1565 Wie leest, vreest de tijd

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Ga eens wat vaker een boek lezen. Dat is een van de thema’s van de komende tijd. Nu je wat meer tijd hebt, is dan de ondersteunende gedachte. Ik hoor het mijn moeder nog zeggen: Ga eens wat vaker een boek lezen, in plaats van de hele dag maar voor die televisie te hangen. Of: Heb je de tv aangezet? Ga toch eens een boek lezen! 

Mijn ouders lazen allebei behoorlijk veel en er waren altijd boeken in huis. Boeken waren duur in die tijd en dus moest je er zuinig mee zijn en was je lid van de bibliotheek. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik naar de bibliotheek ging. Er waren in mijn jeugd twee bibliotheken. De gewone en een bijzondere.

De gewone, openbare bibliotheek zat in Schiebroek vlak bij de Goede Herderkerk. Ze begon met een leeszaal rechts en een balie links en in het midden rechtdoor stonden de boeken. Het rook er fris, helder en boekig. Ik dwaalde er vaak rond en dat ging vrijwel altijd goed, behalve als ik er iemand tegenkwam die ik kende, want wat doe je dan? Een praatje maken, even groeten en verder, een knikje en verder negeren of doen alsof je hem of haar niet gezien had? Zeg het maar, het een kost tijd en het ander kost vrienden en je wist ook niet wat de ander wilde. Ik wilde het liefst niemand zien en niet gezien worden, dat heb ik nog wel een beetje.

De bijzondere bibliotheek was gevestigd in de katholieke Christus Koningkerk aan de Statenlaan. We hebben het over Hillegersberg, Rotterdam, jaren zestig. In de Christus Koningbibliotheek kwam ik samen met mijn vader. Niet dat we altijd samen gingen, maar we waren allebei lid en verder niemand die ik kende en het was ook het enige katholieke waar we lid van waren. 

De bibliotheek zat aan de zijkant van de kerk in een smalle nis, met een mooie, zware deur. De kerk had drie ingangen: de bieb, de hoofdingang en de toren. Als je binnenkwam had je eerst een hoge balie en daarachter stonden de boeken. Ik kroop en sloop langs de smalle, houten stellingen en liet daarna mijn stapeltje stempelen aan de balie. Het rook er zwaar kerkelijk, naar boeken, maar ook vaag naar kaarsen, wierook en ouderdom. Een warme geur voor een schoongeschrobd gereformeerd jongetje.

Ik las er veel Suske en Wiske’s, maar vooral ook de boeken van Franklin W. Dixon over Frank en Joe Hardy, een Amerikaanse tweeling van een jaar of veertien, vijftien, die allerlei spannende avonturen beleefde. Ze woonden aan een groot meer en hadden een boothuis, waar van alles gebeurde met boeven en zij waren dan de detectives die het gingen oplossen. Ik heb ze allemaal stukgelezen.

Goed. De toren van de Christus Koningkerk is ooit een keer uitgebrand en toen ik laatst bij de bibliotheek kwam zat er een kinderdagverblijf in en inmiddels is de kerk grondig verbouwd en omgedoopt tot de Statenkoning. Er zitten nu woningen in, zoals ook geschreven staat, in het huis mijns vaders zijn vele woningen. Het zij zo. Het is de tijd. De boeken over de Hardy’s worden op bol.com omschreven als een boekenserie uit grootmoeders tijd. Grootvader, zou ik zeggen want oma heeft ze vast niet gelezen, maar goed, je kan niet alles hebben. Ze bedoelen mensen van mijn leeftijd, dat is duidelijk.

Ate Vegter, 15 oktober 2019


Na een jaar kijkt Alje naar Ate:
aljeneemtwaar

open
dicht

 

15/10/2019 08:38

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert