1582 Op zoek naar Sofieke

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Na alle positieve berichten van gisteren staat vandaag in een opgewekt daglicht, al zou je je kunnen afvragen of een perspectief van een paar duizend dagen meer of minder of zelfs een paar honderd dagen meer of minder zoveel meer zon of schaduw zou moeten terugwerpen.

En moet je ervan genieten als de zon schijnt of is juist dan de schaduw aangenamer voor lichaam en geest? Staan moeten en genieten als broeders naast elkaar of zijn zij de uitersten op de lijn van plicht en vrijheid? En hoe zat het ook alweer met mindful in het hier en nu aanwezig zijn?

Ik laat alles los en ga koffiedrinken bij mijn schoonmoeder, waar het extra gezellig is door de onverwachte aanwezigheid van schoonzus en zwager. We vergeten de tijd totdat ik mij realiseer dat ik een lunchafspraak heb met mijn eigen zus en in een ongekend hoog tempo doen we nu de boodschappen en de kerkbladen. Ik kan haar nog net op tijd oppikken bij Koffie en Cacao. We brengen de spullen naar huis en gaan dan weer terug naar dezelfde prachtige plek op het zo pittoreske Zuideinde, waar de winkels verdwijnen als paddenstoelen in het voorjaar.

We bestellen lekkere broodjes en onderzoeken ons gezamenlijke verleden met de milde glimlach van de toenemende ouderdom. Wat heeft ze toch een heerlijk schaterende lach! Interessant om zo gezamenlijk, met z’n tweeën, het verleden uit te pluizen. Dat zou ik vaker moeten doen.

Opnieuw vergeet ik de tijd, het is al kwart over twee, en gehaast nemen we afscheid en fiets ik schuldbewust naar de Binnendijk, die er kinderloos en verlaten bij ligt. Geen Sofieke te bekennen. Ik struin diverse adressen af waar ze mogelijk zou kunnen zijn, maar niets en nergens. Ik app met tegenzin een berichtje en fiets weer terug naar school, waar een van de juffen mij naar het schoolplein loodst, waar nog wat meisjes ballen, je kunt het geen voetballen noemen, maar geen Sofieke. Eén van de meiden weet wel met wie Sofieke weggegaan is en dat brengt mij bij het adres waar ik haar al in de tuin zie spelen, terwijl ik mijn fiets tegen het raam zet. Opluchting stroomt door mijn lijf.

Ja, ze wist mijn nummer niet en ja, ze heeft mama nog gebeld, maar die nam niet op en ach wat doet het ertoe, alle verhalen en angsten smelten weg in een warme en toch ook weer niet al te nadrukkelijke omhelzing. We spreken af hoe laat ze weer thuis zal zijn en dan fiets ik onbekommerd naar huis. Het zonlicht straalt op deze koude, heldere herfstdag en laat de middag glanzen. Thuis ruim ik de in haast achtergelaten boodschappen op.

Ate Vegter, 31 oktober 2019

lees er nog eentje:
allesmoetmee
 

31/10/2019 07:31

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert