Het mysterie der zwarte gestalten 14.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 13: http://tallsay.com/page/4295001153/het-mysterie-der-zwarte-gestalten-13

           ebfbaef75ffc487b40aa633ea9d6e86b_medium.

 

                                                                  14.

 

 

 

Enkele dagen later      

De dag was zonnig begonnen doch in de loop der namiddag trok een dikke grauwsluier over het Hollandse land waarna enkele uren later, de eerste regendruppels op de grond neerdaalden. In het fort zaten twee jongemannen, in de leeftijd van rond de dertig jaar, in een betonnen ruimte opgesloten. De mannen waren van Noord-Afrikaanse afkomst maar vermoedelijk in Nederland geboren. De ruimte waarin ze verbleven, was precies zo ingericht als de smerige kotten waarin de ISIS zijn gevangen genomen westerse verslaggevers en hulpverleners vasthield, alvorens ze later als vee met een mes te onthoofden.

   Het interieur van hun vrij ruime cel bestond uit een tweetal ruwe houten banken waarover een dunne matras was gelegd. Een tweetal emmers deed dienst als toilet, terwijl in een hoek naast de enige deur die toegang tot de ruimte gaf, een wasbak was geplaatst. Er was alleen ’s morgens, een uur lang stromend – koud – water. Aan een haakje naast de wasbak hingen twee grote groene legerhanddoeken die wekelijks werden verschoond.

   De twee mannen zagen er qua uiterlijk niet uit. Dat was het gevolg van de ondervragingen die ze inmiddels achter de rug hadden. Ruwe ondervragingen hadden ze ondergaan. Die ruwheid was het gevolg van hun kennelijke gedachte om in elk geval niets over hun achtergronden los te laten. Een domme gedachte die hen zou opbreken. Niet alleen misten ze reeds enkele tanden, zaten hun ogen dicht van de vuistslagen die ze hadden gehad en konden ze niet zitten noch liggen vanwege enkele zwaar gekneusde ribben. Maar ze beseften vast en zeker allebei dat dit maar een voorproefje was van wat er vermoedelijk nog ging komen. Hun pijnlijke lichamelijke situatie was hun eigen schuld. Want dat alles was uiteindelijk het gevolg van hun weigering aan de ondervragingen waaraan ze bloot hadden gestaan mee te werken. 

   ‘Smerige sadistische tering kruisvaarders,’ jammerde de man die op de grond lag. ‘Ooit komt de dag dat wij jullie christelijke kutlanden zullen overnemen’.

  Nummer vier aarzelde niet maar gaf de op de grond liggende terrorist een ongenadige schop in de lendenen. ‘Heb je de komende uren wat om over na te denken,’ sprak hij.

  De andere man die op een bed lag kreunde van de pijn, terwijl hij half op zijn zij, met zijn rug tegen de muur aan was gaan liggen. De man, die de schop had ontvangen,  lag inmiddels op de betonnen vloer te kreunen en te snikken. Het was niet alleen de recent toegebrachte schade die hen deed snikken, kreunen en rillen, ze hadden eveneens nog flink last van de opgelopen schotwonden in hun benen.  De kogels waren er weliswaar reeds door een ervaren arts uit verwijderd, maar de wonden deden nog flink pijn.  De kaliber twee en twintig kogels hadden weliswaar diepe vleeswonden veroorzaakt, maar volgens de behandelende arts zouden de twee mannen er geen blijvende schade van ondervinden. Er waren geen vitale delen geraakt.  De wonden waren reeds twee dagen  geleden gehecht en verbonden, maar pijnstillers waren er niet voorhanden. Of, men gaf hen die eenvoudigweg niet…   Goed…, ze hadden dan wel geen blijvend letsel opgelopen, maar de wonden waren toch enigszins ontstoken. 

   De cel waarin ze zaten stonk naar urine, braaksel en vooral naar angst.  Angst voor het onbekende. Voor wat misschien nog komen ging. Uiteindelijk wisten ze zelf heel goed hoe zij zelf in een dergelijke situatie met gevangenen zouden handelen. En juist die gedachte maakte hen hyper nerveus.

   Natuurlijk wisten ze precies waar het hun belagers om te doen was, maar praten en de leider van hun terroristische cel verraden, stond helemaal gelijk aan zelfmoord. Dus zwegen ze voorlopig, totdat de tijd zou komen dat ze mentaal gebroken zouden zijn en de woorden die men wilde horen spontaan uit hun monden zouden rollen.

   Ze zaten hier nu drie dagen in eenzame afzondering. Er brandde slechts een lamp, boven hun hoofd in het plafond. Een met een metalen gaaskapje omgeven werklamp die relatief weinig licht gaf.

   's Morgens kregen ze wat pap te eten vanuit een plastic bord en gebruikmakende van een plastic lepel van het soort dat in vliegtuigen wordt gebruikt. Dat vloeibare eten aten ze voorzichtig op, hun gehavende monden sparende.  Bij dit ontbijt werd een plastic kom met lauwwarme thee geserveerd... 

   De man die hun maaltijden serveerde was altijd in het zwart gekleed en had zijn gelaat grotendeels bedekt. Deze figuur was als het ware een kopie van de door de gevangen genomen mannen zo vereerde, koppen snellende, en moordende kameraden van de Islamitische Staat. Die uitdossing had uieraard een psychologisch doel. Wrijf het ze maar steeds in, en ken vooral geen medelijden, was de gedachte achter deze maskerade.

   De bediening was uiteraard bewapend, terwijl de mannen gedwongen werden op het bed plaats te nemen, met het gelaat naar de achter hen bevindende muur gericht, als het eten werd binnen gebracht. 

   Hun maaltijden beperkten zich tot twee maal per dag. Weigeren van het eten, of restanten laten staan, werd als een misdrijf opgevat en – net als wat de .IS. in de Levant deed met westerse gevangenen – met stokslagen op de blote rug beloond.

  Weglopen konden de twee gevangenen zo en zo niet, daar ze met hun linkerbeen middels een metalen ketting, aan een ring in de muur waren vastgemaakt.

   ‘Oog om oog – tand om tand,’

   Zo luidde de achterliggende gedachte van de ''Zwarte Gestalten'' in wiens handen deze islamitische terroristen terecht waren gekomen. En dat ze met de IS sympathiseerden duidde op de zwarte, met Arabische tekens bestikte vlag, die men in de auto van de twee had gevonden die bij het bankje op de rivierdijk bij het kerkhof stond geparkeerd.

  ‘En laat ze maar schreeuwen en tieren, niemand zal hen hier horen,’ had nummer een gezegd toen de twee criminelen, drie dagen geleden, in hun cel waren gekwakt.

   ‘Wie zijn jullie eigenlijk, en wat willen jullie van ons, stelletje sadistische klootzakken,’ schold de moedigste van de twee op een gegeven moment toen hun eten werd gebracht. Het antwoord op zijn vraag was een harde vuistslag op de rechter kaak die zijn tanden deed ombuigen. ‘Hou je bek, smerige terrorist,’ siste nummer vier terwijl hij zijn handschoenen uitdeed en zijn pijnlijke vingers uitgebreid bewoog. ‘Je spreekt hier pas als je dat wordt gevraagd. Heb je dat goed begrepen. En als je het toch wilt weten; wij zijn jullie ergste nachtmerrie.’

   Er klonk vervolgens slechts gemurmel uit de gehavende en bloedende mond van de man die op de grond in elkaar kroop, zijn handen onder zijn bloedende hooft legde, waarbij zijn vernielde mond de smerige vloer raakte. Bloed en kwijl droop uit de openstaande mond.

 

Terwijl de twee gevangengenomen schooiers in hun cel lagen te jammeren, zaten even later enkele leden van de Zwarte Gestalten rond een tafel in de tot vergaderruimte omgevormde voormalige munitiebunker. Die ruimte was een onderdeel van het oudste deel van het fort. Dit was eveneens de enige ruimte die verwarmd kon worden, al was dat dan met een grote houtkachel.  De kachel brandde al enige tijd dat het een lust was waardoor de ruimte intussen een aangename temperatuur had. Op de televisie, die op een kleine metalen tafel tegen een muur stond, was een herhalingsverslag van een Engelse voetbalwedstrijd te horen en te zien.

   ‘Wanneer zullen ze gaan doorslaan,’ vroeg nummer twee zich af, terwijl hij met een oor bij het verslag van de voetbalwedstrijd was. ‘Je hebt ze uiteindelijk toch flink aangepakt in de afgelopen dagen, zou ik zo zeggen,’ reageerde hij.

   ‘Ja dat dacht ik ook,’ zei nummer vier terwijl hij inmiddels de koffiebekers opnieuw had gevuld. ‘ Maar wacht nog maar even af. Die ene klootzak met zijn grote bek die ik tijdens het eten bezorgen al even heb moeten corrigeren, die knul met baardje bedoel ik, die is reeds op het punt gekomen dat hij wel zal gaan praten. En als ze dat morgenmiddag nog niet hebben gedaan, dan mogen ze als het donker wordt, een paar baantjes in hun blote kont, zonder zwemvest aan, gaan zwemmen in de tankgracht.’

   Nummer twee keek nu verbaasd op. ‘Meen je dat echt, of is dit een macabere grap.’

   ‘‘Nee, ik meen het echt.’’

   ‘‘Allemachtig…,’’

   ‘En let dan maar eens op wat er gaat gebeuren als we ze mee naar buiten nemen; dan praten ze wel degelijk heel snel. Vooral als ze in hun blote kont buiten staan en doorkrijgen wat de bedoeling is.’

   ‘Nou, ik hoop ergens dat hen dat bespaard zal blijven, ook al zijn het nog zulke smerige criminelen. Want buiten al hun verwondingen om, is de temperatuur van dat smerige water is nauwelijks zes graden Celcius. Dat overleven ze nooit.’

   ‘Nou en…, wat maakt dat dan verder uit. Zijn we weer een paar islamitische misdadigers kwijt. Trouwens; water maakt hun geest heel snel helder, zeker als ze daar in die gracht drijven,’ gromde nummer vier.

   ‘Nou ik weet het niet. Eigenlijk vind ik dit een stap te ver.’

  ‘Kom op man. Je bent toch ook militair geweest. Notabene twaalf jaar bij de speciale troepen. Dan heb je toch wel een en ander meegemaakt zou ik zeggen. Dus ga je dan nu niet laten leiden door medelijden met dat terroristische tuig. Ze zijn gewoon 'de vijand,' weet je wel. Precies zoals ons dat ooit in onze militaire jaren is geleerd.  En voor moordlustige vijanden kennen we geen genade, noch medelijden…,toch.’

   ‘Nee, daar heb je uiteraard gelijk in.’

   ‘Precies, dat bedoel ik. Dus als we ons barmhartig en week gaan tonen, krijgen we nooit de inlichtingen uit hun strot die we nodig hebben om uiteindelijk de leider van hun terroristische drugs cel te elimineren.’

   ‘Ja dat is waar.’

   ‘Denk maar aan wat nummer een ons altijd voorhield als afsluiting van een briefing.  Je moet dit soort volk aanpakken op de wijze zoals ze jou ook zullen aanpakken als ze je te pakken krijgen.’ 

   ‘Dat is uiteraard ook helemaal waar. Daar heb je volkomen gelijk in.’

   Intussen keken ze op vanwege het alarmsignaal dat de ruimte vulde. ‘Dat zal nummer een zijn,’ zei nummer twee, hetgeen klopte toen ze het voertuig zagen dat op het beeldscherm verscheen. Na een goede minuut kwamnummer een binnen stappen. Hij groette de aanwezigen, hing zijn vliegeniersjack aan de kapstok en schonk zich een kop koffie in, waarna hij naast nummer vier aan de tafel plaatsnam.

   ‘Je ziet er wat vermoeid uit, jongen,’ zei hij vervolgens tegen nummer vier terwijl hij zich de koffie liet smaken. ‘Zijn ze soms lastig geweest’

   ‘Valt wel mee. Niet zo erg. Alleen heb die baardaap even over zijn wang moeten aaien.’

   ‘O ja…, nou dat is goed voor hem. Daar leert hij van zich jegens ons te gedragen. Maar leeft hij nog wel, hoop ik.’

   ‘Ja hoor, maar eten en slikken zal waarschijnlijk enkele dagen wat moeilijker gaan.’

   ‘Nou dat is niet zo erg. Daar went hij maar aan. Zeker bezien in het licht van hoe ze zelf, hun gevangen genomen westerse mensen behandelen in dat klote Irak en Syrië.  Dus je geeft ze maar van Jetje als ze moeilijk doen, maar wat ik me intussen wel afvraag; hebben ze al gepraat. Weten we inmiddels al iets meer.’

   ‘Nee helaas nog niet. Ze zijn als de dood om over hun cel en hun leider te praten. Maar ik vertelde zo net al aan nummer twee dat hun geheugen vermoedelijk  wel helder wordt als ze morgenavond een bad nemen…’

   ‘Wil je dat echt me ze uitvoeren.’

   ‘Ja zeker, tenminste, als jij dat goedkeurt.’

   ‘Als het moet. Dan doen we dat. Maar ik hoop voor die twee gemene hufters dat ze zullen beseffen dat ze beter met ons kunnen gaan praten dan blijven volharden in stilzwijgen. Anders vrees ik dat we volgende week twee levenloze, in plaats van levende, islamitische strijders bij de politie voor de deur moeten dumpen.’  Vervolgens vervielen de mannen even in een stilzwijgen. Ieder begaan met de eigen gedachten.

   Natuurlijk moeten we met de gevangen genomen criminele moslims geen mededogen kennen, ook al zijn dit maar kleine jongens in het smerige, drugs gerelateerde, terroristische spel dat ze spelen. Het zijn uiteindelijk handlangers van een gevaarlijk brein. Het brein van een intelligente terrorist die aanslagen en moorden op onschuldige westerse burgers voorbereidt en laat uitvoeren. Denk aan wat je in Afghanistan, Irak en Syrië hebt meegemaakt. Daar stikte het van dit soort lieden die vanuit de schaduw van het leven opereerden. Blik in je gedachten terug naar die tijd en zie weer de beelden voor je van de mannen met de tulbanden op het hoofd die je aankijken met die starende, van haat vertrokken blikken. Ga terug in je gedachten en zie hoe bermbommen door kleine kinderen in het zand van de wegen worden ingegraven. En herinner je vooral ook de beelden van de toegetakelde lijken van je collega’s die sneuvelden in de strijd met deze wilde islamitische barbaren. Denk aan hen die omkwamen als gevolg van die smerige autobommen. Onthoud ook met name de aangeboren onbetrouwbaarheid van dit soort extreem fanatieke moslims jegens anders denkenden. Want in hun ogen zijn wij uiteindelijk vullis, of te wel ongelovigen, zoals ze dat wordt voorgekauwd in hun miserabele geloofsbeleving. En vergeet vooral de gedreven meedogenloosheid en wrede kwaadaardigheid niet die ze uitstraalden als ze een van je kameraden hadden gevangengenomen. De zelfgenoegzaamheid die ze uitstraalden bij weer een onthoofding van een westerse journalist of hulpverlener.  Zie de fanatieke glinstering in hun ogen ten tijde dat ze hun slachtoffers eerst gruwelijk verminkten en de deerlijk gehavende lichamen, tenslotte overgaven aan de wrede sadistische woede, van een nog gewetenlozer bevolking, die de martelingen lachend vervolgden, tot de dood van hun slachtoffers intrad. Waarna men soms met de hoofden van de slachtoffers, polo ging spelen... Met dit soort mensen hebben we te maken. Of ze nu uit het Midden-Oosten, Afghanistan of Noord-Afrika komen. Zij zijn het kwaad op deze wereld, niet wij. Laten we dat vooral nooit uit het oog verliezen… 

 

Vervolg kunt u lezen in deel 15:   http://tallsay.com/page/4295001222/het-mysterie-der-zwarte-gestalten-15
©  Leonardo
30/10/2019 17:19

Reacties (8) 

Nieuwe reacties weergeven
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert