Het mysterie der zwarte gestalten 11.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 10:  http://tallsay.com/page/4295001060/het-mysterie-der-zwarte-gestalten-10

 

             

            ebfbaef75ffc487b40aa633ea9d6e86b_medium.

                                                       

                                                                 11.

 

Die zelfde namiddag.

Frank Bonte was rond halfvijf thuis gekomen van zijn werk. Hij zette de bestelbus op het pad naast zijn woning, stapte uit en haalde een ladder van de imperiaal die hij vervolgens naast de garage neerlegde. Fikkie was reeds via de geopende zijdeur uit de auto gesprongen en deed snel zijn behoefte op het gras van de voortuin. Nadat Frank de auto had afgesloten en de sleutel in de voordeur stak, kwam er een enigszins gebutste Renault de straat inrijden. De bestuurder reed de auto tot aan de laatste parkeerplaats in de verder doodlopende straat, parkeerde omzichtig en stapte vervolgens uit. Frank keek even naar de man die zich op minder dan vijftien meter van hem af bevond. Niet iemand die ik ken, dacht hij terwijl hij zijn woning binnen stapte.

   ‘Meneer…, hallo, meneer,’ hoorde hij opeens roepen. ‘Heeft u even een minuutje tijd voor mij?’

   Frank stapte weer naar buiten terwijl hij de fel blaffende Fikkie de gang in stuurde. ‘Wie vraagt dat,’ vroeg hij vervolgens op misschien iets te norse toon. Maar goed; hij had uiteindelijk reeds een intensieve werkdag achter de rug en de klus die hij had, vorderde niet zoals hij dat had voorgesteld zodat zijn humeur er niet beter op was geworden.

   ‘Ja, sorry, ik zal me even voorstellen,’ antwoordde de man op zijn vraag. ‘Mijn naam is Paul Mathieu. Ik ben journalist en werk voor de grootste krant van Nederland.’

   ‘Goh, dan bent u ver van huis,’ antwoordde Frank terwijl hij zijn hand uitstak om de bezoeker te begroeten. Na het plichtmatig handen schudden vroeg Frank waar hij dit bezoek aan te danken had.

   ‘Weet u, ik zal er niet omheen draaien. Ik heb in het café vernomen dat u een der personen bent die zo’n griezelige ervaring heeft gehad tijdens het ’s avonds in het donker de hond uitlaten bij dat dorpskerkhof.

   ‘U meent het. Komt u daarvoor bij mij aanwaaien.’

   ‘Ja, inderdaad. Ik heb daar van de week al reeds een klein verhaaltje over geschreven en gepubliceerd, maar ik wilde dat geschrevene wat meer uitdiepen met wat echte feiten, begrijpt u wel. Er zogezegd een duidelijke pakkende story van maken zoals dat heet. En wat is er dan niet beter om je oor te luisteren te leggen bij een der direct betrokkenen.’

    Er viel even een korte stilte terwijl de twee mannen elkaar aankeken.

   ‘U bent eigenlijk wel verdomd vrij om mij hiervoor te benaderen, moet ik zeggen,’ antwoordde Frank uiteindelijk, terwijl hij duidelijk aarzelde of hij op dat verzoek moest ingaan, maar na enkele seconden nadenken toch door de knieën ging.  ‘Nou vooruit dan maar, kom dan maar binnen dan zal ik de koffieketel in de keuken aanzetten en kunnen we even met elkaar praten. Maar langer dan een kwartier geef ik u niet. Ik kom trouwens net van mijn werk en wil me nog douchen, omkleden en snel wat eten, want ik moet straks nog weg.’

   ‘ik zal niet te lang van uw tijd gebruik maken, meneer. Ik heb slechts een paar vragen die u als betrokkene slechts kunt beantwoorden, vandaar  mijn verzoek om even met u te kunnen praten.’

   ‘Zo, nou vraagt u maar op zou ik zeggen.’

   ‘Ja, weet u, ik zit een beetje met de vraag in hoever hetgeen er nu allemaal via de politie bekend is gemaakt, werkelijkheid is, of verzinsels zijn. Bijvoorbeeld: Was u werkelijk zo bang als de politie zegt tijdens het uitlaten van uw hond. Dat vraag ik me in alle gemoedsrust af, omdat u er niet bepaald uitziet als iemand die snel bevreesd is.’

   ‘Wie zegt er dat ik bang was.’

   ‘Dat meende ik van de politie begrepen te hebben.’

   ‘Nou, dan hebben ze dat wel heel erg verkeerd ingeschat. Ik ben geen moment bang geweest. Wel had ik een heel vreemd, nogal onaangenaam en benauwend gevoel in mijn donder gekregen. Een gevoel dat ik nooit eerder heb ervaren. Trouwens, mijn Fikkie kreeg het ook te kwaad. Die wilde daar zo snel mogelijk vandaan. Ik heb het beestje met veel moeite een beetje tot bedaren gekregen.’  

   ‘Juist ja… Maar had u zelf eigenlijk een idee waardoor dat vreemde angstaanjagende gevoel kon ontstaan,’

   ‘Angstaanjagend zegt u. Misschien is dat inderdaad wel de juiste uitdrukking voor wat ik toen voelde. Maar dat is toch echt iets anders dan werkelijke angst. Daarbij ben ik er steeds vanuit gegaan dat het vreemde gevoel dat ik ervoer, te maken had met een door een of ander apparaat opgewekt soort spanning of straling. Ik denk zelf overigens in de richting van het laatste.’

   ‘Meent u dat nu echt. Waar baseert u dat dan op.’

   ‘Ik baseer het op het idee dat er misschien jeugdige inwoners van dit dorp iets hebben uitgehaald om mensen aan het schrikken te maken. Een soort van puberale grap om zo te zeggen.’

   ‘Goh, van die kant had ik het nog niet bekeken. Maar dat zou natuurlijk kunnen.’

   ‘Precies. En dat is naar mijn idee ook de reden dat de politie op dit moment in die richting zoekt.’

   ‘Doen ze dat dan.’

   ‘Dat heb ik tenminste van een der politiefunctionarissen begrepen.’

   ‘Merkwaardig…’

   ‘Ja, deze hele kwestie is nogal merkwaardig, meneer Mathieu.’

   ‘Heeft u overigens zelf een vermoeden wie hier achter kunnen zitten. Ik bedoel, zouden dit bijvoorbeeld dorpsbewoners van u kunnen zijn. Bijvoorbeeld mensen die u niet mogen of iemand met wie u ooit een conflict heeft gehad.’

   ‘Ik heb werkelijk geen idee. Trouwens; ik heb hier met niemand ruzie. Maar als u het niet erg vind dan sluit ik dit gesprek nu af, anders kom ik in tijdnood.’

    De mannen stonden op en namen afscheid van elkaar.

   ‘Nou, in elk geval bedankt voor uw tijd en uw informatie meneer, Bonte,’ zei Paul Mathieu waarna hij misschien enigszins teleurgesteld de woning verliet, in zijn auto stapte en na enkele minuten in de auto te hebben zitten nadenken, richting het kerkhof reed.

    Het was inmiddels al aardig donker geworden. De maan verdween achter dikke wolken terwijl de temperatuur evenredig snel daalde richting het vriespunt.

   Terwijl Paul Mathieu bij Frank Bonte de woning had verlaten en nog in de auto zijn verder plannen zat te overdenken, de duisternis intussen steeds sneller inviel en de straatlantaarns aanfloepten, arriveerde er plotseling als uit het niets een persoon bij het hek van het kerkhof. Het was aan de uitdossing van de persoon te zien dat het een oude man betrof. Maar dan wel een merkwaardig sportieve oude man. Vermoedelijke betrof het een jongeman die zich zorgvuldig had vermomd als een bejaard persoon. Op een afstand was hij niet van een werkelijke bejaarde te onderscheiden, doch zijn moderne witte Nike schoenen verraden hem. Die schoenen zitten normaal gesproken niet aan bejaarde voeten en pasten derhalve niet bij de verdere vermomming.  

   De man was overigens met een soepele tred vanaf de kerk, over de rivierdijk, naar  het kleine kerkplein gelopen waaraan de ingang van het kerkhof was gelegen. Niemand had hem opgemerkt, want er was geen kip op straat te bekennen, terwijl de snel dichter worden duisternis herkenning bij voorbaat uitsloot. Bij aankomst van het kerkhof probeerde de bezoeker het hek open te maken, hetgeen na enig gemor aan de ketting die om de metalen spijlen was geslagen uiteindelijk lukte.

   De bezoeker stond plotseling doodstil en keek even om zich heen.

   Er was echter buiten hemzelf niemand te zien.

   Zodra het hek los was liep de pseudo bejaarde rap over het gras naar de tombe van de laatste heer van Groenenstein, waarna hij zich uit het zicht, niet belicht door een straatlantaarn, achter de tombe en de kerkhofmuur door de knieën liet zakken. De vreemde persoon haalde een mobieltje tevoorschijn en stuurde - nog steeds op zijn hurken gezeten en voortdurend om zich heen kijkende - een s.m.s bericht naar een onbekend nummer ergens in Nederland. Daarna wachtte hij geduldig op een kennelijk antwoord.

   Dat antwoord kwam al rap, waarna hij een klein soort tuinharkje uit zijn dikke, nogal versleten parkajack haalde. Vervolgens begon hij aan de oostelijke kant van de tombe, precies langs de onderkant van de stenen wanden, aarde weg te krabben. Al snel kwam er een platte straattegel tevoorschijn die hij voorzichtig verwijderde. Met zijn hand klauwde hij vervolgens rap in de ontstane opening waarna er een tweetal zakjes tevoorschijn kwamen die hij na bestudering in zijn zakken stopte.

   Nadat hij de steen weer op zijn plaats had gelegd, de aarde weer keurig had aangeharkt en  grind over de aangeharkte aarde had gestrooid, wilde hij zich oprichten om weer te verdwijnen, maar werd in zijn beweging gestoord door het knarsen van het hek. Toen hij zich iets verder oprichtte zag hij tot zijn ontzetting een andere bezoeker het kerkhof betreden.

   Goede raad was duur.

   De andere persoon, een man van half in de vijftig, gekleed in een bruine winterjas met hoge kraag en een geel baseball petje op zijn hoofd, liep eerst even richting de kerk, maar keerde zich vervolgens om, waarna hij recht op de tombe afstevende waarachter de vreemde kerkhof graver zat.

   De merkwaardig fitte jonge/oude man die nog altijd gehurkt achter de tombe verscholen zat, dacht razendsnel na. Hij pakte vervolgens een dikke kiezelsteen en gooide die met volle kracht tegen een fraaie gekleurde glas-in-lood kerkruit die vervolgens onder dat geweld met veel glasgerinkel verbrijzelde.      

   Dat had het gewenste resultaat.

   De laatste bezoeker schrok zichtbaar. De man draaide zich in een flits om en beende meteen rap richting de kerk.

   Die actie was voor de zogenaamde bejaarde persoon het teken om met een sprong de achter de tombe liggende muur te beklimmen, er snel overheen te wippen en zich in het park uit de voeten te maken. Of hij door de laatste bezoeker van het kerkhof  was gezien zou hem verder een zorg zijn. Uiteindelijk zou zijn vermomming hem wel beschermen voor eventuele herkenning.

Vervolg kunt u lezen in deel 12: http://tallsay.com/page/4295001125/het-mysterie-der-zwarte-gestalten-12

©  Leonardo

21/10/2019 22:47

Reacties (4) 

2
22/10/2019 00:53
Drugsdealers versus vigilantes?
Kerkhoven zijn inderdaad een geliefde bergplaats voor contrabande...daar zal je 's avonds in het donker niet gauw iemand tegenkomen.
Als ik mij niet helemaal vergis hadden de Molukse treinkapers vóór de aanslagen in de jaren '70 ook een wapendepot op een begraafplaats. In Bovensmilde meen ik.

Inderdaad, het blijft boeiend.
1
22/10/2019 12:46
Mijn idee van dat kerkhof is afkomstig van een situatie op Corsica. Daar heb ik dit model als item opgepikt.
1
21/10/2019 23:28
Heerlijk geschreven en de spanning blijft.
22/10/2019 12:46
Dankjewel, Willemijntje.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert