Sinterklaas is uit het zicht verdwenen

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

              f81764909bd6a12be9ec28cda4940360_medium.

Elk jaar verheug ik me op deze eerste dagen van december. Met name vanwege de van ouds gezellige Sinterklaas sfeer die dan doorgaans in de stad hangt. Maar helaas, tijden en mensen veranderen, werd mij eens gezegd. En dat kan ik slechts beamen. Natuurlijk beschrijf ik in dit verhaal de sfeer in een willekeurige stad in Noordoost-Brabant waarbij ik me even als schrijver verplaats in de huid van een willekeurige inwoner van de stad...

 

Het is een stad met een leuke kern. Een stadskern opgetrokken rond een flink plein waarop in het midden een klein restaurant en een ijscobar staat en waaromheen vooral caféterrassen en winkels liggen. Het moet nog Sinterklaasavond worden als ik mij rond halfzeven tussen het winkelende publiek begeef, doch de grote kerstboom staat reeds pontificaal opgetuigd op het plein in de stad te stralen. Het schijnt een boom te zijn die in Noorwegen in een bos heeft gestaan. Op zich een leuk gezicht, maar van Sinterklaas is helaas geen spoor te bekennen.

   Even vraag ik mij af of dit het gevolg is van die steeds weer oplaaiende discussies over Zwarte Piet, maar even later zet ik die gedachte toch weer van mij af.

   Er is aardig wat volk op straat, ondanks de snijdende koude wind. Het eerste wat een bezoeker van deze stad opvalt is de grote hoeveelheid lege winkelpanden in de binnenstad. Zowat een op de drie winkelpanden staat leeg. Niet omdat er een plofkraak is geweest zoals dat tegenwoordig ook overal in grote steden gebeurd, maar gewoon omdat geen enkele ondernemer de kennelijk torenhoge huur, die de verhuurders per kwadraat meter durven te vragen, kunnen opbrengen.  Nadere informatie brengt aan het licht dat ongeveer 30% van alle winkelpanden in het centrum van deze stad, in handen zijn van hooguit zeven professionele, landelijke huisjes en pandenmelkers…

   Het is twee december. De Sint moet nog komen, dus dan denk je dat er wel verschillende etalages in het teken van Sinterklaas zullen staan. Maar nee hoor. Niets is minder waar. Welgeteld kwam ik tijdens mijn avondwandeling, vier winkels tegen die een Sint en Piet affiche hadden opgehangen, doch verder helemaal niets. Trouwens; van een beetje leuke etalage is al jaren bij de meeste winkeliers geen sprake meer. Zelfs in een landelijk bekende speelgoedwinkel, toch een zaak van een zekere allure, had men niet eens de moeite genomen om ook maar iets van de sfeer van Sinterklaas weer geven.

   Wel jammer vind ik. Terwijl intussen de - keiharde - rotmuziek die men over de binnentredende bezoekers uitstrooit, niets, maar dan ook helemaal niets, met Sinterklaas te maken heeft.

   Triest eigenlijk, denk ik dan. Zo verkwansel je met z’n allen in relatief korte tijd de traditie van een leuk, oeroud kinderfeest. En dan wil ik het nog maar niet eens over die elk jaar weer opstekende Pietendiscussies hebben.

   Ik zou wat voor de kleinkinderen kopen. Dat heb ik uiteindelijk mijn echtgenote beloofd. Ik had een lijstje meegekregen met daarop genoteerd wat ze graag van de Sint wilden ontvangen. Dus zette ik me schrap en liep met de nodige tegenzin de met moderne harde tering muziek vervuilde ruimte binnen, waarin het zogenaamde kinderspeelgoed stond uitgestald. 

   ‘Godallemachtig,’ mompelde ik in mijzelf.  ‘Hoe vind ik hier in deze mega uitstalling van speelgoed, dat gene wat ik voor mijn kleinkinderen nodig heb.’ 

   Ik liep al een paar minuten verloren rond te kijken toen een jongedame mij aansprak. ‘Kunt u niet vinden wat u zoekt. Zoekt u misschien iets speciaals, meneer.’

   ‘Ja weet u. Mijn kleinkinderen zijn nog heel jong. Het zijn twee meisjes moet u weten. Een tweeling is het, van driejaar oud.’ Ik moest met stemverheffing praten om me boven het geschreeuw van een of andere Amerikaanse rapper verstaanbaar te maken. Het hysterische geluid wat die vent via de luidsprekers over de mensen heen spuwde, leek in mijn beleving nog het meest op het geluid van een water gorgelende en spuwende aap in de dierentuin…  Maar wie ben ik om hier over te oordelen. De huidige jeugd schijnt dit fraaie muziek te vinden.

   ‘Wat zouden ze graag willen hebben, denkt u.’

   ‘Nou…, ik denk dat ze een leuke pop wel mooi zullen vinden.’

    De winkelbediende, een spichtig blond meisje van hooguit achttien jaar oud, gekleed in een heel kort jeansrokje, lichtrode panty, een rood met wit gestreept hemdje met daarover een opengeslagen, veel te ruim vallend donkerblauw jasje, neemt me mee naar een afdeling achter in de winkel.

    Ik kijk hier werkelijk mijn ogen uit. Hier liggen tientallen poppen te schitteren en te wachten op een koper. Ik laat me adviseren welke poppen populair zijn en koop vervolgens twee verschillende. Kunnen die kleine meiden er straks ook geen ruzie over maken.

   Na te hebben afgerekend loop ik de straat weer op. Er is iets wat me nu pas opvalt. De gemeente deelt kennelijk ook mee in deze huidige anti Sinterklaas sfeer, door al ruim voor 5 december, overal alleen - kerstverlichting - op te hangen. En dat, terwijl enkele jaren geleden met de Sinterklaasdagen, juist van die leuke Sint en Piet verlichting in de binnenstad was opgehangen. Verlichting die na zeven december werd vervangen door de ook nu weer aanwezige kerstverlichting.

   Sinterklaas, afserveren, noemt men dat…

   Terwijl ik doorloop richting de Hema, komt de ''boenk, bonk, boem,'' herrie van de plaatselijke jeansshop me al tegemoet. De grote glazen deuren naar die winkel staan open. Vanachter de in het midden opgestelde toonbank staat een pokdalige jongeman met een sigaret in zijn hand, zichtbaar verveeld, met een kauwgom kauwende punkjuffrouw met geel, rood en groen opgeschoren haren en armen vol met tatoeages te praten. De twee blijken het bedienend personeel te zijn. Niemand verder te zien in de overigens ruim opgezette, doch met zijn zwakke indirecte verlichting, vrij triest en afstotend ogende winkel. Juist als ik langs kom schiet de knul, zijn brandende sigarettenpeukje, vlak voor me op de van het vocht glimmende rode straatstenen neer.

    ‘Klootzak in een ballentent,’ mompel ik. Wel een mooi voorbeeld van slecht ondernemerschap, met zulk personeel in je winkel, schiet het door mijn gedachten terwijl ik langzaam doorloop.

   Even verder aan de overkant van de straat zit een snackbar. Daar is het goed bezet met klanten. Ik sluit me aan in de kleine rij wachtenden, precies achter een zeer gezette dame van onbepaalde leeftijd, die met een klein meisje aan de hand een zakje friet met mayo en een broodje warmvlees bestelt. Het meisje laat even later haar rode wantje vallen dat ik vervolgens bereidwillig voor haar opraap.

   De dame kijkt me even verwonderd aan. Kennelijk is ze zulke behulpzaamheid van mensen niet gewend.

  ‘Gezellig vanavond in de stad, vind u ook niet,’ vraagt de dame vervolgens met een stralende glimlach aan mij, met de kennelijke bedoeling een gesprek met me aan te knopen. Ik antwoord haar dat ik het wel jammer vind dat er geen Sinterklaas muziek wordt gedraaid. En dat er nergens meer een leuke versierde etalage is te bezichtigen.’

  ‘Ach, wat maakt dat nu uit, meneer. Het zijn overigens niet meer de jaren zeventig van de vorige eeuw, toch… En tijden veranderen nu eenmaal, net als mensen.’

   Waar heb ik dat meer gehoord.

   Ze heeft natuurlijk wel een beetje gelijk met die opmerking, maar ik betreur het gemis van die vrolijke Sinterklaas beelden van vroeger wel. Nadat ik mijn kroketje te samen met een wit servetje heb ontvangen, en aanvang deze uiterst warme hap op mijn gemak op te eten, schiet er een scooter met razende vaart tussen het publiek op de wandelpromenade heen.  Nog geen vijf seconden later gevolgd door een eveneens keihard rijdende politieauto die met de zwaailichten en sirene aan, achter de scooter aan blijkt te zitten. Mensen op straat schrikken zich een ongeluk en deinzen in paniek naar de winkels ter bescherming van lijf en leden.

   ‘Hée…, zag je dat ouwe. Keigoed hè,’ orakelt opeens een dertiger met een groenpetje op zijn hoofd tegen mij. De spreker ziet er niet uit, in zijn gore kleding en zijn afgetrapte schoenen. De man staat al een tijdje met de ogen gesloten, in een wolk van wietrook, met de rug tegen de glazenruit van de snackbar geleund.

   ‘Het wordt langzaamaan steeds beter en gezelliger op straat, ouwe,’ orakelt hij verder zonder me aan te kijken.  ‘Vroeger was het ’s avonds  maar een saaie boel gedurende die klote dagen in december. Zag je alleen maar mensen met kleine kinderen op straat. Maar die zijn na acht uur tegenwoordig vrijwel allemaal verdwenen.’

   Na die woorden kijkt hij me even in en wolk van rook aan.

   Ik knik slechts even.

   Iets te enthousiast steek ik vervolgens een hap van mijn kroket in mijn mond en verbrand gelijk mijn tong en mijn gehemelte.

   ‘Je moet wel blazen, ouwe. Anders vallen je valse tanden straks op de grond en kent je bek flinke blaren als gevolg van een tweedegraads verbranding.’

   Ik knik weer even glimlachend tegen hem.

   Een korte stilte volgt.

   ‘Mooie achtervolging was dat daarnet, vind je ook niet.’

   ‘Ja,’ mompel ik met de hete hap in mijn mond. Maar wel heel gevaarlijk met al dat volk op straat.’

   ‘Moeten die winkelende straatzwalkers maar oprotten.’

   ‘O ja?’

   ‘Ja natuurlijk. Er kan uiteindelijk altijd een scooter langskomen met daarop een paar knapen die voor de wouten op de vlucht zijn, toch…’

   ‘Maar die knullen op die scooter hadden dat ding misschien wel gestolen,’ antwoordde ik misschien iets te braaf en te naïef.

   ‘Zal best wel,’ zegt hij glimlachend. ‘Of misschien hebben ze wel een overvalletje gepleegd bij een van de winkels waar nog wat geld te halen is.’

    Ik kijk hem even met de nodige achterdocht op mijn gelaat aan. ‘Nou dat meent u toch zeker niet...’

   ‘Ja natuurlijk meen ik dat wel.’

    De man trapt onderwijl zijn peukje op de witte vloertegels uit en werpt een blik op de gezette jonge dame achter de bar die met een klant afrekent. ‘Zo is tegenwoordig het leven nietwaar,’ kletst de man verder. ‘Gewoon halen waar je wat halen kan en vervolgens rap wegwezen. Dat is overigens ook mijn devies. Dat mag u best weten.’

   Inmiddels had hij een nieuwe joint opgestoken en blies hij vervolgens weer een wolk stinkende wietlucht de ruimte van de snackbar in. Sommige mensen keken even om, maar reageerden niet.

   Ik antwoordde niet meer, doch stapte de snackbar uit met het laatste stuk van de nog altijd gloeiend hete kroket in mijn hand. Wat een vreemde vent  was het die mij aansprak. Een kerel met criminele neigingen. Kun je nagaan wat er in de donkere wintermaanden op straat rondzwalkt, dacht ik.  Je zal maar kleine zelfstandige zijn in een stad als deze.

   Vervolgens stapte ik de straat op. Ik keek nog even achterom en zag hem nog steeds in die afwachtende houding met de rug tegen het vensterglas staan. Gezien zijn op de grond neergesmeten opgerolde rieten matje en de vieze rugzak die voor zijn voeten op de grond stond, heb ik het idee dat de man een dakloze zwerver of een junk is. Of misschien wel beiden. Tevens vraag ik me af waarom hij daar binnen in die snackbar blijft staan. Voor de warmte misschien. Of misschien in de hoop iets gratis te eten te krijgen als de tent straks gaat sluiten. Maar het kan ook zijn, gezien zijn uitlatingen, dat hij straks als het rustiger is een snelle greep in de kas wil gaan doen…

   Maar dat is mijn zaak niet, toch…

   Heel even breekt me een gevoel van medelijden op met de twee dames die in deze snackbar achter de toog staan. Maar al snel verlaat dat gevoel mij en loop ik door.  

   Even verder zit op de hoek van een straat juwelier de Vries.  Terwijl ik even mijn blik door de dikke winkelruit werp op de vele schitterende horloges, laat de winkelier het metalen rolluik zakken. Tevens hoor ik de kerkklok achtmaal slaan. De juwelier neemt kennelijk geen risico en sluit rap precies om acht uur af. Hij heeft groot gelijk denk ik bij mijzelf. Zeker gezien het soort volk dat hier ’s avonds in deze tijd op straat zwalkt.

   In de schoenenzaak naast de Hema ontwaar ik wel enkele Sinterklaas affiches, Sinterklaas reclame posters en enkele grappige prenten van Sint en Piet. Het is waarlijk de enige winkel in de stad die zich kennelijk herinnerde dat Sinterklaas, ooit een heel gezellig feest was in begin december. Of misschien de enige zaak in de stad die het aandurfde afbeeldingen van een echte Zwarte Piet op te hangen, zonder angst te hebben voor het ingooien van de winkelruiten.

   Hoe een feest met de wisseling van de jaren kan verloederen en zelf kan verdwijnen, schiet het door mijn gedachten als ik bij de parkeergarage kom waar mijn auto geparkeerd staat. Of zou het ontbreken van de juiste Sinterklaas sfeer, toch misschien het resultaat zijn van de acties van die asociale terreurgroep met de naam  Kick Out Zwarte Piet.

Wie het weet, mag het zeggen…

 

© Leonardo

02/12/2019 23:08

Reacties (13) 

1
03/12/2019 16:55
Mooi relaas over hoe het er tegenwoordig aan toe gaat. De winkelstraten en winkels tot voor kort in sinterklaassfeer, sinterklaas en pieten die door de stad liepen, helaas verleden tijd. Grote warenhuizen , winkels die groots uitpakte alles verleden tijd en niet te vergeten de commercie in zijn totaliteit. Het is toch van de zotte dat ruim een maand geleden al vele winkels hun kerstspullen hadden uitgestald.
03/12/2019 16:57
Helemaal mee eens!
1
03/12/2019 15:07
Voor mij is het dit jaar voor het eerst in 17 jaar dat ik geen Zwarte Pieternel meer ben, omdat onze Sint afgelopen zomer is overleden. Zelf doe ik er verder niks aan en ook niet aan kerst (hier ook al kerstbomen bij AH) en dus uiteraard ook niet aan mijn verjaardag, die is op 1e Kerstdag. Ik mis het Zwarte Pieternelletje spelen wel, want wat is er nou nog leuker dan kinderen (en wij kozen voornamelijk kinderziekenhuizen uit voor bezoekjes) blij te maken, ze te zien lachen om een domme Zwarte Pieternel en die je dan helpen om weer overeind te komen na een domme glijpartij en dan zeggen; "Ik vi...
1
03/12/2019 17:00
Dank voor je aanvullende en relevante reactie, Candice. Jouw reactie zegt alles wat ik reeds heb geschreven. Je hebt het goed gelezen en begrepen!
2
03/12/2019 09:06
Ja, is overal te zien, kerst is belangrijker dan sint en piet.
03/12/2019 12:49
Dat is mij ook opgevallen. Vandaar mijn verhaaltje er over.
1
03/12/2019 03:06
ja ..ik snap wat je bedoelt ..wij noemen het de nostalgie, de hang naar de gezelligheid...in werkelijkheid hebben we te maken met een enorme verloedering.
3
03/12/2019 12:52
Ja en die verloedering gaat sneller dan we denken. Maar ik blijf het een gemis aan opvoeding vinden. Ouders geven uiteindelijk aan hun kinderen hun tradities en waardigheden door. Maar dat is kennelijk al jaren geleden afgeschaft. Tegenwoordig krijgt de jeugd alleen nog maar de voeding, meer niet!
2
03/12/2019 13:44
en een I-pad dan ben je van hen af
03/12/2019 17:03
Dat is eveneens zeker waar. Die ergernis maak ik elke maand mee als de kleinkinderen een weekeinde overkomen. Een gezellig samenzijn wordt met heel veel moeite geaccepteerd, om vervolgens weer met zo'n rottig mobieltje of tablet bezig te kunnen zijn. Om je rot te ergeren vind ik dat gedrag van de huidige generatie.
2
03/12/2019 01:58
Het is dat ik nauwelijks meer in Nederland inkopen doe, maar ik zie het vóór me.
In D hebben ze geen Sinterklaastraditie - maar het is inmiddels allemaal op Kerstmis getrimd.

Het feest verloedert niet - het zijn de mensen die verloederen. In elk geval in de Randstad, maar het waaiert uit. De prijs die wij (de oudere generatie?) betalen voor de globalisering en de 'diversiteit'.
2
03/12/2019 00:45
In Amerika zouden "ze" na het lezen van je verhaal waarschijnlijk zeggen: "OK, boomer!" ;-)

Ook hier in het dorp valt het me op. Wel wat Sinterklazen en nog geheel zwarte Pieten (want niet in de Randstad) gezien, maar in het centrum worden nu al kerstbomen verkocht. 5 december is nog niet eens geweest. Dat ben ik niet gewend.

Eerlijk gezegd, dat verrekte Sinterklaasfeest kan me onderhand ook gestolen worden. Puur door de agressie, de verharde standpunten en het schijtirritante slachtoffergedrag van beide kampen. Dit jaar begon het gemiep al in maart. Ik ben er voll...
1
03/12/2019 12:55
Ha, ha ha… Vooral je laatste zinnen zijn een fraaie spontane reactie, Edwin.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert