Hygiëne

Door Machteld gepubliceerd in Dieren en natuur

Ik kan met verbazing kijken naar Stef als hij bezig is met zijn dagelijkse hygiëne-ritueel. Met een lenigheid waar ik alleen maar jaloers op kan zijn, stopt hij zijn voet in zijn bek en begint grondig te poetsen. Het is alleen die lenigheid, overigens, waar ik jaloers op ben. Dat met die voet, dat sla ik toch maar liever over.

Nauwgezet wordt alles afgelikt. Oei, jeuk in het oor. Zijn hele lijf schudt heen en weer als hij met zijn poot zo diep mogelijk in zijn oor probeert te komen. Hè, dat voelt beter. Hij bekijkt even zijn tenen en hup, daar gaan ze weer in zijn bek. Verder met schoonmaken. Daar moet ik als mens toch helemaal niet aan denken.

En dan is Stef niet eens een lenige hond. Zijn gedrongen bouw beperkt hem toch ernstig in het aantal plaatsen dat hij kan bereiken. Soms is dat een voordeel. Toen hij nog wat jonger was, hebben wij hem laten castreren. We willen geen nakomelingen en Stef zou er rustiger van worden. Na de ingreep waarschuwde de dierenarts dat we moesten zorgen dat hij niet aan de wond kon likken. “Ach”, zei mijn maatje, “dat zal wel meevallen. Daar kan hij toch niet bij.” De dierenarts keek verbaasd, een hond die niet aan zijn eigen ballen kan likken, poeh. Niet dat hij niet zijn best doet, maar het lukt hem echt niet. Maar de delen die wel bereikbaar zijn, worden nauwkeurig gepoetst.

Nou zijn honden natuurlijk over het algemeen wel viespeuken. Katten zijn veel netter wat dat betreft. Het boeit Stef ook niet of hij door de viezigheid moet lopen. Plassen zijn anders, daar krijgt hij koude voeten van, maar modder, dat is je ware. Vooral bermen met hoog gras en veel vuiligheid zijn heerlijk om in te grasduinen. Dan zie je hem lopen met een gelukzalige blik en een hoop onbestemde rommel om zijn bek. En dan hebben wij nog geluk. Er zijn ook honden die het heerlijk vinden in een weiland een koeienvlaai op te zoeken en er door te rollen. Of die ergens een kadaver vinden en dat gebruiken als een vreemd soort deodorant. Je wilt zo’n dier eigenlijk helemaal niet meer mee naar huis nemen, hoeveel je er ook van houdt. Het valt niet mee de lucht uit die vacht te krijgen. De dag erna hangt de geur van verrotting nog heel subtiel in huis.

Het blijven bijzondere gewoontes maar ach, eigenlijk kun je er toch alleen maar jaloers op zijn. Het gestel van een hond is zoveel sterker dan dat van ons als mens. Als wij binnen zouden krijgen wat een hond soms opeet, dan waren we al lang met gillende sirenes en een darmkoliek naar het ziekenhuis gebracht. Dat is een ding dat zeker is.

 

19/05/2019 09:22

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert