1556 Een mooie zin

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

De krant kun je niet missen, geen dag. Dat is de slogan waarmee de krant sinds mensenheugenis aan de man gebracht wordt, ook al is het volstrekt normaal dat die krant zes van de zeven dagen verschijnt. De krant zelf bewijst al dat we haar best een dagje kunnen missen door nog steeds dat oude ritme aan te houden. Niemand wil ook een krant op zondag. Dat blijkt wel uit de verschillende mislukte pogingen een echte zondagskrant op de markt te brengen. Liever hebben we een vuistdikke weekendkrant met bijlagen.

Sommige mensen lezen wel drie kranten naast elkaar. Meestal alleen in het weekend, en die dan almaar op tafel liggen, maar toch. De combinatie Volkskrant, Parool, NRC komt nogal eens voor. AD, Telegraaf en Trouw hoor je zelden. Ook lezen veel mensen naast een landelijke krant een lokale krant, bijvoorbeeld het Noord-Hollands Dagblad waarvan de plaatselijke editie vroeger zo mooi Waterlands Dagblad heette, maar die nu lelijker dan lelijk Regio heet. Heeft met geld te maken, met redacties en inkt en drukgangen. Heeft de lezer niets aan maar moet voor de economisch haalbaarheid. Verschrikkelijk.

Zelf kom ik amper aan de krant toe. Een beetje koppensnellen, een column en een enkel half hoofdartikel en wat sport. Dat is wat ik ervan meeneem. Vaak heb ik het grote nieuws al via de telefoon gehoord en tijd is ook geen gemakkelijke jongen. 

Het liefst lees ik nog de weekendbijlage van de Volkskrant Boeken & Wetenschap. Vroeger stond dat allemaal in het onnavolgbare Vervolg, maar deze tijd vraagt om duidelijkheid en het beestje bij de naam noemen. Anyway, ik bedoel in ieder geval lees ik dat graag, want juist daar kom je de mooiste dingen tegen. Ik bedoel juist daar kom je vaak de mooiste zinnen tegen.

Mag ik even? In de recensie van de verhalenbundel Alle Verhalen van Jean Rhys lees ik: ‘Rhys beschrijft een keurige Engelse vrijgezelle schilderes in Parijs, mevrouw Bruce, die thuis in haar kledingkast een verzameling (nu komt het) uitzinnig gekleurde japonnen heeft hangen. Niet om ze te dragen, bekent ze de verteller in een restaurant, dat durft ze niet, maar om ze te bekijken. En te dromen. (en dan:) Rhys blikt het etablissement rond: “Even verderop verdronk een mollig, donkerharig meisje in de ogen van haar mollige, donkerharige vriend en stak met de licht geaffecteerde gebaren van een niet-roker een sigaret op.” Kijk aan, daar vlakbij, binnen gezichtsafstand, gebeurt het wél, al is het meisje mollig: die durft het aan om verder te gaan dan alleen de verbeelding. Die sigaret, die ze nooit eerder in haar hand heeft gehad, dat is het zo treffende gebaar dat Rhys registreert – en dat de kloof met de onberispelijke en geremde mevrouw Bruce weergeeft.’ Dankjewel Arjan Peters en Jean Rhys, voor deze prachtige zinnen. Over verlangen en dromen en de gedurfde stap in de werkelijkheid. Dank, duizendmaal dank.
|
Ate Vegter, 6 oktober 2019

www.atevegter.wordpress.com
www.1001gedichten.wordpress.com
 

06/10/2019 08:16

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert