De wil van Allah 9.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 8: http://tallsay.com/page/4294998675/de-wil-van-allah-8

             7f2df81eac11e75624c315b53d1fdc74_medium.

                                                           9.

                                     

 

De aanslag.

Het was die vrijdagavond, 22 december, druk bij de ingang van de passage van het grote winkelcentrum in de stad. Mensen liepen af en aan. Veel passanten kwamen naar de kerstmarkt die dit jaar in de passage zelf plaatsvond. Gewoon lekker even uit, om naar de uitstalling van kerstartikelen te kijken die in de passage waren uitgestald. Dat zal voor velen een reden van het bezoek zijn geweest. De opzet van deze kerstmarkt was heel goed doordacht. Overal voor de glazen wanden van de winkels waren kleine kerstuitstallinkjes en kraampjes van particulieren, handelaars en kunstenaars te bewonderen.  Vooral ’s avonds was het tussen half zeven en halftien vrij druk in de passage. Veel werkende mensen maakten van de gelegenheid gebruik om juist die avonden uit te kiezen om nog wat voor de kerstdagen aan te schaffen. Of gewoon met het gezin een wandeling te maken langs al die leuke kraampjes met kerst en kunstattributen.

   Bij Pablo Meunier, een Baskische handelaar in kunststof kerstbomen was het al de gehele dag druk. Tientallen mensen stonden zich te vergapen aan zijn uitstalling van grote en kleine ( made in China ) plastic kerstbomen. Sommige exemplaren waren reeds opgetuigd met ballen slingers en lampjes. Je hoefde zo een boom alleen maar in de auto mee te nemen, thuis de metalen voet uit te klappen en de boom staat gereed voor het doel waarvoor hij is aangeschaft…

   In de langs schuivende mensenmassa kon je mensen van allerlei slag en nationaliteiten waarnemen. Veel toeristen uit verschillende Europese landen waren aan hun spraak herkenbaar. Maar ook waren er mensen uit Aziatische landen, uit Afrika en zelfs kon de oplettende bezoeker zien dat er ook verschillende moslims op dit toch typisch christelijke gebeuren waren afgekomen. Vaak waren het mannen en vrouwen die met het gehele gezin langs de kraampjes liepen te flaneren. Alles zag er vredig en gezellig uit. Er klonk heerlijke rustige muziek uit de overal opgehangen luidsprekers, terwijl er een eind verder in de lange passage een klein ensemble op een primitief, met paletten op gebouwd podium, een levende kerststal stonden uit te beelden...  

   In die gezellige vredige sfeer, lette niemand op de jongeman met het lichtgrijze, hoog dichtgeknoopte jack die zich met gebogen hoofd tussen de mensenmassa bewoog. Af en toe bleef hij kennelijk geïnteresseerd bij een kraampje stilstaan. Het was normaal geklede man die niet opviel. Met zijn keurig, modern geknipte donkereblonde korte haar, het grijze windjack en de jeanspantalon, liep hij als een menselijke kameleon tussen het overige publiek. Alleen zijn nogal flinke tailleomvang week, als je goed keek, wat af ten opzichte van zijn lengte. Verder zag hij eruit als elke andere jongeman van zijn leeftijd. Bij Pablo Meunier bleef hij stilstaan. Het grijze honkbalpetje dat hij uit de zak van zijn jack haalde, drukte hij met zijn rechterhand wat verder op zijn hoofd. Hij schoof wat dichter naar de uitstalling op de tafel Pablo Munier. Zijn linkerhand verdween in zijn broekzak, terwijl hij voorzichtig om zich heen keek. Voor hem stond een vermoedelijke Oosterse vrouw met twee kleine kinderen. De vrouw had een soort van felgekleurde sarong aan. Haar kinderen klapten in de handjes voor de elektrische trein die tussen de minikerstboompjes door, over rails liep die op de grote platte markttafel met veel zorg en fantasie was aangelegd. Naast de kinderen stond een bejaarde dame die zojuist een kerstboompje, verpakt in een grote hoge doos had gekocht. ‘Waar staat uw auto, dame,’ vroeg Pablo. ‘Als hij op het parkeerterrein staat kunt u hem beter eerst naar de ingang van de passage rijden. En vervolgens bij de taxistandplaats op de laad en losvloer neerzetten. Dan komt Richard, mijn chef logistiek, de doos met de kerstboom daar nu voor u afleveren.’ Hij glimlachte en gaf een knipoog tegen een jongen van een jaar of achttien die naast hem stond. De knaap pakte meteen de grote doos op terwijl hij met de dankbaar knikkende oudere mevrouw mee liep. 

  ‘Prima toch wijffie,’ riep Pablo luid tegen de weglopende oudere dame. ‘Hoeft u er zelf niet mee te sjouwen.’ Vervolgens pakte hij geld aan van een andere dame, die een klein plastic kerstboompje voorzien van gekleurde lampjes, van de tafel had afgepakt.

   Het werd allengs drukker rond zijn kraam. Twee gendarmes kwamen langslopen. Een van de mannen sprak ik een portofoon. De jongeman zag ze aankomen en dook instinctief iets weg tussen de overige mensen die voor de kraam van Pablo Meunier stonden te kijken. De gendarmes liepen door. Ze hadden geen oog voor hem realiseerde de jongeman zich. Opdringende mensen duwden hem wat naar voren. Hij voelde zich opeens wat ingesloten tussen die, in zijn bekroompen visie, heidense christenen. Zijn vingers van de linkerhand beroerden de kleine zwarte knop van het plastic apparaatje dat in zijn broekzak zat. Nu nog niet schoot het door zijn gedachten. Wacht je kans goed af.

   Er waren achter hem ook twee rijen mensen komen staan die al pratende en wijzende al hun aandacht hadden gericht op de tafel met het treintje en de negotie van Pablo Meunier. De man met het grijze jack voelde na een minuut dat hij in deze mensenmassa niet opviel. Dit is het goede moment moet hij waarschijnlijk gedacht hebben. Nu is er genoeg van dat heidense volk om me heen. Hij keek even op en zag toen in een flits de camera aan de nok van het gebouw, boven de ingang van de bloemenwinkel hangen. Precies boven de glazendeur van die winkel waarvoor de kraam van Pablo Meunier stond. Het rode lampje brandde. Een andere camera hing tien meter verder aan de andere kant van de doorloop zag hij. Ook daar brandde een lampje. Het zal me ook verder een rotzorg zijn dacht de knaap. Mijn wens wordt nu vervuld. ‘Ik ben gereed Allah,’ mompelde hij vervolgens zacht in zichzelf.

   Een slanke, sjiek geklede vrouw, met twee jonge meisjes van in de kleuterleeftijd, wrong zich iets langs hem heen om een klein minikerstboompje van de houten schraag op te pakken en aan de kinderen te laten zien. Toen ze het boompje in haar hand nam en de kinderen zich enthousiast uitten vanwege de vrolijk knipperende gekleurde lampjes, hoorde ze naast zich iemand iets zacht in een buitenlandse taal mompelen. De terrorist stond vrijwel tegen haar aan toen hij de woorden met zijn ogen dicht, zacht in het Arabisch uitsprak.  ‘Ik offer mijn leven voor u Allah, en voor onze heilige zaak. Nog eenmaal keek hij voorzichtig om zich heen. Hij merkte dat niemand aanstoot aan zijn bijna niet te verstane woorden had genomen. Alleen de dame met de twee kleine kinderen die naast hem stond, keek hem opeens verbijsterd aan. Deze dame realiseerde zich opeens in een fractie van een tiende seconde dat haar leven en dat van haar kinderen hier in deze passage misschien wel eens abrupt zou kunnen gaan eindigen. Het gruwelijke beeld wat zich in haar geest ontspon drong opeens als een messteek tot haar door. Pas toen zag ze, en drong het tot haar door, wat voor een man er naast haar stond. Ze trok de kinderen opeens ruw achter zich en sperde haar ogen wijd open. Tegelijkertijd wilde ze luidkeels gillen maar haar stem smoorde in haar keel van de schrik. Andere mensen die om haar heen stonden bemerkten aan haar abrupte beweging dat er wat vreemds aan de hand was. Maar men was te laat om de man te overmeesteren of om zelf weg te komen.

   ‘Allahoe akbar,’ brulde de man naast hen opeens, terwijl vrijwel op dat zelfde moment de denderende explosie klonk.

   Een heftige vuurflits schoot omhoog, gevolgd door een stinkende rookwolk. Gegil, gekreun en gehuil vulde na de knal de ruimte van de passage. Het lichaam van de terrorist was in duizenden stukjes uit elkaar gereten. Delen van ledematen waren over de hoofden van het winkelende publiek heen gevlogen. Overal lagen slachtoffers in een onnatuurlijke houding, vaak zwaar bloedend op de tegels van de passage. De winkelruiten waren versplinterd hetgeen eveneens veel slachtoffers had gemaakt. Kortom: de passage was in een seconde verandert in een slagveld. Een bizar slagveld met lijken, gewonden en hysterisch gillende en schreeuwende mensen. Resultaat van de actie van slechts één persoon. 

   Politie, brandwer en alle mogelijke andere hulpverleners deden al snel hun werk. Kijkers en zelfs de pers werden door de politie de passage uitgewerkt.  ‘Vrede op Aarde,’ prevelde een zwaar gewonde vrouw tegen een hulpverlener voordat ze voorzichtig op een rijdbare  brancard werd gelegd. Ze was met een afgerukte arm tegen de muur van de bloemenwinkel geslingerd. Overal was het chaos en gruwel. De gezellige kerstsfeer was voor veel onschuldige omstanders, die ongewild getuige of zelfs misschien slachtoffer waren geworden van deze terroristische daad, verandert in een horrorwereld. Voor die mensen eindigde de avond in chaos, bloed, pijn en zelfs voor sommigen met de dood, in die tot dan zo vredige kerstpassage.

   Pablo Munier was dood. Net als de dame die met haar twee kinderen naast de terrorist had gestaan. Haar kinderen hadden het wonder boven wonder overleefd. Zij het dat ze zwaar gewond naar het ziekenhuis waren afgevoerd, te samen met meer dan vijftien andere gewonden…

Vervolg kunt u lezen in:  http://tallsay.com/page/41294998820/de-wil-van-allah-10

 

©  Leonardo

 

       

21/12/2018 00:16

Reacties (5) 

22/12/2018 11:49
bijzonder beeldend.. ik lees je met genoegen..
1
21/12/2018 10:50
Vrij naar het Koningslied, "de dag die je wist dat zou komen". Bijna filmisch geschreven, wat deze scène ook verdient. De spanning bouwt heerlijk op en komt dan letterlijk tot explosie.

Daarom vind ik de passage "Dat alles was...eigen islamitisch geloof" minder sterk. Het trekt je uit de onmiddellijke gebeurtenissen. Hier is het net alsof een journalist achteraf een analyse maakt.

Weet je, ik heb al zo vaak gedroomd dat ik zelf in zo'n scène terechtkom. Het is dat ik niet in toekomsvoorspellende dromen geloof. ;-)

Ik denk weer aan voorjaar 2017, toen i...
2
21/12/2018 18:47
Ik ben altijd dankbaar voor de op en aanmerkingen op mijn schrijfsels. Vaak zijn het heel bruikbare suggesties die ik later in het definitieve manuscript meeneem. Voorwaar mijn dank voor je kundig lezen en je opmerkingen, Edwin. Ben ik blij mee!

Jullie zullen als volgers even wat langer op een vervolg van dit verhaal moeten wachten, omdat wij morgenochtend naar Corsica vertrekken voor een korte vakantie. We zijn vier januari weer terug. Dan pak ik de draad van het verhaal weer op.
22/12/2018 12:49
Het is een soort beroepsdeformatie. ;-) Het helpt mezelf ook als ik een verhaal schrijf en twijfel of iets 'wel werkt'.

Ah Corse! Staat ook al een tijdje op mijn verlanglijstje.
1
21/12/2018 09:07
Heel aangrijpend beschreven. Alsof je er bij geweest bent...gruwelijk!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert