Hoe ga je om met wedstrijdspanning

Door Rowan gepubliceerd in Psychologie

Voor een wedstrijd kun je veel spanning ervaren. Dit heeft invloed op de geleverde prestaties. De mate van deze invloed hangt af van de persoon, de situatie, de mate van stress en in hoeverre je hier mee om kunt gaan.

De één is gevoeliger voor spanning dan de ander. Sommige mensen vinden bijna alle (nieuwe) situaties spannend, terwijl anderen nergens van opkijken. De meeste mensen zitten hier ergens tussenin. 

Ook de mate waarin je spanning hebt, speelt een rol. Soms heb je een gevoel dat je kunt omschrijven als gezonde spanning. Je merkt dat je veel energie en zin hebt om je taak uit te voeren. Aan de andere kant kun je ook een vorm van spanning ervaren, waardoor je gaat piekeren en je lichaam zich niet prettig voelt. Dan heb je juist weinig zin in je taak. Sterker nog; je gaat hem het liefste uit de weg. 

Hoe ga je om met spanning?

Gelukkig hoef je je niet neer te leggen bij deze spanning. Er zijn een aantal manieren waarop je met wedstrijdspanning kunt omgaan en zelfs verminderen.

  1. Ademhalen! Als je gespannen bent, haal je snel en oppervlakkig adem. Hierdoor krijg je een gejaagd gevoel en houd je de spanning in stand. Neem de tijd om bewust via je middenrif in en uit te ademen. Je haalt dieper adem en het gespannen gevoel in je lichaam zal afnemen.
    Een goede oefening om bewust adem te halen is de volgende: 
    Adem 3 seconden lang diep in, houd je adem 3 seconden vast en adem dan in 6 seconden uit. Herhaal dit net zo lang tot je je meer ontspannen voelt. 
     
  2. Zingen. Dit werkt vooral bij negatieve gedachten en piekeren. Omdat je hersenen met maar één ding tegelijk bezig kunnen zijn, is zingen een goede afleiding. Je hebt geen tijd meer voor andere gedachten en je lichaam zal zich hierdoor meer ontspannen.
     
  3. Stel doelen. Wat wil je bereiken tijdens je wedstrijd? Zorg dat je doelen positief gesteld zijn en dat je er controle over hebt. 'De beste zijn' is een doel waar je geen controle over hebt. Je bent afhankelijk van de resultaten van anderen en daar heb jij geen invloed op. Een schaatser die als doel heeft om zijn techniek in de bochten goed te houden, heeft een doel waar hij wel controle over heeft. De schaatser kan zijn doel behalen, ongeacht wat de uitslag zal zijn. 
    Een postief doel gaat over wat je wilt bereiken en niet over wat je wilt vermijden of waar je bang voor bent. Een wielrenner stelt dan als doel ' Ik wil de hele race op de fiets blijven zitten' in plaats van 'Ik wil niet van mijn fiets vallen'. Je hersenen slaan het woordje 'niet' vaak over. Hierdoor lijkt het net alsof het doel van de wielrenner is: ' Ik wil van mijn fiets vallen' en dan is de kans groot dat het ook gebeurd. 
     
  4. Bereid je goed voor. Als je niet weet wat je kunt verwachten, is het niet gek dat je gespannen wordt. Daarom is het van belang om je goed voor te bereiden. Zorg dat je geoefend hebt, dat je weet waar en hoe je laat je er moet zijn en dat je spullen op tijd klaar liggen. 

 

03/05/2019 21:07

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert