Op stage bij een reiger

Door Tom Schotten gepubliceerd in Persoonlijke ervaringen

Laatst was ik een weekje op stage bij een reiger, woonachtig in de polder, langs een boerensloot. We kennen elkaar al een paar jaar maar echt gesproken hebben we elkaar eigenlijk nooit. Op mijn verzoek met hem een weekje mee te gaan reageerde de reiger heel erg enthousiast. Nog nooit was er iemand geweest die interesse toonde voor zijn bestaan. De reiger, levend in volstrekte eenzaamheid, toverde zelfs even een glimlach op zijn snavel. Ik vroeg hem nog voor de zekerheid of ik iets mee moest brengen voor tijdens het stagelopen. Niets, en dan bedoelde hij ook ėcht niets.

Bij het krieken van de morgen liep ik dus poedelnaakt door de polder, op weg naar mijn stage begeleider. Bij aankomst schudde hij zijn vleugels licht op en neer als teken van ontvangstgroet. Het was nog vroeg en met zijn onbewogen lichaamstaal gaf hij mij instructies die ik moest volgen; naast hem staan en mijn snaveltje dichthouden. Net als hij, ik kan je beloven dat de reiger deze discipline in de perfectie beheerst. Hij had geen introductie, deed niet aan sociaal gebrabbel van; “hoe was het weekend?“, of  “wat heb jij op je brood?” . Gewoon aan de bak, staan, je best doen en snaveltje toe, en daar stonden we dan, doodstil, bewegingloos, urenlang stil langs het water, verscholen in het riet.

Mijn leermeester was er zo ééntje van ijzeren discipline en bewegingloze perfectie. Ik kwam er die ochtend dan ook achter dat de eerste mimespeler in de geschiedenis beslist een reiger moet zijn geweest. Het enige wat wel eens bewoog was zijn knipperende rechteroog, waar hij een klein pluisje in had zitten. Het weghalen met een zwieper van zijn rechterpoot had natuurlijk zijn imposante status aangetast dus dat liet hij achterwege.

Door de wind was er wel wat kroos op mijn kont gewaaid en ook vloog er af en toe een droge flap koeienstront mijn haren in, afkomstig uit het aangrenzende weiland. Het was bijzonder om te zien, wij twee naast elkaar, enkele tractorbestuurders konden dan ook een tuutertje niet voor zich houden. Deze pose bleef nog een drietal uren aan en toen gebeurde het. Opeens,  in een fractie van een seconde, boorde de reiger zijn snavel midden in een Witkat. Dood. Slok, slok, slok. Op. Dit bleek de halve arbeidsproductiviteit te zijn van een reiger op een werkdag. De zeven uren daarna stonden we namelijk weer in onze vertrouwde pose, die mij overigens voorzag van een diepe innerlijke rust. En toen was er weer zo’n militair uitgevoerde jachtaanval van mijn buurman, leermeester en heerser aan de slootkant. De Witkat was door deze bliksemaanval direct aan één oog blind en aan één oor doof. Zwemmen was in zijn volgende Witkattenleven alleen mogelijk met één vin. Je kon je ook afvragen na deze liquidatie of die arme vis in een volgend leven nog wel als Witkat wilde terugkeren. De snavel sneed door de linkerflank van de vis, pijlsnel en met dodelijke precisie.

De Witkat zag er al druppelend van het bloed en warm uit de poldersloot best lekker uit. Ik had ook wel flink honger gekregen na een uurtje of tien reigeren, maar delen van de spijzen, nee hoor, daar deed deze Apostel Vogel niet aan. Wederom spaarde hij met zijn dierlijke lichaamstaal ontelbare woorden. Hij liet een klein boertje uit zijn snavel en ging weer rustig staan. Ik kon dus blijkbaar zelf op jacht.

De reiger had blijkbaar veel vertrouwen in mijn kwaliteiten want hij liet mij nog steeds totaal ongemoeid. Ik kreeg geen jachtinstructies, er was geen handboek voor de stageloper en mijn vriend de reiger was in slaap gevallen. Dit was toch ook weer wat niet, op stage bij een reiger en ik had honger! Het was rond middernacht en mijn ogen waren al aardig gewend aan het donker. Toch waren ze flink zwaarledig geworden door alle inspanningen van zo’n eerste werkdag. Ik bestudeerde mijn lichaam en ik vroeg mij af waarmee ik het beste een dodelijke aanval in kon zetten. Een snavel zag ik niet en de afstand tussen mijn handen en de sloot was te groot om onverwachts toe te slaan. Hulpmiddelen mocht ik ook al niet gebruiken van hem, maar toch kwam ik in actie, en hoe! Twee signalen bereikte gelijktijdig mijn gejaagde hersenen, één signaal constateerde beweging in het water. Het andere signaal beval gelijktijdig mijn rechterbeen een dodelijke schop uit te delen.

Mijn ingedommelde leermeester liet voor het eerst die dag een geluid horen en het was meteen een keiharde, pijnlijke oerkreet. Kort daarvoor had hij maar even zijn gevoelige linkerpootje in het lauwe slootwater verzet. Blijkbaar had dit wat beweging in het water gegeven om mijn jagersinstinct te laten ontwaken. Onverwachts kreeg de arme reiger een doodschop van zijn bloeddorstige stageloper, die een voor hem nog onbekende jachttechniek had ingezet.

Schuldbewust ontpopte ik mezelf in de nog drie resterende dagen tot een ijverige reiger, ik hunkerde naar erkenning van mijn leermeester. Scherp was ik op luchtbelletjes, rimpelingen in het water en stofwolken op de bodem als verraders voor dierlijke   passanten. Mijn mond was reeds dagen achtereen gespitst en beeldde mij in dat hij net zo scherp was als de snavel van de reiger. Allerlei technieken paste ik toe, vloog naar de bodem met mijn mond en maakte karate slagen met mijn handen. Heel voorzichtig deelde ik weer wat trappen uit maar niets lukte. Op de laatste werkdag zag ik op de bodem van de sloot een dikke bejaarde  pad wandelen, nu moest het gaan gebeuren! Ik wierp mezelf met lijf en leden op de pad, het water spatte hoog op en zelfs mijn neus zat onder de zwarte modder van de boerensloot. Weer mis. Na deze  mislukte aanslag keek de pad even om, schudde zijn rimpelige hoofd en keek verbaasd naar de reiger. Ze schoten beiden in de lach, deze stageloper moest echt nog heel veel leren.

In onze laatste uren samen evalueerden we de gebeurtenissen van de afgelopen week. Het was wel duidelijk, hij vond mij niet geschikt om reiger te worden. De doodschop op zijn linkerpootje bracht hij diplomatiek niet ter sprake, wel het feit dat ik niet eens een dikke, bejaarde pad kon vangen. Volgens hem kon ik met deze jagerskwaliteiten nooit overleven in de wereld van de reiger, hoe spijtig dat ook klonk. Hij complimenteerde mij wel met het feit dat ik buiten het jagen om alles naar behoren had uitgevoerd. De andere drieentwintig uur, negenenvijftig minuten en zesenvijftig seconden per werkdag toonde ik mij een waardig reiger. Maar een dag duurt nu eenmaal vierentwintig uur.

Plaggen droge koeienstront plukte ik uit mijn verwaaide haren, sloeg de kroos van mijn verweerde kont.  Vervolgens trok ik mijn voeten met een zuiging uit de baggersloot waarbij er een zware lucht mee omhoog kwam. Ik hees mijzelf op de slootkant, kruipend door de brandnetels. Als afscheidscadeau had de reiger de dikke, bejaarde pad alsnog doorspiesd en slingerde hij die met een boog naar mij toe. Een traan liep over mijn rode wangen toen hij zijn vleugel om mij heen sloeg. Het waren de laatste seconden als reigers onder elkaar. . .

13/05/2019 20:57

Reacties (3) 

14/05/2019 14:27
Hier heb ik nu écht van genoten. Wat een schitterend stageverslag!
Ik ken ze, die jongens. Roerloze beelden in het landschap. Blauwe, en de laatste jaren ook witte, de zilverreigers.
In strenge winters met langdurig ijs op de sloten haal ik kippenafval bij de poelier en voer ze er mee.
13/05/2019 23:17
Grappig verhaal!
13/05/2019 22:16
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert