Het mysterie der zwarte gestalten 6.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg van deel 5:http://tallsay.com/page/4295000858/het-mysterie-der zwarte-gestalten-5

          ebfbaef75ffc487b40aa633ea9d6e86b_medium.

                                                       

                                                               6.

 

 

Een opmerkelijk krantenbericht

In verschillende Europese avondkranten werd op dertig november in een klein artikeltje melding gemaakt van de liquidatie van de beruchte crimineel Edouin H, in een mondain, oost Spaans havenstadje.  Volgens een serieuze landelijke Spaanse krant, zou de man een leider zijn van een internationaal opererende cocaïne bende. Een gangster die het niet zo nauw nam met het leven van anderen. Een gewetenloze moordenaar van twee en veertig jaar.

   Het was een Nederlandse man van Marokkaanse afkomst. Hij was in Nederland een bekende van de politie, een man die gezocht werd in verband met het leiding geven aan een drugs en wapens gerelateerde terroristische organisatie, alsmede een man wiens naam al enige tijd op de internationale opsporingslijsten prijkte in verband met liquidaties in de drugs gerelateerde onderwereld.

   De Spaanse politie ging er, althans volgens de krant, in eerste instantie van uit dat het om een afrekening in het criminele circuit handelde, maar vervolg onderzoek moest daar volgens een woordvoerder van de politie nog verdere bevestiging over geven.

   De afrekening vond volgens de berichtgeving plaats op een ommuurde parkeerplaats, gelegen achter een café, nabij de jachthaven van het mondaine Spaanse kustplaatsje. De vermoorde topcrimineel zou overigens incognito, onder een valse naam, in het betreffende stadje hebben verbleven en daar eveneens een woning bezitten.

   De moord op een crimineel blijft voor veel mensen een daad waar men niet lang bij stil staat. Laat ze elkaar maar uitmoorden, is de vaak gehoorde reactie van mensen op een dergelijk krantenartikel, terwijl het tegenwoordig zo vaak voorkomt dat dit soort artikelen geen eens de voorpagina’s meer halen.  Ook dit artikel viel in de Spaanse krant een beetje in de verdrukking van grotere artikelen op pagina drie, gezien het feit dat die andere artikelen met betrekking tot belangrijke internationale gebeurtenissen, het grootste deel van de pagina vulden.  Maar op zich was het wel degelijk een heel opmerkelijk artikel waarbij de geïnteresseerde lezer, na het lezen van dat artikel, toch met een aantal onbeantwoorde vragen bleef zitten.  Want al eerder was er een belangrijke buitenlandse crimineel op vrijwel de zelfde - identieke - wijze in Spanje vermoord.  En dat gebeurde ook met slechts twee schoten in het hart.   

Het huidige slachtoffer was volgens de politiearts, welke terplekke de vermoorde man had onderzocht, met twee gerichte pistoolschoten in hart en longen gedood. Vermoedelijk gebeurde dat op het moment dat de vermoorde man in zijn auto wilde stappen, gezien het feit dat de linker voorportier was geopend en het slachtoffer tegen de geopende portier aanlag. Terwijl de aanslag op klaarlichte dag had plaatsgevonden, waren er geen getuigen  die een beschrijving van de dader konden geven. Evenmin had niemand schoten gehoord, noch iemand zien wegrennen of wegrijden. De schutter was vermoedelijk een professional geweest en had zeer waarschijnlijk een pistool met geluiddemper gebruikt en daarmee van korte afstand op het slachtoffer geschoten, aldus een woordvoerder van de plaatselijke politie.

Het vermoorden van een landgenoot in het buitenland is nieuws dat vrijwel alle kranten in het vaderland van de vermoorde persoon op de voorpagina zetten. Maar tijden veranderen. Er zijn tegenwoordig zoveel liquidaties in het criminele milieu waardoor een artikel over een vermoorde landgenoot met criminele achtergrond, na een vette kop op de voorpagina, vervolgens ergens op de middenpagina’s komt te belanden. Zo gebeurde dit ook in de Nederlandse avondkrant welke melding maakte dat in Spanje een man met de naam Edouin H. was geliquideerd. De krant werd dagelijks 's avond rond half zes door een man met de naam, ome Joop, in het dorp werd rondgebracht en op de rivierdijk bij het café afgegeven.

   In het dorpscafé aan de rivierdijk was het die avond redelijk druk. Er zaten een zevental mannen aan de bar luidruchtig met elkaar te converseren, terwijl het in de achterste ruimte van het etablissement een drukte van belang was in verband met een sjoelwedstrijd waaraan mannen en vrouwen deelnamen. Kortom: het was gezellig in het anders nogal sombere café aan de rivierdijk.

   Hanny, een vijfenzestig jarige weduwe, die een woning in de zelfde straat als Frank Bonte bewoonde, zat aan een tafeltje bij het raam even kort een blik op de  avondkrant te werpen onder het genot van een glas rum cola. Opeens viel haar oog op een artikel dat haar aandacht trok. ‘Nederlander geliquideerd in Spanje,’ luidde de kop van het artikel.

   Hanny keek even op naar Hans, haar sjoel partner van die avond, die zijn laatste schijven mikte en richtte. Toen hij zijn partij wilde uitmaken, richtte ze plotseling het woord tot hem. ‘Moet je horen, ze hebben weer zo’n drugsmaffia vent afgeschoten,’ riep ze tegen Hans, die juist zijn laatste platte houten schijf met veel geweld over de gladde plak dreef waarna de schijf, onder honend gelach van toeschouwers en andere deelnemers aan de wedstrijd, omhoog ketste en vervolgens tussen de omliggende tafeltjes verdween.

   ‘Heb je een hekel aan ons, Hans,’ riep de nogal stevige vrouw van een plaatselijke boer die de sjoelschijf over haar tafeltje tussen de glazen jenever door zag schieten. De enigszins  gepikeerde dame,  gekleed in een strak zittend, donkerblauw broekpak dat zo strak om haar lijf was gespannen, dat het leek of ze er bij de eerste de beste bukbeweging uit zou knappen, keek hem met een zure blik aan. 

    Hans, had een rode kop maar zei niets terug. Hij raapte de schijf op, gooide die met veel misbaar op de sjoelplank en ging vervolgens bij zijn sjoelpartner aan het tafeltje zitten.

   ‘Verdomme wat een klote avond is het.’

   ‘Hoe dat zo?’    

   ‘Het zit me verdomme niet mee vanavond. Alweer verloren en weer een euro in de pot. Het heeft me vanavond inmiddels al tien euro gekost.’

   ‘Ja, maar dat is toch gewoon je eigen schuld. Dan moet je maar met wat meer gevoel spelen. Je bent thans veel te gestrest bezig lijkt het mij.’

   ‘Ach mens, mauw toch niet,’ beet de wat opgelaten Hans haar nogal geprikkeld toe. Vervolgens stond hij op en liep naar de bar om een glas bier op te halen waarna hij bij terugkomst weer bij Hanny aan het tafeltje ging zitten.

   ‘Dit heb ik – nondusju – wel even nodig op zo een klote avond waarop alles dreigt mis te lopen,’ zei Hans terwijl hij zich het bier liet smaken.

   ‘Nou ja, het valt nog wel mee. Onze score is vierhonderd zestien, tegen vierhonderdachtenveertig van onze tegenstanders. En dat, terwijl we nog twee ronden hebben,’ antwoordde Hanny.

   ‘Nou we zien wel. Maar de hoofdprijs zit er niet meer in denk ik.’

   ‘We zien wel hoe het afloopt, Hans.’

   ‘Ja…, maar het zou toch wel leuk zijn om als winnaar de pot te winnen en zo’n grote worst als trofee mee naar huis te mogen nemen’.

   Hanny antwoordde niet. Ze las even verder in de avondkrant terwijl Hans eens om zich heen keek en vooral de wedstrijd op de andere sjoelplank volgde.

   ‘Waar had je het daarstraks eigenlijk precies over,’ vroeg hij aan zijn sjoelpartner.  ‘Ging dat over een gepleegde overval.’

    Nee, joh. Niet over een overval, maar over een liquidatie van een belangrijke Nederlandse crimineel, vermoedelijk uit het drugscircuit…’

   ‘Jezus, wat een zooitje is het tegenwoordig toch. Alweer een liquidatie. Het blijft maar doorgaan in dat criminele drugswereldje. Ze lijken elkaar tegenwoordig zowat dagelijks te vermoorden. De kranten staan er de laatste tijd vol van.’

   ‘Ja, dat is waar, Hans. Dat valt mij ook steeds meer op. Het lijkt wel of dit criminele gezeik ook steeds dichter bij komt. Overal schieten ze elkaar tegenwoordig dood. Zelfs in de kleinste dorpen. Het lijkt wel alsof we steeds meer onderdeel worden van een drugsoorlog die door allerlei benden, over het gehele land wordt uitgevochten...’

   ‘Ja, jij zegt het. Trouwens, is dat gedonder waarover je het hebt hier in de buurt gebeurd?’ 

   ‘Nee man. Natuurlijk niet. Hier gebeurt zoiets toch niet.’

   ‘Nou, dat zou ik maar niet al te luid zeggen als ik jou was.’

   ‘Nee, het handelde in Spanje, in één of ander duur kustplaatsje aan de Spaanse oostkust heb ik zojuist gelezen.

    Hans streek opzichtig door zijn haar en dacht daar even over na.

   ‘Staat er niet bij in welk kustplaatsje dat afspeelde?’

   ‘Nee, er staat geen naam bij vermeldt.’

   Hans dacht daar opnieuw over na terwijl hij zag hoe hun tegenstanders de pot uitmaakten met een score die tien punten hoger lag dan die van hun. ‘Zal Marbella wel wezen,’ antwoordde hij vervolgens. ‘Dat is, voor zover ik eens op internet heb gelezen, de plaats waar onder en bovenwereld als het ware in elkaar overlopen, zonder dat het – zogenaamd - opvalt bij de officiële autoriteiten, noch bij andere mensen die daar verblijven of wonen.’

   ‘O ja, is dat zo?’

   ‘Ja…, dat schijnt zo. Ik heb ooit gelezen dat ze ook een volledig criminele burgemeester hebben gehad. Een vent die systematisch de gemeentekas plunderde en dat geld vervolgens in de kas van een noodlijdende voetbalclub stopte waar hij voorzitter van was. Ik meen dat ik dat ooit eens heb gelezen in een artikel van een bekende Nederlandse misdaadjournalist die daar kennelijk ooit onderzoek naar had gedaan.’

   ‘Nou dat wist ik niet. Voor mij is het nieuw om dit te horen.’

   ‘Dat neem ik zomaar aan. Trouwens…, hoe heette die criminele vent eigenlijk, staat dat er ook bij in dat artikel.’

   ‘Even kijken of er een naam bij staat vermeld.’

   ‘Hans liet een stevige boer, hikte even en zette zijn lege glas met net iets te veel kracht op het tafelblad neer.’

   Hanny keek even op, alvorens te melden dat het slachtoffer Edouin H. scheen te heten en een Nederlander van Marokkaanse afkomst bleek te zijn.’

   ‘Ach gunst, wat zielig nou toch…’ reageerde Hans vervolgens op luide cynische toon. ‘Het zal niet waar zijn… Weer zo’n toegewijd lid van die gezellige, aardige Mocro maffia club gesneuveld. Van die mannen die het zo goed menen met onze Nederlandse samenleving door iedereen, inclusief de kleine kinderen, met die klote drugs te vergiftigen.’

   ‘Draaf nou niet zo vreselijk door, Hans.’

   ‘Nou doordraven doe ik niet, Hanny. Maar sorry dat ik het zeg, het ruimt in elk geval lekker op. Laat ze elkaar maar afmaken, als wij er maar geen last van hebben.’

   ‘Ja, dat is waar. In die gedachte ga ik met je mee.’

   ‘Precies, Hanny. En daar drink ik er nog eentje op!’  Gelijk stond hij op om bij de bar een nieuw glas bier op te halen.

    Toen hij terug kwam was de andere partij juist afgelopen. De houten sjoelringen werden met was opgewreven, net als de sjoelplanken. Er kwamen twee mannen vanaf de bar naar hen toelopen. Beide mannen hadden een glas bier in de hand en grappen wat tegen de personen die ze in hun gang naar het tafeltje van Hanny en Hans passeerden. Toen ze zich hadden neergezet op twee enigszins beweeglijke oude houten stoelen, kwam na enig dollen met elkaar, plotseling het gesprek op de vreemde gebeurtenissen die zich rond het kerkhof hadden afgespeeld.

   ‘Er gebeuren daar vreemde dingen,’ zei een der mannen die Jos heette en een plaatselijke veehouder was. ‘Ik weet niet wat ik er van moet denken, maar het schijnt dat er een soort straling plaatsvindt die je gedachten kan beïnvloeden.’

   ‘Ach ga weg, Jos. Dat zijn weer typisch van die stomme kletsverhalen die hier in dit dorp jaarlijks wel eens een keer de ronde doen,’ antwoordde Hanny.

   ‘Nou, daar moet je toch niet te licht over denken, Hanny. Uiteindelijk komt de politie niet voor niets bij de mensen langs om hun verhalen te vernemen en deze vreemde zaak in onderzoek te nemen.’

   ‘Goh, ik had uiteraard ook wel iets vernomen over de – angstige - avonturen van enkele van onze dorpsgenoten, die daar in het donker hun hond uitlieten,’ orakelde Hans lachend. ‘Maar ik had nog niet vernomen dat de politie deze verhalen verder serieus gaat onderzoeken. Dat is nieuw voor mij, alhoewel ik er wel de humor van kan inzien.’

   Zijn opmerking was aanleiding tot algehele hilariteit, terwijl geen van de aanwezigen in het café ook maar het minste geloof hechtte aan de, in hun ogen, zogenaamde schemerige ervaringen die overige dorpsgenoten hadden opgedaan tijdens het in de late avond passeren van de muur rond het oude kerkhof.

Vervolg kunt u lezen in deel 7: http://tallsay.com/page/4295000915/het-mysterie-der-zwarte-gestalten-7

©  Leonardo

26/09/2019 13:56

Reacties (4) 

1
26/09/2019 23:02
Ah, dus die kant gaan we op...ik wacht nieuwsgierig af op wat komen gaat.
26/09/2019 23:31
Het verhaal gaat zich langzaam aan wat meer verdiepen. Wacht maar af. Er komen nog heel veel spannende, onverwachte ontwikkelingen.
1
26/09/2019 17:11
Prachtig: we zullen wel zien wanneer het lot toeslaat...
26/09/2019 23:31
O..., dat duurt niet zo lang meer. Wacht nog maar even af.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert