De Rare kwast. (Deel 14)

Door Taurus gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

 

Wat er vooraf ging in het vorige deel: https://tallsay.com/page/4295000989/de-rare-kwast-deel-13

De dag was gelukkig snel voorbij gegaan vandaag, inmiddels was het al 16:00 uur en hij wou niet langer wachten! Dus hij ging naar boven en begon te schilderen! Althans hij zette een canvas 50 bij 50 cm op zijn ezel en zetten de kist met tubes weer op de oude kruk. Geen voorbereiding qua kleuren hij vertrouwede erop dat dat wat hij nodig had zijn weg wel naar zijn hand zou vinden! De penselen rolde hij uit en bewonderde de haren nu extra nu hij wist waar ze vandaan kwamen. Hij bedacht welk haar van de zeemeermin zou kunnen zijn en met een grote glimlach pakte hij zijn palet en begon te schilderen! Maar na een uurtje begon het te schemeren, hij had er gewoon op zitten wachten en dus konden eindelijk de lampen aan. Hij trok zijn gordijnen dicht en zag vol tevredenheid hoe de kamer zich vulde met mooi helder licht. Weliswaar kunstmatig licht, maar het kwam inderdaad heel kort bij daglicht! Hij zag dat hij nog niet echt veel geschilderd had. De contouren van de berg waren er en voor de rest oogde het doek nog steeds donker en leeg! Maar hij ging weer aan de slag en schilderde nog wat verder, wederom verloor hij zich in tijd en plaats en schilderde er op los!

Dat onder zijn handen een ietwat onheilspellend tafereel ontstond zag hij niet meteen, hij was te veel met zijn penselen en verf bezig om nu het grote geheel te kunnen zien. Maar toen hij een stap terug deed schrok hij. Hij zag De Schelpenberg en het meertje en het bos! De berg leek in lichterlaaie te staan en het rood en oranje van wat vuur leek weerspiegelde in het water van het meertje. Over de berg vlogen draken en in het bos zag hij flarden van jurken en wat hem lichtjes van lantaarns leken, zag hij dat goed? Vluchtte ze allemaal het bos uit?

Toen hij zich realiseerde wat hij zag sloeg hem de schrik om het lijf. Hij dacht aan iedereen die hij ooit had ontmoet in of uit Het Schelpenbos en vroeg zich af of iedereen wel veilig was. Wat moest hij doen? Voor zich op het doek zag hij hoe heel langzaam het vuur de berg af kwam en de schaduwen van de draken op de grond steeds kleiner werden! Ik moet erheen nu meteen dacht hij! Het leek alsof hij zijn penseel nog op de grond hoorde vallen maar hij was al niet meer thuis maar stond in het bos.

In de verte zag hij de berg met inderdaad een zee aan vuur. Boven het bos hoorde hij de krachtige slag van de vleugels van een draak. Toen voelde hij dat hij bij zijn mouw gegrepen werd en iemand riep: “Kom op rennen naar de grot daar zijn we veilig, grijp onderweg elk levend wezen mee dat je mee kunt krijgen!” Hij keek naast zich en zag Armada aan zijn zijde met muizen en eekhoorntjes op haar schouder en een paar herten naast zich. “Kom op rennen allemaal!”

Hij volgde Armada en zorgde dat de das meeliep en de egel in zijn grote jaszak veilig meeliftte, hij riep op vos en zag Elize ook al rennend richting de grotten gaan met een hele groep dieren achter zich aan! Bij de grot gekomen loodste de Magier met zijn grote staf hen naar binnen, niemand sprak deed alleen wat er van hem of haar gevraagd werd en liep door zo ver mogelijk de grot in. Deze was al verlicht met allemaal kaarsjes en al goed gevuld met allerlei wezens.

Rennen was zijn sterkste punt niet meer en met zijn handen op zijn knieën puffend snakte hij naar adem. Hij wou wel vragen maar kreeg er geen woord uit! Wat was er aan de hand?

Hij zag Armada en Elize weer de grot uit snellen om minuten later weer terug te komen. Hij hoorde Elize zeggen: “Ze zijn te kort bij, we moeten nu echt stoppen. Het word gewoon te gevaarlijk!” Nadat ze het had gezegd plofte ze op een steen en verborg haar gezicht in haar handen. Armada kwam nog binnen met een eenhoorn en een aantal konijnen kinderen die bang en verschikt naar de andere konijnen snelden. Hij hoorde hen zeggen: “Hier zijn we veilig!”

Hij was op adem gekomen en ging naast Elize op een steen zitten en knikte kort naar Armada die met van alles bezig was en even geen tijd voor hem leek te hebben! Elize keek op en omarmde hem: “Wat fijn dat je er bent, maar je had beter thuis kunnen blijven!” Ze vertelde: “Gisteren verscheen er een grote draak door de sluier waar hij vandaan komt is ons onduidelijk, maar hij is erg agressief en boos.” Elize zuchtte en de Magiër nam het woord: “Onze draken probeerden hem welkom te heten maar hij maakte ruzie eiste broedgrond op en een bruid en een plek in ons midden. Hij begon meteen met dreigen en toen hij niet meteen kreeg wat hij wou stak hij een gedeelte van de berg in brand en dreigde het bos in de as te leggen!”

Hij slikte een draak, wat zouden ze daar in godsnaam tegen kunnen doen? “Onze draken accepteren dit niet en zijn het gevecht met hem aan gegaan, hij is gewond en helemaal teruggedrongen tot achter de berg aan de zee.” Zei Elize. Maar bij onze draken zijn er ook gewonden gevallen!

Maar zoveel schade en zoveel van ons moeten vluchten, wat een geluk dat de grot er is voor een veilig heenkomen waar zouden we anders heen moeten! Zelfs tot binnen in de grot was de strijd van de draken te horen en het was duidelijk dat ze zich niet zonder slag of stoot zouden overgeven.

De draken hebben overwonnen sprak de magiër met gesloten ogen, hij is verslagen. Maar onze berg en ons bos brand! De Magiër greep zijn staf met twee handen en er leek een krachtig groene gloed uit te komen, “De sluier opent zich!” zei hij vol onsteltenis.

Diep in trance en heftig in een gesprek met een onzichtbare gesprekspartner stond hij in de grot. Totdat hij vermoeid ineen zonk op de vloer en zacht sprak: “Ze nemen hem mee, hij is weg! Ze laten hulp hier om het vuur te doven en onze berg en ons bos weer op te bouwen!”

Het volgende deel: https://tallsay.com/page/4295000991/de-rare-kwast-deel-15

10/10/2019 11:08

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert