Fruit en kleinfruit

Door Monique De Pique gepubliceerd in Huis en tuin

Inleiding

Het houden van fruit en kleinfruit is voor mij de manier om meer bewust en verantwoord te leven. Het kweken van voedsel is behalve leuk ook gezond. Bovendien kies ik bij het kweken van mijn eigen fruit voor biologisch. Biologisch voedsel uit de winkel is erg duur, maar uit eigen tuin niet.  Ik zou graag willen zeggen dat ik het kweken van eigen voedsel ook doe omdat het economisch is en op zich is dat ook zo, maar het kweken van eigen voedsel is ook een investering.

Wildplukkken doe ik ook. Ik doe het wanneer ik de hond uitlaat. Vlakbij mijn huis is een voetbalveld en daarnaast groeien hoge bomen met onderbegroeing van bramen, hazelaar en zelfs kwetsen. De ideale plek om te wildplukken. Goed verstopt tussen de bossen kan niemand me zien wildplukken... en denken dat ik gek ben.  Wildplukken is namelijk een beetje als een boom knuffelen. Zorgen dat niemand je ziet heeft de hoogste prioriteit. Wildplukken is een klein avontuur.

Dit artikel gaat echter over het kweken van fruit en kleinfruit. Toch noem ik het wildplukken even. Want hoeveel nut heeft het voor mij om een braam in de tuin te zetten als ik ze ieder jaar overvloedig kan plukken uit het park om de hoek? Dat lijkt me iets om rekening mee te houden. 

Het kweken van fruit en kleinfruit doe ik in een kleine tuin. Het is ook een jonge tuin. Ik woon er nog maar een paar jaartjes. De vorige bewoner was geen tuinier: gras, een plein, een smalle border met laaggroeiende planten en meer niet.

De reden dat ik er een artikel aan wil wijden, is omdat ik soorten heb uitgezocht die variatie bieden en het hele groeiseizoen geoogst kunnen worden. Zo heb ik bijvoorbeeld een herfstframboos, waarvan de vruchten rijp zijn op een tijdstip waarop de kruisbes al lang kaalgevreten is en als de frambozen zo ongeveer op zijn, kan ik verder gaan met de vijgen en nog weer iets later kan ik kiwibessen eten. Bij de aanschaf van de soorten heb ik dus ook gelet op de verwachte vruchtdracht in de hoop dat ik het hele groeiseizoen ‘iets’ heb. Met name in een kleine(re) tuin vind ik dit een handige manier van doen. Kwekerijen die een website bijhouden met een actuele voorraad zijn erg handig om soorten uit te zoeken die goed op elkaar afgestemd zijn.

Voor het houden van fruit heb ik nog een aantal voorwaarden verbonden. Voorwaarden waarvan ik denk dat menig lezer zich er in zal kunnen vinden.

57d26240ba20c2c427422ea633699c78_medium.

(Foto: Witte bes met vruchten)

Gemak (oogst)

Een van mijn doelen met het houden van fruit en kleinfruit is dat het makkelijk moet zijn. Dat wil zeggen dat het fruit voor mijn doel direct geconsumeerd moet kunnen worden. Sommige fruitsoorten kunnen alleen verwerkt gegeten worden zoals bijvoorbeeld de stoofpeer. Een stoofpeer is natuurlijk heel lekker, maar ik wil niet in mijn kleine tuin emmers vol met stoofpeertjes kweken die ik dan mag schillen, van klokhuis ontdoen, koken en tot slot inmaken. Dan doe mij maar een bewaarappeltje.

Gemak betekent ook dat ik doorlopend fruit wil. Het liefst zo lang mogelijk. Nu hebben wij in Nederland een erg onhandig seizoen die we met een niet zo moeilijk woord ‘de winter’ noemen. We hebben bedacht dat de winter drie maand duurt, maar vanuit een kwekerscontext duurt de winter bijna een half jaar. De laatste fruitjes kun je in november nog oogsten, maar eigenlijk stopt het seizoen eerder: laten we zeggen oktober. De eerste vruchten oogst je in half juni: honingbessen en aardbeien. Dat is meer dan een half jaar dat je niks kunt oogsten. Gemak betekent voor mij dat ik de koude periode zo makkelijk mogelijk overbrug. Dat doe ik door fruitsoorten te zoeken die heel vroeg vrucht geven en heel laat. Ook het reeds aangehaalde bewaarappeltje komt weer om de hoek kijken. Fruit dat op een makkelijke manier te bewaren is komt dus ook in aanmerking.  Meer nog dan de appel denk ik dan aan de pruim, maar het drogen van een pitloze druif zou ook een optie moeten zijn. Veel kleinfruit kun je daarnaast in de vriezer bewaren. Heel makkelijk, maar niet perse goedkoop. Kruisbessen schijn je tot slot op zuur te kunnen zetten.

Als je voor jezelf al bewezen hebt dat je een tuinier bent, je hebt er ruimte voor en de centen ervoor, dan is de kas een geweldige manier om het seizoen eerder te laten beginnen en later te laten eindigen.

Het kan natuurlijk zijn dat je wijn maken als hobby hebt, in dat geval stel je heel andere eisen aan je fruit. Dat ze lekker zijn om uit de hand te eten is ineens niet zo belangrijk en als je stapelverliefd bent op stoofperen, dan kan een stoofpeerboom misschien ook wel uit. Afhankelijk van wat je wil, kies je de soorten.

 (Gemak) teelt

Fruit dat aan struiken en bomen groeit is vrij makkelijk in onderhoud. Omdat het struikachtige planten zijn hoef je ze niet ieder jaar opnieuw in te zaaien. Wel is het soms nodig om takken te snoeien. Met name bij de appel en de pruim is snoei wel nodig. De appel omdat het een cultuurgewas is en teveel vruchten geeft als je die niet snoeit. De Pruim omdat die niet verkrijgbaar is op een zwakke onderstam en dan te groot wordt. Ook komt er van de vaste planten ieder najaar bladafval af die je goed kunt gebruiken als bladmulch. Met andere woorden: je laat het blad liggen. Net als in de natuur eigenlijk. Daar komt ieder najaar ook niet een of ander dier aan die al het blad onder de bomen vandaan haalt. Tenminste, als we gekke mensen even niet meerekenen. Sommigen vinden het geen gezicht. Die mensen raad ik aan om er van te gaan houden. Bladmulch is ontzettend goed voor de bodem en als je eraan gewend bent, dan is een schrale, zwarte bodem ineens geen gezicht.

Van mulch gesproken. Mulch is eigenlijk niets anders dan een bodembedekker. Dat betekent dat aardbeiplanten bijvoorbeeld, ook mulch zijn.

Onder de appels heb je soorten met sterk groeiende en zwak groeiende onderstammen, laag en hoogstammen. Wat gemakkelijk is hangt dan af van de grote van je tuin. Ik heb een kleine tuin. Een traag groeiende appel is voor mij daarom veel makkelijker.  Heb je geen goede reden om voor een zwakgroeiende onderstam te kiezen, dan kies je voor een sterkere soort.

Vogelnet

Ik ben een voorstander van een vogelnet met kooiconstructie. Op die manier kun je het gaas strak spannen. De vogels zullen dan niet verstrikt kunnen raken in het netje en iedereen is blij: jij blij, vogeltjes blij… Hoewel, ze krijgen geen lekkere besjes van je, maar ze gaan toch ook niet dood omdat ze verstrikt raken in zo’n los hangend netje om je fruit. Ook kun je een hoop goed maken door nestkastjes op te hangen en misschien zelfs door een boom te plaatsen waar ze wel van mogen eten (Lijsterbes bijvoorbeeld).

Rode vruchten worden sneller belaagd door vogels dan witte. Van een kers zonder vogelnet ga je niet veel kersen eten. Vruchten die goed zichtbaar zijn worden sneller gegeten dan vruchten die niet goed zichtbaar zijn. De kiwibes bijvoorbeeld, valt niet op. Ook de muskusaardbeien zitten goed verstopt onder het blad. Iets wat beslist niet geldt voor commerciële aardbeien: daar moet eigenlijk wel een netje overheen.

Ik kies ervoor om nergens een net overheen te doen, dan kijken waar ik mee wegkom en als het niet anders is, dan kan er alsnog een net overheen. Ik noem het: de makkelijke methode.

Gezondheid

Bij het zoeken naar fruitplanten let ik ook op de gezondheid die ze over het algemeen genieten. Betreft het een soort die gevoelig is voor ziekten, of niet? Ook voorwaarden voor de standplaats en bodem hoor je hierbij in acht te nemen. Een blauwe bes mag over het algemeen een goede gezondheid genieten, maar als je hem plant op kalkhoudende klei zal het nooit uitgroeien tot een gezonde plant. Mijn blauwe bessen staan in potten met cocosvezel, omdat ik ze op die manier gezond kan houden.

Met name veel oude appelrassen zijn gevoelig voor ziekten. “De Schone van Boskoop”, een appelras dat wordt beschouwd als de beste van alle appels, is misschien ook wel het meest ziektegevoelig van alle appels. Ziektegevoelige appelrassen kunnen alleen maar met succes gehouden worden op de manier zoals de kwekers het doen: preventief spuiten met antischimmel producten. Producten die vaak zwavel bevatten, of aardolie. Vooral bij de biologische teelt van appels is het raadzaam om op zoek te gaan naar sterke rassen. Dat zijn ecologische rassen en rassen waarvan je mag verwachten dat ze het in je grond goed gaan doen. Ook drainage draagt bij aan een goede gezondheid van de appelbomen.

Andere fruitsoorten kunnen ook gevoelig zijn voor ziekten. Dat is altijd wel iets om je in te verdiepen. Als er bij een rasbeschrijving staat: mogelijk gevoelig voor 'een of andere plantenziekte', denk dan niet dat je geluk zal hebben. Kruisbessen zijn soms gevoelig voor meeldauw, peren voor perenroest, enz.

Een andere manier om planten gezond te houden is door niet teveel van dezelfde planten bij elkaar te zetten. Fruitbomen en andere bomen met zacht hout, hebben de neiging om gevoelig te zijn voor dezelfde soort ziekten. Planten als meidoorn, dwergmispel, jeneverbes, sierkers en kardinaalsmuts zou ik niet zomaar in de buurt van fruit planten. Ook is het een idee, indien mogelijk, om alle prunussen (kers, pruim, abrikoos), niet te dicht bij elkaar in de buurt te planten, bij de appels idem dito. Let daarbij dan wel op de bestuiving. Appelgaarden zijn bijna altijd omringd met een haag van thuja's. Een conifeer die niet gevoelig is voor dezelfde ziekten als de meeste fruitsoorten en het houdt vrieswind tegen. Beschik je over de mogelijkheid om een haag aan te planten omdat er nog geen staat, dan is de thuja een goede keus.

Ik heb bijvoorbeeld de pruim ‘Reine Victoria’. Helaas kwam ik er later achter dat die opvallend gevoelig is voor loodglans. Ik heb de pruim in mijn voortuin staan, terwijl ik de kers in de achtertuin heb staan (beide prunusachtigen). Wat mensen in de buurt allemaal hebben voor planten weet ik niet precies, maar ik heb sterk de indruk dat er geen andere Prunussen staan in de buurt van de Pruim.

Biologisch tuinieren doe ik niet alleen omdat ik een hippie ben. Het is ook gemakzucht.  Spuiten met zwavelhoudende producten bijvoorbeeld is een heel vies en tijdrovend klusje. Een sterk, ecologisch ras betekent minder werk. Er mag dan gezegd worden dat arbeid adelt, maar niets is minder waar. Streef naar luiheid!

Fruitsoorten

De fruitsoorten die ik gekozen heb, heb ik gekozen op persoonlijke smaak en op oogsttijd. Ik ben bijvoorbeeld heel trots op mijn framboos. Een andere tuinier bekende dat hij veel liever bramen heeft, want voor frambozen was hij allergisch. Tsja, in dat geval kan ik moeilijk adviseren om een framboos aan te planten nietwaar?

Ik ga één voor één de fruitsoorten bijlangs die goed te houden zijn in de tuin:

Aalbes

De aalbes kent rode en witte bessen. De witte zijn zoeter en worden meer gewaardeerd door kinderen. Persoonlijk vind ik de rode lekkerder, ook zo uit het vuistje, en mijn buurmeisje (van 10) denkt er precies zo over. De meeste witte soorten zijn in juni/juli rijp, de rode van juli tot september.

Vogels zijn erg dol op de rode bessen. De witte laten ze vaker met rust. Het schijnt van tuin tot tuin te verschillen of vogels de witte bessen ook echt met rust laten of niet. Mijn witte worden in ieder geval met rust gelaten. Bij de rode gebruik je dan een vogelnet.

Aardbei

Iedereen die fruit houdt zou aardbeien moeten hebben. Aardbeien zijn lekker en rijpen van juni tot en met oktober. Je kunt ze dus het hele groeiseizoen doorlopend oogsten en je kunt ze aanplanten als bodembedekker. Een aardbei is een goede plant voor de tuin. Ook is een aardbei niet erg moeilijk. De Ostara is wel het beste ras voor een goede, doorlopende oogst. Een aardbeiplant draagt ongeveer twee jaar lang goed vruchten, daarna is het nodig om een nieuwe aardbeiplant uit te zetten.

Zelf had ik een muskusaardbei. Ze rijpen vrij vroeg, maar je kunt ze niet doorlopend oogsten. Ook zijn ze kleiner. Qua formaat houdt een muskusaardbei het midden tussen een commerciële aardbei en een bosaardbei. Ze bedekken de bodem veel beter dan een commerciële aardbei, zijn heel goed van smaak (de smaakaroma wordt ‘muskus’ genoemd) en je hoeft ze niet na twee jaar te vernieuwen. Het is ook een woekeraar en daardoor niet zo geschikt voor een kleine tuin.

Appel

Afhankelijk van het ras, kunnen appels worden geoogst tussen juli en november, soms zelf januari. De appel is geen kleinfruit. Wil je daarom doorlopend groter fruit oogsten en is je tuin groot genoeg,  zoek dan een soort die al in juli rijp is, daarna een die in augustus rijpt enz. Sommige appels zijn beter te bewaren dan andere, maar het is niet onverstandig om een goed bewaarbaar ras te kiezen dat in september rijpt.

Als je appels wilt bewaren dan mag je er vanuit gaan dat je ze drie maand kunt bewaren.  In de commerciële sector kunnen ze appels langer bewaren omdat ze over een betere klimaatcontrole beschikken en de appels zuurstofvrij kunnen bewaren. Als particulier bewaar je ze in een koude, vorstvrije ruimte. De appels zelf zitten dan in een kistje en ieder appel afzonderlijk mag niet in contact staan met een andere om besmetting te voorkomen. Dat scheiden doe je met een krantenpapiertje of iets dergelijks.

Framboos

Frambozen worden onderverdeeld in zomer- en herfstframbozen.  De framboos is een echte kleinfruit. Ze smaken goed. De nadelen zijn echter ook niet gering. Het is een ongelooflijke woekeraar. Helaas wordt dat niet vaak genoemd op het internet en bij handelaren. Toch kun je de framboos heel goed houden, ook in een kleine tuin. Een framboos kan aangeplant worden met een zogenaamde wortelbegrenzer. De begrenzer is er eigenlijk voor bedoeld om bamboe binnen de perken te houden, maar omdat de framboos ook oppervlakkig wortelt, kan de framboos ook goed op deze manier gehouden worden. Het is een extra investering, maar zeker de moeite waard.

985b4fb5ce459caa34aca372088aea81_medium.

(Foto: Framboos met wortelbegrenzer)

Een ander nadeel is de frambozenkever. Het kevertje is er verantwoordelijk voor dat je soms larven aantreft in de framboos (die je dan uiteraard niet meer wil eten). De frambozenkever is met name actief bij frambozen die in de zomer rijpen, dus bij de herfstframboos ben je ervan verlost. De zomerframboos kun je behandelen met oude sigaretten. Ikzelf maak een koud aftreksel van de sigaretten, doe dat in een bloemspuit en behandel dan de framboos. Volgens anderen is het echter voldoende om wat oude peuken rond de frambozenstammetjes te strooien. In ieder geval kan ik uit ervaring zeggen dat de eerste methode werkt.

Het is ook handig om de framboos te leiden. Frambozentakken die de grond raken kunnen opnieuw wortelen (afleggen) en dan heb je nog niet veel aan een wortelbegrenzer.  Daarvoor sla je twee palen in de grond, daartussen een paar draden en klaar.

Mijn framboos geeft tot in november nog vruchten al zijn het er niet veel meer. Het is een van de laatste planten waar ik nog van kan snoepen.

Er zijn ook hybriden die het midden houden tussen een framboos en een braam: Taybes en Loganbes. Deze soorten hebben geen wortelbegrenzer nodig. Althans, zo luidt het officiële oordeel. Ze hebben wel - net als de braam - een witte kern van binnen die je mee-eet. Ook de japanse wijnbes is een goede keus. Zeker als je veel last hebt van vogels. De japanse wijnbes geeft kleine framboosachtige vruchtjes die een omhulsel hebben. Vogels eten er niet van zolang de omhulsel er omheen zit. Op de dag dat de bes rijp is, verdwijnt de omhulsel ook. Zo kun je met een beetje geluk de vogels te slim af zijn.

Honingbes

af5514f781f85f1e03c350477677a02f_medium.

(Foto: enkele Honingbessen)

Een bes dat wat smaak betreft op de blauwe bes lijkt. Ook qua kleur lijkt ze er op. Het is lastig om de bessen op het juiste moment te plukken. Zodra ze er rijp uitzien moet je nog even wachten want dan zijn ze het nog steeds niet. Een onrijpe bes is heel vies. Jammer, want dat geeft sommige mensen het idee dat de honingbes nu eenmaal een vieze bes is en dat is niet waar. Als de bes ook vin binnen is verkleurd zijn ze rijp. Het mooie van de honingbes is dat die heel vroeg rijpt. Het is de vroegst rijpende bes en dat is een goede reden om er twee te nemen. Ja je leest het goed: twee. Plant er namelijk twee in verband met de bestuiving.

Ook niet onbelangrijk: het is een mooie heester. Ze bloeien heel vroeg met fraaie witte bloemetjes die (een beetje) vorst verdragen. Met de honingbes heb je vroeg in het jaar leven in de tuin.

Wat standplaats betreft: zon of schaduw, liever iets alkalisch dan zuur… Ach, het is gewoon een makkelijke plant die bijna overal kan staan.

Ik eet de bes uit de hand, maar veel mensen vinden de smaak toch wat te sterk. In dat geval is het nog steeds een zeer geschikte soort om jam of compote mee te maken.

Kers

De kers kan aangeboden worden op een langzaam groeiende onderstam waardoor het ook in een kleine tuin past. Wel zijn vogels (met name spreeuwen) gek op kersen, dus een vogelnet er overheen spannen is wel nodig. Er zijn enkele soorten die redelijk zelfbestuivend zijn zodat je een solitaire kers kunt planten. Plant je er meer, zorg dan dat ze elkaar kunnen bestuiven. Ook de kers behoort tot het geslacht der Prunussen en is daarmee verwant aan de Pruim, perzik, sierkers en laurierkers.

De kers moet zo gesnoeid worden dat je bij de rijpe vruchten kunt. Meestal betekent dit dat je zonder ladder in staat moet zijn om te plukken. Ook dat is een reden waarom de kers op een zwak groeiende onderstam wordt gekweekt. In het voorjaar bloeien ze met helderwitte bloemen.

Kruisbes

Van de kruisbes zijn er rode en witte. De rode vind ik wat lekkerder, maar de vogels weten ze ook sneller te vinden. De mijne wordt met rust gelaten gelukkig, maar u bent gewaarschuwd. Houdt er rekening mee dat er een vogelnet om de rode moet. De Kruisbes is een echte Nederlandse bes; een bes die hier thuishoort en die hier ook in het wild voorkomt. (naja, wild… In ons polderlandje hebben we geen echt ‘wild’ meer toch?) Ook zijn kruisbessen gevoelig voor meeldauw, al zijn er rassen die er beter tegen kunnen.  Afhankelijk van het ras rijpen ze van juni tot augustus. 

Jostabes

De literatuur is niet altijd even duidelijk, maar het lijkt er op dat de Jostabes een kruising is van de Kruisbes, zwarte bes en de worcesterbes. Het is een tamelijk lekkere bes die erg gezond is en in juli rijpt.

Kiwibes

De kiwibes is een kleinfruit. Voor de kleine tuin komt de zelfbestuiver ‘Issai’ in aanmerking. Degenen die wat meer ruimte hebben kunnen er twee of meer aanplanten. Naast vrouwelijke planten ben je dan ook een mannelijke nodig. De Issai is wat dat betreft lekker makkelijk. De kiwibes is een klimplant met een sterke groei. Een paar jaar geleden werd nog aangeraden om de Issai te planten tegen een warme muur. Inmiddels zie ik dat advies nergens meer. De mijne staat in ieder geval wel op een warme muur. In de winter van 2017 op 2018 hebben veel kiwibessen vorstschade opgelopen. Die van mij niet en ik denk dat het komt omdat de bes tegen een muur staat. De niet zelfbestuivende soorten zijn allemaal zeer winterhard.

Ik vind de kiwibessen veel lekkerder dan kiwi’s uit de supermarkt. Wel zijn ze veel kleiner. Wat grote betreft zijn ze te vergelijken met kruisbessen. Behalve dat ze lekkerder zijn dan gewone kiwi’s zijn ze ook gezonder, plus dat ze niet geschild hoeven te worden. De hele bes, inclusief huid, is eetbaar. Ze bevatten meer vitamine C dan grote kiwi’s.  Ook zijn ze goed bewaarbaar in de vriezer.

Vogels laten de kiwibessen met rust. Ze rijpen laat. Bij mij duurde het tot november, maar volgens de literatuur oogst je de Issai in Oktober.  De kiwibes staat liever iets zuur.

Pruim

Wellicht bent u het eens met de zegswijze dat een Pruim niet te pruimen is. Zelfs ik moet toegeven dat ik geen pruimen lust. Hoewel. Ik moet zeggen: lustte. Als kind kreeg ik alleen maar van die vieze blauwe, droge pruimen voorgeschoteld. Maar later leerde ik dat sommige pruimen heel lekker kunnen zijn. Er zijn zoete pruimen die wat smaak betreft heel acceptabel zijn. Lekker genoeg dat ik ze voor durf te schotelen aan kinderen.

De pruim is heel geschikt voor de zelfteler. De pruim kan gedroogd worden en dan is die goed bewaarbaar. Ook is de pruim heel gezond voor mensen die problemen hebben met de botten zoals ouderen. Waarom de pruim goed is voor de botten is echter niet bekend. Tot slot is de pruim - in tegenstelling tot de appel - niet goedkoop. Ook daarom is het erg fijn om een pruim te planten.

Wel is de pruim een sterke groeier. Dat komt omdat de Pruim niet gekweekt kan worden op een langzaam groeiende onderstam. In de kleine tuin zal de pruim gesnoeid moeten worden. Door te snoeien (en door de pruimen binnen handbereik te houden), zijn ze prettig te oogsten. Ook is het makkelijker om rotte pruimen te verwijderen. De buren zullen je er dankbaar voor zijn want ze trekken wespen aan. Ook in een grotere tuin moet de pruim gesnoeid worden omdat door uitdunning de pruimen beter zullen smaken.

Door snoei kun je de pruim het best houden als struik of kleine boom. De pruim bloeit in het voorjaar met helderwitte bloemen., dus ook voor de sierwaarde is de pruim een must.

Vijg

Er zijn een paar redelijk winterharde vijgensoorten, maar er zijn er eigenlijk maar twee die het echt goed doen. Dat zijn de ‘Bornholmse Diamant’ en de ‘Brown Turkey’. Ik heb de eerste. De vijgen smaken goed, zijn lekker zoet, maar niet zo mierzoet als de (verse) vijgen uit de supermarkt. Ik vind dat een pluspunt, maar wie weet vindt u dat heel erg. Van de vijg heb ik ieder jaar een consistente oogst, iets wat ik van de appel en de pruim niet kan zeggen. Ook lijkt hij zich totaal niet te bekommeren om een streng vorstje, of late nachtvorst. Toegegeven: ik heb de vijg ook nog maar 4 jaar. Vijgen kunnen bewaard worden: gedroogd of in de weck, al heb ik daar geen ervaring mee.

Andere fruitsoorten

Gele kornoelje, Krentenboom, goji-bes en Appelbes. De gele Kornoelje geeft besjes die eigenlijk alleen nog maar worden gebruikt in bepaalde Duitse wijnen. Niet de meest praktische soort dus om op te nemen in je dieet. De Gele Kornoelje groeit uit tot een fraaie boom met gele bloemetjes in februari. De goji-bes is een warrige plant waarvan ik vind dat die niet in een kleine tuin past. Ook zouden de smakelijke soorten niet goed winterhard zijn. Ik heb de Goji-bessen weggegeven (en er nooit iets over weer gehoord). De Appelbes is niet geschikt voor consumptie. Wel kunnen er wijnen van worden gemaakt. Tenminste, van horen zeggen dan. Ik heb het niet geprobeerd. De Krentenboom heb ik nog maar kort, waardoor ik nog geen grote oogst heb gehad. De bessen smaken goed en ik denk dat hij handig is als ‘snoepboom’ die je deelt met de vogels. Wat betreft de sierwaarde hoef je het niet te laten. Het is een fraai boompje. Voor degenen die het aangename met het nuttige wil combineren is de krentenboom zeker een optie.

Afsluiting

Dat een plant nuttig is, wil natuurlijk niet zeggen dat ze geen sierfunctie hebben. Zo wordt een appelboom met eetappels geen sierappel genoemd, omdat de ‘status’ eetappel zoveel beter is, niet omdat ze minder mooi  zijn. Want zeg nou eerlijk: wat is er nou mooier dan een boom vol met verse appels? En de bloei? Daar hoef je het ook al niet voor te laten. Een appel in het voorjaar, met hun uitlopende, frisgroene blaadjes en dan hun bloemetjes: wit met een roze blos. Welk aquarelle schilderijtje doet dat na? Of de volle trossen van een rode aalbes? Het is maar goed dat ze zo lekker zijn, anders was het zonde om ervan te eten.

 

 

 

16/03/2019 14:27

Reacties (6) 

1
17/03/2019 06:58
Leerzaam artikel met mooie info. Graag gelezen.
1
16/03/2019 19:00
U bent niet ingelogd. Wilt u nu inloggen of een account aanmaken?
Prachtig artikel. Met plezier gelezen. Dit soort van artikelen geeft het Tallsay platform meteen nieuwe glans.
1
16/03/2019 18:19
Oh ja - de vijgen. Daar kun je heel lekkere jam van maken. Ik doe er altijd een stukje gemberwortel en het sap van een halve limoen bij: dat pept de smaak wat op.
De Gojibes kun je ook drogen en er thee van zetten. Heel gezond, zeggen ze.
Hier zie je een foto van de eerste oogst van vorig jaar:
https://tallsay.com/page/4294997444/eerste-oogst-en-de-tirannie-van-de-wereldverbeteraars
1
16/03/2019 18:43
Ga ik lezen.
1
16/03/2019 17:27
De meeste soorten fruit die je noemt heb ik wel in de tuin. Appelbomen, de Reine Victoria, de Mirabelle de Nancy, de Reineclaude Verte, en de meeste struiken ook. Ook twee kersenbomen.
Behalve de appels en de grotere pruimen gaat bijna alles op aan de vogels: die weten precies waar ze moeten zijn. Ik laat ze maar hun gang gaan.
Als de merels dan weer zo mooi zingen als de zon op- en ondergaat vergeef ik ze dat ze mijn kersen en mijn bessen opgevreten hebben.
1
16/03/2019 16:28
Oh een echt prachtig en zeer informatief artikel.

Ben dol op fruit en eet het ook heel veel, Veel meer dan gewoon eten, dat eet ik amper tot niet, maar ik koop mijn fruit altijd bij AH.
Maar ben er dus dol op.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert