Een week van ons leven. Maandag!

Door Nupur Deen gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Maandag:

 

Het is nou niet zo dat ik niets te doen heb. Of dat ik geen eigen leven heb! Maar ik bestudeer nou eenmaal graag mijn buren. De buren in de flat aan de overkant en ik geniet van de kinderen die spelen in het kleine speeltuintje op het pleintje. Een pleintje dat omringd is door vier flats. Er wonen hier allerlei soorten mensen. Ik vind de verschillen van culturen een aangename af wisseling. Er valt altijd wel wat te beleven.

Vandaag is het maandag. Normaal gesproken ben ik dan aan het werk. Als oproepkracht in een ziekenhuis. Maar deze week heb ik mezelf een weekje vrij cadeau gegeven. De reden is simpel, mijn man is met vakantie met een vriend. Nu heb ik heerlijk het huis voor mezelf alleen en heerlijk geen gezeik om me heen.

Ik begin de dag met een heerlijk ontbijtje. Twee witte boterhammen dik belegt met boter kaas en eieren met spek. En een kopje kruiden thee. Wat extra fijn is dat ik nu eens geen commentaar krijg van mijn man. Hij wind dat een vrouw altijd op haar mooist moet zijn voor haar man. En dus geen vet en lekker eten mag hebben. En vandaag kan hij lekker de pot op. Ik doe wat ik wil.Soms zou ik hem een klap op zijn kop willen geven, als hij zulke dingen zegt.

Na het ontbijt, ga ik lopend de boodschappen doen.Eerst naar de groenteboer en dan hup de supermarkt in. Daar zie ik een bekende lopen! De man koopt een zak met dropjes en een zak met spekjes. Hij woont in de flat tegenover de onze. Vreemd is het wel, hij heeft geen kinderen en toch koopt hij die snoepjes. Ik probeer snel weg te sluipen, maar helaas heeft hij me gezien. “Hé, woon jij niet in onze buurt?” vraagt hij. Ik knik. “ Leuk, ik kom hier altijd op maandag. Na dat ik mijn krantje heb gehaald.”

Ik wil nog zeggen dat ik weinig tijd heb. Dat klopt wel niet, maar een mens moet toch wat, niet waar? Maar het hielp niets, hij gaat vol enthousiasme verder. Ja, hij koopt zijn krantje bij een boekenwinkeltje om de hoek. Want dat was vroeger van hem. En ik krijg te horen over zijn broer, die hij straks gat bezoeken. Hij verteld me zelfs hoe oud hij is. 68 dus.

Sommige mensen vertellen echt te veel. Je vraagt je af waarom. Dit wil ik allemaal niet weten. Ik ben niet nieuwsgierig naar de mensen. Ik heb altijd respect gehad voor het privé leven van anderen.

Ik zie hoe hij met een lach op zijn gezicht verteld over zijn demente broer, hoe goed hun band vroeger was.

Dat vind ik zo bijzonder. Ze hadden vroeger een hechte band. Helaas word zo iets anders als je een ziekte krijgt, zoals dementie. Feitelijk neem je afscheid van de persoon zonder dat hij stervende is.

Als ik hem vraag naar zijn vriendin, kijkt hij somber. “Ze is aan kanker overleden. Ze heeft gevochten tegen die ziekte als een leeuwin.” Een rot ziekte waarvan veel mensen het slachtoffer worden. Ik kom het vaak tegen in mijn werk als verpleegster.

Samen lopen we de supermarkt weer uit. Op straat staan er twee jongens een oudere vrouw te pesten. De man komt tussen beide en geeft de jongens flink op hun donder. En tot mijn verbazing, druipen ze met hun staart tussen de poten af. “ Ja mevrouwtje, zo doe ik dat altijd.’

Ik geef hem een compliment. Waren er maar meer mensen zoals hij. Mensen die niet hard weglopen en actie ondernemen als de situatie daar om vraagt. De klokt van de kerktoren slaat elf uur. “ Oh ik moet rennen, mijn huishoudelijkehulp komt zo.” Dan rent hij weg. Zo goed en kwaad als het gaat. Zijn hulp zal wel zwart werken, want hij ziet er niet uit als een man die thuiszorg nodig heeft. Terwijl ik naar huis loop, vraag ik me af of hij zichzelf graag hoort praten of dat hij feitelijk eenzaam is.

Nou ja straks mijn dagboekje maar bijwerken en deze ontmoeting er bij schrijven. Ik zal hem maar de eenzame man noemen. Dat past aardig bij hem.

Bij het naar huis lopen zie ik dat er al wat ouders met hun kinderen in het kleine speeltuintje zitten. Die ga ik straks heerlijk met een kop thee onzichtbaar in mijn serre bekijken. Ik kan zo genieten van kinderen.

In het speeltuintje zitten altijd verschillende groepen mensen. Het blijft bijzonder fascinerend. Zo heb je de mobiletelefoon moeders, een groep die mijn ontzettend ergert. Ze komen met hun kinderen naar het speeltuintje. De kinderen gaan spelen en de moeders gaan vervolgens zitten op een bankje of op één van de traptreden. En letten nergens meer op. Het kind roept met regelmaat: “Mama kijk eens!” Maar de moeder kijkt niet op of om. Dat maakt mij woedend. Soms zou ik het raam open willen gooien en tegen ze schreeuwen: “Wat kan er in godsnaam belangrijker zijn dan je kind! Je gaat me niet vertellen dat die domme spelletjes en dat appje van je zus belangrijker is. En als dat werkelijk wel zo was, had je niet aan kinderen moeten beginnen. Geef mij je kinderen dan maar!” Dat zou ik willen zeggen. Maar dat durf ik niet. Ik zeg meestal niet wat ik voel en denk. Verlegen noemde men dat vroeger. En ik moest dan van mijn moeder in therapie. Hielp niets natuurlijk. Tegenwoordig heet dat introvert, en hoef je niet perse meer naar therapie. Nee, dan ben je hoogt waarschijnlijk iemand die hoog sensitief is. En zich na een drukke werkdag moet afzonderen om weer even op te laden. Geef mij die laatste optie maar. Hoewel ik niet zeker weet of ik dat ben, maar gek ben ik niet. Dat wist de therapeut ook wel hoor.

Gelukkig heb je daar ook altijd de opa’s en oma’s. Die hebben geen moderne mobiletelefoon, en als ze die wel hebben is het alleen voor de zekerheid. Voor als er wat met de kinderen of kleinkinderen is.

Ze praten en spelen met hun kinderen maar ook met die van anderen. Zo heb je opa en oma Bombardon. Ze zijn al in de 80, maar komen iedere middag met een kleinkind naar de speeltuin. Vinden ze heerlijk. Opa bombardon speelt met de kinderen, alsof hij zelf weer kind is. En ook al roept oma Bombardon telkens dat hij voorzichtig moet doen, Dat helpt toch niet. Ik stel me dan altijd voordat hij s’avonds moe op de bank in slaap valt. “Waren zij maar mijn ouders.” Denk ik vaak.

Zojuist was er een meisje, Aïda, een Turks kindje. Lief schatje, met een grote mond. Ze is 5 jaar. Die had ik zo als dochter willen hebben. Ze moest plassen. Maar moeder keek niet op of om. Die zei alleen maar: “Ik kom zo!”.

Als ik voor iedere keer dat ik die zin hoor een euro kreeg, dan was ik nu schat hemeltje rijk! Z gaat het een half uur door. Gelukkig helpen opa bombardon en de eenzame man de kinderen met plassen. Ze doen dat om de beurt. Kennelijk was het nu de beurt aan de eenzame man beurt. Hij loopt met de kleine meid naar een bosje. Een tijdje later komen ze weer terug. Moeder heeft nog niets door. Zo gaat het vaak. Omdat ze het zielig vonden voor de kinderen. En je wilt toch ook niet dat zo’n kindje in de broek plast.

Die moeder zou ik soms een flink pak op haar billen willen geven. Maar ja zoiets doe je niet natuurlijk.

En dan heb je nog de moeders die eigenlijk niet naar het speeltuintje willen. Dat kan ik altijd aan hun gezicht zien. Ze hebben een gezicht als een oorwurm. Willen niet mee spelen. Maar proberen wel om op ze te letten. Ze blijven meestal maar erg kort. Ik heb het wel eens bijgehouden. Het was een halfuur tot driekwartier hooguit.

Opgelucht gaan ze weer weg, vaak net als het gezellig word en hun kindje met andere speelt. Vaak het smoesje, ik moet nog koken. Of we krijgen zo bezoek. Dan denk ik wel eens: “Mens ga dan niet!” Ik vraag me dan af waarom de ongeschikte mensen kinderen hebben en de geschikte niet.

Als je als jong stel gaat samenwonen of trouwen. Verwacht men vaak dat er ook kinderen komen. Dat het niet altijd lukt, staat niemand bij stil. Of dat je bewust kiest voor een leven zonder kinderen. Ik wilde maar dat mensen er meer over gaan nadenken. Dit lijkt me toch niet de bedoeling. Tegenover mij woont ook zo’n stel. Jong en succesvol. Ze hebben geen kinderen. Dat willen ze niet. Kinderen passen niet in hun levensstijl. Zo heeft ze mij eens verteld.

Zij is een professor op de universiteit. Waarin weet ik niet meer. En hij is manager bij een bank. Een echte. Mijn man zegt ook dat hij een manager bij een bank is. Maar ik weet dat hij liegt. Wat hij wel doet weet ik niet. Er komt geld binnen, dat is belangrijk.

Het jonge stel komt altijd pas rond half zes thuis. Doorgaans komt mijn man dan ook thuis en verwacht dat ik zijn warme prakje kook. Op de maandag wil hij altijd spruiten, met opgebakken aardappelen en een bal gehakt. De spruitjes wil hij lekker lang hebben gekookt. Een uur dus. Het smaakt nergens naar, maar hij schuift het zo naar binnen.

Dat gedoe heb ik dus niet. Ik heb vanavond zin in pizza. Antonio bakt de lekkerste dus daar bestel ik er een.

En terwijl ik wacht zie ik vanuit mijn plekje, hoe het jonge stel thuis komt. Hij opent netjes voor haar de deur. En dan stappen ze naar binnen. Ze sluiten meteen de gordijnen. Jammer voor mij.

Ik zie een man aankomen rijden, als hij uitstapt, zie ik dat hij een pizza in zijn hand heeft. Nou ja de brommer zal wel stuk zijn.

 

07/11/2019 22:41

Reacties (3) 

08/11/2019 16:41
Dank jullie wel. Ik houd van het schrijven over gewone mensen. het verhaal is wel fictief.
08/11/2019 08:34
Welkom! Heerlijke beschrijving. En een weekje vrijaf waar je - zo te lezen - wel aan toe was.
08/11/2019 00:14
Heerlijk uit het leven gegrepen.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert