1280 Piep en pap gaan naar huis

Door Ate Vegter Dzn gepubliceerd in Verhalen en Poëzie

Het feest van de vissen liep ten einde en ik kreeg plotseling het gevoel dat daarmee ook onze reis door ruimte en tijd was afgelopen. Ik riep Piep en de professor bij elkaar om te overleggen en we waren het wel met elkaar eens dat het een goed idee zou zijn om weer naar huis te gaan. Met name Piep wilde graag naar huis, want ze miste mama en Jantje en Dassie en de hele mikmak en zo klommen we in de vliegende schotel en zwaaiden we uitbundig naar de vissen.
 
We hadden met de vissen niet alleen feest gevierd maar ook veel van ze geleerd, bijvoorbeeld dat mensen veel sneller iets vergeten dan dieren, maar hoe dat precies zat ben ik vergeten. Ik trok de kap dicht en Piep stuurde langzaam naar boven, naar de oppervlakte van het water. Daar trok ze schuin op de lucht in. In een paar seconden hadden we weer een waanzinnig uitzicht en ze ging nog steeds hoger en hoger.

Professor Paf kuchte een paar keer nadrukkelijk en net toen ik het gevoel kreeg dat hij wat belangrijks ging zeggen, zei Piep:
‘Pief paf poef!’
En weg was de professor en met hem de hele achterbank. Het gebeurde in een oogwenk en onmiddellijk zaten we weer met z’n tweeën in de schotel alsof het nooit anders geweest was.
‘Wat doe je nou?’ vroeg ik enigszins geïrriteerd, want ik was moe van al dat reizen, denk ik.
‘Hij kan niet mee naar huis, pap. Hij was er ook niet toen we vertrokken en mama zou wel heel raar opkijken als hij ook opeens uitstapte. Hij hoort in deze dimensie. Wij zijn de enigen die terug kunnen.’
Ik bromde nog een korzelig protest, maar ik voelde aan alles dat ze helemaal gelijk had en dan ben ik niet te beroerd om dat toe te geven. 
‘Ga je nog hoger?’ vroeg ik dan maar, ook om van onderwerp te veranderen.
‘Nog even, pappie, we zijn er bijna. Kijk, nu kunnen we alweer naar beneden.’
Behendig maakte ze een soort halve loop en zo kwamen we in een mooie duikvlucht terecht. Ik bewonderde haar stuurmanskunst. Ik keek naar buiten en zag het vertrouwde Monnickendam rustig op ons afkomen. Ons huis kwam langzaam dichterbij met de windroos fier in de wind, NOZW: Nooit op Zondag Werken. 

‘Wat doe je dat goed, Piep!’
‘Och, het is niet zo moeilijk hoor, het staat hier allemaal op het scherm. Je kan ook op de automatische piloot vliegen met de PomPom en zo, maar dit is veel leuker.’
Ik kreeg het gevoel dat Piep wel eens heel snel haar rijbewijs zou kunnen halen en dan ook graag in de Volvo zou willen rijden. Het leek mij een aantrekkelijk toekomstperspectief en zo droomde ik weg en voor ik het in de gaten had dommelde ik in slaap.

Ate Vegter, 4 januari 2019

www.atevegter.wordpress.com/80


 

04/01/2019 08:11

Reacties (0) 

Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert