De wil van Allah 12.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 11:   http://tallsay.com/page/4294998851/de-wil-van-allah-11

            7f2df81eac11e75624c315b53d1fdc74_medium.

                                                                  12.

 

Carjacking

Amed had die morgen al vroeg moeten beginnen met werken. Rond halfzeven stond de bestelbus met een tweetal collega’s al voor het weilandje waarin zijn caravan stond, krachtig te toeteren. ‘Verdomme, is het nu al tijd’ mopperde hij terwijl hij uit bed schoof. Hij had zich iets verslapen. Dat kwam omdat vermoedelijk de vorige avond, tijdens de heftige vrijpartij met zijn vriendin, de wekker tussen de bedrand en de caravanwand was gevallen en daardoor niet was afgelopen. Er werd opeens buiten geschreeuwd en op de caravandeur gebonkt. ‘Kom je nest uit, Arabisch varken,’ schreeuwde een hem bekende stem. Het was Maurice Khoury, de Franse voorman die zo schreeuwde en op zijn deur bonkte.

  ‘Rustig maar. Ik kom er al aan. Alleen mijn laarzen nog even aantrekken,’ schreeuwde Amed terug, terwijl hij zich rap in zijn werkpak hees. Het was verdomme alweer de tweede maal deze week dat hij zich had verslapen, schoot het door hem heen. Hij gaapte even, stapte zonder sokken aan te trekken in de leren laarzen en opende de caravandeur. ‘Verdomme wat is het koud buiten,’ mompelde hij, terwijl de temperatuur hem er gelijk aan herinnerde dat hij ook had vergeten om een trui onder zijn werkpak aan te trekken. Hij pakte zijn flesje water en de chocolade reep die Mahilla, zijn vriendin, gisterenavond voor ze wegging, op het rommelige aanrechtje voor hem had neergezet. Daarna sloot hij af en liep hij kleumend op de wachtende bus toe waar hij op de bank achter de chauffeur ging zitten. Weer een dag in dit klote land dacht hij, terwijl de auto optrok.

  ‘Heb je het koud, jongen,’ vroeg Pascal, een vijftig jarige kraandrijver die aan de rechterkant naast hem zat, lachend aan hem, toen hij rillend in de auto plaatsnam.

   Amed antwoordde niet. Hij had inmiddels wel geleerd om niet op de uitdagende en beledigende teksten van zijn Franse collega’s te reageren.

  ‘Straks wordt je vanzelf wel warm als we op het werk aankomen en aan de slag gaan,’ zei de man met een valse glimlach. ‘Er is veel graaf en sjouwwerk te verrichten. Dus bereidt je maar vast voor op wat komen gaat.’ De man grinnikte nu uitbundig bij de gedachte dat hij zelf in de cabine van de graafmachine zou zitten, terwijl Amed in de stinkzooi van de geul die werd gegraven om een kapotte rioolbuis te vervangen, zich met zijn spade kon uitleven. De taak van Amed was uiteindelijk om te spitten, te tillen en te sjouwen. Ach…,verder heb je ook niets aan deze domme islamitische woestijngeiten, grinnikte de kraandrijver in zich zelf.

   Amed zweeg gedurende de verdere rit naar het werk. Hij wist hoe er over hem werd gedacht, maar hij hield zich rustig. Hou je koest jongen, schoot het door hem heen. Geen discussies met niet moslims die je uitdagen. Dat was hem ooit door een Iman op het hart gedrukt toen hij in Frankrijk aankwam. Stoïcijns staarde hij slechts in het schemerdonker naar buiten en dacht na. Onze tijd komt er eerdaags aan smerige Franse klootzak, schoot het opeens door hem heen. Jullie zullen misschien eveneens met een beetje geluk, eerdaags met de wil van Allah kennismaken. Hij sloot even zijn ogen en prevelde in gedachten een gebed. Toen hij zijn ogen weer opende zaten zijn gedachten inmiddels bij die andere opdracht die hij, als het even kon, nog die middag of avond na zijn werk moest verrichten. Al had hij nog steeds geen idee waar hij zo’n dure Mercedes auto vandaan moest halen. Noch waarom de chef zo nodig en vooral zo snel, een dergelijke auto nodig had.

Rond vier uur die middag werd hij weer voor zijn gebrekkige oude stacaravan afgezet. Amed sjokte door het vochtige gras naar de deur, opende die en liet zich vervolgens vermoeid op de harde versleten caravanbank vallen. ‘Verdomme, wat een klote dag was het,’ mompelde hij in zichzelf. Na een paar minuten stond hij weer op zijn benen. Hij trok zijn stinkende werkpak uit en smeet die kleding op een houten stoel. Snel trok hij een stel rode badslippers aan zijn voeten. In zijn blootje liep hij vervolgens naar de buiten om zich onder de bij de oude boerderij staande pomp om te wassen. Toen hij daarmee gereed was rende hij rillend terug naar de caravan en rolde zich op de harde bank in een grote badlaken om op te drogen. Nadat hij zich na enkele minuten in een grijze trainingsbroek, zwarte trui en zwart regenjack had geworsteld, ging hij de deur uit en sloot deze af. Buiten trok hij de donkere ijsmuts op zijn hoofd. Onder de caravan was een kleine opbergkast gemaakt. Daarin bewaarde Amed zijn zogenaamde werkgereedschap dat  voornamelijk bestond uit verschillende soorten schroevendraaiers, een controle lampje, enkele beitels, hamers en een breekijzer. Voor zijn avondmissie pakte hij een grote schroevendraaier met een platte bek, een stevige hamer met korte steel, het twaalfvolts controlelampje, een verstelbare sleutel en een rol sterk klevend plakband. Alles ging in een smerige, lichtgrijze katoenendraagtas met lange hengsels, die hij schuin over zijn schouder hing. Hij was klaar voor actie. Het was nu een kwestie de juiste auto te vinden. Verder zou het een eitje worden dacht hij. Even stond hij stil in gedachten naast de caravan naar de sterrenhemel te kijken. Het zou wel eens een heel koude nacht kunnen gaan worden dacht hij, terwijl hij nadacht of hij zou gaan lopen of fietsen. Toch maar die oude rotfiets pakken dacht hij uiteindelijk. Uiteindelijk heb ik die vorige week niet voor niets gejat. Terwijl hij de beschadigde en nogal haveloze mountainbike onder de caravan vandaan trok, er op stapte en richting de stad wegreed, verscheen er een glimlach op zijn gelaat. De donkergrijze bivakmuts zat in de rechterzak van zijn jack. Hij zou die opzetten als hij bij het juiste object was aangekomen dat zijn aandacht had getrokken. Nu paste die ijsmuts beter bij zijn uitmonstering en viel hij niet op in het stadsverkeer.

Het was een stevig stukje fietsen richting het station, het Gare St. Charles. Maar daar was vanavond vast wel een Mercedes van het gevraagde type te vinden, dacht Amed. En anders wel bij het Cité de la Musique. Dat lag uiteindelijk niet al te ver bij het station vandaan. Maar bij het station aangekomen had hij pech. Geen enkele geparkeerde Mercedes auto beantwoordde aan zijn vraag. Nadat hij een tijdje had rondgeneusd, stapte hij weer op de fiets en reed naar de grote parkeerplaats bij het Cité de la Musique. Daar had hij geluk. Het was druk bij het muziektheater. Een fraaie grijze Mercedes van het model dat de chef wilde hebben stond op een aparte strook van de parkeerplaats geparkeerd. Een kennelijke privéchauffeur, gekleed in een keurig blauw kostuum met een dito pet op zijn hoofd, liet net zijn bejaarde passagiers, een man en een vrouw, feestelijk in avondkleding gestoken, uitstappen. Amed bleef op enige afstand met zijn fiets tussen de geparkeerde voertuigen staan kijken.

  ‘Een stelletje rijke klootzakken mompelde hij zacht.’ Bij Allah, wat is dat een geluk hebben.’

   Er kwamen een tweetal auto’s langs hem rijden. Onwillekeurig schrok hij en draaide zijn gezicht even uit het licht der koplampen. De twee auto’s reden heel langzaam verder. De chauffeurs waren kennelijk, net als vele anderen, ook opzoek naar een parkeerplaats. Hoe kon het zo treffen, gromde Amed. Hij bleef zo rustig als een havik, doodstil staande tussen twee geparkeerde voertuigen, naar zijn prooi kijken die een meter of twintig voor hem zichtbaar was in het licht der lantaarns. Toen de chauffeur op een gegeven moment op zijn gemak uitstapte en vervolgens de ruiten van de auto met een vochtig doekje ging staan schoonmaken, stond Amed opeens achter hem. Hij haalde uit met het heft van de grote schroevendraaier en sloeg de man met een harde klap naar dromenland. Vervolgens sleepte hij de op de grond ineen gezegen bewusteloze man rap tussen twee geparkeerde auto’s. Hij haalde de autosleutels uit de broekzak van zijn slachtoffer, pikte snel de bankbiljetten uit diens portefeuille en liep vervolgens rustig op de glanzend nieuwe auto af. Geweldig wat een fraaie auto dacht hij onwillekeurig. Staande naast de geopende autoportier keek hij nog even om zich heen. Volk genoeg, maar niemand lette op hem. Amed stapte vervolgens rustig in de auto en reed daarna met een kalm gangetje weg, richting het noorden van de stad. Prima actie. Niemand die wat verdachts had gezien dacht hij, terwijl hij in een opgewekte stemming naar de schuur in het noorden van de stad reed, die Khadija en Ali hadden gehuurd om eventuele te gebruiken voertuigen in onder te brengen.

Wilt u het verhaal vanaf deel 5 terug lezen, klik dan opdenavolgende link:  http://tallsay.com/page/4294998638/de-wil-van-allah-5
Wilt u het verhaal vanaf deel 1 terug lezen, klik dan opde navolgende link: http://tallsay.com/page/4294998552/de-wil-van-allah-1 
Vervolg van dit deel kunt u lezen in: http://tallsay.com/page/4294998921/de-wil-van-allah-13

 

© Leonardo

11/01/2019 23:49

Reacties (6) 

1
12/01/2019 12:32
Dat liep dus gesmeerd. Leest weer lekker weg!
12/01/2019 12:54
Fijn, dat je het verhaal nog steeds volgt, Edwin.
1
12/01/2019 11:36
Lekker vlot en beeldend geschreven.
12/01/2019 12:54
Dankjewel, Willemijntje.
1
12/01/2019 00:12
Juist. Ik blijf het volgen.
1
12/01/2019 12:55
Dankjewel, Zevenblad.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert