Het mysterie der zwarte gestalten 12.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 11: http://tallsay.com/page/4295001101/het-mysterie-der-zwarte-gestalten-11

            ebfbaef75ffc487b40aa633ea9d6e86b_medium.

 

                                                               12

 

Als een militaire operatie

De bestelauto kwam vanaf de richting ’s Hertogenbosch over de rivierdijk aanrijden. In de verte waren straatverlichting en lampen van woningen te zien van een in het donker gelegen dorpje. Op een goede vierhonderd meter voor het in de verte  opdoemende dorp stopte de auto. Vervolgens werd de bestelauto, achteruit, een afrit naar een weiland op gereden. Vier mannen stapten uit. Ze waren allemaal in het zwart gekleed. Het was militaire kleding waarin men zich bewoog. Van het soort dat men ziet bij de Amerikaanse speciale troepen.

   De mannen spraken weinig terwijl ze in het donker naast de auto stonden om hun kleding en uitrusting te controleren. Gezichten en handen werden uit het zicht van eventuele plotseling naderende autolampen, met camouflagecrème groen gemaakt. Ze waren op dat moment nagenoeg onherkenbaar. Vervolgens werden de baretten op gezet. Daarna werden de schoenen verwisseld voor militaire laarzen die ze in het donker op de tast aantrokken, waarna de schoenen in een zak werden gedeponeerd die achter in de laadruimte van de bestelauto werd gelegd.

   Aan de gordels zaten inmiddels een kleine, uitklapbare pionier schop, een piepkleine, ultramoderne portofoon van het type dat tegenwoordig ook door de Nederlandse Marechaussee wordt gebruikt, twee etuis met patroonhouders en een foedraal met een scherp jachtmes. Alle vier waren ze bewapend met een Beretta 9 mm pistool dat in een schouderholster onder hun zwarte jack stak. Aan een riem die over de schouders was geslagen hing en foedraal met een sterke militaire nachtbril.

   In de verte doemden plotseling twee lampen in het donker op. Zwaaiende bewegende lichten die een langzaam rijdend, aankomend voertuig aankondigden. De mannen doken achter de auto weg en zagen even later met veel lawaai een tractor met een grote, op een mestwagen lijkende aanhangwagen, voorbij rijden.

   ‘Klote, dat er op dit tijdstip nog verkeer op die weg is,’ mompelde een der mannen.

   Bij een boerderij die achter hen in de weilanden lag hoorden ze een vrouw tegen iemand schreeuwen. Even later werd er door een man teruggescholden en werd er met geweld een staldeur dichtgeslagen, waarna het weer doodstil was.

   ‘Kennelijk een huiselijke onenigheid,’ fluisterde een der mannen.

   ‘Zo zie je. Dat komt in de beste families voor,’ fluisterde een der andere mannen terug.

   ‘Zijn we zover,’ vroeg de leider opeens.

    Hij kreeg een bevestigend antwoord.

   ‘Goed; we lopen benedendijks langs die sloot richting het voor ons liggende dorp. De kerk doemt straks vanzelf in het donker als eerste op. Blijf dicht bij elkaar en haast jezelf niet. Er is weinig maanlicht terwijl we door zeer onregelmatig terrein moeten lopen.’

   ‘Komt allemaal goed,’ antwoordde een der mannen.

   ‘Prima…, o ja, nog even ter herhaling het volgende. Mochten we door wat voor omstandigheid dan ook, toch door iemand worden betrapt, dan zijn we gewoon militairen die bezig zijn met een nachtoefening. Is dat duidelijk?’

   Geen der mannen antwoordde, maar aan het gemor was te horen dat iedereen dat allang tijdens de voorbespreking had begrepen. Een herhaling van reeds  afgesproken regels was niet echt nodig…

   Na een klein kwartier sjouwen door vochtig gras, passeren van sloten en greppels en het altijd gevaarlijk in het donker voor je opdoemende prikkeldraad, bereikten ze de terpheuvel waarop de kerk en het kerkhof waren gelegen. De mannen bleven uit het licht van de straatlantaarns terwijl ze hun nachtbrillen opzetten om in het donker beter te kunnen zien. 

   De omgeving rond de kerk oogde verlaten.

   In de verte sloeg een hond aan, terwijl een vrouwenstem het beest tot rust maande. De leider gebaarde dat ze twee om twee de kerk moesten passeren. Zelf liep hij met een man aan de rechterkant om de kerk heen, waarbij ze de oude stenen muur die het grootste deel van het erf afsloot als dekking gebruikten.

   De portofoon van de leider gaf een kort piepje ten teken dat er moest worden opgenomen. ‘Bandieten op negen uur,’ gaf de stem van een der andere mannen aan hem door. ‘Een snelle auto, vermoedelijk een BMW, staat nu bij een bankje op de dijk geparkeerd. Twee man zijn er uit gekomen en reeds over de muur geklommen. Wij gaan even in dekking aan de kant van de dijk en kijken wat ze gaan doen.’

   ‘Prima. Maar probeer ze straks alleen wel enigszins onbeschadigd te vangen.’

   ‘Zullen we proberen.’

   ‘Goed zo. Over en uit.’

    Vervolgens doken de twee mannen, uit het zicht van speurende blikken, snel achter een forse, scheefstaande, oude grafzerk.

   ‘Verrek…, ze lopen naar die grote langwerpige tombe toe die daar bij de muur staat,’ fluisterde nummer drie tegen zijn maat.

   ‘Ja inderdaad, ze zijn reeds bij de tombe zie ik.’ antwoordde nummer zes terwijl hij snel zijn pistool vatte, de geluiddemper er op draaide en doorlaadde. ‘Kom mee.  We sluipen er wat dichter naar toe. Jij van links en ik vanaf het middenterrein.’

   ‘Ja oké, maar kijk nou eens. Het lijkt verdomme wel alsof ze achter die tombe aan het graven zijn. Kom op. Waarschuw nummer een dat wij er op af gaan.’

   Terwijl nummer een te samen met nummer drie van rechts naderde, nummer zes een zaklantaarn op de verdacht gravende figuren richtte en hen aansprak, klonk er een pistoolschot. Het licht van de zaklantaarn scheen vervolgens opeens op de grond. Twee zachte knallen volgden, waarna er een kakofonie van gekreun en gekerm achter de tombe ontstond. Nummer zes, die kennelijk door een pistoolschot was uitgeschakeld lag op zijn linkerzijde op het grind naast de tombe. Juist op dat moment kwamen nummer een en nummer drie aanhollen.

   ‘Gaat het goed mannen, geen van jullie gewond geraakt?’   

   ‘Het valt wel mee. Nummer zes heeft een schotwond in de schouder. Daar moet gelijk naar gekeken worden. Ik heb die twee bandieten ieder met een schot door de benen uitgeschakeld. Weglopen zullen ze niet zo gemakkelijk doen, denk ik.’

   ‘Laten we ze toch maar wel gelijk een bandje omdoen. Heb je ze al ontwapend.’

   ‘Ja. Kijk maar eens wat ik op die tombe heb neergelegd. Geen kinderachtige mannekes lijkt mij, gezien hun bewapening.’

   Terwijl nummer een de wapens op de tombe snel bekeek was er geluid bij het hek van het kerkhof te horen. Gelijk zette een der uitgeschakelde personen het op een schreeuwen. Een harde schop in zijn maagstreek, uitgedeeld door nummer een,  deed hem onmiddellijk zwijgen en naar adem happen.

   De persoon die kennelijk via het reeds geopende hek het kerkhof wilde betreden stond na de angstige kreet van de overmeesterde persoon even stil. Het was in het schemerdonker niet te zien of het een man dan wel een vrouw was. Maar hoe dan ook, de nieuw aangekomen bezoeker draaide zich plotseling om en liep in looppas terug naar de in het donker opdoemende woningen. Daar verdween hij of zij tussen de huizen.

   ‘Haal vlug de auto hier naar toe en zet hem achter de auto van dit tuig neer. Vlug nu, hollen. Er kan elk moment politie op komen dagen nu die vreemde vogel bij dat hek is verdwenen. Die heeft natuurlijk rap de politie gewaarschuwd.’

    Nummer drie klom over de muur en holde weg richting het weiland buiten het dorp waar de auto was geparkeerd. In tussen hadden de niet gewonde overige twee mannen de gevangenen met plastic strips de handen op de rug gebonden en de monden voorzien van een vettige stuk breed plakband dat spreken onmogelijk maakte. Daarna sleepten ze de twee gevangen mee naar de noordelijke kant van de kerkhofmuur, Duwden en trokken de weinig meewerkende figuren over de muur heen en legden ze klaar voor transport in het gas neer.

   ‘Verdomme,’ hijgde nummer een. ‘Dat was even afzien. Hou jij ze even met een van de wapens onder schot, dan klim ik weer even over de muur heen. Want uiteindelijk kwamen we hier om te zien wat er met die tombe aan de hand is.’

   ‘Wat doen we als drie terug is.’

   ‘Flikker dat schorem in de laadbak, maar zorg er voor dat ze niet kunnen ontsnappen. En dat ze keurig aan elkaar vast blijven zitten. Als dat is gedaan, dan komen jullie bij mij terug.’

   In de verte was het geluid van een vrachtauto te horen, terwijl heel in de verte het sterker wordende geluid van een politieauto met sirene viel waar te nemen.

   ‘Kijk wel goed uit, chef,’ zei nummer zes met een door pijn beïnvloedde stem. Ik hoor de auto van de hermandad al in de verte aankomen. Die zijn hier vast en zeker met een minuut of twee.’ 

   Maar nummer een was al weer over de muur verdwenen en kon de waarschuwing niet meer horen. Hij rende zonder om te kijken naar de tombe. Ging achter de tombe op zijn hurken zitten en voelde aan de onderkant van de overhangende grote stenen deksel of er een soort van slot aanwezig was. Na even geduldig met de vingers voelen, ontdekte hij een  metalen knop. Hij trok er eerst aan, maar er gebeurde niets. Pas toen hij de knop naar rechts bewoog hoorde hij een klik. Er was dus wel degelijk een mogelijkheid om in die tombe te komen realiseerde hij zich in een flits.

   Het geluid van politie sirenes werd sterker.

  ‘Verdomme,’ vloekte nummer een, terwijl hij alle kracht die hij had gebruikte om het deksel in beweging te brengen. ‘Waarom wil die rottige deksel niet bewegen. Wat zie ik over het hoofd.’  Maar meer tijd had hij niet om over dit probleem na te denken, gezien de met veel lawaai en rond zwenkende blauwe zwaailichten naderende politie auto, die plotseling voor het geopende hek van het kerkhof tot stilstand kwam, terwijl de koplampen het kerkhof beschenen.

    Nummer een sprong op, merkte dat de tombe waarachter hij zat net niet door het licht van de koplampen werd beschenen, waarna hij naar de achter hem bevindende muur sloop. Met een lenige sprong sloeg hij zijn handen op de muur, trapte even met de voeten tegen de stenen op, waarna hij zich met enige moeite op de muur wist te werken om er vervolgens aan de andere kant af te springen en naar de dijk toe te hollen.

   Toen hij bij de reeds gearriveerde bestelauto kwam liet hij zich achterin de kofferruimte vallen, trok de schuifdeur voorzichtig dicht en klopte even op de cabine, waarna de auto met gedoofde lichten voorzichtig in het donker wegreed, richting het dorpscentrum. Bij het naderen van het dorpscentrum werd de autoverlichting aangezet en reden de mannen op een onopvallende rustige wijze verder richting 's Hertogenbosch.

   ‘Kanonnen…, dat was verdomme op het nippertje,’ mompelde nummer een zacht tegen nummer zes die op zijn linker zijde op de metalen vloer lag.

   ‘Gaat het nog’

   ‘Jawel, al doet het flink zeer. Het bloed ook nog steeds, ook al er zit een noodverband omheen.’

   ‘Nou, nog even volhouden. Drie heeft al een dokter gebeld waar we je straks gelijk als we thuis zijn kunnen afleveren. Het is een vriend van drie. Een man die je kan helpen en kan zwijgen.’

   ‘Is het wel gelukt.’

   ‘Ja…, dat is te zeggen, gedeeltelijk. Maar daar praten we wel over als we thuis zijn en pas nadat de dokter jou heeft geholpen. En we ons, uiteraard na een stevig vraaggesprek, even tijdelijk van deze twee schoften hebben ontdaan.’

   ‘Ik begrijp het,’ kreunde nummer zes, nadat de bestelauto met flinke vaart door een kuil in de weg was gereden. Maar hij was niet de enige die af en toe kreunde. Ook de twee gevangenen konden de rit niet waarderen. Geen wonder met een zogenaamde twee en twintig kogel in de benen.

   ‘Prima jongen. Pijn lucht op…, nog even volhouden. We zijn met een half uur thuis,’ mompelde nummer een terwijl de auto inmiddels de A2 opreed...

Vervolg kunt u lezen in deel 13:http://tallsay.com/page/4295001153/het-mysterie-der-zwarte-gestalten-13

©  Leonardo

24/10/2019 22:18

Reacties (6) 

1
26/10/2019 19:08
spannend
1
25/10/2019 10:14
JIj hebt echt het talent om de aandacht van lezers vast te houden door kleine details te gebruiken... als je het leest voelt het alsof je 'in' het verhaal zit. Heel knap.

Leonardo tegen Ktje
26/10/2019 22:11
Fijn dat je dit zo aanvoelt. Dan zit ik met mijn stijl van schrijven op het goede spoor!
1
25/10/2019 09:23
Prima zo. De spanning blijft - hier hou ik wel van.
26/10/2019 22:12
Mooi zo. Spannend blijft het wel en er komt nog genoeg actie in de komende delen.
1
25/10/2019 00:08
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert