De wil van Allah 8.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 7:  http://tallsay.com/page/4294998675/de-wil-van-allah-7

               7f2df81eac11e75624c315b53d1fdc74_medium.

                                                                 8.

 

Een merkwaardig voorval

Toen ik op zaterdagmorgen de vervelende gebeurtenissen van de afgelopen week in mijn werkkamer achter de computer zat te overdenken, dwaalden mijn gedachten opeens terug naar mijn jeugdjaren. Eigenlijk was het allemaal wat snel gegaan in mijn leven vond ik na enig overdenken. Na mijn heerlijke onbezorgde jeugd, mijn studie geschiedenis en mijn opvolgende dissertatie, kon ik hoogleraar worden op de universiteit waar ik zelf was afgestudeerd. Ik werd al snel verliefd op een voormalige medestudente, en huwde na een verkeringstijd van ongeveer zes maanden met haar. Eloise Marie Nautier, mijn kersverse echtgenote, was een telg uit een roemruchte familie uit de Auvergne. Ze was een dochter van Armand Nautier, een landheer uit de omgeving van Auriac wiens familiewortels tot in de middeleeuwen staken. Het huwelijk was echter geen succes.  Na een goed anderhalf jaar gingen we met veel geschreeuw en geruzie uit weer elkaar. Ons fraaie pas betrokken nieuwbouwhuis in Castries, een stadje gelegen nabij Montpellier, konden we gelukkig snel tegen een goede prijs verkopen. Dat was dan dat, dacht ik nadat we elkaar voor de laatste maal de hand hadden geschud. 

Vervolgens nam ik, noodgedwongen dit keer, weer mijn intrek nam in het voorouderlijk kasteel. Niemand van de familie maakte daar bezwaar tegen. Uiteindelijk was het huis groot genoeg om wel zes gezinnen in te herbergen zonder dat je elkaar voor de voeten liep…   Mijn zuster Claire woonde toen al niet meer thuis. Zij had na haar studie economie een baan bij en bank in Bordeaux aangenomen en bewoonde een gezellig klein appartement in het centrum van de stad. Maar het leven kan soms vreemde wendingen aannemen. Dat hadden Claire en ik tenslotte wel ervaren. Want we zijn uiteindelijk vrij onverwacht overgebleven uit ons gezin van vier personen. Zo’n tien jaar geleden, een paar maanden nadat ik weer op het kasteel terug was, stierf onze vader als gevolg van een opgelopen dubbele longontsteking. Het was een enorm verlies voor ons. Moeder was ziek van verdriet. Vader bestuurde het landgoed in die tijd zonder gebruik te maken van een rentmeester. Na zijn overlijden kwamen alle lasten en ook de zorgen bij moeder terecht. Voorwaar een onverwachte zware opgave voor haar, die wij wel zo goed mogelijk met elkaar deelden, maar waar zij toch de eindverantwoordelijke voor was. Daarbij kwam dat zowel Claire als ik zelf ook onze eigen werkzaamheden hadden. Derhalve legde een en ander ook een flinke druk op onze schouders.

Moeder was een lieve en zorgzame vrouw. Ze deed altijd haar uiterste best om alles met en fier gezicht draaiende te houden. Maar ze had helaas een zwak gestel en de werkdruk werd haar al snel te zwaar. Vermoedelijk mede vanwege haar verdriet als gevolg van het gemis van haar echtgenoot, en gebukt onder de last om een groot landgoed te besturen, werd ze een goed jaar na het overlijden van haar echtgenoot zelf ook ziek. Ze werd plotseling op een avond met hartklachten opgenomen in een ziekenhuis in Toulouse. Eerst leek ze daar wat op te knappen, maar al spoedig ging haar toestand snel achteruit. Het leek er op dat ze eigenlijk geen zin meer had om verder door te leven zonder haar echtgenoot. Ruim twee dagen na haar ziekenhuisopname overleed ze plotseling aan een hartstilstand. In haar slaap overigens…  Vanaf dat moment stonden Claire en ik er met het landgoed plotseling alleen voor. Een klus die wij in het begin combineerden met ons werk, doch na enkele maanden noodgedwongen, deels aan een rentmeester overlieten. Claire was intussen ook maar weer naar het ouderlijk huis teruggekomen. Dat was niet echt noodzakelijk, maar ze vond het prettig om mij een beetje van mijn niet uitbestede bestuurstaken te ontlasten. Haar appartement was uiteindelijk een huurwoning die ze betrekkelijk eenvoudig kon opzeggen. Het enige nadeel voor haar was, dat ze nu en stevige rit moest maken om op haar werk te komen. Het werk ze als intern financieel expert bij een grote bankinstelling vijf dagen per week uitvoerde, mocht ze na heel veel soebatten, uiteindelijk omzetten naar drie dagen per week.

Ons landgoed  'La Bastide,'  is overigens al weer zo’n tweehonderdzeventig jaar in onze familie. Het vormt een hele last tegenwoordig.  Maar aan de andere kant is het ook zeer bevredigend om hier te mogen wonen en werken, in de landelijke omgeving van wijngaarden, akkers, heuvels en bossen. In plaats van te moeten verblijven in een woning of een appartement in een der drukke en vaak zeer rumoerige Zuid-Franse steden.  De roep van Claire deed mij, gezeten in mijn torenkamer van de zuidwestelijke toren, plotseling opschrikken. Deze ruimte, die tevens als mijn kantoorruimte dienst doet, is mijn persoonlijk domein. Hier kan ik in de weekeinden moeiteloos urenlang zitten mijmeren en nadenken. Een heerlijke plek die ik overigens vrij Spartaans heb ingericht, op een fraai notenhoutenbureau en een heerlijke fauteuil na. Claire's stem helpt mij er vervolgens aan te herinneren dat ik de installateur voor centrale verwarming nog moet bellen. ‘Bel die man dan nu gelijk even, Jean,’ roept ze vanonder aan de trap. ‘Anders wordt het weer vergeten.’

  ‘Ja je hebt gelijk. Zal het meteen doen,’ roep ik terug.

   Natuurlijk heeft ze gelijk besef ik met een schok. De enorme grote ouderwetse verwarmingsketel waarmee alle ruimten worden verwarmd moet nodig worden vervangen. Het is wel een rib uit ons lijf, maar goed, het kan nu eenmaal niet anders. We tappen trouwens ook ons warmwater via deze ketel, die verbonden is met een kleine boiler welke door de ketel de gehele dag op temperatuur wordt gehouden. Geen olie gestookte, doch een gas gestookte ketel is het. De ketel is inmiddels ruim vijfendertig jaar oud en verbruikt de laatste dagen steeds meer gas is ons opgevallen. 

   ‘Die ketel is waarschijnlijk absoluut op zijn eind, meneer de baron,’ heeft de inspecteur van het installatiebedrijf een paar weken geleden reeds tegen me gezegd. ‘Die moet echt zo snel mogelijk vervangen worden. Anders komen er misschien ongelukken van.’ 

   ‘Is hij echt zo slecht?’

   ‘Nou de ketel zelf gaat nog wel. Maar ik vertrouw de brander en de verschillende afsluiters niet meer. En dat geldt ook zeker voor de verschillende afdichtingspakkingen. Eigenlijk zou die hele installatie zo snel mogelijk moeten worden vervangen.’ 

   ‘Maak dan maar rap een offerte met betrekking tot het vervangen van deze oude ketel,’ zei ik terwijl ik tevens vroeg of het leidingwerk kon blijven zitten.

   ‘Niet alle leidingen, meneer de baron. Enkele binnenste leidingen moeten we vervangen en aanpassen aan de nieuwe ketel. Maar de aanvoerleiding van de grote gastank die op het erf  staat, die blijft gewoon bestaan. Daar is niets mee mis. U doet er trouwens verstandig aan om dat grote klapraam in deze ruimte wat open te laten om verse lucht binnen te krijgen.’

  ‘Dat is goed,’ antwoordde ik. ‘Normaal sluiten we dit altijd af omdat het voor de veiligheid beter is en omdat het alarm er opstaat. Maar u heeft gelijk. Ik zal het in het vervolg, totdat de ketel wordt vervangen, gewoon open laten staan…’ 

   Ik knoopte zijn woorden goed in mijn hoofd, waarna ik na het vertrek van de inspecteur samen met Claire onze financiële situatie ging doornemen, teneinde tot het besluit te komen om na de offerte de knoop gelijk door te hakken en een nieuwe ketel te laten installeren. Maar dat gesprek was maandag twee weken geleden, terwijl het nu alweer donderdag is. En een nieuwe ketel van de omvang die wij nodig hebben om ons grote huis van warmte te voorzien, is uiteindelijk ook niet zomaar uit voorraad leverbaar, realiseerde ik me ondertussen terwijl ik mijn computer uit zette... Vervolgens liep ik via de wenteltrap in de westelijke toren vanaf de tweede verdieping naar beneden. Op die tweede verdieping is in deze toren mijn werkkamer annex kantoor gelegen. Vandaar kan ik vanuit die ruimte het gehele park rondom het kasteel overzien. Beneden aangekomen begeef ik me naar de hal waar ik juist waarneem dat Claire juist de voordeur opentrekt en naar buiten, naar haar auto toeloopt. In de hal aangekomen roep ik naar haar dat ik nog even naar de oude ketel wil kijken en dan mr. Beaujeu, de installateur, zal bellen om de serienummers van de oude ketel door te geven en om opdracht te geven de nieuwe ketel, conform de reeds gezonden offerte te installeren.  Claire steekt, bij de auto aangekomen, haar hand op ten teken dat ze het heeft begrepen. Ze stapt in de auto en rijdt met veel te hoge snelheid over het pad naar het hek, terwijl ze een bandenspoor in het grind achterlaat.   

François, onze majordomus die juist kwam aanlopen, schudde zijn hoofd en wenkte mij. ‘Mijn excuses voor mijn woorden meneer, maar wat is mademoiselle Claire toch een ontzettend onstuimige chauffeur,’ zei hij glimlachend.

  ‘Daar heb je zondermeer gelijk in François. Maar leer haar dat maar eens af. Als ik er met haar over begin krijgen we er gegarandeerd woorden over. ‘Dan zegt ze gelijk dat ik maar eens op mijn eigen wijze van autorijden moet letten.’

  ‘Daar kon François de humor wel van inzien. Vooral omdat er ook op mijn wijze van autorijden genoeg viel aan te merken. Vervolgens maakte hij me er op attent dat er de afgelopen dag tweemaal een donker gekleurde Opel Astra een stukje onze toegangsweg was opgereden en toen opeens stil was blijven staan aan de rand van het grote gazon dat voor het huis ligt. ‘Het merkwaardige is dat die auto even bleef stilstaan na ongeveer een goede tweehonderdvijftig meter het pad, tot aan het gazon, op te zijn gereden. Hij bleef even staan onder de overhangende takken van de beukenbomen aan de rand van het grote ronde gazon. Na misschien een halve minuut te hebben stilgestaan, reed die auto heel rap achteruit terug naar het hek.’

  ‘Ja dat is zeker merkwaardig, François. Heb je ook kunnen waarnemen wie er achter het stuur zat. Of heb je misschien het kentekennummer kunnen noteren?’

  ‘Nee, helaas niet. Ik was er te ver vanaf. Maar ik zou er een krat goede wijn onder durven verwedden dat het twee gestalten waren die ik vaag kon waarnemen. Tevens kreeg ik de indruk dat een van de inzittenden foto’s heeft gemaakt.

  ‘Ach, ga weg…’

  ‘Ja ik meen het echt, meneer. De laag hangende zon stond wat schuin op de zijkant van de auto. Daardoor kon ik heel vaag zien dat het twee inzittenden waren. Een figuur had volgens mij iets in zijn hand wat op een fotocamera met een soort lange telescopische lens leek. Als u het mij vraagt, waren het figuren met nogal donkere haren. Een van de inzittenden leek ook wel wat op een vrouw moet ik zeggen. Die persoon had trouwens een vreemd soort gekleurde doek op het hoofd. Vermoedelijk waren het twee mannen of een man en een vrouw, al ben ik daar beslist niet helemaal zeker van. De persoon met die doek om het hoofd zat overigens achter het stuur van de auto. Meer kan ik er helaas niet over vertellen. Want de afstand was nogal groot om alles duidelijk waar te kunnen nemen.’

  ‘Vreemd… Wie, of wat voor figuren, zouden dat kunnen zijn geweest… Zigeuners misschien?’

  ‘Dat zou natuurlijk kunnen. Maar wie zal het zeggen, meneer. Ik heb werkelijk geen idee. Daarbij staat er toch duidelijk op het bord bij het toegangshek dat dit privé eigendom is. En dat de toegang verboden is voor onbevoegden.’

  ‘Precies, François. En daarbij verwachten wij voor vandaag geen bezoek. Maar het is wel gelijk weer een goede reden om het hek overdag niet open te laten staan. We kennen uiteindelijk allemaal de code van het elektronische slot, dus er is geen enkele reden om het hek niet te sluiten.’

  ‘Dat vind ik ook meneer. Maar wilt u dat dan ook even met uw autoracende zuster bespreken,’ grijnsde hij. ‘Want ik heb sterk de indruk dat zij met name nogal eens, al dan niet bewust, vergeet om na het uitrijden van het park, het hek te sluiten.’

 ‘Ik moest lachend toegeven dat François waarschijnlijk met die opmerking gelijk had. Terwijl ik tevens moest toegeven dat ikzelf ook nogal eens uit nonchalance zondigde met het toepassen van deze belangrijke huisregel.

 ‘Ach, het zullen misschien wel gewoon nieuwsgierige toeristen zijn geweest,’ antwoordde ik uiteindelijk, terwijl ik me weer naar boven begaf. 

Vervolg kunt u lezen in: http://tallsay.com/page/4294998690/de-wil-van-allah-9

©  Leonardo

 

18/12/2018 22:11

Reacties (5) 

19/12/2018 23:09
Ik zie de ketel al ontploffen....hopelijk op een geschikt moment.
Leuk, die erfgenamen met hun historische lasten en lusten!
1
19/12/2018 11:05
Ok, ik zit er weer helemaal in en mijn fantasie draait op volle toeren. Ik vermoed dat je die uitgebreide passage over de verwarmingsketel niet voor niets hebt opgeschreven. ;-)

Ik heb alleen een beetje moeite met je laatste zin. Daarmee wek je de indruk dat het hele verhaal achteraf is geschreven. Dat schept afstand. Bij mij tenminste.
1
19/12/2018 18:01
Ja daar heb je misschien wel gelijk in. Zal de afronding van dit deel aanpassen.
1
18/12/2018 22:48
Leest heerlijk en de spanning zit er goed in!
18/12/2018 23:07
Fijn, dat is een reactie waar ik wat aan heb, Willemijntje. Dankjewel!
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert