende ik even een schim te zien. Soms heb je dat weleens dat je meent dat je uit je ooghoeken iets hebt zien weg vluchten. Het viel mij op omdat het een flits was geweest van de kolenchute, die nu een hangslot op de klep had, naar de boom. Ik schudde het van mij af en liep weer richting achterhek. Ik hoorde zwaar ademen achter mij en toen één trommelslag. Ik slaakte haast een gil van schrik. Ik wijzigde mijn richting alsof ik naar mijn schuurtje liep maar het ademen liep mee. Het was mijn eigen adem niet want als ik die inhield dan klonk het langzame zware gehijg nog heel dicht achter mij.

Ineens draaide ik mij vliegensvlug om mijn as  en ik zag een zwarte schim weg snellen en ik wist niet waarom maar ik wist haast zeker dat het vrouwelijk was. Niet de donker uitziende vrouw die de schaal geschonken had, die was trouwens opgegaan in het edele niets, of de vergetelheid of geef het maar een naam, aldus mijn huis demoon. Allemachtig ik begon de grindstem aan te halen als bevestiging van zaken waarvan ik geen weet had hoe die gelopen waren. De poel der vergetelheid, was dat niet iets uit mijn studie, uit Historische letteren, ik nam mij voordat te googlen, het was zo lang geleden, dat ik die blokken gevolgd had, iets uit de Griekse mythen, meende ik. 'Narcissus,' wist ik ineens met stelligheid.

                                       images?q=tbn:ANd9GcT0EtJx-KMohPmRVvqJBw2

De schim slonk en werd een zwarte bal die langs mij heen racede en toen een hupje over de schutting nam en ik wist wat er ging gebeuren en ik zag de zwarte bal weer groeien en ik hield mij hand voor de mond van schrik, ik stond vastgenageld. Hij nam toe in snelheid en kegelde de ladder omver. Toen klonken twee trommelslagen en een hoongelach en de zwarte bal loste op. 'In het edele niets,' dacht ik. Ik zag mijn buurman, die zo voorzichtig was geweest, half omdraaien in zijn val en met een smak op zijn kruiwagen vallen en wat mij bij bleef was de onnatuurlijk houding van zijn been dat als dat van een ledepop onder hem weggevouwen was en zijn nek die in een onmogelijke hoek wees naar zijn huis.

Ik rende terug naar huis en schreeuwde tegen mijn vrouw, 'bel een ambulance, de buurman is van de ladder gevallen,' en ik rende weer terug naar mijn negatieve buurman. Maar ik zag het al, er zou nooit meer een negatief verhaal over zijn lippen komen.

San Daniel 2020

lees ook 19

 

 

 

08/01/2020 19:00

Reacties (2) 

1
08/01/2020 23:24
Nu wordt het wel echt eng...het is maar goed dat ik daar niet in de buurt woon.
;-)
1
09/01/2020 07:47
dan ga je toch maar een bijbel halen bij de thriftstore
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert