Het mysterie der zwarte gestalten 8.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 7: http://tallsay.com/page/4295000915/het-mysterie-der-zwarte-gestalten-7

         ebfbaef75ffc487b40aa633ea9d6e86b_medium.

                                         

                                                               8.

 

De zelfde dag.

Terwijl de avondkranten in de verschillende Europese landen melding maakten van de liquidatie van  de beruchte crimineel Edouin H, in Spanje, reed een keurig geklede heer in een rode Seat, via de Spaanse autoroute AP 7 ( in het Spaans Autopista del Mediterráneo genoemd ) op zijn gemak richting Alicante.

   Het was een heldere avond waardoor er langzaam aan, honderden sterren en planeten aan het zwerk zichtbaar werden. De bestuurder van de auto, gekleed in een keurig wit overhemd, bruine pantalon en bijpassende dure Italiaanse schoenen aan zijn voeten, was een man van begin veertig. Een atletisch ogende man met kort geknipt haar, keurig verzorgde handen en een Salvarano zonnebril die aan een dun elastieken bandje op zijn borst hing. Zijn colbertjasje hing middels een kleerhanger aan de hangreep boven de rechter achterdeur.

   Op het eerste gezicht leek de man met zijn korte blonde haar, blauwe ogen en gebruinde gelaat, op een vakantie vierende inwoner van een der Scandinavische landen die juist zijn strandvakantie aan een der Spaanse costa’s had afgesloten.

   Maar niets was minder waar.

   Uiterlijk kan soms zeer misleidend zijn.

   De chauffeur van de Seat oogde overigens ontspannen en hield zich keurig aan de geldende maximum snelheid. En ook al leek hij voor de neutrale waarnemer op een toerist, hij was dat beslist niet. Hij was noch een toerist, noch zakenman en zelfs geen Spanjaard, ook al sprak hij de Spaanse taal vloeiend en reed hij in een auto met Spaanse nummerborden. Daarentegen was hij een man die een missie had vervuld. Een bijzondere en bloedige missie. Een opdracht die zorgvuldig was gepland en met goed gevolg was beëindigd.

    De bestuurder van de onopvallende rode Seat was een specialist in het vervullen van zeer gevaarlijke missies. Een man die te huur was voor extreme, zeer gevaarlijke opdrachten, mits men genoeg betaalde en vermits de te vervullen opdracht, uitdrukkelijk in lijn lag met zijn eigen opvattingen met betrekking tot de criminele, politieke of sociale reden om zo’n bizarre missie te vervullen. Met andere woorden; deze man was eigenlijk een door extreem politieke gedachten gedreven huurmoordenaar die in opdracht van derden soms een liquidatie missie vervulde, al noemde hij zichzelf liever een wreker en beschermer van de gedachten van het volk.

   Het was een man met een behoorlijke kennis van de Europese politiek, alsmede een figuur met een, als het ware ingeboren afkeer, van mensen die door een geloofsovertuiging, van welke aard dan ook, tot misdaden tegen de mensheid werden gedreven.

   Hij nam daarom niet zomaar klakkeloos elke opdracht aan die via een netwerk van contacten tot zijn verblijfplaats doordrongen. Slechts die verzoeken die na uitgebreid voorafgaand onderzoek een kwaadaardig gezwel in de sociale samenleving opleverden, werden door de wreker in beraad genomen.   

Het was vrij druk op de autoroute naar Frankrijk. Tientallen vrachtauto’s met als thuisbasis Murcia passeerde hij op weg naar de Spaans/Franse grens.

   ‘Allemaal groente en fruittransporten,’ mompelde hij terwijl hij weer een viertal vrachtauto’s inhaalde.  'Wie weet waar die mannen helemaal naar toe moeten rijden met hun lading.'

   Bij een tankstation in de buurt van Alicante stopte de keurig geklede bestuurder van de Seat auto. Hij tankte de auto af, liep de shop van het benzinestation binnen en kocht enkele verpakte sandwiches. Een met sla, ei, tomaat en ansjovis, alsmede een met Edammerkaas, sla, ei en mosterd. Uit de glazen kast met gekoelde dranken haalde hij een tweetal kleine flesjes mineraalwater. Vervolgens liep hij op zijn gemak naar de betaalautomaat waar hij afrekende. Met zijn boodschappen liep hij de shop uit terwijl zijn spiedende blik de omgeving aftastte en stapte vervolgens weer in de auto.

   Toen hij achter het stuur plaatsnam geeuwde hij even en keek vervolgens langdurig in zijn achteruitkijkspiegel. Er was een grote bruine Ford pick-up met getinte ruiten achter hem aan de andere pomp komen staan. Door de voorruit van de auto achter hem, waren twee donkerharige mannen met een licht getinte gelaatskleur herkenbaar. De bestuurder, een forse kerel van een jaar of veertig, stapte uit en maakte aanstalten om voor zijn auto heen naar de benzinepomp te lopen, terwijl gelijktijdig zijn rechterhand in zijn broekzak verdween.

   De vent had een rotkop vond de Seat bestuurder.

   Onwillekeurig legde hij het broodje dat in zijn linkerhand geklemd zat op het dashboard neer. Hij draaide zich wat naar rechts en opende met zijn rechterhand de kleine diplomatenkoffer die op de vloer voor de rechter voorstoel stond.

   Terwijl zijn blik via de spiegels het gebeuren achter hem in de gaten hield, omvatte hij de kolf van het verchroomde Beretta pistool dat in de tas lag, maar wel zodanig, dat het pistool zelf volledig uit het zicht bleef.

   Even bleef hij doodstil zitten wachten op wat komen ging. Maar hij had geluk. Het bleek een misverstand te zijn. De mannen achter hem hadden niet de minste aandacht voor de Seat die met draaiende motor voor hen stond. De bestuurder van de rode auto klikte de gordel vast, gaf gas, draaide om de benzinepompen weg, en reed vervolgens de oprit voor de autoroute op richting Barcelona en de Franse grens.

   ‘Verdomme, dat was toch even spannend,’ mompelde de man, terwijl hij een diepe zucht slaakte. Het leek er werkelijk een beetje op dat ik een stelletje maten van het geëlimineerde doelwit achter me aan had gekregen.

   Hij zuchtte even diep en haalde een hand over zijn voorhoofd.  ‘Nog een tering eind rijden naar huis,’ mompelde hij vervolgens zacht met beschaafde stem, terwijl hij de auto weer op snelheid bracht. ‘Maar goed, nog een kleine vijf en een half uur rijden en dan zit het er voor mij voorlopig op.’

   Terwijl hij in de auto onder het rijden zijn sandwiches nuttigde, gingen zijn gedachten even terug naar zijn laatste opdracht. Eigenlijk viel deze klus nogal mee, zo redeneerde hij tijdens het rijden bij zich zelf. Het doelwit was niet eens omringd met bewakers. En het vergde uiteindelijk slechts drie en halve dag van voorbereiding, terwijl hij de zaak vervolgens keurig had afgewerkt met twee gerichte schoten uit hurkhouding afgevuurd, naast zijn geparkeerde huurauto. De fraaie planeet Aarde was daarmee, althans in zijn eigen beleving, weer van een misdadig stuk verdriet verlost.

   Niemand had iets gezien of gehoord. Waarbij het een geluk was dat het doelwit op nog geen vijftien meter van hem vandaan, in een peperdure, zilver grijze Mercedes wilde stappen. Zelf stond hij al enige tijd achter een dikke pilaar van een poort verdekt opgesteld. Een prima plek, vrijwel onzichtbaar voor  zijn slachtoffer. Maar de afstand tot het doelwit was bij nader inzien toch iets te groot. Vandaar dat hij zich door de knieën had laten zakken en weer naar zijn eigen auto was geslopen om het karwij af te maken.

   De schutter had dit soort afrekeningen al eerder op een geslaagde wijze verricht.  Hij was uiteindelijk een specialist op zijn gebied. Een professional. Met zijn gedegen militaire achtergrond welke zich grotendeels afspeelde bij de speciale troepen, had hij met name in Afghanistan en Mali, aardig wat gevechtservaring opgedaan. Het slachtoffer dat hij in opdracht van de opdrachtgevers had moeten uitschakelen, was dan ook niet meer dan een algemeen doelwit voor hem geweest. Gewoon een vijand zo gezegd. Een stuk menselijk uitschot, zoals hij al zo vaak voor de lens van zijn geweer of pistool had gehad in de Afrikaanse wildernis of in die rottige bergen van Afghanistan.

   Terwijl hij een stukje kauwgom uit het wikkeltje haalde en in zijn mond stopte, schoot er met een razende vaart en een hoop herrie een gele Lamborghini sportwagen voorbij.

   ‘Allemachtig wat rijdt die vent hard. Zal ook wel weer een drugs gerelateerde patser zijn. Want wie anders kan zich zo’n auto permitteren. Alhoewel, het kan natuurlijk ook een slimme voetballer zijn die in die auto reed. Een jonge knul die zich voor een onnoemelijk bedrag heeft laten transfereren naar een der grote Spaanse clubs en nu al miljoenen op een bankrekening op een der Caraïbische eilanden heeft staan.

   Zo is het leven…

   Voetballen kan ik niet, maar schieten des te beter. Zo hebben we uiteindelijk allemaal een specialiteit mee gekregen bij ons geboorte waar we later gebruik van maken, toch…

   Maar het blijft wel jammer hoe de politiek ons soort wrekende mensen ziet, dacht hij. Want laten we wel wezen; wij zijn toch maar de mannen die het lef hebben om het vuile werk op te knappen dat politiek en justitie, in vrijwel alle Europese landen, vaak gedreven door onderhavige angst, of oeverloos politiek geneuzel, meestal bewust laat liggen. Eigenlijk is het bizar te noemen dat er al niet veel eerder mannen uit de achtergrond van leger of politie zijn opgestaan om de mensheid op een effectieve wijze - buiten het zicht van justitie - van het monsterlijke criminele kwaad wat ons heden ten dagen overspoeld, te verlossen.

   Hij gooide het smaakloze stukje kauwgom uit het portierraam.

   In zijn spiegels zag hij opeens in de verte achter zich, heel snel een tweetal zwaailichten naderen. Even later schoten met gillende sirenes en flikkerende blauwe zwaailichten op het dak, een tweetal politieauto’s met razende vaart voorbij.

   ‘Toe maar mannen. Haasten jullie je eigen maar voor een verkeersongeluk,’ zei de bestuurder van de Seat op nogal minachtende toon, terwijl hij zelf met een rustige snelheid richting Benidorm reed.

   Hij bukte zich naar voren en pakte een langwerpig metalen doosje uit het dashboardkastje en haalde daar een lang, dun sigaartje uit, dat hij vervolgens opstak. De sigaren had hij een week geleden in een maison du tabac, in de Franse stad Lyon had gekocht. 

   ‘Echte Sumatraanse tabak meneer,’ had de verkoper hem toen verteld. ‘Speciale import uit Indonesië,’ had de oude sigarenverkoper er aan toegevoegd.

   ‘En dat is helemaal waar. Dit is gewoon heerlijke tabak. Dat het uit Indonesië komt proef je wel degelijk,’ mompelde de Seat bestuurder tevreden terwijl de grijsblauwe sigaarrook de cabine vulde. ‘Dit is genieten geblazen tijdens een lange autorit. Laat mij maar lekker een sigaar roken en laat die betweterige zakkenwassers van die – anti - sigaretten en sigaren lobby, maar een eind weg lullen.’

   Een paar kilometer verder minderde de bestuurder abrupt vaart omdat de rechterbaan van de autoroute, voor hem in een bocht, was afgesloten met pionnen en rood met witte linten. De politieauto’s die hem even daarvoor passeerden stonden samen met nog een politie auto, met zwaailichten aan, in de vluchtstrook geparkeerd.

   ‘Natuurlijk, precies wat ik al dacht. Een verkeersongeluk, het kon niet missen’ mompelde de man.

   Er lag een lichtblauwe bestelauto half op zijn kant tegen een vangrail aan. Een drietal donkere mannen van, vermoedelijk Afrikaanse afkomst, gekleed in die typische lange Sahara kledij die bij sommige nomadenstammen geliefd zijn, met een soort tulbanden op het hoofd, stonden naast de vernielde auto hevig tegen een tweetal agenten te gebaren. Er bleek ook een man, met een hand tegen zijn bloedende hoofd, op de vangrail te zitten.

   ‘Ja hoor, het zal niet waar zijn. Natuurlijk weer zo’n stelletje ongeletterde Afrikaanse klootzakken. De vraag is of ze een echt, geldig rijbewijs hebben. Zijn natuurlijk van die sukkels die slechts gewend zijn op een kameel te rijden en thans natuurlijk met die auto, véél te hard hebben gereden,’  mompelde de bestuurder van de passerende rode Seat, terwijl hij even naar rechts keek en een blik op de danig vernielde auto wierp. ‘Wat moeten we in hemelsnaam met al die domme kamelenrijders in Europa. Allemaal gasten die niets voor onze Europese samenleving kunnen betekenen, doch hier alleen zijn om hun hand op te kunnen houden. Figuren die geen andere opleiding hebben genoten dan de koran school, en derhalve voor de rest van hun leven op kosten van een Europees land zullen blijven teren. Vaak zijn ze daarbij ook nog eens afkomstig uit landen waar helemaal geen oorlog is, waardoor ze als asielzoeker de kluit gewoon grof belazeren.’

   Hij blies even een wolk rook uit.

  ‘Maar het ergste is, dat ze dagelijks wel als asielzoekers in Europa binnenstromen.’

   De man hoestte even alvorens zijn tirade jegens buitenlanders voort te zetten.

  ‘Dit soort lieden zijn mede de oorzaak dat mensen zoals ik, steeds opnieuw weer aan de slag moeten om de criminaliteitsexplosies onder dit soort volk te bedwingen. Want werken doen dit soort kerels echt niet. Ze kunnen nog geen bezem in de handen houden. Maar ze leven daarentegen wel dagelijks op de zakken van de gemeenschap, om na verloop van tijd te constateren dat ze geen enkele kans op werk hebben in het sociaalliberale walhalla van de Lage Landen, Frankrijk of Duitsland. Waarna ze vervolgens stilaan in de drugscriminaliteit verdwijnen.’

   Klote wereld, dacht hij.

   Een politieman maande de langzaam voorbij rijdende voertuigen vaart te maken, hetgeen de bestuurder van de rode Seat ook deed. Hij passeerde de snelheid beperkende zone, maakte weer vaart en schakelde, onder het slaken van enkele luide verwensingen, rustig op naar zijn vierde en daarna naar de vijfde versnelling, terwijl zijn gedachten onwillekeurig weer naar het netelige onderwerp van asielzoekers afdwaalde.

   ‘En als er nou eens gedegen door die domme Europese overheden zou worden gecontroleerd, gewoon op basis van de achtergronden van al die gasten die hier binnendringen, dan zouden mijn interventie acties misschien geen eens meer nodig zijn,’ mompelde hij.

   De man hoestte even vanwege een iets te inhalige trek aan de sigaar, waarna hij zijn mijmeringen in gedachten vervolgde. Daarom is het eigenlijk heel nobel werk wat wij met ons kleine groepje speurneuzen en opruimers voor de internationale  gemeenschap verrichten, schoot het opeens als een opkomende wolk sigarenrook door zijn gedachten. Wij maken er tenminste werk van. Wij zoeken ze op, waar ter wereld ze zich bevinden, en ruimen het criminele uitschot dat onze landen binnenstroomt en wat door die slapjanussen van regeringen wordt toegelaten, vervolgens op effectieve wijze op.

   Verdomd dacht hij: De mensheid zou ons eigenlijk dankbaar moeten zijn voor al het vuile werk dat wij in de schaduw van het openbare leven voor een andermans bescherming en veiligheid verrichten.

   Klote wereld…

   Maar helaas; zo zien die watjes in de politiek ons werk niet. Die zacht gekookte eitjes zien ons zuiverende werk niet zitten. Ze kijken liever dagelijks een andere kant op en laten zich vervolgens langzaam aan van de kaart vegen door die Turkse gangsters, of door de zogenaamde Mocro maffia, en door lieden uit de hoeken van die uiterst criminele motorclubs. Maar het ergste is dat ze ons daarentegen, middels hun nationale wetgeving, zelfs op gelijke voet plaatsen als die smerige drugscriminelen.

   De man zuchtte diep ter ondersteuning van zijn gedachten en het algemene politieke onbegrip.

   Belachelijk eigenlijk. Wij zijn verdomme uiteindelijk geen criminelen in de zin van het woord. Wij zijn slechts gewetensvolle Europeanen die het werk doen dat overheidsinstellingen zelf hadden moeten doen. Wij proberen slechts de tentakels van de criminele octopus af te hakken en de groei van het monster te beteugelen.    

   Hij haalde even zijn linkerhand door zijn haar en geeuwde luidt.

  ‘Let maar op,’ sprak hij al geeuwend op zachte toon. ‘Nog een paar jaar, dan zijn er zoveel criminele drugsbendes in de meeste Europese landen actief, dat een vergelijking met een land als Mexico - waar de onderwereld over de bovenwereld lijkt te regeren -, niet eens meer irreëel is.’

   Vervolgens zweeg hij een lange tijd.

   Voor hem doemde een groot blauwbord aan de rechterkant van de weg op.   Barcelona 125 kilometer stond er op het bord dat hij passeerde.

  ‘Mooi, het schiet op. Ik ben die lange tering weg nu wel zat.’

   Na nog eenmaal te hebben getankt passeerde de onbekende wreker ( zoals hij zichzelf graag in gedachten omschreef ) de volgende dag in de kleine uurtjes de Spaans-Franse grensovergang bij La Jonquera.

   Eenmaal in Frankrijk reed hij nog even via de autoroute verder richting Perpignan, waarna hij bij de plaats La Boulou rechts afsloeg, de autoroute verliet, om vervolgens door te rijden naar het kustplaatsje Argelès-sur-Mèr. Hier zou hij de auto achterlaten die hij in Spanje bij een Avis autoverhuurbedrijf, op basis een vals paspoort, had gehuurd en contant had betaald. Door middel van een taxi reisde hij een paar uur na het inleveren van de auto naar de stad Perpignan, om later op de dag vandaar af met de avondtrein, eerste klas, naar Parijs te reizen.

   Al het vervoer werd contant betaald, al dan niet na het overleggen van zijn valse paspoort.  Met zijn keurige lederen diplomatenkoffertje in de hand verdween de zogenaamde wreker vervolgens stil en nadrukkelijk uit het zicht. 

Vervolg kunt u lezen in deel 9:  http://tallsay.com/page/4295001010/het-raadsel-der-zwarte-gestalten-9

©  Leonardo

04/10/2019 22:08

Reacties (4) 

1
05/10/2019 20:20
Lees weer lekker weg. Ik mag 'm wel die wreker...zullen we vast meer van horen.
1
08/10/2019 23:13
Dat is ongetwijfeld het geval, Willemijntje.
1
05/10/2019 15:55
Kijk eens aan: een ouderwetse kruisridder die de Europese beschaving probeert te redden.
De man verdient sympathie.
Ik hoop dat hij niet in de klauwen valt van de beschermers van onze rechtsstaat.
;-)
1
08/10/2019 23:13
Ja..., daar zeg je me wat. Maar goed. Ik loop nog maar niet op de ontwikkelingen vooruit...
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert