1506 Ritorno in Paesie Bassi

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie


Vanmorgen werd ik om zes uur zeldzaam uitgeslapen wakker. Ik ben er één keer uit geweest om wat water te pakken en verder in twee rukken als een wilde roos en basta! Hoe dat zo gekomen is vertelt de dag van gisteren:

De ochtend lijkt al eeuwen geleden. Ik word wakker na een wakkere nacht. Langzaam groeit de morgen tot een dag. Laura en Sofieke zijn winkelen. Eindelijk weer winkelen, eindelijk weer stralende ogen. Ze komen thuis met een echte Italiaanse handtas, leuke kleren voor Sofieke en een hoedje voor mij, maar nu zijn ze nog maar net weg.

Ik neem een duik in het zwembad en hang wat rond. De koffie is op, dat heb je dan met Dolce Gusto: lekker maar niet overal verkrijgbaar en aan gewone koffie heb je niks. Ik loop naar het restaurant en bestel een Americana en doe er mijn eigen koffiemelk in. De Italianen zijn te schuimig. De kinderen spelen hun spel: tafeltennis met een stuk of zes. Ze rennen rond de tafel en moeten elk op hun beurt de bal slaan. Als je mist ben je af. De laatste twee spelen dan samen het potje uit, hoe precies weet ik niet. Iets met punten. Dan begint het opnieuw. Het ziet er levendig, vrolijk en nutteloos uit. Dit spel verhoudt zich tot het normale tafeltennis als Italië tot Nederland.

Ik draai de Volvo met de kont naar achter van de piazolla campeggio en scheur naar het dorp. Ik moet nog de antibiotica regelen en plaszakken. Ik wil rustig slapen en autorijden. Dat kan met plaszakken als je een katheter hebt. Behoeften schijnen in de loop van het leven te veranderen, zelfs zo sterk dat ik echt hoop dat de farmacia ze heeft. Ik parkeer en loop naar de deur, waar een hek voor is neergelaten. Gesloten. Het is venerdi: om drie uur zijn ze weer open. Wat nu?

Ik kijk rond en ziet talloze restaurants, albergo’s, gelaterie en caffetteria. Ik kijk waar ik wil zitten. Ik loop naar het tafeltje pal voor mijn auto en bestel water en brood. Ik ben graag alleen maar niet in het openbaar. Ik verveel me en laat mijn gedachten de vrije loop. Ik heb hersenruimte nu, las ik in een bevriend stukje. Ik laat het los. Ik zoek een kapper, maar die zitten allemaal rond het Gardameer: Aldo Coppola by Antonio, Salone Lui en Lei... Het is een lekker broodje, maar nog lang geen drie uur. Iemand parkeert vlak achter mijn auto. Een vrouw. Ik reken af en geef te veel fooi. Ik loop om de Volvo heen, stap in en rij naar huis. Ik ga voor de caravan zitten. Kindergeschreeuw. Hersenruimte. Ik val in slaap.

Ik schrik wakker: naar de apotheek! Het is half vier. Hij heeft een ruime sortering. Ik ben als een kind zo blij. Wat zal ik lekker slapen. Hij doet alles in een mooi tasje en ik huppel naar buiten. Het leven lacht mij toe. Morgen gaan we naar huis!

Ate Vegter, 17 augustus 2019

Zwart en ondoorgrondelijk:
www.atevegter.wordpress.com/306

17/08/2019 07:25

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert