De wil van Allah 10.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 9: http://tallsay.com/page/4294998690/de-wil-van-allah-9               

                7f2df81eac11e75624c315b53d1fdc74_medium.

 

                                                       10.

 

Voorbereidingen treffen.

Die zelfde avond zaten twee mannen en een vrouw, in een geparkeerde auto naar de radio te luisteren. De auto was geparkeerd op het uiteinde van een der kades in de Franse stad Marseille. Op verschillende lokale radiozenders was het een chaotische berichtgeving van feiten, vermoedens en nieuws met betrekking tot een bomaanslag in een winkelpassage van een naburige stad. De drie spraken weinig met elkaar, maar luisterden slechts zwijgend naar hetgeen de Franse nieuwsmedia aan informatie over die bomaanslag vrijgaven. In de auto hing een zware lucht van sigarettenrook en canabis, welke lucht voorzichtig wat uit de muffe ruimte ontsnapte door een vingerdik opengedraaid portierraampje. Om hen heen stonden slechts weinig voertuigen. Op een goede zestig meter afstand was wel een zekere mate van activiteit te bespeuren. Die activiteit betrof het lossen van een kleine Tanzaniaanse vrachtboot met fruit. Mannen liepen op de kade af en aan in het licht der scheepsschijnwerpers. Twee vrachtwagens stonden met geopende achterdeuren naar het schip gekeerd.

  ‘Veel douane op de been bij dat schip,’ mompelde opeens een in de auto der aanwezigen personen. Er werd niet op geantwoord.

  De auto stond op een strategisch goed gekozen plek Aan de linkerzijde gedeeltelijk aan het zicht onttrokken door een viertal opgestapelde zeecontainers. De auto viel overigens zo en zo niet op tussen de andere voertuigen, rollen scheepstrossen en stapels zeilen en visnetten die achteloos op de kade waren neergestort. Op de twee vissersboten die voor hen aan de kade, voor de vrachtboot lagen, brandde geen verlichting. De schepen waren op die avond kennelijk verlaten. Het rook buiten naar teer, vis en dieselolie…

  ‘Slechts twee doden, hoe is dat nu toch mogelijk,’ vroeg de man die naast de chauffeur zat zich opeens af. ‘Heeft die knul die hiervoor verantwoordelijk is geweest het toch niet goed gedaan,’

  ‘Dat kun je wel zeggen,’ antwoordde de chauffeur. ‘Uiteindelijk heeft hij  voor maar twee dode kruisvaarders zijn leven gegeven. Voor maar twee doden, nu vraag ik je…’ Hij sloeg even met zijn rechterhand op het leder van het stuur. ‘Ik kan het nog niet geloven, ondanks dat ik die berichtgeving nu al wel tienmaal heb gehoord.’

  ‘Toch moeten we daar wel van uitgaan,’ antwoordde opeens de in het zwart geklede, gesluierde vrouw die achterin de auto zat. ‘Alle zenders spreken immers over dezelfde cijfers.’  Haar mobieltje liet zich horen. Ze nam op en meldde zich alleen met hallo… Een mannenstem liet haar weten dat hij de gewenste bestelling kon afleveren op het gekozen adres. ‘Heel goed. Is alles compleet?’

  ‘Ja hoor. Ik heb het gecontroleerd voordat er moest worden afgerekend. Alles wat we nodig hebben is aanwezig.’

  ‘Prima lever het dan maar af. We zien je morgen wel op onze bespreking. Ik neem nog wel contact met je op om je te vertellen waar dat is.’  Vervolgens sloot ze het gesprek af.

  ‘Was dat Ali,’ vroeg Amed nieuwsgierig.

  ‘Ja…, maar verder gaat het je niet aan, Amed. Je moet eens leren je nieuwsgierigheid te beteugelen.’

  ‘Ja je hebt gelijk, Khadija. Ik liet me even gaan…’

  ‘En je moet je onder alle omstandigheden beheersen, Amed. Dat is uiteindelijk het eerste wat wij je hebben geleerd,’ antwoordde ze vervolgens op strenge toon.’

   De vrouw welke met Khadija werd aangesproken was gekleed in een zwarte nikaab. Ze was bij nadere beschouwing nog vrij jong. Maar ze had reeds een leven vol oorlog en gruweldaden achter zich, toen ze vanuit Noord-Irak via de Turkse route, naar Frankrijk had weten te ontkomen. Ze was een kind van arme ouders. Op haar veertiende jaar was ze uitgehuwelijkt aan een twee en veertigjarige boer. Een man die haar minachtte en haar slechts gebruikte als speeltje en fokzeug. Alsmede om met haar te kunnen pronken bij zijn kameraden om vervolgens na afloop van zijn bezoek aan het koffiehuis, zijn weerzinwekkende seksuele lusten op haar bot te vieren. Haar man was weliswaar een Soenitische moslim, maar in tegenstelling tot de meeste van hun Soenitische landgenoten, een tegenstander van de plannen van de  I.S. om een kalifaat met een rechtsstructuur naar model van de sharia, in dat deel van de wereld op te zetten. Eigenlijk was hij diep in zijn hart, een grote fan van de verdreven Iraakse dictator Sadam Hoessein geweest. Tijdens een woordenwisseling met een der plaatselijke I.S. leiders in een Arabisch theehuis, werd hij tijdens de uit de hand gelopen discussie het huis uit gesleurd en in de achtertuin, voor haar ogen, standrechtelijk dood geschoten.  Khadija had toen reeds drie kinderen en was in verwachting van de vierde.  Omdat ze zwanger was, kwam ze er zelf, als echtgenote, met veertien zweepslagen vanaf. Ze had daarbij het geluk dat de beul begrip had voor haar zwangerschap, waardoor ze haar ongeboren kind enkele maanden later levend kon baren. Eigenlijk kende ze weinig verdriet na de eliminatie van haar wettige echtgenoot. Een echt boos was ze ook niet na de aframmeling die haar als wettige echtgenote ten deel was gevallen. Zweepslagen en schoppen was ze tijdens haar huwelijk immers wel gewend.   Inwendig haatte ze haar man eigenlijk gruwelijk en ze voelde zich jarenlang door hem te zijn misbruikt. Doordat zij zich wel hartstochtelijk in de ideeën van I.S. leider Abu Bakr al Baghdadi kon vinden, kon ze na de dood van haar echtgenoot, op enige ondersteuning rekenen van de kant van de plaatselijke I.S, teneinde met haar kinderen te kunnen overleven. Na de uiteindelijke herovering van de noordelijke Iraakse provincies door geallieerde Arabische troepen, voor een groot deel bestaande uit Koerden, Iraakse regeringstroepen, ondersteund door Amerikaanse specialisten, verloor ze bij een nachtelijk bombardement alle vier haar kinderen. Een bombardement dat was uitgevoerd door Franse jachtbommenwerpers. Vliegtuigen die waren opgestegen vanaf een voor de Libanese kust liggend, Frans vliegdekschip.    

   Na een periode van intens verdriet, zwoor ze uiteindelijk aan Allah, om wraak te nemen op die zogenaamde Franse kruisvaarders, die vanuit de lucht het strijdtoneel met bommen en raketten bestookten. Bij aankomst in Marseille hield ze zich rustig en viel ze niet op tussen de overige vrouwelijke asielzoekers in het asielzoekerscentrum. Maar de haat en de wraak jegens die rijke westerlingen, brandde keer op keer als gloeiende lava in haar dagelijkse gedachten. Tijdens een religieuze bijeenkomst leerde ze eerst Ali en een paar maanden later, haar twee mannelijke collega’s kennen. Mannen die net zo streng geradicaliseerd waren als zijzelf. Maar in tegenstelling tot haar mannelijke landgenoten, had Khadija een heel goed stel hersens en een scherp analytisch vermogen. Zij kon plannen voor acties beoordelen en acties registreren. En ze wist contacten met buitenlandse I.S. leden te leggen en te onderhouden. Iets wat de andere leden van haar kleine terroristische cel niet konden. Het lag daarom al snel voor de hand dat haar mannelijke landgenoten, vrijwel automatisch haar als leider van hun kleine terroristische cel accepteerden…

  ‘Klote…,’ zei Amed, die naast de bestuurder met de naam Yusuf zat. ‘Dan moeten wij het komende week wel een stuk beter doen.’

  ‘Dat moeten jullie zeker,’ antwoordde Khadija. ‘Maar geen bommen, tenzij een van ons dat zelf uitdrukkelijk zouden willen. Maar om jezelf op te offeren voor slechts twee doden is geen goed idee, vind ik. Een geweer is onder de gegeven omstandigheden waarschijnlijk toch veel effectiever, dan je eigen met springstof opblazen.’

  ‘Ja, je zult wel gelijk hebben,’ gaf Amed ten antwoord. ‘Daarvoor bent je uiteindelijk ook de chef.’

  Khadija antwoordde daar niet op, maar zat bedachtzaam uit het venster naar de havenlichtjes in de verte te kijken. Maar opeens nam ze weer het woord. ‘Wanneer komt die auto nu eindelijk eens die ik heb gevraagd, Amed,’ vroeg ze op een berispende toon. ‘Er is inmiddels weer een dag voorbij, zonder dat je iets voor onze zaak hebt gepresteerd.’  Ze schudde even met haar hoofd, alvorens de volgende opmerking te maken. ‘Het mag ook wel een metallic Mercedes C serie, caravan zijn. Die rijden er hier uiteindelijk wel genoeg rond. En die valt eveneens niet op tijdens onze actie.’

  Het duurde even voor Amed antwoordde. ‘Wat voor een actie wordt het eigenlijk. En wat wordt het doelwit?’

  ‘Luister eens, Amed. Ik heb je zojuist al gezegd dat je niet zo nieuwsgierig moet wezen. Dat vertel ik je wel, als je de auto te pakken heb gekregen. Eerder hoef je dat niet te weten.’

  De stemmen zwegen, terwijl men naar de radioberichten luisterde. Opeens klonk er muziek uit de luidsprekers. De nieuwsberichten werden later weer hervat. Het was voor Khadija aanleiding om een kleine toespraak te houden.

 ‘Luister eens goed, mannen… Onze heilige strijd gaat hier in Europa gewoon door. Ondanks dat we misschien ons laatste grote bolwerk in Syrië moeten opgeven. Maar we vechten door, totdat de laatste persoon van onze I.S. gemeenschap is gesneuveld. Dat is de wil van Allah.’

  Niemand reageerde op die zware woorden, terwijl Khadija verder ging met haar betoog. ‘Wij, de soldaten van Allah op aarde, verzaken niet in onze strijd tegen die Europese kruisvaarders. Ook al zijn we over allerlei landen verspreid geworden. Want terwijl die kruisvaarders de grond van onze voorvaders verwoesten, laten wij voortaan in de landen van die kruisvaarders onze bulderende stem horen,’ sprak de vrouw zonder geestdrift in haar stem tegen de twee mannen.

   De twee knikten slechts even in het donker. Ze hadden geen behoefte om commentaar te leveren op die laatste woorden.

  ‘Wie rijd er eigenlijk tijdens die actie, vroeg de chauffeur die Yusuf bleek te heten, opeens na een paar minuten te hebben gezwegen?’

  ‘Jij, Yusuf.  Jij bestuurt straks de auto. Uiteindelijk ken jij als taxichauffeur de omgeving en vooral ook de binnensteden in dit deel van het land het beste. Jij bent de chauffeur. Amed of Ali zal de schutter zijn. Ik moet nog even nadenken op wie ik de keuze laat vallen.’

  De mannen gaven geen commentaar op deze opmerking. Amed zuchtte alleen even.

 ‘Maar vooruit, mannen. We hebben alles over de bomaanslag gehoord en met elkaar besproken. Laten we maar naar het centrum terugrijden. Jullie zetten mij dan maar op de hoek van de Canebière en de boulevard de Longchamp af.’

  ‘Prima,’ antwoordde Yusuf. Ik vraag me alleen af wie de man of vrouw is geweest die zich voor de heilige zaak heeft opgeofferd.’

  ‘Dat vraag ik me ook af,’ gaf Amed ten antwoord, terwijl Yusuf de auto draaide en tussen de containers door naar de uitgang van de havenkade reed.

  ‘Ik kan het jullie niet vertellen,’ zei Khadija nadat ze op de rue de la république reden. ‘In elk geval niet iemand uit onze eigen kringen. Maar laten we onze oren goed openhouden voor informatie welke voor ons nuttig kan wezen.’

  Eigenlijk was die Khadija soms wel enorme bits, vond Amed. Maar aan de andere kant was het ook een meid met een heel erg goed stel hersens. En ze was niet bang. Tevens was ze fanatiek toegewijd aan hun zaak. Aan de I.S. en hun ideaal van het vestigen van een eigen kalifaat in dat vervloekte Midden-Oosten.  Het was een prima idee om die varkens van kruisvaarders in hun eigen land te pakken te nemen. Dat haalde de aandacht van het Midden-Oosten af. Misschien lukte het om die softy regeringen van – die - Europese landen welke steun gaven aan de geallieerde troepen in Noord-Irak en Syrië, te bewegen zich terug te trekken uit het conflict.

  ‘Zit je te slapen, jongen,’ zei Yusuf opeens tegen hem.

  ‘Nee dat niet. Ik zat alleen even een moment in gedachten weggezonken.’

   Yusuf antwoordde niet. Trouwens wel vreemd, dat Khadija niet wist wie er achter de aanslag in die passage zat. Je zou toch zeggen dat zij met haar contacten in de Arabische kringen van Marseille goed was geïnformeerd. Hij krabde even op zijn hoofd terwijl hij weer nadacht. Of zou Khadija wel weten wie die aanslag had gepleegd, maar het om een of andere reden niet willen zeggen…

  Yusuf draaide de boulevard de Longchamps op en stopte op verzoek van Khadija, nabij de tramhalte.

  ‘Goed. Prettige avond, mannen.’ Khadija opende de portier en stapte uit. ‘We zien elkaar morgen weer. Omstreeks achttien uur pikken jullie me op. Gewoon op dezelfde plaats van afspraak als vandaag. Denk er dan wel om dat de auto er moet zijn, Amed…’  Vervolgens verdween ze rap richting de kathedraal en het centrum van de stad.

Vervolg kunt u lezen in: http://tallsay.com/page/4294998851/de-wil-van-allah-11 

 

Voor zover ik dat nog niet heb gedaan, wens ik alle lezers en volgers van dit verhaal, de beste wensen voor 2019.

 

©  Leonardo.

05/01/2019 22:28

Reacties (10) 

12/01/2019 12:20
Yummie, het verhaal gaat weer verder. Door hier het achtergrondverhaal van Khadija weer te geven, krijgt je verhaal verdieping. Well done!
12/01/2019 12:49
Dankjewel, voor deze reactie, Edwin.
1
06/01/2019 08:37
Fijn dat je er weer bent... het verhaal wordt steeds sterker..ik geniet er enorm van ...en iqualemente...un feliz año neuvo..!
1
06/01/2019 13:45
Gracias por tus cumplidos, Daniel. Retorme el hilo nuevo despues de unas cortas vacanciones en el sur de Corcega...
1
06/01/2019 00:56
Heerlijk, het verhaal gaat verder. Jullie ook de beste wensen.
06/01/2019 13:47
Dankjewel, Willemijntje.
1
05/01/2019 23:04
Blijf het volgen, want hou van zulke verhalen en je schrijfstijl.
1
05/01/2019 23:05
Dat vind ik fijn, Candice. Overigens de beste wensen voor 2019!
1
05/01/2019 23:02
Dat leest prima weg.
Nog de beste wensen voor 2019!
1
05/01/2019 23:03
Ook voor jou, Zevenblad, de beste wensen voor 2019
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert