Het mysterie der zwarte gestalten 2.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
   Vervolg op deel 1:  http://tallsay.com/page/4295000675/het-mysterie-der-zwarte-gestalten-1

               7aa727c7b84b10345725ef90f7c06406_medium.

 

                                                                 2.

Een gewone dinsdagavond.

De volgende dag was Frank wat laat thuisgekomen van een klus in de stad Eindhoven. Hij verrichte als zelfstandig timmerman/metselaar zijn werkzaamheden meestal in opdracht van een zogenaamde hoofdaannemer. Het huidige aannemersbedrijf dat thans als opdrachtgever voor hem functioneerde, was gespecialiseerd in restauratie werkzaamheden van vooral oude historische panden. Slechts hoogst zelden werd er door dat bedrijf een nieuwbouwproject aangenomen en dan alleen nog in een tijd van werk schaarste.

   Frank werkte al vier jaar samen met deze aannemer en had, buiten het gebruikelijke minder spectaculaire werk, reeds enkele noemenswaardige klussen verricht, bij onder anderen de restauratie van een oud stationsgebouw en een kerkgebouw in het midden van het land.

   Meestal was hij rond halfvijf thuis, doch deze avond was hij nogal aan de late kant. Het zat met het verkeer wat tegen op de baan, terwijl de klus waarmee hij bezig was ook tegenzat, ondanks dat werk die avond absoluut klaar moest zijn.

   Soms zit het mee en soms zit het tegen. En dat laatste was vandaag het geval geweest. Het was overigens een eenvoudige kleine renovatieklus geweest, maar door communicatiestoornissen waren de materialen die hij voor het werk nodig had, veel te laat aangeleverd.

   Omdat hij ruim een uur moest wachten op het afleveren van bepaalde houten segmenten die hij moest gebruiken bij een kapotte gekraagde trapleuning, had hij in zijn bestelauto enkele administratieve zaken op zijn laptop uitgevoerd, totdat de computer aangaf dat de accu moest worden opgeladen.

   ‘Klote, dat wachten op je spullen,’ mopperde hij een paar maal. Maar na zich een uur lang te zitten ergeren werden de spullen die hij nodig had door een houthandel uit de stad bezorgd. Maar goed; dit soort vervelende communicatiestoornissen kwamen in zijn werk nu eenmaal af en toe voor…   

   Zijn huidige opdrachtgever had voor de komende dagen opnieuw een, in zijn ogen, interessante klus aangenomen waar ook voor hem wel een goede twee tot drie weken tijd in zou gaan zitten en waarin zijn ambachtelijke vakmanschap opnieuw prima tot uiting zou komen.

   Het werk betrof deze keer het vervangen van enkele dragende delen van de kapconstructie van een ouderwetse stellingmolen. Uiteraard geen standaard timmerwerkje, want die oude kapdelen moeten helemaal handmatig worden vervaardigd uit dikke eikenhouten stammen. Dat werk zou hij overigens samen met zijn vaste werkmaat, Jos Martens gaan uitvoeren.

   De bewuste molen stond fier aan de rand van een dorp en een grote heidevlakte, op ongeveer een half uur rijden van zijn woning. 

   Frank was al even wezen kijken en had wat foto’s gemaakt van de versleten balken en spanten die moesten worden vervangen. Op het midden van de kap van de molen, juist boven de as waaraan de wieken vastzaten, prijkte het jaartal 1834 in keurige rood met wit gekleurde letters.

   Voor Frank was het voordeel van deze klus gelegen in het feit dat hij in dit geval ook zijn trouwe Fikkie mee kon nemen naar het werk. Rond de molen was namelijk een flink stuk land gelegen dat ooit met gaashekken was afgezet. Fikkie kon hier rustig ronddolen zonder iemand in de weg te lopen, terwijl er een kleine oude schuur stond, die prima als tijdelijk hondenhok kon worden gebruikt als het weer slechter ging worden.

   Natuurlijk is het houden van een hond, terwijl je zelf overdag elders moet werken, een lastige aangelegenheid. Zo’n hond mist al snel zijn baasje en gaat vervolgens nogal eens blaffen en soms zelfs janken en krabben, in hoop dat hij met dat gedrag kan bereiken dat zijn baasje weer rap thuis komt en hij niet meer alleen is. En ook Fikkie liet zijn stem nogal eens horen als de baas van huis was.

   Het dier had die middag echter - vanwege het slechte weer -, enige tijd in de gesloten laadbak van de bestelauto gezeten en moest bij thuiskomst nodig uit. Frank had zijn werkkleding nog aan toen hij de bestelauto op het pad voor zijn woning zette en Fikkie uit de auto haalde. Het was zeikweer die dag. Hij voelde zich nat en vies, maar douchen en omkleden kwam later wel. Eerst moest de hond er uit.

   Frank ontsloot de voordeur en liep even naar binnen, waar zijn hond rap de waterbak opzocht en vervolgens terug holde naar de voordeur om daar te gaan staan blaffen. Frank begreep precies wat de bedoeling was en liep met de riem in de hand naar de hond toe.

   Hij deed de hond aan de riem waarna zijn vier jaar oude, zwart met witte Jack Russel terriër, hem meetrok naar de rand van het kleine stuk bos dat als het ware de zoom van het dorp vormde.

   Het was nogal fris buiten en het motregende een beetje.

   Terwijl Fikkie zijn behoefte deed, stond Frank even op het pad tussen de eerste bomenrij in het schemerdonker naar de lichtjes in de verte te kijken. Verlichtingspunten die de plaatsen markeerden van de in de verte aanwezige woningen van het naburige dorp dat zo’n negen kilometer van zijn eigen dorp was afgelegen.

   Toen hij zich even omdraaide zag hij een dorpsgenoot met een golden retriever, richting de goed verlichte polderweg lopen. De mannen groetten elkaar even door de hand op te steken.

   Eigenlijk vreemd vond hij, dat hij hier ˈs avonds als het donker werd, vrijwel nooit een andere wandelaar met een hond op dit wandelpad tegenkwam, terwijl toch verschillende buren in zijn straat ook een hond hadden die toch ook af en toe moest worden uitgelaten. En dit bospad was toch de meest toegewezen plek om vanuit de straat de hond uit te laten, ook al was het hier wel vaak al snel donker.

   Frank liep op zijn gemak een paar stappen verder het donkere bospad op.

   Fikkie scheurde aan de lijn, omdat hij een jong konijntje zag weghollen. Met een korte ruk aan de lijn trok Frank hem tussen de struiken vandaan waarna hij verder liep richting de oude verroeste lantaarnpaal, waarvan de verlichting juist aanfloepte.

   Die lantaarnpaal stond naast de oude kromgetrokken houtenbank die na zijn plaatsing, vele jaren geleden, volgens Frank nog nooit door enig persoon was gebruikt om even uit te rusten. De bank stond ook op een volkomen verkeerde plek. Onder de hoge bomen, uitkijkende op een voormalig grasveldje dat thans was overwoekerd door brandnetels. Met zijn afgeplatte glazen kop verlichtte de er naast staande lantaarnpaal de omgeving weliswaar in een brede kring. Maar dit was helaas wel het enige nog werkende lichtpunt langs het wandelpad in het bos.

   Een van de andere straatlantaarns was al jaren defect, terwijl de gene die langs de uitgang van het bospad bij de rivierdijk stond, al maanden op een nieuwe gloeilamp wachtte. Maar de gemeente vond het kennelijk, ondanks veel klachten van dorpsbewoners, niet noodzakelijk om die defecte en hevig verroestte lantaarnpaal te repareren of te vervangen, terwijl er kennelijk voor de andere uitvaller zelfs geen nieuwe gloeilamp afkon.  

   ‘Klote gemeente is het die ons dorpje heeft opgeslokt,’ mopperde Frank terwijl hij na het relatieve licht weer het donker inliep. Vandaar dat waarschijnlijk de meeste mensen tegenwoordig met hun hond over het fietspad langs de molenweg in de polder liepen, in plaats van de donkere, spaarzaam verlichtte paden die door het bos liepen op te zoeken dacht hij.

   Frank haalde tijdens het lopen zijn schouders op, schudde even met zijn hoofd en liep vervolgens rustig in gedachten verzonken verder. 

 

Het wandelpad voerde hem nu door een klein dennenbosje gelegen op een enigszins heuvelachtig terrein dat enkele meters boven het weidelandschap uitstak. Het terrein kende een globale oppervlakte van een paar hectare. Het was eigenlijk een groot zandplateau waarop dikke oude coniferen en enkele krom gegroeide grove dennen, afgewisseld met overal aangeplante, kolossaal uitgegroeide rododendron struiken stonden.    

   Konijntjes schoten voor zijn voeten weg over het onverlichte pad en verdwenen vervolgens rap tussen het woekerende struikgewas, wat buiten de rododendronstruiken, hier en daar uit grote braamstruiken en vooral uit veel brandnetels bestond.

   Langzaam aan kroop het pad iets omhoog naar de top van het een paar meter hoger liggend plateau. Dit verhoging van het landschap werd gevormd door een vroegere zandstort die al meer dan vijftig jaar in ongebruik was en uiteindelijk aan de natuur was teruggegeven. Het benodigde zand werd vroeger met schepen vanuit Limburg over de rivier aangevoerd, waar het tenslotte middels een nog bestaande loswal, in vrachtauto’s kon worden geladen en vervolgens naar de even verder liggende stortplaats werd gebracht.

   Frank stond even stil omdat Fikkie bij enkele struiken aan het snuffelen was. Hij kon overigens het eind van het bospad reeds zien, omdat de uitgang door maneschijn werd verlicht. Het pad eindigde bij de smalle macadamweg die over de rivierdijk liep.

   Het was inmiddels opgehouden met motregenen.

   Frank liep ˈs avonds niet zo graag meer door het bos richting de rivierdijk. Niet dat hij benauwd was om in het donker zijn weg te vinden, dat was het beslist niet, trouwens; daar was het bos ook te bescheiden voor qua afmetingen. Het was meer een kwestie van gevoel bij hem. Een vreemd gevoel was het, dat hem al maandenlang soms bekroop, als hij in het donker door dit stuk bos en over die onverlichte donkere dijk liep. Elke keer als hij daar de laatste maanden passeerde, bekroop hem dat vreemde gevoel van onbehagen. Wat dat was en waardoor dat kwam, kon hij niet uitleggen. Het vreemde was dat hij er zomers geen last van kreeg, maar vooral in de wintermaanden ontkwam hij dikwijls niet aan die plotseling opkomende onrust in zijn lijf, wat hem op die donkere onverlichte dijk soms plotseling in de greep kreeg.

   Natuurlijk had hij hier al eens met kennissen over gesproken, maar dan werd hij meestal in de maling genomen en uitgelachen, met het gevolg dat hij er maar verder over zweeg. Maar het was beslist geen aanstellerij. Dat onprettige gevoel kwam zomaar opzetten, terwijl hij het beslist niet kon negeren.

   De oude kerkklok sloeg zeven keer.

   De maan kwam af en toe, heel even, achter de wolken te voorschijn

   Frank stond even stil, liet de hond wat snuffelen en luisterde ondertussen naar de galmende slagen van de oude klok, die enkele maanden geleden, in opdracht van de huidige kerkeigenaar, juist een jaarlijkse onderhoudsbeurt had gehad.

   Eigenlijk was het vreemd vond Frank dat hij de geluiden van die klok zo kon waarderen. En het was eveneens nogal vreemd dat het beieren van de klok hem  een zekere mate van rust schonk, juist op het moment dat die vreemde onrust weer langzaam in zijn lijf trok. Vroeger had hij daar eigenlijk nooit last van gehad, als hij hier, al dan niet alleen, in het donker over dit pad liep. Maar de laatste maanden leek er ’s avonds een soort spanning in de atmosfeer te hangen. Een vreemde onrustige spanning die hij niet kon verklaren maar die hij wel voelde, tot in zijn botten.

   Fikkie, zijn hond, had daar overigens kennelijk geen last van. Het dier snuffelde opgewekt aan struiken en bladeren, trok soms heftig aan de riem als hij wild rook, of een konijn zag wegschieten en deed naar verwachting, al dan niet zijn behoefte in het gras, of tussen de brandnetels en rododendrons. Het beestje gaf dan na verloop van tijd, al trekkende, met de lijn aan dat het weer tijd was om verder door te lopen.  

   Maar voor Frank was dit loopje de laatste maanden wat minder ontspannend.  Misschien was het stress, of misschien wel een vorm van een ontladen van spanning vanwege de werkdruk, of gewoon een gevoel dat hem aangaf zich eens wat meer te gaan ontspannen en eens wat aan sport te gaan doen. Te gaan joggen of fietsen bijvoorbeeld.

   Hij stond even stil op de rivierdijk en dacht even na over hetgeen er op dat moment allemaal door zijn gedachten schoot en schudde toen zijn hoofd. ‘Nee,’ zei hij opeens in zichzelf. ‘Dat was het niet. Het was geen stress. Dit was iets anders…’

   Een beetje in gedachten verzonken liep hij weer een paar stappen verder, zich laten leiden door zijn hond die hem als het ware mee trok in het duister.

   Frank werd plotseling uit zijn overpeinzingen opgeschrikt door het grommen van zijn Fikkie. De hond voelde of rook iets dat zijn zintuigen kennelijk deed prikkelen waardoor het diertje ging grommen. Zo werkte het eigenlijk ook bij Frank. Diens  gevoel verraadde hem uiteindelijk nooit en gaf altijd waarschuwingssignalen af als er iets bijzonders aan de hand was. En het vreemde was, dat het gevoel van onrust hem soms in de greep nam als hij het bos uitkwam en het oude kerkhof naderde. Heel typisch eigenlijk, terwijl hij zich niet kon herinneren dat er op dat oude kerkhof - gelegen naast de kleine dorpskerk - de laatste maanden iets bijzonders had plaatsgevonden. Maar dat zijn plotselinge onrust met dat oude kerkhof te maken had, dat stond voor hem wel haast vast. Maar wat was het dan dat die vreemde spanning bij hem in zijn lijf opwekte vroeg hij zich eveneens voor de zoveelste maal af.  

Wat dat was, daar zou Frank overigens rap achter komen, terwijl hij op dat moment op die avond van de achtentwintigste november, met geen mogelijkheid kon vermoeden dat na dit avondwandelingetje met de hond, zijn leven een totaal andere wending zou krijgen.

©  Leonardo

Vervolg kunt u lezen in deel 3:  http://tallsay.com/page/4295000759/het-mysterie-der-zwarte-gestalten-3

 

07/09/2019 00:36

Reacties (8) 

1
10/09/2019 21:06
Ik ben echt onder de indruk (wil niet in herhaling vallen) van de sfeer die je schetst. Dit wordt een verhaal om van te smullen.
Leonardo tegen Ktje
10/09/2019 22:35
Ik schrijf dit verhaal op een rustige en bedachtzame wijze Ktje. Want uiteindelijk zal in deel zes duidelijk worden waar dit werkelijk om handelt, en dat is een nogal gevoelig onderwerp heden ten dagen!
1
08/09/2019 04:51
Sluit me aan bij Willemijntjes reactie.
2
07/09/2019 20:29
Dat leest lekker weg en de spanning stijgt...ik wacht rustig af op wat komen gaat.
1
07/09/2019 09:02
Jij schrijft wel zo makkelijk -ik probeer er van te leren, maar waag me er maar niet aan - en alles klopt gewoon en het leest geweldig, de opbouw is subliem ... ik hou maar op met het geven van complimentjes.
1
07/09/2019 16:54
Ik ga er zowaar van blozen, Candice. Dankjewel voor deze reactie.
3
07/09/2019 07:20
Ja, wat kan een goede auteur toch van een simpele avondwandeling met een hondje maken...
Eventjes de hond uitlaten, en de spanning rijst met elke alinea. Dat moet je ook maar kunnen.
Prachtig, Leonardo!
1
07/09/2019 16:56
Net zoals ik bij Candice reeds reageerde, ga ik zowaar van zulke mooie reacties op mijn oude dag blozen. Mijn hartelijke dank voor deze fraaie reactie, Zevenblad.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert