1573 De Alkmaarse Courant

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Om aan de woeste ledigheid van ons bestaan te ontsnappen vluchten wij regelmatig naar een van de ons omliggende paradijselijke kringloopwinkels. We kennen ze goed in Zaandam, Volendam en Purmerend, maar de mooiste van de mooiste in Broek in Waterland, het Eden van de tweedehands handel, is wegens bestuurlijke dienstklopperij en haperende ondernemingszin helaas al jaren gesloten, terwijl er nog geen lucifer de grond in is gegaan.

Vandaag gaan we naar het prachtige Heerhugowaard, waar de firma Rataplan een vestiging heeft. We beladen de Volvo met goeie spullen en rijden via Berkhout om voor de gezelligheid de tweelingzus van Lief op te pikken. Wanneer we aankomen is er nog net een plekje op de parkeerplaats. Nu eerst de ouwe troep inleveren en dan aan de slag!

De dames spoeden zich naar de eerste verdieping waar de kleding hangt en ik neus wat rond bij de behoorlijk flinke fietsenafdeling, maar dan slenter ik toch al snel naar de boeken. Alles staat mooi gesorteerd en ook nog op alfabet. Dat heb je niet overal. Er is scheiding aangebracht tussen Nederlandse en buitenlandse schrijvers, wat af en toe mis gaat, maar er is helaas geen aparte sectie poëzie. Wel kookboeken, huis en tuin en reizen, maar ik beperk mij tot de Nederlandse literatuur en al snel sta ik met een mooi stapeltje bij de kassa: Ik heb altijd gelijk van Hermans, Vrijdag van Claus, Moet kunnen van Herman Pleij, Knielen van Siebelink, Sysiphus’ bakens van Jeroen Brouwers en De hel van Büch. Moet kunnen. Ik leg alles in de Volvo en ga weer naar binnen.

Er staat een kleine piano, waar ik een paar keer omheen loop, maar dan pak ik een stoel en ga ik wat spelen. Satie klinkt zo vals als het carillon van de Speeltoren van Monnickendam, maar toch, al snel komt Piep aangelopen. Ze vlijt zich tegen mij aan. In mijn ooghoek links aarzelt een voorbijganger tot nieuwsgierige stilstand.

Wanneer ik uitgespeeld ben en Piep de vloer geef, spreekt de man op links mij aan. Hij stelt zich voor als Rob Bakker van de Alkmaarsche Courant en is altijd op zoek naar mensen die hem opvallen en of hij een praatje met mij mag maken voor zijn rubriek Onderweg. Hij is bij mij aan het goede adres en ik vertel hem alles waarvan ik denk dat het wel in de krant mag. Dan moet er nog even een foto worden gemaakt bij de Volvo, waarvan je morgen kunt lezen dat ik dat de allermooiste auto vind. Daar is nog wel wat op af te dingen, maar aan nuance heb je niks bij de krant. We nemen hartelijk afscheid en ik ga weer naar binnen. Inmiddels zijn de meisjes ook klaar en ik reken opnieuw af. We stappen in de auto en gaan naar huis. Avontuur genoeg voor vandaag.

Ate Vegter, 22 oktober 2019

kanker
poëzie
 

22/10/2019 08:11

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert