De wil van Allah 5.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
   Vervolg op deel 4:  http://tallsay.com/page/4294998612/de-wil-van-allah-4        

           7f2df81eac11e75624c315b53d1fdc74_medium.

 

                                                            5.

Amed zint op wraak 

Toen ik wilde instappen stond de chef van het caférestaurant opeens naast me. ‘Sorry meneer dat ik u even aanspreek,’ zei de man tegen mij met een vuurrood gelaat. ‘Ik moet eerlijk zeggen: u heeft zich prima geweerd na die bedreiging door die man met dat mes en een glas. Mijn oprechte complimenten en excuses dat uw maaltijd zo kwaadwillend werd verstoord.’ Er verschenen na deze woorden transpiratiedruppels op zijn voorhoofd. Ik startte inmiddels de motor en keek de man alleen even aan, zonder hem overigens te antwoordden  ‘Luister, meneer,’ vervolgde de chef. ‘Ik zal dat ook zo direct precies zo doorgeven aan de gendarmes, want die zijn reeds onderweg hier naartoe.’ 

  ‘Fijn,’ antwoordde ik nog steeds flink gebelgd. ‘Als u maar heel goed onthoudt dat ik niet met vechten ben begonnen. De oorzaak van deze korte veldslag ligt volledig bij die voormalige Arabische I.S baardapen. Dat tuig begon mij eerst te sarren en vervolgens te bedreigen.’

  ‘Ja dat heb ik inmiddels van verschillende kanten reeds begrepen, meneer. Mijn assistente zag het trouwens allemaal voor haar ogen ontwikkelen. Daarbij waren die lieden aan de bar ook al gasten aan het uitdagen en aan het bedreigen. Een van die kerels had het er zelfs over dat we eerdaags hier ook een kalifaat zouden kunnen verwachten. Die opmerking leidde aan de bar ook gelijk tot een gespannen situatie. Ik heb toen een paar maal moeten ingrijpen. Er zijn trouwens wat dat vechten betreft, genoeg getuigen die het voor u zullen opnemen als er een proces verbaal zal worden opgemaakt.

  ‘Fijn.’

  ‘Overigens heeft u die ene kerel, die met dat mes bedoel ik, wel aardig beschadigd,’ grijnsde hij. ‘Die smerige baardaap zal het vermoedelijk voorlopig wel uit zijn hoofd laten om in dit land zijn opruiende verhalen te verkondigen.’

  ‘Mooi. Ik hoop van harte dat u gelijk krijgt. Alleen wel erg jammer dat de dag voor mij zo moet eindigen. Eerst al dat gezeik met die demonstranten. Ik bedoel die leiden met die gele hesjes die de autoroute blokkeren, om vervolgens na uren in de file te hebben gezeten, ook nog eens te worden belaagd door een stel gore rot terroristen in Spee.’

  ‘Dat is inderdaad waar meneer. Dat spijt mij ook heel erg.’

  ‘Het huilende geluid van een auto met sirene kwamsnel nader. Ik schakelde inmiddels in zijn achteruit en wilde de chef groeten en wegrijden

  ‘Dat zullen de gendarmes wel zijn,’ zei de chef terwijl hij even achteromkeek en zag dat een blauw busje van de gendarmerie voor het terras stopte. Twee gendarmes stapten uit en liepen het caféterras op. Bij de mannen op hevig discussiërende mannen op het terras bleven ze stilstaan.

   ‘Goed zo,’ zei de chef. ‘Ben benieuwd of die kerels de euvele moed hebben om aangifte te toen. Overigens begrijp ik dat u nu naar huis wilt.’

  ‘Dat klopt. Ik wil hier nu zo rap mogelijk vandaan.’

  ‘Natuurlijk, dat begrijp ik heel goed, meneer. Maar omdat ik de gendarmes reeds had gebeld vanwege de geladen sfeer en de later ontstane vechtpartij, is het misschien wel verstandig als ik, ondanks het feit dat die vervloekte Arabieren met vechten begonnen, toch uw naam aan de wetsdienaars mag opgeven.’

   Met tegenzin - doch de logica van zijn vraag inziende - gaf ik mijn kaartje aan de man. Natuurlijk bleef ik liever buiten schot. Maar het kon uiteindelijk niet anders. Want wie weet hoe deze vechtpartij door die Arabieren aan de gendarmes zou worden uitgelegd. En uiteindelijk waren er ook verschillende gasten van het etablissement, die de plotseling ontstane grimmige situatie en vechtpartij met hun mobieltje op foto hadden vastgelegd. En wie weet, misschien waren er figuren in dat café aanwezig die sympathiseerden met die Arabieren. Met andere woorden: Ik stond dus misschien met een beetje pech, in mijn verklaringen misschien wel vrijwel alleen tegen een horde cafébezoekers, waarvan ik niet wist of ze mijn vriend of vijand waren. Daarbij had ik ook absoluut geen interesse om in het bijzijn van al die dronkenlappen, met de wetsdienaars in discussie te treden. Daarbij had ik die vent met zijn mes volgens mijzelf niet eens zo heel ernstig geblesseerd. Hij zou er waarschijnlijk slechts een gebroken neus, en een flink beschadigd ego aan overhouden.    Nadat ik met de chef nogmaals de hand had geschud en eveneens nogmaals diens uitgebreide excuses voor het ongemak had aangehoord, vertrok ik van de parkeerplaats en keerde ik in een gespannen en naargeestige stemming, via landelijke omwegen huiswaarts.    

Toen de gendarmes waren gearriveerd en de gemoederen waren bekeerd, bleven de drie Arabieren te samen met enkele andere belangstellenden nog enige tijd op het terras zitten mokken. De drie mannen bleken Fransen van Iraakse afkomst te zijn en hadden een tijdelijke baan als wegwerkers bij een aannemersbedrijf uit Marseille. Hun verblijfsvergunning in Frankrijk was in orde. De drie woonden in een getto van Noord-Afrikanen, Afrikanen en andere buitenlandse moslims in Marseille. De man die ik met een welgemikte schop had uitgeschakeld zat met een gebogen rug en een van pijn vertrokken gezicht op een terrasstoel te mopperen.

  ‘Hij had je goed te pakken Amed,’ zei een van zijn makkers wat zuur glimlachend. ‘Dat was geen kerel die je zomaar even kunt uitdagen, zoals die domme boeren aan de bar. Het leek in eerste instantie zo’n softe arrogante directeur of ambtenaar. Maar in werkelijkheid was het verdomme gewoon een keiharde straatvechter.’

  ‘Ja inderdaad. Maar dan wel een met een net kostuum aan,’ grapte de baardloze man.

  De man die door de spreker Amed werd genoemd kreunde alleen maar wat. Hij zat wat gebukt op zijn stoel en wreef even voorzichtig over zijn buik welke aanraking hem gelijk opnieuw deed kokhalzen.  ‘Donders wat heb ik een pijn in mijn pens. Het liefste zou ik zo languit op de grond gaan liggen.’

  ‘Nou dan doe je dat toch,’ mompelde een der mannen glimlachend. ‘Die vent heeft je lelijk te pakken genomen. Het was een ontaarde schop in de pens die hij uitdeelde. Het leek mij een soort karate trap. En bij die dreun op je neus kon ik je neus botjes horen breken.’

  ‘Het bloed nu niet meer zo erg, maar ik krijg zowat geen adem door mijn neus. Hebben jullie nog een nieuwe schone zakdoek voor me om tegen mijn neus te houden?’

  ‘Hier, neem mijn pakje zakdoekjes maar.’ Zei de baardloze man in het Arabisch tegen het slachtoffer. ‘Maar laat het je een les zijn Amed. Doe dit nooit meer. Je hebt het nu zelf meegemaakt. Die christelijke kruisvaarders zijn veel giftiger en gevaarlijker dan wij allemaal denken. Vandaar dat we ook nog maar zo’n klein stukje van de eerder door ons veroverde gebieden in Syrië over hebben. Maar let op mijn woorden. Als Allah het wil, dan hebben we over enkele maanden weer al het kwijtgeraakte land terug veroverd. Daar ben ik heilig van overtuigd. Daarom moeten onze broeders in Syrië niet verzaken, en moeten wij proberen zo spoedig mogelijk naar het Midden-Oosten af te reizen.’

  ’Ik zou willen dat die wouten eens opdonderden,’ zei de andere bebaarde man aan het tafeltje zacht in het Arabisch tegen zijn maten. ‘Daarbij begrijp ik niet waar het voor nodig is om iedereen te ondervragen. Ik wil nu wel eens naar huis. Het was uiteindelijk toch maar een gewone ruzie. Of niet soms? En we hebben geeneens aangifte van mishandeling gedaan. Dus waarvoor dat rottige onderzoek.’

  ‘Ja, dat wel,’ zei de kennelijke chauffeur terwijl hij met de autosleutels speelde. ‘Maar Amed trok natuurlijk wel gelijk zijn mes. En dat is door verschillende ogen gezien.’

  ‘En wat dan nog,’ kreunde Amed terwijl hij zijn lichaam even voorzichtig strekte. ‘Ik wilde hem verdomme alleen maar een beetje bedreigen met mijn mes. Meer niet. Gewoon om hem een beetje op te jutten en bang te maken.’

  ‘En dat mede met een glas in je andere hand, dat je eerst even op de tafelrand stuk sloeg. Nou dan heb je de ontstane situatie wel behoorlijk verkeerd ingeschat, vind je zelf ook niet.’

  ‘Ja dat zal wel man… Geef mij de schuld maar weer. Maar ik zal je wel dit vertellen… Als ik die rotschoft nog ooit eens tegenkom dan vermoord ik hem echt. Samen met zijn hele christelijke kutfamilie. Dat beloof ik Allah en jullie, met de hand op mijn hart,’ mopperde hij volle overtuiging met een van pijn vertrokken gezicht.

  ‘Wacht daar nog maar wel even mee,’ zei een der andere mannen in het Arabisch. ‘Over vier tot vijf maanden zijn we hier immers toch weer uit dit klote land verdwenen. Laten we onze rol nog maar even blijven spelen en het er nu nog maar even van nemen in dit heidense land waar verder niemand ons kent. Straks, in ons nieuwe islamitische thuisland, moeten we ons streng aan de regels houden. Dan mogen we om te beginnen al geen alcohol meer drinken. Dus nu kunnen we nog af en toe even een beetje zondigen. Want als we straks in ons kalifaat met een slokje op of met een drankkegel uit onze monden gepakt worden, dan liggen onze hoofden gelijk op het hakblok. En dan nog iets. Straks moeten we…’ Maar verder ging zijn betoog niet omdat Amed hem geërgerd in de rede viel. ‘Ja klets nu maar niet zo slap verder. Dat weten wij uiteraard ook wel, Yusuf.’

  ‘Nou ja, het is wel een belangrijk punt om te onthouden. Want in ons toekomstige Kalifaat moeten we ook van de vrouwen afblijven,’ vervolgde Yusuf glimlachend. ‘En zullen we uiteraard ook uiterst correct naar de wetten van de sharia moeten leven.’

  ‘Dat weet ik toch ook wel, man.’

  ‘Nou ja, ik zeg het alleen maar omdat het met hier vergeleken, straks wel even wat aanpassen zal worden. Maar hoe dan ook: Ik zelf zegen de dag dat ik hier straks weg kan.’

  ‘Ja hallo zeg, dat geldt uiteraard voor ons allemaal,’ kreunde Amed. ‘Maar wat die vrouwen betreft ben ik het niet helemaal met je eens.’

  ‘O nee?’

  ‘Nee… Natuurlijk moet je met je straks met je handen van de vrouwen afblijven. Tenzij het christelijke vrouwen zijn. Dat is ons duidelijk medegedeeld. Die christelijke wijven en de vrouwen van alle andere heidenen mogen we wel pakken. En daar verheug ik me nu al op, moet ik je zeggen. En met die vrouwen mogen we dan vervolgens doen wat we willen. Dat heeft de leider vorige jaar zelfs uitdrukkelijk in zijn radiotoespraak gezegd.’

  Vervolgens zwegen de stemmen omdat de twee gendarmes langs kwamen lopen. Ze hadden al uitvoerig met de drie mannen gesproken en keken de  Arabieren in het voorbij lopen nogmaals met een blik van diepe minachting aan. Daarna stapten in hun auto en reden ze weg.   

Vervolg kunt u lezen in: http://tallsay.com/page/4294998646/de-wil-van-allah-6

Wilt u het verhaal vanaf deel 1 nog eens doorlezen. Klik dan op de onderstaande link...     http://tallsay.com/page/4294998552/de-wil-van-allah-1

©  Leonardo 

 

12/12/2018 13:58

Reacties (16) 

2
13/12/2018 23:53
De aanslagpleger van Straatsburg is in elk geval 'geneutraliseerd'.
Die begint nu aan de verkrachting van de 79 maagden.
1
14/12/2018 11:12
Zelf hou ik wel van de politiek correcte uitdrukking "compromised to a permanent end'.

Ik hoop voor hem dat zijn 79 maagden bestaan uit oude, ongewassen kerels die geen zin hebben om de 'passieve' rol te vervullen.
1
14/12/2018 16:46
Als ze tenminste nog in staat zijn tot de 'actieve' rol...;-P
1
14/12/2018 16:57
Als je het eeuwige leven hebt, dan wil je toch ook wel eens wat anders dan 101.568.654.695 jaar, 346 dagen en 8,69 uren bidden en Allah prijzen?
2
13/12/2018 07:18
ja niet Moslimvrouwen zijn vogelvrij.. lekkere opvattingen houden de 'heren' er op na.. het trieste is dat dit zo vekondigd wordt in werklijkheid als een recht .. daarnaast mag iedere ongelover gedood worden.. 'fijn' gedachtengoed wel.. en dat allemaal door een boek uit het jaar kruik waar selectief uit geciteerd wordt
1
13/12/2018 12:38
Kun je nagaan hoe naief en groot deel va de mensheid in elkaar steekt. Hoe kun je in deze moderne tijd in hemelsnaam nog geloof hechten aan iets wat twee duizend jaar geleden door een stelletje onnozele geitenherders in een woestijn is georakeld en later is opgeschreven.
1
13/12/2018 14:31
De spijker op z'n kop!
Mag ik hier een artikel over schrijven en je citeren?
1
13/12/2018 15:24
Wat ik heb geschreven meen ik oprecht en is voor publicatie vatbaar. Alleen ligt het er wel aan in welk verband mijn woorden in een artikel worden gebruikt.
1
13/12/2018 16:12
Nee, ik ben niet van mijn geloof afgevallen. ;-)
Ik vind het alleen tijd worden dat dit in een breder verband wordt gezet: de steeds toenemende naïviteit van de 'moderne mens' ten opzichte van spiritualiteit en geloof, of wat daarvoor doorgaat. Alsof het verstand langzamerhand op z'n retour is...
1
12/12/2018 21:57
Even los van jouw spannende verhaal: Wat bezielt deze smeerlappen toch? Gewoon een minderwaardigheidscomplex en opgekropte agressie? Of is het het gebrek aan opvoeding thuis dat ze hun driften niet kunnen beheersen? (e.e.a. ook gezien de aanslag in Straatsburg gisteren, het houdt maar niet op.)
Die intense haat: dat is niet alleen maar religie. Dat is de frustratie over het feit dat ze ons hun cultuur niet kunnen opdringen.
Ik heb het al vaker gezegd: teveel testosteron en te weinig hersencellen.
1
12/12/2018 14:35
De contouren van je verhaal beginnen me duidelijk te worden, denk ik dan.
Helaas sinds gisteren weer pijnlijk actueel.

Ik hou er sterk rekening mee dat ik binnenkort niet meer kan zeggen dat ik van 'na de oorlog' ben.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert