De wil van Allah 4.

Door Leonardo gepubliceerd in Verhalen en Poëzie
Vervolg op deel 3:  http://tallsay.com/page/4294998584/de-wil-van-allah-3

 

           7f2df81eac11e75624c315b53d1fdc74_medium.

                                                            

                                                              4.

 

Onverstandige uitlokking.

Toen een kwartier later mijn maaltijd was geserveerd en ik de eerste hap van de prima smakende 'ossobuco' had genomen, drong zich een nieuw geluid tot mijn oren door. De chef verscheen in de deuropening om een drietal in werkkleding gestoken mannen het café uit te sturen. ‘Ik heb jullie wel viermaal gewaarschuwd om op te houden ruzie zoeken, maar nu ben ik het zat. Zodemieter op naar buiten. Als jullie zo nodig moeten vechten voor je gelijk dan doe je dat maar buiten.' De drie lieten zich onder het maken van obscene gebaren naar de chef en in mijn richting, alsmede onder het uitten van grove verwensingen naar achterblijvers aan de bar, op de stoelen van het belendende tafeltje op het terras neervallen. Het waren fors gebouwde, onverschillige kerels, met ongeschoren mediterrane koppen. Twee van hen hadden korte zwarte ringbaarden en dikke bossen donkerkleurig haar. Alle drie waren het eind twintigers. Ze waren gekleed in donkergrijze werkkleding met opdruk van het bedrijf waar ze kennelijk bij in dienst waren. Ik bekeek ze even met een nieuwsgierige blik, maar kon hun identiteit niet direct thuisbrengen. Het waren in elk geval wel moslims dacht ik even later, mede te horen aan het Arabische brabbeltaaltje dat ze onderling spraken. Misschien wel Franse moslims van een tweede of derde generatie vermoedde ik.

   De aardige serveerster die mij had bediend, kwam al rap met een blad met de nodige glazen Coca Cola en een Orangina voor hen aanzetten. Ze legden een vijftig eurobiljet op tafel, waarbij een der kerels zijn hand over de billen van de serveerster streek. ‘Blijf met je vieze handen van mij af,’ zei het meisje terwijl ze en stap naar achteren deed, onderwijl het wisselgeld op tafel leggende. De baardloze man was waarschijnlijk de chauffeur van het drietal, dacht ik bij mijzelf. Want hij had een sleutelbosje met autosleutels, voorzien van een bedrijfslogo, op het tafeltje gelegd. Want dat ze met een auto waren gekomen stond wel vast. Twee grote witte bestelbussen met het logo van de onderneming op de zijkant, stonden immers aan de overkant van de weg half op het trottoir geparkeerd. Toen de serveerster weg was werden er enkele joints gerold en aangestoken. Ze zeiden iets tegen elkaar in het Arabisch wat kennelijk hilariteit opleverde. Vervolgens bliezen ze de rook duidelijk bewust in mijn richting. De cannabislucht drong al snel tot mijn neusgaten door.    

  ‘Vieze tering zooi,’ mompelde ik zacht in mezelf terwijl ik rustig door at.  Voorzichtig draaide ik een beetje met mijn stoel van hen weg, maar door die manoeuvre werd ik gelijk door een van hen aangesproken.

  ‘Hee…, jij daar eikel, met je dure pak aan. Smaakt het,’ vroeg een der bebaarde mannen met een glas Cola in de hand op brallende ruzietoon aan mij.

   Ik antwoordde, overigens zonder ook maar een blik in hun richting te werpen, dat het me prima smaakte.

  ‘Dat dachten we al te zien, nietwaar mannen,’ orakelde de spreker verder, begeleidt door de lachende bijval van zijn twee kameraden.  ‘Jullie directeuren hebben het maar goed in het leven. Lekker op kosten van de zaak eten en drinken. Als het effe kan ook lekker een mooi heet wijf neuken in de werktijd. En dan ook nog een dikke auto rijden op kosten van de firma.’

   Ik vond het niet de moeite waard om op zo een domme opmerking te reageren. De man rochelde vervolgens even en spoog toen tussen de tafeltjes door op de terrasvlonder. Notabene vlak voor mijn linkervoet. Zijn krachtig geuite, nogal provocerende woorden werden inmiddels door gelach van de andere twee kracht bij gezet.

  ‘Hebt je trouwens het nieuws al gehoord, chef,’ vroeg een der andere kerels opeens, op nogal dwingende toon aan mij.

  ‘Nee,’ antwoordde ik beheerst, terwijl mijn bloed inmiddels voelde koken en mijn spieren zich spanden. ‘Daar heb ik nog geen tijd voor gehad.’ Intussen at ik met een iets verhoogde snelheid door.  Gewoon om in elk geval zo snel mogelijk van dit horrorterras te kunnen verdwijnen.

  ‘Nou dan hoor je het nieuws nu maar eens van ons.’

  ‘Fijn, maar intussen eet ik even rustig door.’

  ‘Goed idee, chef. Want misschien is dit wel je laatste bord eten dat je hier zomaar op kosten van je bedrijf kan nuttigen,’

  ‘O ja?’

  ‘Echt wel…, want onze strijders, hebben in Irak en Syrië misschien flink ingeleverd. Maar binnen nu en hooguit twee maanden nemen wij namens de ''I.S.'' ook de zaak in dit verdorven christelijke kutland in handen,’ orakelde lachend.

  ‘Goh, interessant,’ antwoordde ik.

  ‘Ja interessant is dat zeker. Want ons doel is om hier in het zuiden van dit land ook een kalifaat te stichten. En pas op: We hebben hier inmiddels aanhangers genoeg. En als wij hier straks onze zwart met witte vlag op de gemeentehuizen hebben hangen, dan mogen jij en je christelijke soortgenoten blij zijn, dat je nog een hapje rijst door je strot krijgt.’  Zijn misschien als grap bedoelde woorden werden met hoongelach door de andere twee begeleid. De tekst kwam mij echter, vooral door de wijze waarop ze werd uitgesproken, uitermate bedreigend over. Uiteraard reageerde ik niet op die dreigementen, maar at ik rustig door. Laat ze maar kletsen dacht ik bij mijzelf.

   Ondertussen zag ik de jongedame van het café in de deuropening verschijnen, te samen met enkele belangstellende autochtonen die kennelijk op de misplaatste hilariteit op het terras afkwamen. Kennelijk in de hoop een spectaculaire escalatie van hun eigen discussies met die drie moslims te kunnen meemaken. Ik wenkte het meisje ten teken dat ik wilde afrekenen. Ze kwam met een bezorgde blik op me aflopen. Nadat ze mij een bonnetje met het verschuldigde bedrag had overhandigd en het geld had ontvangen, stond ik op om te vertrekken. Ik trok mijn stropdas even recht en vatte in alle rust mijn colbertjasje, dat ik over de stoelrugleuning had gehangen, terwijl ik de drie ruziezoekers heel kort met een minachtende blik aankeek. Die drie moslim medewerkers van een landelijk bekende aannemer in grondwerken, negeerde ik verder volkomen. Hun blikken waren overigens strak op mij gericht en priemden, als ware het naalden, in mijn gelaat. Maar toen ik opstond zwegen ze opeens alle drie als het graf. Doch op het moment dat ik de stoel aanschoof en naar de auto wilde lopen trok een van die kerels me opeens aan mijn arm en spoog vervolgens een smerige fluim op mijn lichtblauwe overhemd. ‘Hier, pak dat maar alvast van ons aan, als aandenken, vuile arrogante klootzak,’ riep hij lachend, terwijl hij opstond en er opeens een knipmes in zijn linkerhand verscheen. Hij sloeg vervolgens met een snelle beweging zijn cola glas tegen de tafelrand stuk. ‘Ik zou je eigenlijk gelijk aan het mes moeten rijgen,’ raspte hij vervolgens lachend terwijl hij op me afkwam met het mes in zijn ene hand en het gebroken glas in de andere hand. 

   Normaal kan ik me altijd uitstekend beheersen in moeilijke of gevaarlijke situaties. Maar of het nu kwam door de ergernissen op de baan, of de combinatie van gebeurtenissen van de afgelopen uren, dat weet ik niet meer. Maar in ieder geval verloor ik op dat moment even de controle over mijn handelen. Op het moment dat die Arabische ruziemaker op me toekwam lopen, sloegen bij mij de denkbeeldige stoppen in mijn hersens door. Eerst dat gezeik van die klootzakken met die gele hesjes, die hun straatterreur over het land willen uitstrooien. En nu ook nog een drietal Arabische ruziemakers die me het leven zuur proberen te maken, schoot het als een bliksemflits door mijn gedachten.

   De serveerster stond in de deuropening van het café en zag wat er dreigde te gebeuren. Ze gaf een harde gil en rende naar binnen het café in. Ik liet ondertussen mijn colbertje abrupt vallen, draaide als een balletdanser op mijn rechterhiel om mijn as, hief mijn linkerbeen op, en gaf de Arabische dronkenlap vervolgens met mijn opgetrokken been een enorme schop in zijn maagstreek, welke hem direct dubbel deed vouwen. Het mes en het glas gleden uit zijn handen en kletterden op de houten terrasvlonder. Vervolgens liet ik in een fractie van een seconde de vuist van mijn rechterhand met al mijn opgekropte woede, op de neus van mijn aanvaller terecht komen. Ook die klap kwam, net als de schop in zijn maag, keihard bij de ruziemaker aan. Ik hoorde het neus-bot kraken, terwijl bloed uit de neus spoot en zijn maaginhoud zich over de terrasvlonder verspreidde.

  Snel deed ik een stap achteruit om mijn pantalon niet bevuild te krijgen en keek de andere twee even strak aan. ‘Nog meer liefhebbers,’ vroeg ik rustig, doch met ingehouden drift aan de andere twee, die overigens wel oprezen, doch geen aanstalten maakten om mij uit te dagen. Ze keken mij slecht in opperste verbazing aan, terwijl hun makker in zijn eigen braaksel en in de resten van het kapotte glas op de grond lag te kreunen.    

   Intussen waren er meer mannen naar buiten gekomen. Ik signaleerde nog twee Arabisch aandoende koppen. Kennelijk kwamen die naar buiten om hun maten te assisteren door eveneens aan een stevig robbertje knokken mee te kunnen doen. Maar daar voelde ik verder niets voor. Niet dat ik te beroerd ben voor een stevige knokpartij. Dat nu ook weer niet. Ik sta mijn mannetje als het er op aan komt. Maar op dat moment was het verstandig verdere confrontatie uit de weg te gaan. Vooral omdat ik heel in de verte de sirenes van een gendarmeriewagen hoorde. Daarom pakte ik mijn op de grond liggende colbertje rap op en liep vervolgens, voor de aanwezigen op het terras schijnbaar op mijn gemak, naar de parkeerplaats waar mijn auto stond. Maar schijn bedriegt… Inwendig kookte ik nog steeds van woede. ‘Verdomme nog aan toe,’ mopperde ik tijdens het lopen. Mensen in dit land worden steeds vaker belaagd door ruziezoekend tuig wat afkomstig is uit het Oosten en het Midden-Oosten dacht ik, toen ik de autosleutels uit mijn zak haalde en de portieren elektronisch ontsloot.

Deel 5 kunt u lezen in: http://tallsay.com/page/4294998638/de-wil-van-allah-5

© Leonardo

10/12/2018 13:14

Reacties (8) 

1
10/12/2018 23:22
Lees lekker weg. Mooi staaltje kick-boxen.
11/12/2018 01:28
Zo kan dat plotseling verkeren in het leven, Willemijntje.
1
10/12/2018 21:42
Zo, actie. Zo ga je om met dat tuig. Niet slecht voor een wetenschapper...
Bravo!

1
11/12/2018 01:28
Nee, maar het zijn echt niet allemaal watjes hoor... Zeker degene in dit verhaal niet!
1
10/12/2018 21:19
we komen bij de kern van de problemen aan
1
11/12/2018 01:27
Dat heb je goed ingeschat, Daniel.
1
10/12/2018 14:16
Lekker! De toon is gezet. Filmisch geschreven.
Persoonlijk zou ik het 'beste lezers' niet gebruiken, tenzij het de bedoeling is dat dit hele verhaal als een soort memoires op papier geschreven is.
1
10/12/2018 17:34
Je hebt gelijk, dat haal ik weg.
Copyright © Tallsay.com. Alle rechten voorbehouden.
Door gebruik te maken van deze website geef je aan dat je onze Algemene voorwaarden en ons Privacy statement accepteert