Een kattenhater in Vlasduijn

Door Willemijntje gepubliceerd in Korte verhalen

‘Gister Lobke en nu Wiesje’. Met grote halen van verdriet komen de woorden eruit. Tranen wellen op in mijn ogen als ik mijn beste vriendin omhels, die huilend haar dode kat Wiesje tegen zich aandrukt. Pas wanneer het onbedaarde huilen overgaat in kort gesnik laat ik haar los en ga theezetten.

‘Zelfde diagnose?’ vraag ik met mijn rug naar haar toe. ‘Ja, vergiftiging’ klinkt het snikkend. ‘Even verderop hebben nog twee gezinnen drie katten verloren en in de straat hierachter schijnen er ook twee aan vergiftiging bezweken te zijn. Dat kan toch geen toeval meer zijn?’

De knokkels van de hand waarmee ik het handvat van de waterkoker vasthoud worden wit. ‘Is dit gemeld bij de politie?’

‘Ja, door de dierenarts, hij vond het aantal sterfgevallen door vergiftiging binnen zo’n korte tijd alarmerend en heeft direct contact opgenomen met de politie. Die doen hun best, maar ja, zie maar eens te bewijzen dat er mogelijk een kattenhater actief is.’

‘Zijn er nieuwe mensen in de buurt komen wonen?’ vraag ik, terwijl ik twee dampende mokken thee op tafel zet. ‘Je lijkt wel een politieagent, die vroegen me hetzelfde. Op nummer 3 is een jong stel komen wonen, zij hebben zelf een rode kater. Wat er in de straat hierachter eventueel nieuw is weet ik niet, maar volgens mij is daar weinig verloop er wonen vooral oudere stellen die daar al tientallen jaren wonen. Die vreemde man die in het laatste huis is komen wonen – ze wuift daarbij in de richting van een huisje dat wat afzijdig van de overige huizen staat -, woont daar inmiddels al een half jaar, dus nieuw in de buurt kun je die niet noemen’.

‘Hoezo vind je die man vreemd?’ Ze aarzelt even voor ze mijn vraag beantwoord. ‘Nou ja, ik weet eigenlijk niet of ‘vreemd’ het juiste woord is, hij laat zich nauwelijks zien, spreekt met niemand en krijgt ook nooit iemand op bezoek. De haag rond zijn tuin laat hij hoog groeien, zodat niemand er meer overheen kan kijken. Ach, misschien is hij gewoon mensenschuw of heeft een afschuw voor andere mensen gekregen. Een natuurliefhebber is het wel, want hij is de hele dag bezig in zijn tuin of plantenkas.’

Samen begraven we Wiesje in een hoekje van haar tuin pal naast het verse grafje van Lobke en snotteren nog wat na bij een verse mok thee daarna neem ik met een ‘als er wat is mag je me altijd bellen’ afscheid en stap in mijn auto.

De volgende morgen, zit ik al vroeg op de fiets. Dat ik een slechte nacht heb gehad, waarin dode katten een hoofdrol speelden, is me gelukkig niet aan te zien. Mijn vriendin Femke is al naar haar werk, haar oprit is leeg. Ik zet mijn fiets tegen een boom en kuier op mijn gemak naar het einde van de straat. Het laatste huisje staat wat meer naar achteren dan de anderen huizen en een grote haag rondom ontrekt het aan het zicht. Aan beide zijde loopt een karrenspoor; die aan de rechterkant verdwijnt in de naastgelegen akkers en het pad aan de linkerkant lijkt te eindigen in een achterliggend bosperceeltje.

Ik wandel het pad links van het huisje op. Tijd om naar het aanwezige natuurschoon te kijken krijgen mijn ogen niet. Spiedend kijk ik rond of ik iets verdachts zie en ter hoogte van het huisje probeer ik een glimp op te vangen van datgene wat zich achter die haag bevind. Het karrenspoor eindigt niet bij het bosperceeltje, het blijkt er dwars doorheen te lopen. Ik blijf het nog een tijdje volgen en geef ook hier mijn ogen de kost.  Ongeveer halverwege houd ik het voor gezien en keer terug naar de weg. Op de terugweg pluk ik enkele veldbloemen en probeer opnieuw door de haag te gluren.

Weer bij de weg aangekomen wandel ik met de bloemen in mijn hand naar het pad aan de rechterzijde. Ik volg het op dezelfde manier; spiedend rondkijkend en hopend op een blik achter die haag.

Het levert niets op en ter hoogte van het bosperceeltje keer ik om. Ik pluk nog wat bloemen en aren en met een mooi veldboeket in mijn arm kom ik weer bij die verdomde haag.

Er doorheen kijken lukt niet, maar er overheen misschien wel. Resoluut stap ik naar de haag en ga op mijn tenen staan; helaas er overheen kijken haal ik niet – daarvoor ben ik te klein, maar de bovenste nieuwe aangroei van de haag heeft nog niet de dichtheid die het oude deel heeft en daar kan ik wel een beetje doorheen gluren.

‘Wat moet dat’ klinkt het plots hard achter me. Ik schrik me te pletter, mijn veldboeket valt op de grond en met een luid kloppend hart draai ik me om. Een paar kille grijsgroene ogen kijken me aan.

Ik ga door de knieën om de bloemen op te rapen, die luttele seconden heb ik nodig om te herstellen. ‘Jezus, ik schrik me kapot! Had je niet even kunnen kuchen of zo om je aanwezigheid kenbaar te maken’. Ik richt me weer op en kijk opnieuw in zijn ogen. Vreemd is inderdaad niet het juiste woord lieve Femke, wat ik zie is ronduit eng te noemen, deze man spoort niet!

‘Wat doe je hier?’ Voor ik antwoord geef kijk ik even om me heen. ‘Is dit een eigen weg? Excuus, dan heb ik dat bordje tijdens het wandelen over het hoofd gezien en in dat geval zijn deze bloemen dus van u’. Ik steek hem mijn veldboeket toe. Als door een wesp gestoken stapt hij een stukje terug, zijn handen die in gebalde vuisten langs zijn lichaam hingen verdwijnen in een afwerende houding achter zijn rug.

‘Het is geen eigen weg’ hoor ik hem mompelen. ‘Fijn, dan kan ik de bloemen dus meenemen naar huis’. Ik stap langs hem heen. Met een snelle beweging grijp hij mijn arm. ‘Waarom stond je door mijn haag te gluren?’ Die vraag had ik eerder verwacht, dus mijn antwoord heb ik gelijk klaar. ‘Door je bonenstaken’. Terwijl ik het zeg kijk ik naar zijn hand die mijn arm omklemt. Hij volgt mijn afkeurende blik en enigszins aarzelend laat hij me los.

5bb7a7aecd7511739cd6c9698c9672a4_medium.

 ‘Ik zag je bonenstaken boven de heg uitsteken en bonenstaken betekenen voor mij moestuin en een moestuin doet mij denken aan mijn overleden vader; hij was dol op zijn moestuin’. Ik tover een weemoedige glimlach tevoorschijn en loop rustig terug naar de weg. Hij volgt me argwanend en ik voel zijn priemende ogen in mijn rug. Wanneer ik bijna weer bij de weg ben draai ik me om. ‘Mijn nieuwsgierigheid naar je moestuin heeft overigens niets opgeleverd, je haag was te hoog voor mij.’

Hij komt plots naast me lopen ‘Je mag als je dat wilt wel even in mijn tuin kijken’. De woorden komen hakkelend over zijn lippen. ‘Echt’ reageer ik verrast. ‘Ja, kom maar mee’. Ik volg hem. Via smalle geplaveide paadjes leidt hij me naar de achterkant van het huisje.

‘Wauw’ is het enige wat ik kan uitbrengen wanneer ik de met militaire precisie aangelegde perken zie. Naast me hoor ik een woeste grom, ik krijg een zetje en even verderop worden enkele slaplantjes weer keurig in het gareel gezet.

Vragend kijk ik hem aan. ‘Katten, om gek van te worden’.

‘Misschien moet je zelf een kat nemen, doorgaans doen die niets in eigen tuin en houden andere katten uit de tuin’ opper ik.’Ben je gek, ik heb een bloedhekel aan die tering beesten’. Zijn handen ballen zich weer tot vuisten en hij rolt met zijn ogen.

Ik onderdruk een rilling en laat het onderwerp snel rusten. Ik spreek mijn bewonder uit over zijn tuin, kijk geïnteresseerd rond in zijn kas en luister enthousiast naar zijn uitleg over zijn kweekmethode, het gebruik van meststoffen en het belang van goed tuingereedschap. Via een zijpad eindigt de rondleiding in de kleinere bloementuin aan de voorzijde van het huis en ook hier kijk ik lovend even rond.

Bij het hek aangekomen steek ik hem mijn hand toe. ‘Dank voor het mogen kijken, ik heb er zeer van genoten’. Hij mompelt wat binnensmonds en staart naar zijn schoenen. Ik trek mijn hand terug en met een ‘nou, dag en nogmaals bedankt’ trek ik het hek open.

In een flits doet hij een stap voorwaarts en pakt mijn andere hand. ‘Wil je…kan ik je…zal ik…?’ Het zweet breekt hem uit zie ik en hij wordt rood tot in zijn nek, rustig wacht ik af. ‘Wil je misschien nog even iets drinken, zal ik een kop koffie of thee zetten of iets fris, dat kan ook, als je tijd heb natuurlijk, maar je zal het wel druk hebben of er geen zin in hebben, dat kan ook, je moet niets en zo moet je het ook niet zien, ik dacht ik vraag het gewoon even, maar…’

‘Nou, een lekkere kop koffie, dat sla ik niet af’ onderbreek ik met een glimlach zijn zenuwachtige geratel. Verbluft kijkt hij op, draait zich om en trekt me als het ware achter zich aan naar het terras achter het huisje. ‘Gewone koffie, koffie verkeerd, cappuccino, espresso, ik heb zo’n moderne koffiemachine, dus kies maar wat je het lekkerst vindt’.

Op het terras aangekomen laat hij me los, snelt naar binnen en stuift even later weer naar buiten. ‘Weet je het al?’ Ik knik. ‘Als ik mag kiezen, dan graag een cappuccino’. Ik volg hem als hij weer naar binnen loopt. ‘Kan ik wat doen?’ vraag ik. ‘Nee, nee, ga lekker zitten. Ja, toch wel, de kussens, de kussens voor de terrasstoelen, ze liggen om de hoek in het schuurtje in een hoes, zou je die even willen pakken dan zit het fijner’.

 Tjonge wat een zenuwpees. Ik loop het schuurtje in, laat mijn ogen even wennen aan het weinige licht, zie de opberghoes en haal er twee kussens uit. Bij het verlaten van het schuurtje valt mijn blik op een plankje recht naast de deur, ik zie daar staan wat ik zocht en mijn lippen prevelen een vloek. Als ik het niet dacht. Wat een gore klootzak!

 De kussens gaan op de stoelen, ik drink mijn cappuccino, doe leuk, drink er nog één en neem dan afscheid. Mijn veldboeket hangt er inmiddels treurig bij. Hij snijdt wat verse bloemen uit zijn voortuin en geeft ze mee.

‘Zullen we nog eens afspreken? Ik vond het een bijzondere ontmoeting vandaag’. Terwijl hij het zegt breekt het zweet hem wederom uit en staart hij naar zijn schoenen. Nou,die is duidelijk niet gewent om met mensen, laat staan vrouwvolk om te gaan. ‘Ik vond het ook heel bijzonder’ antwoord ik met een lieve glimlach. ‘Ik heb een weekje vakantie en dat zit er bijna op, kun je morgen?’

‘Morgen, ja dan kan ik, zullen we dan uit eten gaan? Ik betaal’. Zenuwachtig hipt hij van zijn ene op zijn andere been. ‘Leuk, ik laat me verrassen. Morgen rond een uur of zes hier?’

De volgende dag ga ik in de namiddag op tijd van huis. Ik moet een flink eind omfietsen om het dorp, ongezien, van de andere kant te benaderen. Mijn fiets duw ik in zijn dikke haag aan de rechterkant van het karrenspoor. Even rondspiedend of ik iemand zie stap ik zijn tuin in en loop over het smalle geplaveide pad naar achter. Fris geschoren en gekleed om uit te gaan zit hij klaar op het terras. Hij schrikt wanneer ik verschijn.

‘Ik heb je niet horen komen, wil je wat drinken?’.

‘Een glas water graag’. Hij haast zich naar binnen om het te halen. Ik neem wat slokjes en kijk vanaf mijn stoel dromerig rond in zijn tuin. ‘Eigenlijk wil ik helemaal niet uit eten, in plaats van opgeprikt in een restaurant te zitten, zit ik met dit prachtige weer veel liever hier’. Verbaast kijkt hij me aan.

‘Eigenlijk blijf ik ook liever hier, maar ik heb niets in huis en we…’.  Ik spring overeind en gebaar naar zijn tuin ‘Niets in huis, je hebt genoeg voedsel in je tuin en kas staan om een weeshuis te voeden, ik kan goed koken, vind het ook leuk om te doen. Je hebt van alles in huis om een heerlijke pastasaus en een verse salade te maken. Heb je macaroni of iets dergelijks in huis?’ Hij knikt van ja. ‘Mooi, dan ga ik aan de slag, tenminste als je het goed vindt dat ik de verse ingrediënten die ik nodig heb uit je tuin en kas haal’.

‘Doe maar, pak maar wat je nodig hebt. Is er nog iets wat je mist?’. Ik kijk hem ondeugend aan. ‘Enkel een lekker flesje wijn en een zakje geraspte kaas’. Zelf springt hij nu ook op ‘En kaarsen, ik moet kaarsen halen, die heb ik niet’.

Terwijl hij naar de dichtstbijzijnde supermarkt rijdt haal ik vlot uit zijn tuin en kas wat ik nodig heb en begin aan de pastasaus, ik heb de tijd – de dichtstbijzijnde supermarkt is op zeker 20 minuten rijden. Terwijl de saus pruttelt, breng ik water aan de kook voor de pasta en maak een salade. Als de saus klaar is schep ik voor mezelf een deel in een ander pannetje. Aan het overige deel voeg ik speciaal voor hem nog een extra ingrediënt toe, daarvoor moet ik even naar het schuurtje.

26/04/2019 23:38

Reacties (11) 

1
30/04/2019 17:11
Het verhaal heeft een verrassende wending. Leuk geschreven,
30/04/2019 21:59
Dankjewel.
1
29/04/2019 17:37
Leuk geschreven !
29/04/2019 23:12
Met dank voor het lezen.
1
27/04/2019 13:03
Een leuk geschreven verhaal, Willemijntje! Ga zo door zou ik willen zeggen!
27/04/2019 20:03
Dank je wel.
1
27/04/2019 09:05
zo, die krijgt zijn dik verdiende loon, smakelijk eten.
27/04/2019 20:02
Oog om oog, tand om tand.
1
27/04/2019 06:09
Weet niet eens meer of dit een nieuw of oud verhaal is, maar het is wel geweldig geschreven en je pakte me er mee in.
Maar - het is niet zo - als het echt was, dan krijg je een standbeeld van mij. ;-)
1
27/04/2019 20:02
Is een nieuwe, dank je wel.
1
27/04/2019 00:11
Hahaha. Goed zo!
En nu maar hopen dat je de goede dosering te pakken hebt.
;-)
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert