1283 Piep en pap terug in Monnickendam

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Zo zoetjes als ik was ingeslapen, zo plotseling werd ik weer wakker. Het luchtschip maakte een onverhoedse beweging waardoor ik bijna uit mijn stoel rolde.
‘Wat doe je!’
‘O, het is niks pap, maar ik ga toch maar niet in de tuin landen. Die is me veel te klein.’ 
En inderdaad, ik zag ons huis, waar we net nog lijnrecht op af stuurden, plotseling onder ons langs glijden terwijl wij verder dreven naar de Haven, nu weer in een zacht glooiende glijvlucht.
‘Ik zet hem op de Middendam, pap.’
‘Maar daar kan iedereen ons zien aankomen!’
‘Nee, papsieflapsie, niemand ziet ons aankomen. We zitten nog steeds in een andere dimensione.’ 

Behoedzaam liet ze de schotel zakken, precies midden op de Middendam, alsof de ster in de stenen er voor ons als landingsplaats in gestraat was. De landing was rustig en zacht. Ik trok de kap open, stapte uit en hielp daarna Piep. Ik drukte twee keer op de vergroter waardoor het gevaarte onmiddellijk verkleinde tot de schaal waarop Piep hem gemaakt had. Daarna drukte ik met de punt van mijn pen het knopje nog twee keer in waarop hij nog verder kromp tot hij net zo klein was als de model-Volvo’s in de boekenkast. Ik wilde hem in het water van de Haven gooien, om mij van elk bewijs te ontdoen, maar Piep hield mijn arm tegen:
‘Papa, wat doe je! Dat mag niet! Dat ligt nog eeuwen op de bodem.’
‘Kunnen ze er later ook nog weer eens mee vliegen misschien, maar je hebt gelijk Piep. Goed, dat ze je dat leren op school.’ Ik liet hem in mijn zak glijden. 

‘Zie je wie daar staat?’ vroeg ik haar. Ik bukte tot op haar ooghoogte en wees naar mijn broer, die een paar meter verderop stond.
‘Oom Bram! Hij maakt foto’s van de monnik en de Haven!’
‘Kom, dan gaan we stiekem op het bankje zitten samen. Hij ziet ons nu niet maar wel straks wanneer hij de foto’s terugkijkt. Dat is lachen.’
‘Krijgt-ie de schrik van zijn leven!’
‘Nee hoor, daar is-ie veel te nuchter voor. Hij kan wel wat hebben. Hij zal gewoon denken dat-ie de foto zelf gemaakt heeft en het vergeten is. En dat vergeten zal hij later zelf ook nog vergeten. Dan zal hij zeggen dat hij het zich nog heel goed herinnert. En ik maak me sterk dat hij later ons nog aan deze foto zal herinneren: weet je nog dat ik die foto gemaakt heb, zal hij dan zeggen. Zo gaat dat met dimensies die samenvloeien. En dan doen wij of we van niets meer weten, of juist wíj het zijn vergeten, is dat afgesproken?’
’Ja pap, het is goed. Het is toch dezelfde foto die hij aan het begin maakte?’
‘Briljant, Superdepiep, je snapt het helemaal, we zijn exact op dat moment in de tijd teruggekomen. Het is verbluffend hoe spatzuiver dat werkt. Het is gewoon precies hetzelfde moment, op de minuut nauwkeurig. Alsof we in een lus in de tijd geleefd hebben. Is het niet prachtig? Alleen vertrokken we vanuit de tuin, maar dat zal de bal niet bollen. Kom, we gaan zitten.’

We gingen op het bankje zitten, Mijn broer maakte de foto en daarna liepen we naar huis. 
‘Als het goed is, Piep, treffen we thuis mama aan zoals we haar, ja hoe lang geleden eigenlijk, een paar minuten misschien, hebben achtergelaten. Als het goed is zijn we alleen voor onszelf echt weg geweest.’ 
‘Zo is het, papperdepap, maar ik mis mama wel en ik hoop dat ze mij ook gemist heeft. Wie het eerste thuis is! Doei!’
Ze rende vanaf het Zuideinde de steeg door naar huis. Ik keek haar na. Haar haar wapperde in de wind terwijl haar witte gympen over de keien roffelden. Wat hield ik toch mateloos veel van haar. Ze was de liefste dochter die ik had, ook al had ik er maar één. En ik versnelde mijn pas, niet om te winnen, maar om eerder thuis te zijn, samen met Piep terug thuis bij Lief. 

Ate Vegter, 7 januari 2018


Marcel Hensema in Carré met Mijn Ede:
www.atevegter.wordpress.com./83

 

07/01/2019 06:51

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert